Peru
Amantani

Contents

Peru

Amantani
Arequipa
Chivay
Cusco:
- City

- Incatrail (1)
- Incatrail (2)
- Incatrail (3)
- Machu Picchu
Ica
Lima
Nazca
Pisac
Pisco
Trujillo

Bolivia

Alota
Coroico
La Paz
Laguna Verde
Salar de Uyuni (1)
Salar de Uyuni (2)
Uyuni

Ecuador

Baños
Cotacachi
Cuenca
Misahuallí
Otavalo
Quito
Riobamba


Back to gallery-index


 
Uros

The Isles of Uros on the way to Amantani

Amantani-hotel

Staying at a family on Amantani, Lake Titicaca.
View from the house of the family.

Photos taken on December 24 2002

balk.gif

Next: Amantani hotel

balk.gif

 

Dag 33 23 december 2002 Maandag Titicacameer, Uroseilanden en Amantani
Ons hotel in Puno is gevestigd in een smalle straat en ook hier in de buurt van de markt en de Plaza de Armas. Vanaf het plein loopt een wandelpromenade, de Jirón Lima met veel café's en restaurants, naar een ander plein.
De schrijver Frank Westerman verbleef ook in Puno. Frank Westerman (Emmen, 1964) groeide op in Assen en studeerde Tropische Cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Voor zijn afstudeeronderzoek verbleef hij in 1987 in Peru waar hij de pre-Columbiaanse irrigatiemethoden van Aymara-indianen in de Andes bestudeerde en kwam tot de conclusie dat de indianen hun zaakjes prima voor elkaar hebben. 'Wie ben ik om vanuit een andere cultuur en achtergrond hun te gaan vertellen hoe ze het beter kunnen? Die betutteling van - wordt zoals wij - vind ik vreselijk,' zegt hij nu over de houding van de westerlingen.
In zijn met De Gouden Uil bekroonde boek El Negro en ik beschrijft hij Puno:
'Het bergplateau waar ik was beland - de Altiplano - lag vierduizend meter boven de oceaan bij Lima. Het laagste punt was het Titicacameer (3855 meter) - een watermassa die zich over een lengte van meer dan honderdvijftig kilometer uitstrekte, tot in Bolivia. Voor de indianen van Peru was het Titicacameer de navel van de wereld, het oerwater waaruit ooit de schepper van de kosmos was verrezen. Deze Manco Capac, stichter van het Inca-rijk, was aan land gegaan op de rietoever waar tegenwoordig het stadje Puno lag.
Puno anno 1987 had een station (vanwaar de pullmantreinen naar de Inca-ruïne Machu Picchu vertrokken), een openluchtmarkt voor alpacatruien en Chileense smokkelwaar, een solide kathedraal uit de Spaanse tijd en veel rioolloze wijkjes van zinkplaat die almaar hoger tegen de berghelling opklauterden. In het straatbeeld sprong de dichtheid aan four-wheel drives in het oog; op de kaden van het Titicacameer, tussen de fietstaxi's en de bestofte vrachtwagens, pikte je de jeeps van de hulp er zo uit: fiere wagens die hoog op hun wielen stonden, altijd schoon, met op de portieren de vreemdste lettercombinaties. GTZ. Arbol Andino. vso. CARE-Peru. CoDeCam. In de laadbak boven het stof, zich vasthoudend aan de kooiconstructie, zaten lachende Peruanen met baseballpetjes, de assistenten van de westerse ontwikkelingswerkers. Dit was de wereld van de ngo, de niet -gouvernementele organisatie. In Puno stonden er 88 geregistreerd, elk met hun eigen logo en hun eigen specialisme (de Duitsers introduceerden zonne-energie, de Finnen een taai boompje dat tot op 4000 meter wilde groeien).
El Negro en ik Frank Westerman, Amsterdam/Antwerpen, 2004

De volgende dag, 8.20 u worden we opgehaald en naar de haven gebracht. Voor we op een motorboot stappen die ons naar het eiland Amantani zal brengen, kopen we eerst meel, zout enz. als cadeau voor de families waar we een nacht gaan logeren. Onderweg stopt de boot bij twee van de Uroseilanden, rieteilanden waar souvenirs verkocht worden. Als je met teveel mensen tegelijk op een plek gaat staan loopt het water je letterlijk over de schoenen.
In vier uur worden we naar het eiland Amantani gebracht. Op de kade staat een grote groep vrouwen en meisjes ons al op te wachten. We worden door de gids in groepjes verdeeld, waarna hij aan iedere groep een vrouw of meisje toewijst. E., D. en ik gaan met de dochter van een familie de berg op naar hun huis. Er zijn geen wegen op dit eiland, dus gemotoriseerd verkeer zul je er niet aantreffen. Wel is er elektra, opgewekt door een generator, maar op een gegeven moment gaat het licht uit om brandstof te sparen.
We worden hartelijk ontvangen. Op onze kleine kamer staan twee bedden. Later wordt er nog een bed bij gezet. In de matras zitten lange, harde rietstengels. De deur waardoor we naar binnen gaan is niet hoger dan één meter. We krijgen een bord soep, rijst, patat en groente. Communiceren gaat moeizaam, zij spreken Aymará, een indiaanse taal. Na het eten krijgen we nog een kop muñathee.

De dochter des huizes brengt ons naar het plein, waar we met de gids de berg beklimmen naar een tempel. Bij de tempel, niet meer dan een muur van gestapelde stenen met een binnenmuur met vier ingangen, wachten we op de zonsondergang. Niet al te spectaculair. De zon verdwijnt achter de bergen met op de voorgrond een eilandje. Als we terug zijn bij onze familie krijgen we niet meer dan een bord soep en muñathee, misschien omdat E. of D. heeft laten merken ingewandstoornis te hebben. Ook het passen van poncho's valt door een communicatiestoornis in het water. Desondanks gaan we in het donker, met onze zaklantaarn aangeknipt op weg naar de danszaal in het dorpscentrum en zien daar enkele leden van onze groep die wel in klederdracht zijn gekomen. We dansen een uur of twee met de vrouwen van het eiland, weer eens wat anders dan een disco.

Vervolg: Excursie op een ander eiland in het Titicacameer
Vorige: Colca Canyon bij Chivay

 

 
  Photographs and text © J.M.Posthumus           E-mail: Hans Posthumus  
advertenties


Google

Privacybeleid Donatie