ram 4940-0290

 Texelaar-schapen hobbyfokkerij

4940 Frank Palmen

Als rasuitstraling er toe doet

ram 4940-0292

Middels de aankoop van ooien en rammen uit de bekende stal van Cees Kroon te Oostwoud ben ik in 1981 begonnen met het hobbymatig fokken van  Texelaarschapen. Ik  tracht een middelzwaar schaap  te fokken (middels 5 ooien) dat voorzien is van een fraai type,  een goede bespiering, een fraaie kop en fijn droog beenwerk.  Met name brede schapen genieten mijn voorkeur. Fraaie rastypische dieren is de doelstelling. Vanzelfsprekend is  het type zwaarwegend bij de selectie. Vanaf de beginjaren tracht ik schapen te fokken met excellente koppen. Hoewel dit geen gemakkelijke opgave blijkt lukt het me toch om ieder jaar enkele exemplaren te fokken die getooid zijn met een fraaie kop. Het streefgewicht van een oude ooi is 65-75 kilo. Bij de oude rammen ligt het streefgewicht rond de 80-90 kilo. Hiernaast wordt gestreefd naar gem. 1,5 lam per worp en worden bij selectie de gebruikseigenschappen niet uit het oog verloren.  Lammeren moeten vlot, hetzij meestal met enige hulp, geboren kunnen worden.  Schapen waarbij het geboortekanaal niet afdoende ruim is om een geboorte middels de natuurlijke weg te laten verlopen worden uitgeselecteerd.  Het geboortegewicht van de lammeren is gemiddeld 2-3 kilo. Vanaf 1990 heb ik veelvuldig gebruik gemaakt van rammen uit eigen fok. Dit om voornoemde eigenschappen solide te verankeren in mijn fokkerij. Ondanks dat ik zelden dieren inschrijf voor een tentoonstelling volg ik toch nauwgezet de kwaliteit van collega-fokkers. 

De rasuitstraling van mijn schapen is wat mij het meeste aanspreekt. 'Een mooi schaap in het land' is mijn doel. De ontwikkeling van het dier speelt hierin nauwelijks een rol van betekenis. De constitutie van het schaap moet in harmonie zijn met het dierwelzijn. Extreme (exterieur)eigenschappen waarbij het dierwelzijn in het gedrang komt probeer ik te vermijden. Wellicht is mijn koers niet marktconform maar ik weiger mee te gaan in de waan van de dag. Mijn inziens is vasthoudendheid essentieel in de fokkerij. Alle gewenste eigenschappen in een dier verenigen is een utopie. Bijsturen mag maar binnen een smalle bandbreedte. Nimmer te ver van het gestelde doel.

30 jaar fokken op voornamelijk de rasuitstraling, hierbij gebruik makend van nauwe familieteelt c.q. inteelt, geeft een uniform beeld in het weiland. De ooien als ook de lammeren zijn sterk gelijkend op mekaar. Evenredige, extra bespierde dieren met dat aparte deukje in het neusbeen. Bij de keuze van de dekram probeer ik geen concessies te doen. De ram moet meerdere generaties doorgefokt zijn op de rasuitstraling. Daarnaast vind ik het belangrijk dat bepaalde bloedvoeringen / lijnen  juist NIET voorkomen in de afstamming van de ram. Ik ga  niet perse voor de kampioensram of de A-ram. Een fokram mag een foutje hebben maar moet ook iets extra's bieden.

Zowel de ouderdieren als de lammeren worden het hele jaar niet bijgevoerd met krachtvoer. Ze hebben het hele jaar uitsluitend ruwvoer tot hun beschikking. Op deze manier probeer ik een Texelaar te fokken waarbij het metabolisme is ingesteld op een zo optimaal mogelijke benutting van de hoeveelheid ruwvoer. Een uitzondering maak ik voor de echt oudere ooien die al op gevorderde leeftijd zijn en die twee lammeren laten zogen. Als de conditie te schraal is dan voer ik deze ooien tijdens de eerste weken van de zoogperiode bij.

Na tientallen jaren gebruik te maken van bronstsynchronisatie (middels een spons in bronst brengen)  laat ik vanaf 2010 de schapen uitsluitend nog op natuurlijke wijze dekken. Door gebruik te maken van bronstsynchronistatie is het niet mogelijk te selecteren op de natuurlijke vruchtbaarheid van het dier. Door jaren achtereen te 'sponsen' en de dieren aan te houden die altijd een meerling werpen krijg je meestal geen vruchtbaarder schaap maar krijg je alleen schapen die meer dan gemiddeld goed reageren op de spons. 

             ooien     rammen     dekseizoen 2017    laatste nieuws     contact     te koop