Het volgende artikel is overgenomen uit de Wetenschap&Onderwijs-bijlage van het NRC-Handelsblad van donderdag 11-8-1994.
Overname is alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
Auteur: Wim Köhler.

De meeste slachtoffers van een blikseminslag kunnen nog gered worden door mond-op-mond beademing en hartmassage.
Gelukkig neemt het aantal slachtoffers sterk af door verstedelijking en auto. Wie door de bliksem getroffen wordt, ziet geen flits en hoort geen donder-klap.
De meeste getroffenen raken onmiddellijk buiten bewustzijn. Het hart staat stil en de ademhaling stokt.
Onweerslachtoffers zijn bijna nooit op slag dood. Ze zijn gevoelloos en verlamd. Na een paar minuten begint hun hart meestal vanzelf weer te kloppen.
De ademstilstand duurt vaak langer en is dodelijk als er geen mond-op-mond of andere kunstmatige beademing wordt gegeven.

"Naar schatting 70 procent van de door de bliksem getroffenen is nog te redden als er op tijd hulp wordt gegeven.
Op de eerste plaats komt mond-op-mond beademing, direct gevolgd door hartmassage," zegt dr. Henk Jan ten Duis.
Dr. ten Duis is traumatoloog bij de afdeling chirurgie in het Academisch Ziekenhuis (AZG) in Groningen.
Zijn vroegere passie voor het bergbeklimmen en de vele onweersbuien die hij daarboven doorstond, leverden hem onweer en bliksem als hobby-wetenschap op.
Maar na een serie wetenschappelijke publikaties beinvloedt de hobby nu zijn medische praktijk, doordat steeds vaker bliksem-slachtoffers naar hem worden doorgestuurd.
Ten Duis: "De hartstilstand door een blikseminslag is van een ander type dan bij een hartstilstand door een wisselstroomschok.
Bij een getroffen elektromonteur gaat het hart fibrilleren, de hartboezems en -kamers bewegen ongecoordineerd waardoor het hart het bloed niet meer rondpompt.
Een blikseminslag is iets heel anders, het is een sterke maar zeer korte gelijkstroom- of condensatorontlading.
Hierdoor staat het hart helemaal stil. Het is tijdelijk verlamd en komt na een paar minuten meestal zelf weer op gang.
Bij het fibrillerend hart van de monteur kan men met hartmassage de bloedcirculatie op gang houden, maar de pomp-functie van het hart herstelt er niet van.
Daarvoor is defibrillatie met een elektrische schok noodzakelijk." Toch wordt soms ook een bliksemslachtoffer met een fibrillerend hart gevonden.
Dat is een secundaire hartstilstand. Het hart is weer op gang gekomen maar de patient heeft ademstilstand en daardoor houdt het hart er door zuurstofgebrek weer mee op.
Al komt bij een bliksemslachtoffer het hart gewoonlijk vanzelf op gang, toch is naast beademing hartmassage nog altijd zeer nuttig.

De vier manieren om door de bliksem te worden geraakt zijn: directe inslag, 'side flash', stapspanning en contactspanning.
Bij een directe inslag slaat de ontlading meestal via oren, ogen, mond of neus naar binnen.
Ten Duis: "De bliksem raakt dus niet het hoogste punt, het kruintje, de hersenen blijven meestal gespaard.
Wel ontstaan er brandwonden in gezicht en hals. Een inslag kan doofheid en blindheid veroorzaken.
Op zijn weg naar de aarde passeert de stroom vervolgens de hals, een nauwe doorgang waardoor bloedvaten en hersenstam een grote stroomdoorgang te verwerken krijgen.
Het ademhalings- centrum en andere autonome zenuwfuncties in de hersenstam vallen dan ook enige tijd uit."
Ten Duis: "Ook bij een 'side flash' wordt het slachtoffer in het hoofd-halsgebied geraakt.
Schuilen onder een alleenstaande boom geeft een goede gelegenheid om door een 'side flash' getroffen te worden.
De bliksem slaat in het hoogste punt van de omgeving -de boom- en baant zich een weg door geleidend nat bladerdek en takken tot in de slechter geleidende stam.
In korte tijd bouwt zich een steeds grotere spanning op in de stam.
Als daarbij de doorslagspanning van de lucht wordt overschreden kan een deel van de stroom weer van de stam afslaan.
Een mens is een goed geleidende elektroliet-oplossing.
Wie binnen een meter of twee van een stam staat, loopt het risico dat de ontlading door de lucht op hem overslaat.
"Een inslag verlaat het lichaam vaak via de voeten, als de getroffene tenminste staat.
Maar vaak treedt een deel van de lading meteen bij het inslagpunt uit het lichaam via een lichtboog naar de aarde, volgens hetzelfde mechanisme als waarmee de 'side flash' ontstaat.
Bij iemand die flink nat geregend is, of liever nog iemand die flink transpireert, kan een deel van de lading ook langs de huid in de grond slaan.
Ten Duis: "Bij ontlading langs een nat lichaam treden vaak stoomexplosies op van het vocht op de huid.
Daardoor scheuren de kleren open. De schoenen van het slachtoffer liggen soms meters verderop, weggeslingerd door een ontploffing tijdens het uittreden via de voeten.
Kleine metalen sieraden worden soms niet teruggevonden en zijn verdampt. Horloges, broekgespen, ritsen en sieraden helpen wellicht vaak om de ontlading te laten uittreden.
Die moet je niet afdoen bij een onweersbui, zoals nog wel eens wordt gedacht.
Grotere metalen en geleidende voorwerpen zijn weer wel gevaarlijk.
In Florida, waar veel oudere Amerikanen hartstochtelijk golfen en het vaak onweert,
is al menig golfer getroffen op het moment waarop hij geconcentreerd met zijn stick omhoog een 'hole in one' voorbereidde.
Vissers met hengels die goed stroom geleiden roepen het onheil ook over zichzelf af.

