Boomtabak, Nicotiana glauca

Kweekhandleiding en verzorging.

 Familie: Solanaceae

Categorie: overblijvend, kleine boom, kuipplant

Hoogte 200 cm

 Algemeen:

Een bekende tabakssoort uit Bolivia en ArgentiniŽ, veel gekweekt als sierplant in de tropen en subtropen, vaak verwilderd. Een snelle groeier, ditmaal een tabak zonder groot blad, maar met vrij smal, vettig, blauwachtig blad. De plant lijkt wel wat op een jonge Eucalyptus, met zijn vele vertakkingen, sierlijk overhangende twijgen en ijle groei. De gele buisbloemen verschijnen al snel en contrasteren mooi met het blad. Het is een doorbloeier, zeker als uitgebloeide bloemen worden verwijderd.

Verzorging

Deze plant houdt van voedzame, vochtige grond, en zon en warmte. Wind wordt met wat hulp goed verdragen. Kan niet tegen vorst, en moet daarom vroeg in het voorjaar binnenshuis voorgezaaid worden, of in een flinke kuip worden gekweekt. Regelmatig mesten. Oudere planten kunnen flink gesnoeid worden, dan verschijnen steeds nieuwe bloemtakken.

Opkweek.

Zaai in het vroege voorjaar, in normale potgrond, bedek het fijne zaad niet met aarde maar wrijf het iets in de oppervlakte, bescherm tegen uitdrogen. Zonnig en warm. Vanaf eind mei naar buiten. Vorst en koudegevoelig.

Alle tabakssoorten bevatten giftige stoffen. Pas op met kleine kinderen en huisdieren. Bij verbranding ontstaan veel giftige en kankerverwekkende stoffen. Roken van tabak is dus sterk af te raden, dit geldt evengoed voor zelfgekweekte als voor commercieel verkrijgbare tabak.