Een fietstocht naar Duitsland (augustus 1933)

Ondanks het feit dat er voor mij, vanaf augustus 1933 voorlopig geen werk in zicht was en ik over genoeg vrije tijd beschikte, deed zich nu een mooie gelegenheid voor om eens van een vakantie te genieten. Want vakantie was in deze jaren voor de gewone man, die dus geen vaste aanstelling had, niet denkbaar. Hoogstens kon je een dag vrij nemen voor eigen rekening. Het toeval wilde dat broer Jan, nadat hij eerst een jaar lang militaire vooroefeningen had meegemaakt, nu voor verdere dienstplicht werd afgekeurd. Dat betekende dat hij weer vervroegd bij zijn werkgever kon terugkomen. Jan werkte vanaf zijn 14de jaar op kantoor bij de wijnhandel Hooy aan de Gedempte Oude Gracht. Het was nu dus een mooie gelegenheid voor Jan om ook eens van een echte vakantie te genieten. Met baas Hooy kwam hij dan overeen dat hij alvorens weer te beginnen, hij eerst 14 dagen vakantie zou nemen. Nu hij toch van verdere dienst vrijgesteld was, bleek dit geen onoverkomelijk bezwaar te zijn. Het plan werd geopperd om een bezoek aan onze familie in Duitsland te brengen. Onze familie van moeders kant woonde in Westfalen en had wel eens een enkele keer een vakantie bij ons doorgebracht. Maar voor ons zou dat een eerste bezoek betekenen aan onze familie over de grens. Uiteraard moest het natuurlijk wel eenvoudig gebeuren, want royaal geld voor vakantie was er nu ook niet. Jan en ik namen dus onze fietsen eens goed onderhanden. Zodat deze het wel voor lange afstanden moesten kunnen uithouden. De kaarten werden goed bestudeerd en de voorgenomen route uitgestippeld. Vader gaf ons goede adviezen voor onderweg. Hij was goed bekend met de streek waar we heen gingen: het Rijnland en Westfalen, wat vader vroeger meerdere malen bezocht had en er ook had gewerkt. Een paspoort bezaten we niet, dus moesten we maar op goed geluk proberen de grens over te komen, onderweg zouden we overnachten in de gezellenhuizen. Deze kolpingshuizen die vooral in Duitsland in vele plaatsen te vinden waren, kon je als lid van de Jozefgezellen voordelig overnachten en maaltijden gebruiken. We waren beiden lid van deze jeugdbeweging, dus hadden onze insigne en lidmaatschap mee. Onze bagage werd in de rugzak en fietstas meegenomen. Moeder gaf ons veel proviand mee voor onderweg. De lunch moesten we namelijk zelf verzorgen. Er werd onder andere een pot jam en een pot boter meegegeven. Ook sokken en verschoning voor 14 dagen, fietsreparatiespul enz. En zo gingen we dan alletwee in korte broek gestoken, met een bedrag van 20 gulden [€ 9] op stap. Het was zes uur in de morgen van een mooie augustusdag. We zouden er 2 dagen over fietsen om in Hattingen [Nordrhein-Westfalen, Ennepe-Ruhr Kreis] bij tante Johanna, een zuster van mijn moeder, en oom Frans te komen. Deze waren natuurlijk al per brief van ons plan op de hoogte gebracht.

De eerste dag werd volgens plan Nijmegen bereikt: een rit van ongeveer 150 km. Hier sliepen we dan in de gezellenvereniging. De tweede dag werd via een binnendoorweg de grens overgereden. Zo hadden we geen last van douane. We schreven, volgens afspraak, die dag wel een kaartje naar huis, zodat ze vernamen dat we op goed geluk de grens gepasseerd waren. De route ging over Kleef en Wesel naar Essen. Het waren lange rechte eentonige wegen. Bij Essen moesten we het drukbevolkte Ruhrgebied door om in Hattingen te komen. Met elkaar was het vandaag toch weer ongeveer 150 km. Toevallig kwamen we in Hattingen onze neef Herbert tegen, die uit school kwam. Hij bekeek aandachtig onze fietsen, die er weer even heel anders uitzagen dan de Duitse rijwielen zonder kettingkast en jasbeschermers. Herbert begeleidde ons nu meteen naar het adres van zijn ouders. Hier werden we hartelijk ontvangen en bleven 2 dagen. Ook een bezoek aan tante Malchen en oom Ludwig in Hattingen werd gebracht [familie Hommerich in 1966: Nordstrasse 53, Hattingen a/d Ruhr]. Zij maakten met ons uitstapjes, onder andere naar Blankenstein. Natuurlijk werden we volgeladen met eten en drinken. Al met al een gastvrij onthaal deze twee dagen dat we in hier in Hattingen verbleven.

