Politieke economie

Imperialisme

Inleiding

Bij de behandeling van de economische leer van Marx hebben we gezien dat het kapitalisme een aantal wetmatigheden in zich heeft. Wetmatigheden die er toe zullen leiden dat het kapitalisme als produktiewijze ten onder zal gaan. Of, beter gezegd, ten onder moet gaan. Die ondergang is het resultaat van de wetmatige ontwikkeling van het kapitalisme. Voorafgaand aan de ondergang vindt er dus binnen het kapitalisme ontwikkeling plaats. In de tijd van Marx heerste het kapitalisme van de vrije concurrentie. Maar de verdere ontwikkeling leidde tot nieuwe stadia. In 1917 schreef Lenin een boek met als titel:

Bij de aanduiding "hoogste stadium" is het nodig even stil te staan. Lenin had zijn boek eerst als titel meegegeven: "Het imperialisme als nieuwste etappe van het kapitalisme". Uit de verandering tot "hoogste stadium" valt af te leiden dat het imperialisme volgens Lenin niet zomaar een stadium is in de ontwikkeling van het kapitalisme, maar dat het het laatste stadium is. Dit houdt direct verband met de economische bewegingswetten van het kapitalisme.
Het imperialisme is volgens Lenin behalve het kwalitatief hoogst ontwikkelde ook het laatste stadium van het kapitalisme. Ter verduidelijking kan wellicht het volgende citaat dienen:

Wij zullen nu eerst 'het imperialisme', als 'hoogste en laatste stadium van het kapitalisme' behandelen. Daarbij maken we gebruik van het bovengenoemde boek van Lenin. Op het eind zullen we ingaan op de meest actuele ontwikkelingsfase van het imperialisme, het staatsmonopolistisch kapitalisme.

Imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme

De ontwikkeling van het kapitalisme

Belangrijk om vast te stellen is dat het imperialisme geen nieuwe produktiewijze is, maar in wezen dezelfde kenmerken heeft als het kapitalisme. Vanaf ongeveer 1870, toen de vrije kapitalistische concurrentie haar hoogtepunt had bereikt, heeft het kapitalisme zich steeds verder ontwikkeld. Het heeft zich aangepast aan de nieuwe omstandigheden, die het overigens zelf steeds voortbrengt. Maar ondanks alle veranderingen en aanpassingen zijn de algemene wetmatigheden van het kapitaal steeds blijven gelden:

- de kapitalisten zijn, op grond van hun bezit van de produktiemiddelen, de economisch en politiek heersende klasse;
- de arbeiders, die geen produktiemiddelen bezitten, zijn economisch genoodzaakt hun arbeidskracht te verkopen aan de kapitalisten. Door de inzet van haar arbeidskracht brengt de arbeidskracht meerwaarde voort, die de kapitalisten zich toeeigenen;
- het doel van de kapitalistische produktie is het maken van een zo hoog mogelijke winst door de produktie en de toeeigening van de meerwaarde;
- de afzonderlijke kapitalisten moeten, willen ze als kapitalist blijven voortbestaan, met elkaar concurreren;
- de hoofdtegenstelling van de kapitalistische produktiewijze is de tegenstelling tussen het maatschappelijke karakter van de produktie en het private karakter van de toeeigening van de resultaten van die produktie.
Dit zijn samengevat de algemene, wezenlijke kenmerken van de kapitalistische produktiewijze.

Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw ontwikkelde het kapitalisme een aantal kenmerken, die een nieuw stadium inluidden. Lenin heeft deze nieuwe kenmerken uitvoerig bestudeerd en noemde het nieuwe stadium van het kapitalisme: het imperialistische stadium. De nieuwe economische kenmerken van het imperialistische stadium van het kapitalisme waren volgens hem:

De heerschappij van de monopolies

"De geweldige groei van de industrie en het opvallend snelle proces van concentratie van de produktie in steeds grotere ondernemingen is een van de meest kenmerkende bijzonderheden van het kapitalisme." [3]

Zoals uiteengezet in het andere hoofdsstuk van Politieke Economie, produceren arbeiders meerwaarde; meerwaarde die door de kapitalisten toegeeigend wordt. Kapitalisten herinvesteren (een deel van) de meerwaarde, waardoor de produktie toeneemt en plaatselijke ondernemingen steeds grotere gebieden van hun produkten gaan voorzien.
Met behulp van nieuwe produktietechnieken en beter vervoer "veroveren" enkele kapitalisten de wereld.
In eerste instantie worden produkten geruild tegen produkten uit andere streken of landen (handelskapitaal). In een later stadium overspoelen de produkten van de sterkere kapitalisten andere markten en vernietigen de plaatselijke producenten.

Kapitalisme betekent dat er een wereldmarkt ontstaat. De monopolies ontstonden door de voortdurende accumulatie en concentratie van kapitaal in handen van steeds minder kapitalisten. Dit had tot gevolg, dat de produktie in steeds grotere ondernemingen werd geconcentreerd. Bovendien ging het steeds meer om de combinatie van verschillende takken van industrie, die elkaar aanvulden. Zo kon bijvoorbeeld het hele proces van grondstofwinning tot en met de produktie van het eindprodukt in één hand komen. Door de concurrentie van deze machtige monopolies werden de zwakke kapitalisten uitgeschakeld. We verwijzen naar de accumulatietheorie, zoals we die behandeld hebben bij de economische leer van Marx. Het proces van monopolievorming vindt niet geleidelijk plaats, maar met horten en stoten. Behalve dat kleinschalige kapitalisten worden uitgeschakeld worden ook oude produktiemiddelen vervangen door nieuwe.
Door het ontstaan van monopolies worden de economische crises, die eigen zijn aan het kapitalisme,niet uitgeschakeld. Integendeel, door de toenemende monopolisering wordt het chaotische karakter van de kapitalistische economie versterkt. Onder andere doordat er sprake is van een toenemende ongelijkmatigheid in de ontwikkeling van verschillende takken van produktie, met name tussen gemonopoliseerde en niet-gemonopoliseerde industrietakken.

In elk bedrijf wordt zo efficient mogelijk gewerkt. Steeds probeert de kapitalist zijn eigen onderneming zo gestroomlijnd mogelijk te maken. Op de (wereld)markt heerst echter de grootste chaos. Daar zijn kapitalisten bezig elkaar kapot te maken, op te kopen en alle (il)legale middelen toe te passen om een zo hoog mogelijke winst te bereiken.
Monopolievorming leidt tot een versnelde technische ontwikkeling. Alleen gigantisch grote ondernemingen met zeer veel kapitaal zijn in staat fundamenteel onderzoek te doen. Nieuwe technologische ontwikkelingen (megachip, computers, etc.) vereisen enorme investeringen en kleinere ondernemingen hebben daar geen geld voor.
Crises in het kapitalisme blijven bestaan, maar spelen zich nu op een ander niveau af. Wanneer de produktie wereldwijd uitgevoerd wordt, wordt de crisis in het kapitalisme ook wereldwijd.
De kapitalisten zullen steeds weer proberen de gevolgen van deze crises op de arbeiders af te wentelen. Maar het resultaat van de crisis is vaak een verdergaande concentratie van het kapitaal en een verdergaande monopolievorming, op kosten van de arbeidersklasse, maar ook op kosten het niet-monopolistisch kapitaal. Voor het monopoliekapitaal kunnen crises een aanloopfase tot nog grotere winsten vormen. Daarin past voor de kapitalist ook het in eigen hand krijgen van het totale produktieproces, van het begin tot het eind, met een zekere greep op de grondstoffen en afzetmarkten.

