RAAP
afkomstig uit: Amsterdam, De Zijpe (Noord-Holland) en Gorinchem,
6 eeuwen familiegeschiedenis.

Copyright © 2000-2017: KEPPEL/RAAP
Pagina geïntroduceerd: 24 september 2000.
Doel: gegevensuitwisseling met belangstellenden.
Bijgewerkt: 02-01-2017

English | Deutsch | nieuwsbrief

VANITAS
(PREDIKER 1:2-11)


Bron: PL CXVII uit "Armorial
Général" van J.B. Rietstap (1903).

zie "Bronnen" nr. 5 . ("Back" of "Terug" of "Vorig" in de werkbalk van de browser om terug te springen.

Wapen van Adriaan Pietersz. Raap, Raad van Amsterdam 1612.
Bronnen: Wapenkaart der Ed. Achtb. Heeren XXXVI, Raaden der Stad Amsterdam en heraldische databank van het CBG Den Haag.
Wapen van Adriaan Florisz. Raap, schepen van Gorinchem 1674 en zijn zoon Adriaan Adriaansz. Raap, schepen van Gorinchem 1704.
Bronnen: Mr. W. van der Lelij, Namen ende Wapenen der Ed. Achtb. Hrn. Drossaerden en Vroedschappen, mitsgaders Schepenen der stad Gorinchem 1416-1778 en heraldische databank van het CBG Den Haag.

Samenstellers van deze genealogie:
De gegevens voor deze genealogie werden verzameld door CJKEPPEL en REMRAAP

INTRODUCTIE

• Oorsprong:
De stamvader van deze familie Raap, Adriaan Pietersz. (1556-1647), komt uit Vlaardingen. Eind 1578 vestigt hij zich in Amsterdam als leerling koopman. In december 1580 trouwt hij Maria (Marij) Cloeck, de zuster van zijn patroon. Woont daar aan de Warmoesstraat/Kerkckstraat, hoek Pylsteeg in het huis "'s-Hertogenbosch" en daarna enige tijd in het daarnaast gelegen huis "De Raep". Aangenomen mag worden dat hij omstreeks die tijd de toenaam "Raap" is gaan gebruiken. Zijn ouders en voorouders uit Vlaardingen gebruikten deze naam niet.
Het huis "'s-Hertogenbosch" heeft in de topgevel een gevelsteen met een raap (zie foto hieronder). Laatstgenoemd huis is nu een beschermd monument als bedoeld in de Monumenten Wet 1988. Door het gewijzigde stratenplan ligt dit huis thans aan de Dam 11, hoek Pylsteeg. Het is het enige overgebleven 17de eeuwse woonhuis aan dit plein.

Het huis 's-Hertogenbosch aan de Dam 11
(foto: Jelle Raap, Suwâld)

Het 17e eeuwse huis Dam 11, naast hotel "Krasnapolsky" en achter het
Nationaal Monument.

De gevelsteen met een raap boven in de gevel
van het huis 's-Hertogenbosch
(foto: Jelle Raap, Suwâld)

zie ook: geschiedenis Dam 11http://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_Monument , http://www.amsterdamsegevelstenen.nl/Dam11.htm en
www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/190/vvag.html

In deze familie is de familienaam "Raap" derhalve een adresnaam. In de Noordelijke Nederlanden was het in die tijd gebruikelijk huistekens als toenaam te gebruiken. Zie "Bronnen" nr. 1 . (Attentie: na gebruik link terugspringen met "terug" of "vorig" of "back" in de werkbalk van de browser b.v. Internet Explorer).

De geschiedenis van het huis "'s-Hertogenbosch" (met het vroeger daarnaast gelegen huis "de Raep") is beschreven in het maandblad Amstelodamum jrg. 30, sept. 1943, blz. 91-98, artikel "Het Huis aan de Warmoesstraat 201" door de architect Ysbrand Kok en in jrg. 42, febr. 1962, pag. 41-48, artikel "Het Huis 's-Hartogenbosch" door H. Zantkuyl.