De inslag door stapspanning eist nauwelijks dodelijke slachtoffers onder mensen, maar des te meer onder koeien en paarden.
De stapspanning ontstaat wanneer de lading van een nabije inslag door, en gedeeltelijk over, het aardoppervlak wordt afgevoerd.
Afhankelijk van de bodemgesteldheid ontstaat er over tientallen tot honderd meters een stroom.
In het hooggebergte, op slecht geleidende kale rots kan de bliksem zich over een groot oppervlak verspreiden.
Ten Duis: "Als je met je rechterbeen dichter bij de inslag staat dan met je linkerbeen neemt de stroom de weg van de minste weerstand, nml. door je benen.
Een tijdelijke verlamming van de benen is meestal het gevolg.
Koeien kost het vaak het leven, want de stroom is sterker doordat hun voor- en achterpoten verder uit elkaar staan en het hart ertussen zit, zodat ze door een hartstilstand sterven.
Het advies om bij onweer in het open veld te hurken met de voeten zo dicht mogelijk bij elkaar is gebaseerd op het voorkomen van directe inslag en het verkleinen van de stapspanning.
"Contactinslag overkomt mensen die bij onweer tegen een hek, lantaarnpaal of doelpaal leunen, of iemand vasthouden die direct of door een 'side flash' wordt getroffen.

Een bijzondere 'side flash' trof in de voormiddag van 26 juli 1753 in Petersburg de professor in de experimentele filosofie Richman.
In navolging van Amerikaanse en Franse onderzoekers had hij een lange metalen staaf op zijn laboratorium gemonteerd om de elektrische eigenschappen van de bliksem te bestuderen.
Toen het onweer losbarstte spoedde hij zich met zijn graveur Sokolov, die de waargenomen verschijnselen als bewijs op gravures moest vastleggen, naar het laboratorium.
Hij boog zich voorover om de stand van zijn zelf ontworpen spanningsmeter af te lezen.
"Een grote witblauwe vonk verscheen tussen de meter en Richman's hoofd. Tegelijkertijd ontstond er een soort stroom of damp die ook de graveur geheel verlamde en op de grond deed belanden.
Hij kon zich niet herinneren een donderklap te hebben gehoord.", aldus het rapport van een tijdgenoot.
Richmans echtgenote had de klap echter wel gehoord en spoedde zich bevreesd naar het laboratorium waar ze beide mannen bewusteloos vond.
Richman overleed aan zijn eigen experiment.
Bij autopsie de volgende dag vond men wat bloed in de longen en wat ondiepe brandwondjes op de huid.
Ten Duis: "De aanwezigheid van bloed in de luchtwegen van Richman kan betekenen dat hij op gegeven moment verlamd en bewusteloos was en dat zijn ademhalings-centrum was uitgeschakeld, maar dat zijn hart weer klopte.
Er stuwt dan bloed in de longen. Waarschijnlijk was Richman door tijdige beademing te redden geweest. Dit is de bekendste doodsoorzaak na blikseminslag."
Professor Richman zocht naar details van wat een jaar eerder was bewezen: de bliksem is een ontlading van elektriciteit.
De Fransman D'Alibard toonde op 10 mei 1752 in een opstelling van Marly aan dat er vonken ontstaan in een staaf die bij een geleider wordt gehouden waar de bliksem inslaat.
Benjamin Franklin deed soortgelijke gevaarlijke experimenten, maar hij had aanvankelijk geen financiers voor zijn onderzoek. In Frankrijk stond koning Lodewijk XV er wel achter.