Bijna dagelijks lezen we in de krant dat een groot monopolieconcern andere bedrijven, in de hele wereld, overneemt. AKZO en PHILIPS bijvoorbeeld hebben de laatste jaren een reeks van bedrijven in verschillende delen van de wereld, onder andere de Verenigde Staten, opgekocht. Zo versterken bestaande monopolies voortdurend hun positie.
Voor de kapitalist brengt monopolievorming een aantal voordelen met zich mee; deze kunnen tijdelijk zijn, zoals we boven hebben aangegeven:

Wanneer de monopolies eenmaal een overheersende positie hebben ingenomen, dan strijden de monopolies van het ene land om de monopolies van het andere land te overvleugelen. Ook binnen één land strijden de monopolies om de macht: het in de greep krijgen van de markt. Onze conclusie moet dan ook zijn, dat de concurrentie in de imperialistische fase van het kapitalisme blijft bestaan, ja zelfs erger wordt.

De opkomst van het bankkapitaal als financierskapitaal

Aan het eind van de 19e eeuw begonnen de banken een zeer bijzondere functie te vervullen. Hun oorspronkelijke functie was de bemiddeling bij betalingen. Vandaaruit hadden zijn zich ontwikkeld tot kapitalistische bedrijven, die zich bezig hielden met het uitlenen van geld tegen rente. Maar met de ontwikkeling en concentratie van het bankwezen groeiden de banken uit tot machtige monopolies, die over bijna al het geldkapitaal van de gezamenlijke kapitalisten en de kleine ondernemers beschikten. [4]

De macht van de banken was zo groot, omdat zij precies op de hoogte konden zijn van de economische toestand van bedrijven en omdat zij konden bepalen welke bedrijven wel en welke geen krediet konden opnemen. De banken kochten aandelen van de grote industriele monopolies. Het omgekeerde gebeurde ook. Zo ontstond een samensmelting van bankkapitaal met industriekapitaal. Lenin noemde het resultaat van deze samensmelting: financierskapitaal.
Door vervlechtingen tussen monopolies en banken en door onderlinge vervlechtingen tussen banken, ook in de vorm van personele unies, was het een steeds kleinere groep die de economische macht in handen had. Lenin noemde deze groep de financiersoligarchie. Door vervlechtingen met het staatsapparaat, ook in de vorm van personele unies, kwam de politieke macht van deze financiersoligarchie tot uitdrukking.

De export van kapitaal naar gekoloniseerde of economisch achtergebleven landen

In de voorgaande fase van het kapitalisme legden de grote kapitalisten zich toe op de uitvoer van produkten en koopwaar. Met de opkomst van de monopolies en de grote rol van het financierskapitaal werd de uitvoer van kapitaal steeds belangrijker. Om een uitweg te hebben voor de grote hoeveelheid opgehoopt kapitaal en om de grootste winst te kunnen maken, investeerden de monopolies het kapitaal in nieuwe landen. Ze richtten daar nieuwe bedrijven op, vooral om de grondstoffen te winnen. Hierdoor kon hun monopoliepositie versterkt worden en werden ze minder afhankelijk. In deze landen, bijna steeds tot dan toe gekoloniseerde landen, stelde de monopoliekapitalist weer zijn eigen voorwaarden. De belangen van het betreffende land werden volledig ondergeschikt gemaakt aan het winstbelang. Voor de verhouding tussen de landen waaruit kapitaal wordt geexporteerd en landen waarin kapitaal wordt geimporteerd gebruikte Lenin de termen woekerstaten en schuldenaarsstaten. Lenin wijst nadrukkelijk op de gevolgen voor de arbeidersklasse in zo'n kapitaalexporterend land:

"De renteniersstaat is de staat van het parasitaire, verrottende kapitalisme. Deze omstandigheid oefent onvermijdelijk invloed uit op alle sociaal-politieke verhoudingen der desbetreffende landen in het algemeen, alsook op de twee voornaamste richtingen in de arbeidersbeweging in het bijzonder." [5]

