Taro, Olifantsoor

Colocasia esculenta

 

Kweekhandleiding en verzorging.

 Familie: araceae

Categorie: knolgewas, kamerplant, tuinplant, vijverplant

Grootte: 100-200 cm  

De Taro plant is een indrukwekkende verschijning, met pijlvormige bladeren van soms wel 1 m groot op hoge stelen. Het is een tropenplant, die groeit vanuit een knol. Deze knol is als het ware een tropische aardappel, die als voedsel dient voor wel 10% van de wereldbevolking. Het hoogwaardige zetmeel is zo licht te verteren dat het wordt gebruikt in kindervoeding, maar ook door mensen die lijden aan voedsel-allergieŽn. Verder bevat de knol flink wat eiwit en de vitamines A en C. Het blad wordt hier wel verkocht als (kostbare) delicatesse! Wel moeten alle delen van de plant minstens 45 minuten gekookt worden om schadelijke stoffen in de rauwe plant af te breken.

Ondanks dat dit een tropische plant is uit Zuidoost AziŽ, Afrika en de Pacific, blijkt de plant hier goed te groeien, zowel als kamerplant als tuinplant. Het is een echte waterliefhebber, die vaak als oever- of vijverplant wordt gekweekt. Maar op een vochtige humeuze plaats in de tuin gaat het ook prima. Met een goede zomer kunnen grote planten ontstaan met een tropische uitstraling.

Opkweek. 

Plant de knollen in een grote pot met normale potgrond, zo dat de neus van de knol (het stompe uiteinde) juist onder het oppervlak zit. Nu vochtig maar niet nat, en warm houden, tot de eerste bladeren verschijnen. De plant heeft veel licht nodig en niet te droge lucht, dus in de winter op een schaal water zetten of veel sproeien. Naarmate de plant groter wordt, steeds natter houden, tijdig verpotten in een grotere pot, of in mei naar buiten. In de tuin op een vochtige plek zetten, of in een vijvermandje in de vijver laten zakken.

Verzorging.

Nat, warm en licht kweken, in de tuin ook op een half schaduwplaats mogelijk. Regelmatig mesten. In het najaar de knollen oogsten, drogen en bewaren tot het voorjaar. Kan ook met goed afdekken beschermd worden tegen vorst en zo de winter doorkomen. Wanneer gekweekt in een vijvermandje, kan dit in het late najaar naar de bodem afgezonken worden tot het voorjaar.