|
Veel
later vernamen we dat de mannen voor verhoor vervoerd werden
naar de Simpang Sociëteit, waar ze eerst spitsroeden moesten
lopen tussen bewapende pemoeda’s
door. Hierbij werden 50 mannen afgeslacht. Toen de Werfstraatgevangenis
vol was (1500 man) werden de overgebleven mannen afgevoerd naar
de Boeboetan gevangenis. De daarin opgesloten Japanners werden
vermoord om ruimte te maken voor de Nederlanders.
Tante
Ans en oma die vanuit Malang al een evacuatie mee hadden
gemaakt, voorzagen vergelijkbare toestanden en op hun aandringen
bereidden we ons voor op een mogelijke vlucht, dus er worden
koffertjes gepakt met zoveel mogelijk houdbaar voedsel, en
lichte textiel als ruilwaar. De drie vrouwen hadden het heel
zwaar want over het lot van opa en Frans was niets maar dan ook
niets bekend.
| De
boycott werd nauwgezet uitgevoerd en dat resulteerde op
een bepaald moment zelfs in het afsluiten van het
drinkwater. Geen water in de tropen! Met gevaar voor leven
weet Jules, destijds 13 jaar oud - hier op een foto uit
1955 - in het
duister van de nacht de hoofdaansluiting buiten het erf
weer stiekem open te zetten. Voor voedsel zijn we
afhankelijk van de ons goedgezinde Indonesiërs en
Chinezen. Maar ook aan hun hulp komt een eind want de
persoonlijke risico’s die ze lopen zijn veel te groot.
Overal in de stad worden op grote schaal mensen afgeslacht
voor minder dan wat hulp aan de belanda. |

|
In
Soerabaja kunnen Nederlanders zich enige tijd melden in een paar
kampen die de “Roode Kruis” status hebben, zoals het
Darmokamp, om van daaruit naar Singapore of Australië te kunnen
vluchten. Daar wordt gretig gebruik van gemaakt maar oma en de
tantes weigeren Soerabaja te verlaten omdat ze hun mannen niet
in de steek willen laten. Zo waren er meer, en velen van hen
zijn daardoor over de kling gejaagd.
Het
is naar aanleiding van deze episode en die welke hierop volgt,
dat ik op 4 mei 2002 in het Indisch huis een presentatie heb
gehouden om deze groep mensen die na de oorlog vrijwel vergeten
zijn, te herdenken.
Op
20 oktober wordt het kantoor van het “Roode Kruis Soerabaja”
op Toendjoengan gesloten en daarmee breekt een nieuwe fase van
onzekerheid aan. De dag daarop, ik zal het nooit vergeten,
werden we met z’n vijven door een pemoeda
met getrokken revolver het huis uit gejaagd om ondergebracht te
worden in een kampong verderop. De weg daarheen lag bezaaid met stervenden en
mensen die halfdood geslagen waren. Onze begeleiders dwongen ons
die beelden vooral goed in ons op te nemen. Waarom eigenlijk? Om
ons een lesje te leren?
Deze dag was de opmaat van een periode van ruim een
maand, waarin elke dag ons nieuwe bedreigingen, onzekerheden en
de daarbij horende angsten bracht.
Op
25 oktober komt in de haven van Soerabaja een Britse
troepenmacht van 4000 man aan, voornamelijk Ghurka’s
(Nepalese militairen in Britse dienst) onder leiding van
Generaal Mallaby. Daarmee wordt feitelijk de “Slag om
Soerabaja” ingeleid. In een gerichte actie bevrijden de
Britten 36 (Britse) mannen uit de Werfstraat gevangenis. Dat
valt heel slecht bij de pemoeda’s en hierna escaleert de situatie in Soerabaja snel. De
avond van de volgende dag breken
gevechten uit rond ons huis en we bevinden ons dan midden in de
vuurbaan tussen de Ghurka’s
en de pemoeda’s. De
dag daarop worden we door de Indonesiërs uit ons huis gehaald
en verderop in de straat op nummer 74 ondergebracht. In dat huis
waren we niet de enigen. Ik denk dat er wel tachtig mensen
zaten.
Op
9 november krijgen de Indonesiërs van de Britten een ultimatum
waarin staat dat ze hun wapens moeten inleveren, de mannen uit
de gevangenissen vrij moeten laten en dat de leiders zich moeten
overgeven. De Indonesiërs negeren het ultimatum.
Vlak voor het verstrijken van het ultimatum doet Jack Boer, een
ex-KNIL militair, een gewaagde verassingsaanval met 10 Ghurka’s,
drie trucks en een pantservoertuig met kanon
op de Werfstraat gevangenis en bevrijdt alle gevangenen.
De Indonesische bewakers worden allen gedood, híj verliest één
van zijn Ghurka’s.
Opa en oom Frans komen vrij en gaan na
lange omzwervingen uiteindelijk naar het huis in de
Daendelsstraat. Wij zullen ze pas in juni 1946 weer zien.
Kort
na de actie van Jack Boer begint de slag om Soerabaja. Twee
Britse oorlogsschepen bombarderen de stad met hun zware geschut,
jachtvliegtuigen bestoken de stellingen van de pemoeda’s
met raketten en mitrailleurs en binnen de kortste tijd staan
grote delen van de stad in brand. Op de daken van de huizen, ook
op het dak van het huis waarin wij zijn ondergebracht, liggen de
Indonesiërs en beschieten daar vandaan de Britten.
Op 24 november worden we door een paar Indonesische militairen
gesommeerd de stad te verlaten. We mogen alleen meenemen wat we
zelf kunnen dragen. We gaan naar Waroe. Onder een nachtelijke
hemel, bloedrood gekleurd door de brandende stad, gaan we te
voet temidden van een grote stroom mensen die net als wij de
stad worden uitgejaagd.
In
de laatste aflevering zal ik u verder vertellen over onze tocht
naar de suikerfabriek Somobito bij Soemobito, niet ver van
Modjokerto. |