"Het imperialisme heeft de tendentie ook onder de arbeiders bevoorrechte categorieen af te zonderen en deze van de grote proletarische massa los te scheuren." [6]

Het ontstaan van internationale monopolies en hun onderlinge opdeling van de wereld

Behalve dat de monopolies allereerst de binnenlandse markt onder elkaar verdelen, verdelen zij ook de buitenlandse markten onder elkaar. Dit naarmate de export van het kapitaal verder toeneemt. Er worden door monopolies afspraken gemaakt over welke gebieden ieder tot een eigen invloedssfeer mag rekenen. Ook wordt er door sommige internationale monopolies samengewerkt, om te proberen andere monopolies uit te schakelen.
De huidige verdeling van de wereld in arme en rijke landen is niet het gevolg van een onontkoombaar noodlot, of van het ontbreken van natuurlijke hulpbronnen, of van de aard van de bevolking. In werkelijkheid is de ontstane ongelijkheid te herleiden tot de geschiedenis van het kapitalisme.
Op momenten, dat afspraken over de verdeling van landen tussen twee machtige monopolies komen te vervallen, omdat **n van de twee zijn machtspositie kwijtraakt, dan zien we gebeuren dat er een herverdeling plaatsvindt. Een eigen zelfstandigheid is voor dergelijke landen niet aanwezig. Ze zijn de speelbal van de sterkste internationale monopolies.

De voortdurende strijd tussen de grote mogendheden over grondstoffen en afzetgebieden

Ondanks de gesloten akkoorden tussen de internationale monopolies, verdwijnen niet de tegenstellingen. Landen, die afhankelijk zijn geworden van het ingevoerde kapitaal, ontwikkelen zich eenzijdig, n.l. alleen op gebieden, waarop de kapitalist belangen heeft. De belangen van de volksmassa worden achtergesteld en in het geheel niet gediend. Gevolg is verzet tegen de overheersers en uitbuiters. In wezen tegen het monopoliekapitaal, ook al willen de kapitalisten het doen voorkomen, alsof het om godsdienst gaat, of om een hogere cultuur, etc.
Algehele militarisering, onder andere wapenproduktie, om imperialistische belangen te beschermen en de uitbuitersrol te kunnen blijven volhouden, is aldus een economische noodzaak geworden. Voorbeelden daarvan zijn:

Bij de strijd om de verdeling van de wereld hebben de kapitalisten ook de regeringen van de diverse staten weten in te schakelen voor hun belang. De verwevenheid van monopolies en staat zullen wij in de volgende paragraaf behandelen.

Staatsmonopolistisch kapitalisme

Zoals elk systeem zich wenst te handhaven, zo zal ook het kapitalisme zijn machtsinstrumenten gebruiken om te kunnen overleven. Voor het kapitalisme is een steeds belangrijker wordend instrument de STAAT. Zonder hulp van de staat zijn de monopolies niet meer in staat zich te handhaven of hun macht verder uit te breiden.
De staat helpt de monopolies hun kapitaal rendabel te investeren. Privatisering, deregulering zijn andere woorden voor: De staat stoot die delen van haar terrein af, die winstgevend voor het kapitaal zijn.
Met de verdere ontwikkeling van de monopolies treedt een toenemende verbinding op van de macht van de monopolies met de macht van de staat. Tegelijk met de verdieping van de algemene crisis van het kapitalisme, dat wil zeggen de toenemende confrontatie met het zich uitbreidende en ontwikkelende socialistische stelsel, vindt de verdere verstrengeling van de macht van de monopolies en de staat plaats tot de vorm die wij staatsmonopolistisch kapitalisme noemen. [7]

In de centra van het hoogontwikkelde monopoliekapitalisme, waar de monopolies uitgegroeid zijn tot internationale kapitaalsmachten, waarin industrie- en financierskapitaal meer en meer samengaan, heeft zich, vooral na de tweede wereldoorlog, het staatsmonopolistisch kapitalisme ontwikkeld.
Ook in Nederland, waar elk mens het toenemende ingrijpen van de staat - en van internationale organisaties van kapitalistische staten - in de gehele samenleving ondervindt. Alles terwille van maximale winsten, van verder monopolistische concentratie en terwille van de strijd tegen het socialisme.