Na dit bezoek stapten we, na een hartelijk afscheid, 's morgens om 6 uur weer op de fiets naar Attendorn [Nordrhein-Westfalen, Kreis Olpe]. Hier woonde de familie van oom August, een broer van moeder. In het begin van de route een kort oponthoud in het dorpje Neviges [Nordrhein-Westfalen, Mettmann, Velbert], waar wij even de schoonzuster van moeder, tante, de groeten van haar overbrachten. Het ging er daar in het dorp heel gemoedelijk aan toe. Tante had nog een paar zoons, dus neven van ons, alhoewel veel ouder dan wij, kinderen van oom Heinrich, de oudste broer van moeder, die al jaren geleden overleden was. Een van de jongens maakte nog een foto van ons met familie. Graag hadden ze gewild dat we wat langer zouden blijven, maar wij hadden nog een hele afstand voor de boeg, dus moesten we noodgedwongen spoedig weer afscheid nemen. We reden eerst naar Iserlohn, [Nordrhein-Westfalen, Märkischer Kreis] dat lag op de route, hier hebben we een druipsteengrot bezocht. Erg mooi, maar steenkoud. We waren dun gekleed de grot ingegaan, maar dat viel wel even tegen. Toen we weer buiten kwamen, gloeiden we, de zon stond hoog aan de hemel, wat een verschil in temperatuur ineens. We fietsten door een prachtig heuvelachtig landschap en bereikten zo Attendorn. Ook hier werden we gastvrij ontvangen. Oom August en tante Laura bewoonden hier een groot huis, een dochter en drie of vier zonen. 's Avonds gingen de jongens met nog enige vrienden naar de Wirtschaft en nodigden ons uit om mee te gaan. Het ging daar royaal aan toe in het café. De oudste zoon Kurt begon meteen al tegen de kastelein: “de eerste vijf rondjes zijn voor mijn rekening”. We zaten allemaal aan een grote tafel, er werd druk gepraat, gelachen en gezongen. Ondertussen bracht de kastelein steeds maar glazen bier aan. Er werd “Bruderschaft” geklonken en gedronken tot in de nachtelijke kleine uurtjes. Dat we dan ook niet helemaal brandschoon thuiskwamen was het gevolg. Wij waren zoiets helemaal niet gewend. Het werd dan ook een roes uitslapen tot ver in de morgen. Toen we eindelijk wakker werden, was iedereen al weer naar zijn werk. Alleen Hanna de dochter, verzorgde ons ontbijt. Verder hebben we van de familie niet veel meer gezien.

Ons plan was om naar Limburg an der Lahn [Hessen, Kreis Limburg-Weilburg] te fietsen deze dag. Na een hartelijk afscheid ging het dan via Siegen [Nordrhein-Westfalen, Kreis Siegen] door het mooie Westerwald [Rheinland-Pfalz], in deze streek was opa Hommerich geboren. Mooie dorpjes en nog ongerepte natuur wisselden hier langs onze route. Van verre kwam het silhouet van de Dom van Limburg aan de Lahn te voorschijn. Met zijn zeven torens op een heuvel gebouwd geeft zij van verre een mooi panorama. In deze stad aan de rivier de Lahn overnachtten we in de gezellenvereniging. De volgende morgen hebben we de Heilige Mis bijgewoond in de Domkerk en hem bezichtigd en gefotografeerd. Het was een hele klim om bij de kerk te komen. Deze prachtige op een rots gelegen Dom uit de helft van de 13de eeuw, romaans met overgangsinvloeden naar de gotiek, is een belangrijk monument in de bouwkunst.

