|
Omdat de lijnen vanaf de grond nauwelijks
zichtbaar waren, duurde het tot 1941 voordat er serieuze aandacht
aan besteed werd. Toegegeven, eerdere onderzoeken stamden uit 1926,
maar die omvatten eigenlijk alleen de rechte lijnen. Zij werden
voor het gemak Incatrails genoemd en men geloofde dat het lang
vergeten paden waren waarlangs de Inca's processies hielden of
zich verplaatsten.
In 1941 werden de lijnen "herontdekt" door Paul Kosok.
Hij ontdekte dat één van de lijnen helder verlicht werd door de zon op
de winterzonnewende van 21 juni dat jaar. Hij trok direct de conclusie
dat de lijnen een astronomische kalender moesten voorstellen, een
gedachte die werd overgenomen door zijn toenmalige assistente Maria
Reiche. Maria Reiche werd in 1903 geboren in
Dresden. In 1932 ging ze naar Peru, waar ze gouvernante werd bij
een familie in Cusco.
Toen ze na twee jaar weer terug naar Duitsland wilde werd ze
door vrienden overgehaald om in Lima te te gaan wonen. Ze zou
wetenschappelijk werk gaan vertalen. Daar
ontmoette ze Dr. Paul Kosok, een ontmoeting die haar leven zou
veranderen. Ze kwam via hem in aanraking met de Nazcalijnen en
zou de rest van haar leven gepassioneerd onderzoek doen naar de
oorsprong en de betekenis van de lijnen. |