Kenmerken van het staatsmonopolistisch kapitalisme:

De staat in dienst van de machtigste monopolies

De volledige versmelting van alle staatsfuncties met de winstbelangen van de monopolies doordringt alle aspecten van onze samenleving. Wat als algemeen belang wordt voorgesteld is feitelijk het belang van de groep grote banken en concerns. Dat reikt van het standpunt dat een minister inneemt in internationale kwesties, het aannemen van nieuwe wetten over ontslagrecht of bijvoorbeeld een wet op de vennootschapsbelasting tot aan de vaststelling van de status van samenwonende bejaarden.
Het toenemende ingrijpen van de staat is geen nieuw verschijnsel van het huidige kapitalisme. Er is een ontwikkeling vanaf het stadium van het opkomende kapitalisme waarin de staat, als machtsinstrument van de nieuwe heersende klasse zijn geweldmiddelen inzet ter verzekering van de vrijheid van ontplooiing van de kapitaalbezittende klasse en van de vrijheid van concurrentie. Daarbij hoorde in de eerste plaats het onderdrukken van de strijd van de arbeidersklasse en het veroveren en verdedigen van uitbuitingsgebieden.
Toen de concentratie van kapitaal tot de vorming van monopolies leidde en de verdeling van de wereld tussen de hoogst ontwikkelde kapitalistische staten een feit was, nam in die staten de dienstverlening aan het kapitaal, in de vorm van ontwikkeling van infra-structuren en van verzekering van de ontwikkelingsgraad en reproduktie van arbeidskrachten, toe.
Infrastructuren zijn alle vormen van verkeersvoorzieningen (spoor-, land-, water- en luchtwegen), communicatiemiddelen (PTT, satellieten, enz.), aanleg van havens en industrieterreinen, enz.
Aan de ontwikkeling en reproduktie van arbeidskrachten wordt bijgedragen door onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, gezondheidszorg, wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, sociale wetgeving, enz.

Het gaat dus om het verlenen door de staat van onproductief kapitaal: die zaken die niet direct winst opleveren, maar wel de voorwaarden scheppen voor het behalen van winst door de grootkapitalistische ondernemingen, worden door de staat bekostigd. In het huidige stadium is aan de staat bovendien de rol toegevallen van "beheersing" van de loonkosten en van de collectieve bestedingen.
Daartoe eigent de staat zich vele instrumenten toe die moeten voorkomen dat bijvoorbeeld de loonkosten uitsluitend worden bepaald door de krachtsverhouding tussen de arbeidersbeweging en de kapitalisten. Tot deze instrumenten behoren loondictaten of -wetten, maar ook overlegorganen of vaststelling van lonen van overheidspersoneel. Hetzelfde doel wordt gediend door de prijzenpolitiek, het vaststellen van de huren, enzovoort.
Tot de voornaamste verschijnselen van het staatsmonopolistisch kapitalisme behoort het verschaffen van kapitaal en produktiemiddelen door de staat. Dit gebeurt zowel op nationaal als op internationaal niveau. Hiertoe dienen internationale of supranationale organisaties, zoals EG, IMF, Wereldbank, enzovoort.

Daarbij doet zich het probleem voor van de "nationale staat". De macht van de staat reikt formeel niet verder dan het eigen grondgebied. Elke regering zoekt naar wegen om haar invloedssfeer uit te breiden. De internationale monopolies dwingen de staat deze weg op te gaan. Hoe groter de nationale macht, hoe meer zeggenschap in internationale organisaties. De Nederlandse inbreng wordt veelal gekenmerkt door het steunen of initieren van internationale oplossingen (SHELL, UNILEVER, PHILIPS, AKZO, enz.) en het moeten aanvaarden van compromissen, die indruisen tegen de belangen van de kleine ondernemers (bijv. boeren, tuinders, vissers, enz. die weggesaneerd worden).

