VISIE

Ieder kind heeft recht op ruimte om te ervaren wie hij nou in wezen is. Waar hij begint waar hij ophoudt. Hoe dingen voor hem zijn en hoe hij zich daarbij voelt. Wat hij prettig vindt en wat juist niet. Hoe hij daar zelf invloed op kan uitoefenen en hoe hij daarin voor zichzelf kan zorgen. Hoe hij hierover kan communiceren met de ander.

Wanneer een kind bewust is van dit alles en de ruimte heeft gekregen hierin te oefenen en experimenteren om het duidelijk te voelen en te ervaren, dan kan het kind de eigen verantwoordelijkheid voelen en oppakken. Het kan zelf voelen, beoordelen en aangeven hoe het voor hem prettig is.

Wanneer een kind dit bevat, dan komt vanzelf het besef dat er ook de ander is. En omdat het bij zichzelf goed kan waarnemen en voelen hoe situaties voor hem zijn, wordt het ook makkelijker om zich in te leven in de ander en komt van binnenuit een neiging tot meeleven, meevoelen, empathie en neiging tot zorg voor de ander.

Het lichaam is hier een mooie ingang voor, omdat het lichaam het meest concreet voelbaar is. Vanuit die gevoelservaring en dit basisvertrouwen kan een kind doorborduren op minder ‘grijpbare’ sensaties zoals bij emoties, gedachten, wensen, sociale interacties, wat dan ook.