Nota Bene: De inhoud van alle in deze genealogie genoemde publicaties (in maand/kwartaalbladen en jaarboeken) van het Genootschap "Amstelodamum" is voor een belangrijk deel on-line te raadplegen. Zie daarvoor: http://www.amstelodamum.nl/ .

Situatieschets volgens artikel van H. Zantkuyl

Uit het artikel van Kok blijkt dat na Adriaan Pietersz. Raap in dit huis (dat omstreeks 1632 geheel werd vernieuwd) ook hebben gewoond zijn oudste zoon Pieter Adriaansz. Raap en later zijn dochter Annetje met haar echtgenoot Cornelis Kieft.
Zie ook "Amsterdam in 1585, het kohier der Capitale Impositie van 1585" van Dr. J.G. van Dillen (anno 1951) pag. 6. Adriaan Pietersz. komt daarin voor als "Adriaen Pietersz. Rotterdamme". Hij verbleef in Rotterdam voordat hij naar Amsterdam kwam.
In oktober 1619 betrekt Adriaan Pietersz. een nieuw gebouwd huis "de Raap" aan de Leliegracht, zuidzijde. Later woont in dit huis zijn oudste zoon, Pieter Adriaansz. Raap.

Voor een kaart van Amsterdam uit omstreeks 1640 zie: http://cf.hum.uva.nl/bookmaster/fransz/images/kaart_adam.gif .
(op deze kaart: NK= Nieuwe Kerk, OK = Oude Kerk,ZK= Zuider Kerk, WK= Waalse Kerk)

Een kleinzoon, Adriaan Florisz. Raap (1631-1702), vestigt zich omstreeks 1660 in Gorinchem. De Gorinchemse tak van de Raapen is omstreeks 1750 uitgestorven (behoudens een mogelijke voortzetting via de Friese Raapen, zie hierna).

Een achterkleinzoon, Willem Adriaansz. Raap ( 1657-1703/4) vestigt zich omstreeks 1687 in de polder De Zijpe (Noord-Holland). Deze genealogie loopt verder via diens zoon Adriaan Willemsz. Raap (1699-1773) met nakomelingen tot in de huidige eeuw.

De Zijper Raapen wonen anderhalve eeuw honkvast in De Zijpe, Wieringerwaard en directe omgeving. In de tweede helft van de 19e eeuw vertrekken leden van deze familie naar elders. Nieuwe woonplaatsen worden: Den Helder, Haarlem, Amsterdam, Rotterdam, Tilburg, Eindhoven en Nederlands Oost-Indië (±1920 - ±1950).

• Schrijfwijze Raep of Raap:
Deze naam werd in de 16e en 17e eeuw in officiële documenten ook wel geschreven als "Raep". Adriaan Pietersz. Raap schreef zijn toenaam echter al als "Raap". Vanaf het einde 17e eeuw wordt in doopboeken en notariële stukken de versie "Raap" aangetroffen.

• U heet "Raap" en vraagt zich af of U tot deze familie behoort:
Zie de "Lees-& zoekwijzer" (direct hierna) hoe U naar vermoede familieleden (grootouders, overgrootouders) kunt zoeken om aansluiting te vinden. Niet alle "Raapen" zullen zich in deze genealogie kunnen terugvinden. Redenen kunnen zijn:

Lees- & zoekwijzer:

Dit is een eenvoudige website, gemaakt met Microsoft FrontPage Express, bestaande uit deze hoofdpagina (eerste 6 generaties en Bronnen) en 7 subpagina's:

"Nieuwsbrief"
"Summery family history"
• "Zusammenfassung Familiengeschichte"
• "Jan Raap" en diens nakomelingen, 7e en volgende generaties, periode 1727 - ± 2000
• "Willem Raap" en diens nakomelingen, 7e en volgende generaties, periode 1734 - ± 2000
• "Verloove" uit Rotterdam, stamreeks van Pieter Marie Verloove
• "HBS 's-Gravendijkwal" Rotterdam, klassefoto's.