De staat levert kapitaal door orders, bijvoorbeeld voor bewapening. Maar ook via subsidies, zoals bijvoorbeeld de WIR, en via export- en credietgaranties. De staat of de organisatie van staten zorgen ook voor vernietiging van kapitaal en kapitaalsmiddelen door weigering van subsidies of garanties (bijvoorbeeld bij de ADM en de RSV). Dit betekent dat de staat zorgt voor "sanering" in bedrijfstakken waar de concurrentie tot verminderde winst leidt. Dit heeft verdere concentratie van kapitaal en verdere monopolisering tot gevolg. Gevolgen in ons land zijn bijvoorbeeld het geheel wegsaneren van bepaalde bedrijfstakken (de textiel- en auto-industrie bijvoorbeeld), ten gunste van andere internationale concerns.

De staatsbemoeienissen terwille van superwinsten en van uitbuiting van "derde wereldlanden" vinden voor een groot deel plaats via de centrale banken (Nederlandse Bank) en de internationale monetaire organen (zoals IMF en Wereldbank). De regeling van wisselkoersen, van de rentevoet en van leningen zijn van doorslaggevend belang voor het garanderen van constante winsten uit kapitaalsinvesteringen en uit leningen. Dat houdt ook in het verhinderen van te grote schommelingen. Wanneer de dollarkoers blijft stijgen worden bijvoorbeeld enorme hoeveelheden dollars door Nederlandse of Duitse centrale banken "op de markt gegooid" om de dollarkoers te drukken en zo de kapitaalsstroom te regelen. De geldwaarden en rentevoet hebben ook alles te maken met het uitzuigen van de derde wereld via leningen.
Uit de - lang niet volledige - opsomming van de vele manieren waarop de staat ingrijpt in het economische en maatschappelijke leven moet niet worden opgemaakt dat dit optreden leidt tot vermindering van de schokken en tegenstellingen die ook onder het monopoliekapitalisme onvermijdelijk zijn. Even wetmatig als de verdere monopolisering voortkomt uit de concurrentiestrijd, zo verhevigen zich de gevolgen van de concurrentie tussen de kapitalistische reuzen.

De crises, die onverbrekelijk met het kapitalisme verbonden zijn, worden nu crises op wereldniveau. De staat wordt ingeschakeld om de belangen van de internationale monopolies te behartigen. De concurrentiestrijd woedt nu op internationaal niveau en ondermijnt de internationale samenwerking. Prijs- en produktiebeheersing verwoesten de economische grondslagen van afhankelijke landen (tin-, olie- koffieprijzen, enz.). De OPEC is een voorbeeld van afhankelijke landen, die zich bundelen om een vuist te maken tegenover de westerse oliemaatschappijen.

Voortbestaan kapitalistisch systeem als eerste doel

De geschiedenis na 1945 is er een van confrontatie-politiek van het imperialistische stelsel tegenover het socialistische stelsel. Een politiek die werd gekenmerkt door de pogingen om het socialisme terug te dringen.
De koloniale volkeren streden voor hun onafhankelijkheid en in enkele tientallen jaren werd aan het traditionele kolonialisme definitief een einde gemaakt. Dit ging niet alleen gepaard met bloedige koloniale oorlogen, maar ook met pogingen van de ene imperialistische staat om het winstgebied van de andere, meestal het vroegere kolonialistische "moederland", af te pakken. Waar nieuwe onafhankelijke staten de weg van het socialisme dreigen in te slaan werd en wordt met ongekend geweld gepoogd de ontwikkeling te keren.

