Decaisnea fargesii

Augurkenstruik, dead-mans fingers

Kweekhandleiding en verzorging.

 Familie: Lardizabalaceae

Categorie: struik, bladverliezend, winterhard

Hoogte : 2-3 m 

 Algemeen:

Een ongewone en weinig geziene struik uit China, in ons klimaat goed winterhard, en al jaren bekend in botanische tuinen en parken met bijzondere planten. Toch heeft deze plant met veel sierwaarde nooit de sprong naar particuliere tuinen gemaakt.

Botanisch is de struik bijzonder omdat het de enige niet-klimmer is van de familie Akebia, en vanwege de vreemde manier waarop de vruchten uit de bloem wordt gevormd. De bloemen zijn al heel apart, hoewel ze van een afstand niet erg opvallen, van dichterbij des te meer! Het zijn trossen flinke klokken, groen geel met een blauwe streep, met sierlijk omgebogen slippen. Er zit meer metaalblauw in deze plant, zoals de bladstelen, de stengels en de zeer eigenaardige vruchten. Dit zijn een soort vingers of augurken, helblauw, die in trosjes van drie afhangen tussen de bladeren. De wrattige, leerachtige huid, en de weke en slijmerige inhoud, verklaren de naam dodemans-vingers prima.

De groeiwijze is opgaand, meerstammig, met grote, geveerde bladeren. De plant is erg mooi als solitair in een grasveld. Goed te snoeien.

Opkweek

Zaaien in het najaar, ter plaatse of in potten buiten, blootstellen aan weer en wind, want de zaden hebben een koudeperiode nodig om te kiemen. Desnoods mengen met vochtig zand en 1-2 maanden in de koelkast bewaren voor het zaaien. Verder weinig veeleisend, doet het op elke grond behalve misschien erg natte veen, liefst wat zonnig en beschut tegen oostenwind. Wanneer de struik vroeg in het voorjaar al is uitgelopen en er late vorst dreigt, de uitlopers beschermen met een doek of stuk folie. Regelmatig oudere stammen bij de grond afknippen als de struik te dicht wordt.