Deze genealogie volgt uitsluitend de mannelijke lijnen. Tot en met de X-de (tiende) generatie is de, in de genealogie gebruikelijke, staaksgewijze indeling toegepast.
Terwille van het overzicht zijn vanaf de Xde generatie de laatste 3 of 4 generaties bijeengehouden in 15 familiegroepen (Xa. t/m Xo.).

U zoekt met de functie "FIND/NEXT" van de browser (bij Internet Explorer te vinden onder EDIT of met Ctrl+F) òf in de hoofdpagina, òf in de subpagina van Jan Raap, òf in de subpagina van Willem Raap naar:
een eerste of volgende voornaam b.v. Cornelis;
een achternaam van een echtgeno(o)t(e) b.v. Wegman, Keppel, Verloove;
een (geboorte)plaats b.v. Anna Paulowna, Amsterdam, Haarlem, Harenkarspel, Rotterdam, Eindhoven;
een datum (geboorte, huwelijk, overlijden) b.v. 19-1-1941 of op maand-jaar b.v. 1-1941 (géén voorloopnullen, dus niet 01-02-1862 of 02-1862 maar: 1-2-1862, 2-1862 !).

De zoekactie kan maar in één pagina tegelijk worden uitgevoerd. Zoek naar familieverbanden eerst in de subpagina's van Jan Raap en Willem Raap !

Let op de FIND-instellingen: voorwaarts/down of achterwaarts/up, beginhoofdletter etc.

Ontwikkelingen:

Deze pagina is gestart op 24 september 2000 en wordt regelmatig aangepast met verkregen aanvullingen en verbeteringen. Zie de nieuwsbrief .


De eerste 6 generaties Raapen (periode 1556 - ±1770):

I. Adriaan Pietersz. Raap, 1556 - 1647
X
Maria Claesdr. Cloeck

Pieter Adriaansz. Raap,
1581 - 1666

(ongeh. gebleven)

IIa. Floris Adriaansz. Raap,
1583 - 1656
X
1° Wijntje Hoyingh
2° Catharia Verhulst
3° Stijntje Rengers
4° Antje Jansdr.

IIb. Willem Adriaansz. Raap, 1585 - 1646
X
1° Elisabeth Absalon
2° Maria du Gardijn

Jan Adriaansz. Raap,
1588 - 1589

Annetje Adr.dr. Raap,
1591 - 1675
X
1° Jan Verwout
2° Cornelis IJsbr.
Kieft

 

IIIa. Adriaan Flzn. Raap
1631-1702
X
Sophia de Vries

deze tak is eind 18e eeuw uitgestorven, behoudens mogelijke voortzetting via Friese Raapen.

IIIb. Floris Flzn. Raap
1634-1683
X
Margareta Kieft

geen nakomelingen

IIIc. Mr. Adriaan Willemsz. Raap, 1620 - 1667
X
Elisabeth Hudde

voortzetting
IV
.

 