Het bestaan van de socialistische economische en politieke macht dwong het imperialistische kamp ertoe om zoveel mogelijk als verenigd kamp op te treden. De leiding daarvan werd al in 1945 geclaimd door de Verenigde Staten van Amerika, de enige hoogontwikkelde kapitalistische staat die niet alleen geen werkelijke verliezen had geleden, maar juist door de oorlog tot versnelde ontwikkeling was gekomen en de grootste economische macht was geworden.

Met de zogenaamde Marshallhulp, de aan politieke voorwaarden gekoppelde opbouwhulp vestigden de Verenigde Staten hun hegemonie (overwicht, leidende rol) over de kapitalistische wereld. De dollar werd binnen die wereld de munteenheid waarin niet alleen de snel oplevende kapitalistische economie, maar ook de neo-koloniale uitbuiting werd uitgedrukt.
Aan die overheersende positie van de Verenigde Staten is voortdurend getornd. De door Amerika weer op de been geholpen verslagen "vijanden", West-Duitsland en Japan, werden, behalve uitvalsbases van de Verenigde Staten tegen de Sovjet Unie, geduchte concurrenten. Frankrijk slaagde erin om in Afrika een eigenzinnige politiek te voeren. Aan de overheersing van de dollar en aan de leidende rol van Amerika kan geen van deze landen zich ontworstelen. Het op de spits drijven van een inter-imperialistisch conflict brengt immers het bestaan van het kapitalisme zelf in gevaar. Aan deze situatie geven de vele landen-gemeenschappen, economisch, politiek en militair, vorm (EG, NAVO en anderen).

Via deze organisaties wordt niet alleen de samenhang van de kapitalistische wereld gevestigd, zij zijn ook een instrument van internationale expansie van de machtigste multinationals. Zij stellen, ongehinderd door democratische parlementaire controle, laat staan door wetgeving, de regels voor de verdeling van de markten, voor de onderdrukking van de onderontwikkelde volken en vooral voor de strategie tegenover de socialistische wereld.
Al deze organisaties kampen voortdurend met crises en onenigheden die de belangenstrijd weerspiegelen. Aan de politiek ten aanzien van bewapening en optreden tegenover bijvoorbeeld Zuid-Afrika blijkt dat, ondanks verschillend taalgebruik van verschillende regeringen de uiteindelijke solidariteit van het imperialisme tegenover het socialisme op beslissende momenten wordt hersteld [8].

Voetnoten

[1] W.I. Lenin, Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme. In: W.I. Lenin, Keuze uit zijn werken. Deel 2, Progres Moskou, 1973, p. 261 - 364

[2] Idem, p.361

[3] Idem, p.269

[4] Idem, p.281

[5] Idem, p.324

[6] Idem, p.346

[7] Voor dit hoofdstuk is onder andere gebruik gemaakt van: Der staatsmonopolistische Kapitalismus. EinfÝhrungen in marxistische Analysen aus der DDR, Frankreich und der Sowjetunion, Verlag Marxistische Blatter, Frankfurt/Main, 1973

[8] Deze tekst 'politieke economie: imperialisme' is van oorsprong VCN- en NCPN-basischolingsmateriaal (1992). Dat scholings-materiaal bestond uit 9 hoofdstukken en wordt nog steeds her en der gebruikt, o.a. in Twente (1992 - 2005). Eindredacteur van dit basisscholingsmateriaal: Rik Min.

Literatuur

W.I. Lenin, Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme. Hoofdstuk VII: Het imperialisme als bijzonder stadium van het kapitaal. In: W.I. Lenin, Keuze uit zijn werken. Deel 2, progres Moskou, 1973, p. 330 - 339 (Let op: van het boek van Lenin bestaan ook verschillende afzonderlijke uitgaven).

W.I. Lenin, Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme. In: W.I. Lenin, Keuze uit zijn werken. Deel 2, progres Moskou, 1973, p. 261 - 364 (of een andere uitgave).


Enschede. T.b.v. dit e-Book op internet gezet in 2005.