Onze tocht ging verder door het Taunusgebergte [Hessen] naar Wiesbaden [Hessen], een deftig Kurortstadje met mooie lanen en parken, waar de Kurgasten kunnen rondwandelen. Van Wiesbaden naar Mainz [Rheinland-Pfalz], waar de Main in de Rijn stroomt. Van hier gingen we dan langs de oever van de Rijn door die mooie toeristenplaatsjes onder andere Bingen [Rheinland-Pfalz, Kreis Mainz-Bingen] en Rüdesheim [Hessen, Taunus Kreis], langs de bekende “Lorelei” naar Koblenz. Hier waar de “Deutsches Eck” is, stroomt de Moesel in de Rijn.

In elke stad langs de Rijn kon je overnachten in de Kolpingshuizen. Je hoeft niet vooraf aan te vragen; als je komt, kan je terecht. Zo ook hier in Koblenz. Zo'n overnachting kost gemiddeld 60 cent [€ 0,25] als je lid bent. Voor de lunch kochten we dan wat brood en fruit en maakten dat onderweg zelf klaar, wat dan op een geschikt plekje genuttigd werd. De kolpingshuizen in Koblenz en vooral Keulen waren grote gebouwen met vele gasten overal vandaan. Dat waren de “Wanderburschen”, rondtrekkende handwerkgezellen die door heel Europa trokken te voet en hier of daar onderweg werkten. En dan werden er 's avonds onderling reiservaringen uitgewisseld.

Een keer hadden we “panne” onderweg. Het gebeurde hier langs de Rijn. We hadden Koblenz al een aardig tijdje achter ons op weg naar Bonn, dat bij Jan de voorvork van zijn fiets brak, zodat we die moesten vernieuwen. Waar dit nu gebeurde, was geen fietsenmaker in de omgeving die ons er mee kon helpen. Jan reed nu op mijn fiets naar het naburige plaatsje Brühl [Nordrhein-Westfalen, Kreis Erftkreis, tussen Köln en Bonn] om een nieuwe vork te halen. De gebroken vork werd na afmonteren meegenomen voor de maat te krijgen. Jan ging dus op goed geluk op weg. Ik bleef dan achter wachten tot hij terug zou komen. Gelukkig hadden we nog niet al ons geld uitgegeven, zodat we die vork konden betalen. Na ongeveer 1½ uur kwam Jan terug met een nieuwe fietsvork en gelukkig de goede maat. Nu moest dat weer gemonteerd worden. Dat ging ook wel, we hadden alleen vet voor in de kogellagertjes niet meegenomen, daarvoor gebruikten we dan wat boter uit onze eigen voorraad. Het was gelukkig een zomerse middag en toevallig een stukje langs de Rijn, wat buiten de bebouwde kern lag, dus moest het in de buitenlucht gebeuren, maar we hadden voldoende fietsgereedschap meegenomen om dat klusje te klaren.

Na dit intermezzo werd de tocht voortgezet. Königswinter [Nordrhein-Westfalen, Rhein-Sieg Kreis] werd nog even bekeken, een geliefd toeristenplaatsje aan de Rijn met daarbij de beroemde ruïne Drachenfels en zo gingen we verder via Bonn op Keulen aan. Hier hebben we overnacht in een Kolpingshuis. Hier in Keulen is het graf van Kolping en staat er een standbeeld. Natuurlijk hebben we hier ook de beroemde Dom bekeken en de mooie Rijnbruggen. Van Keulen ging het dan naar Düsseldorf. We maakten ook even een kleine omweg om Kevelaar [Nordrhein-Westfalen, Kreis Kleve] te bezoeken, de bekende bedevaartplaats. Het was er zoals gewoonlijk druk met bedevaartsgangers en met souvenirswinkeltjes. Wij zijn er ook maar even geweest. Zo naderden we weer de Hollandse grens voor de laatste overnachting in Nijmegen. De volgende dag het laatste traject. Zo kwamen we dan na 14 heerlijke vakantiedagen goed en voldaan weer thuis, rijk aan reiservaring en zo hadden we natuurlijk veel te vertellen over de belevenissen van onderweg.