IV. Willem Adriaansz. Raap, 1657 - 1703/4
X
Neeltje Jans (de Leeuw)

V. Adriaan Willemsz. Raap, 1699 - 1773
X
Maartje Willems Wagenmaker (of Wagemaker)

VIa. Jan Adriaansz. Raap, 1727 - 1776
X
Antje Sijmons de Waard

naar subpagina Jan Adrsz. Raap en diens nakomelingen

VIb. Willem Adriaansz. Raap, 1734 - 1785
X
Trijntje Huiberts Oosterman

naar subpagina Willem Adrsz. Raap en diens nakomelingen

I. Adriaan Pietersz. Raap, geb. Vlaardingen 1556, koopman, raad in de vroedschap van Amsterdam, raad ter Admiraliteit van 't Noorderkwartier, ouderling van de Gereformeerde Kerk, overl. Amsterdam 12-4-1647. Begr. 16-4-1647 Westerkerk (Gaarder Westerkerk, GA asd toeg.nr 378 WK inv.nr.60 en www.westerkerk.nl/monument/graven ). Tr. 11-12-1580 met Maria Claesdr. Cloeck, geb. in 1553, overl. Amsterdam 10-2-1614, dr. van Claes Hendrickz. Cloeck en Anna Florendr. Zie "Bronnen" nr. 2 (voorouders van Adriaan Pietersz. Raap), nr. 3 (Elias, "Vroedschap van Amsterdam"). Gegevens over de familie Cloeck zijn te vinden op www.Kloek-genealogie.nl .
Hij legt in een journaal of memorie gegevens vast over "...notabele dingen mij in mijn leven overkomen". Woont in 1575/1576 15 mnd. in "Habel de Grace" (Le Havre). Reist in 1577 en 1578 in Portugal en Spanje "...om het land te besien en de Spaanse taal te leren". Reist in de tweede helft van 1578 te voet van Madrid via Burgos, Bordeaux, Parijs, Antwerpen naar Rotterdam, volgens zijn aantekeningen totaal 350 mijl (dat kon kennelijk allemaal tijdens de tachtigjarige oorlog!).

Aantekening:
Helaas vermeldt hij in dit journaal of memorie geen nadere bijzonderheden over deze reis. Veel reizigers uit die tijd noteerden alleen datums, overnachtingsplaatsen en aantal afgelegde mijlen. Met het noteren van persoonlijke gevoelens hield men zich niet bezig. Zie een opmerking hierover op blz. 65 in het boek "De Ware Vrijheid, de levens van Johan en Cornelis de Witt" van Luc Panhuijsen, uitgever Atlas, 2005, 5e druk.
In ieder geval kan uit deze gemaakte reis worden afgeleid dat hij zich kon redden in het Spaans en Frans en dat hij beschikte over de nodige vaardigheden om een dergelijke reis te maken. Wellicht kon hij ook beschikken over aanbevelingsbrieven, waarmee hij bij zakenrelaties krediet kon opnemen.
Zie verder: bronnen nr. 4
Zie de genoemde memorie in een hertaling:
http://kloek-genealogie.eu/MemorieRaap.htm .
N.B. In deze Memorie zijn op enkele plaatsen aantekeningen van nakomelingen ingevoerd, zoals de datum van zijn overlijden op 12 april 1647.

Vestigt zich in december 1578 in Amsterdam bij Jan Claesz. Cloeck (1551-1616), zeepzieder, "....om hem (Cloeck) te dienen in den Coopmanschap, den tijd van 2 jaar, mits betalende voor mijn kostgeld 20 pond Vlaams in 't jaar...". Twee jaar later trouwt hij de zuster van zijn patroon, "....Maria Cloeck, oud 27 jaar en 2 maanden". Wordt 91 jaar oud.
In Beverwijk bezat hij een kleine hofstede "De Raep". Einde 18e eeuw woonden daar de schrijfsters Elisabeth Wolff-Becker en Agatha Deken. Zij noemden dit kleine buiten "Lommerlust" (zie Amstelodamum JRB 44, 1950 pag. 97 e.v. "Het Beverwijkse Buiten van Betje Wolff en Aagje Deken". N.B. In het artikel staan een aantal onjuistheden: b.v. vader Adriaan Pietersz. wordt verward met zijn zoon Pieter Adriaansz.).
Zie verder "Rijks Geschiedkundige Publicatiën" (RGP) 78, pag.'s XLI, 154 en 587 (o.a. bij Kon. Bibliotheek.) voor verwijzingen naar Adriaan Pietersz. Raap.
In het
Amsterdam Museum bevindt zich in depot een schuttersstuk van Cornelis van der Voort, afkomstig uit de "Groote Camer" in de Handboogdoelen, met de titel "Korporaalschap van kapitein Adriaen Pietersz. Raep en luitenant Pieter Dirckz. Hasselaer", jr.1623, inv. no. 3020. Het bijzondere van dit schuttersstuk is dat het op twee schilderijen is geschilderd. Het deel van de compagnie met Adriaen Pietersz. Raep, is te zien in de on-line collectie van het museum: http://hdl.handle.net/11259/collection.38019 .
Voor het tweede schilderij met het andere deel van de compagnie en luitenant Pieter Dircksz. Hasselaer: zie bij
IIb. Willem Adriaansz. Raap. Deze twee schilderijen zouden hebben gehangen aan weerzijden van de schouw in de "Groote Camer".
Zie ook:
"Bronnen" nr. 6.