Nog lang hebben veel kerk-besturen geweigerd bliksemafleiders op hun kerk- torens te zetten.
Het zou van hoogmoed getuigen om voorbij te gaan aan Gods genade bij de bescherming van het kerkgebouw tegen de duivelse kracht van het onweer.
Veel bidden en luiden van de kerkklokken vormden tot in de negentiende eeuw de afweer tegen onweer.
Een hevig onweer in Engeland op 14 april 1718 veroorzaakte blikseminslagen in 24 kerktorens, waarbij twee onweer-werende klokkenluiders de dood vonden.
In plaats van de duivel is het elektriciteit, denken we tegenwoordig,
maar hoe die elektriciteit in de wolk ontstaat, is nog niet helemaal duidelijk.
Of althans: er zijn verschillende theoriën die waarschijnlijk allemaal een kern van waarheid bevatten.

Het zomerse warmte-onweer ontstaat doordat lucht met waterdamp boven land opstijgt. Op koelere hoogten condenseert de waterdamp tot druppels.
Meteoroloog ir. H.R.A. Wessels van het KNMI: "Bij een temperatuur van min tien graden Celsius -op een hoogte van drie tot vier kilometer- bevriezen de onderkoelde waterdruppels.
Eerst de buitenkant en als de kern bevriest springen er door uitzetspanningen splinters van af. In de grote ijsdeeltjes zijn de kernen negatief geladen en de splinters positief.
De zware deeltjes zakken naar beneden en de lichte drijven verder omhoog, in onweerswolken wel tot 15 kilometer hoogte.
Wolken van die hoogte worden vaak in een dag opgebouwd door krachtige verticale luchtstromingen. De ontstane cumulonimbus heeft vaak een aambeeldvorm en zit bovendien vol ijsdeeltjes."
Ir. Wessels: "Het opgebouwde spanningsverschil ontlaadt zich vaak naar de grond, omdat de aarde vergeleken met lucht een goede geleider is en omdat de onderkant van de wolk maar op een kilometer of twee boven de aarde hangt.
De aarde is dichter bij het negatieve ladingscentrum in de wolk dan de positieve lading die zich soms wel vijf kilometer hoger bevindt."
Niettemin zwerven in de turbulentie binnenin de wolk verschillende geladen cellen rond en ontladen de meeste spanningsverschillen zich binnen de wolk.
Slechts een procent of 5… 10 van de bliksems in een zomeronweer slaat naar de grond.
Een blikseminslag begint met door turbulentie ontstane ladings- concentraties aan de negatief geladen onderkant van de wolk.
ir. Wessels: "De elektronenconcentraties schieten in de richting van het 'positieve' aardoppervlak en veroorzaken in de lucht geioniseerde kanalen waar schoksgewijs steeds nieuwe ladingsconcentraties instromen."
  Iedere volgende lading die het kanaal binnenkomt, is sneller dan de voorgaande. Om de 50 microseconde en met snelheden van 150 kilometer per seconde verlengt iedere puls het ionenkanaal met enkele tot tientallen meters.
Er ontstaat in korte tijd een grillig pad -enkele centimeters breed- van geioniseerde lucht naar het aardoppervlak.
Op enkele tientallen meters boven het aardoppervlak induceert deze lange negatieve luchtkolom een positieve lading vanaf de grond.
Op de hoogste punten: kerktorens, huizen, masten, bomen, tentstokken, hengels of mensen reikt een positief geladen kanaal naar boven.
Zodra beide kanalen kortsluiten ontstaat de bliksemflits. Een deel van de in de wolken opgebouwde lading van enkele Coulomb stroomt in enkele tienden van milli-seconden naar de aarde.
Een kortdurende stroomsterkte van 20 Kilo-Ampere is daarbij heel normaal. Elektronen vloeien uit de wolk naar aarde.
De bliksemflits begint echter beneden, waar de kortsluiting ontstaat, en spoedt zich met een tiende van de lichtsnelheid omhoog.
De knetterende klap, vaak gevolgd door gerommel ontstaat door de snelle uitzetting van het luchtkanaal als gevolg van de enorme temperatuurstijging die binnen 10 microseconde 30.000 Kelvin is.
(ter verduidelijking: de schaal van Kelvin begint te tellen bij het absolute nulpunt, dat -273 graden Celsius bedraagt. 0 graden Celsius is dus 273 Kelvin en 100 graden Celsius is dan 373 Kelvin).
ir. Wessels: "Het eenmaal ge‹oniseerde luchtkanaal blijft intact en als er in de wolk snel genoeg lading toestroomt naar de plaats waar bij net verdwenen is,
kan er binnen een tiende seconde een nieuwe ontlading met een nieuwe bliksemflits volgen.
Zo kunnen in een enkel kanaal een stuk of tien deelontladingen achter elkaar volgen en duurt de hele inslag een seconde.  Je kunt dit ook zien! De bliksem lijkt dan te flikkeren."
Een 'warme bliksem' heet zo'n meervoudige ontlading. Warme bliksems veroorzaken bij mens en dier meer verwondingen dan de enkelvoudige 'koude bliksem'. Bij voorwerpen is het vaak andersom.
"Maar toch," zegt ongevalchirurg Ten Duis, "zijn de wonden van bliksem- slachtoffers veel lichter dan die van monteurs die een sterkstroomongeluk hebben gehad.
Daarbij zie je vaak diepe brandwonden en spieren die ernstig beschadigd zijn en als het ware zijn gekookt.
De bliksemflits duurt maar enkele milli- seconden, en dat is zo kort dat ondanks de grote stroomsterkte spieren en organen niet worden verwoest.
Gunstig is ook dat een deel van de lading vaak via het huidoppervlak wordt afgevoerd of via een lichtboog het lichaam snel weer verlaat."
Na adequate eerste hulp, een korte bewusteloosheid, soms wat langer durende verlamming en behandeling van brandwonden, komen de meeste onweers- slachtoffers er redelijk snel weer boven op.
Ten Duis: "Jammer genoeg zien we bij sommigen nog late, meestal neurologische schade. Soms chronische vermoeidheid en verschijnselen van spierzwakte. Ik ken patienten die daardoor niet meer kunnen werken.
Een psychisch trauma is dan niet helemaal uit te sluiten. We kunnen met de gangbare technieken zoals CT-scan en MRI geen schade waarnemen aan hersenen."
Maar neuroloog professor Minderhoud in het AZG hanteert als hypothese dat bij de mensen met late gevolgen bepaalde zenuwbanen achter in de hals kunnen zijn beschadigd die
ook bij 'whiplash'-patienten (mensen die in een auto van achter zijn aangereden waardoor het hoofd te ver achterover is geslagen) misschien zijn beschadigd.
Ook bij een 'whiplash' is geen schade vast te stellen, waardoor de patienten maar met moeite erkenning krijgen van uitkerende instanties en verzekeraars.

Wat te doen bij onweer:
===================
Stop tijdig met sporten, waarbij water, metaal, masten of andere 'antennes' (fietsen, zwemmen, vissen, surfen en golfen) worden gebruikt.
Zoek zodra de onweersbui op minder dan drie kilometer afstand is (tien sec. verschil tussen flits en donder) een schuilplaats in huis of auto.
Schuil eventueel in een bos, maar niet onder of nabij een alleenstaande boom. Ook niet in schuurtjes met een metalen frame of dak (bushokjes).
Een veel gehoord misverstand is, dat uitstappen uit een getroffen auto gevaarlijk zou zijn.
Een auto heeft een capaciteit van ongeveer 1 picofarad. Bij een spanningsverschil van 10 KVolt geeft dat een schokje als van ontladende statische elektriciteit.
  Nadert het onweer tot een kilometer (drie seconden tussen flits en donder) en is er geen schuilplaats, hurk dan met beide voeten zo dicht mogelijk bij elkaar.
GA NIET liggen!
Houd ruim afstand van andere mensen, van hekken en masten.
  Doe in huis de ramen dicht, haal stekkers uit het stopcontact en maak TV en radio los van de kabel- c.q. antenne-aansluiting.
Tenten zijn niet veilig, kunststof caravans ook niet.
Wie bij hevig onweer in zijn tent blijft kan daar ook het best hurken.
Neem bij onweer in de bergen afstand van rotswanden, ga weg van toppen en kammen.
Vermijd grotten, spleten en kloven.
Ga eventueel op een rol touw of rugzak zitten.

Als laatste rest mij nog om aan bovenstaand verhaal toe te voegen:

STERKTE!

73 de Huub, PE1MUL.

Naar Index Pagina