Schuttersstuk in Amsterdam Museum,
3e van links Adriaan Pietersz. Raap (kapitein), 4e van links Cornelis Ysbrantsz Kieft (vaandrig),

Aantekening:
In 1626 raakte Adriaan Pietersz. in de Raad van Schepenen van Amsterdam betrokken bij de veroordeling van Joost van den Vondel vanwege "ongepastheden" in diens treurspel "Palamedes, of vermoorde onnoozelheid". Voor dit interessante conflict over vrijheid van meningsuiting in de jonge Republiek zie: http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/vondel/palamedes/inleidin.html .

Uit dit huwelijk:

  1. Pieter Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam 20-11-1581, overl. Amsterdam 1-3-1666, begr. 6-3-1666 Westerkerk Amsterdam (zie: www.westerkerk.nl/monument/graven ). Koopman en thesaurier-extraordinaris van Amsterdam, ongehuwd gebleven.
    Bij zijn overlijden woont hij in het huis van zijn vader op de Leliegracht, "daar waar de Raep uijthangt" (tegenover de brouwerij "De Kroon"). Dit blijkt uit de aangifte voor de "Collaterale Successie", een belasting geheven van personen die kinderloos stierven. 
    Hij is afgebeeld op een schuttersstuk van Nicolaes Elias: "Korporaalschap van Dirck Tholinx en luitenant Pieter Adriaensz. Raep", herkomst: "'t voorhuis" in de Kloveniersdoelen. Het stuk is te zien in het Amsterdams Historisch Museum (inv. no. SA7314, zie ook de "Blankert catalogus" aldaar). 
    Zie in dit verband ook het boek "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Noord-Holland" van Mr. P.C. Bloys van Treslong-Prins en Mr. J. Belonje, deel II, 1928, N.H. kerk te Beverwijk pag. 147 en 164. Gaat het om een door PAR geschonken kroonluchter? Als dat zo is dan heeft dat waarschijnlijk iets te maken met regelmatige verblijf in het buitenhuis "De Raep" te Beverwijk. 
    • Sticht het "Rapenhofje" aan de Palmgracht 28 - 38 te Amsterdam. Het hofje is thans een beschermd monument als bedoeld in de Monumenten Wet 1988. Vondel vereerde hem hiervoor met een gelegenheidsgedicht:

    Op den heer Trezorier Peter Raep
    Peter Raep, de trezorier,
    Bouwde uit mededogen hier
    't Weduwen- en wezenhof.
    Men gebruik' het tot Gods lof.
    Vondel, "Volledige dichtwerken en oorspronkelijk proza", verzorgd door A. Verwey, blz. 936,
    zie ook:
    http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe05/vond001dewe05_0083.htm#N4439

    Voor het Rapenhofje en gevelstenen zie: www.amsterdamsegevelstenen.nl/Palmgracht28.htm .

    • Sticht een soortgelijk hofje of huis aan de Vleersteeg nr. 35 in Vlaardingen, dat werd aangeduid als "Raaphuis" (afgebrand op 7 juli 1949).

    Schuttersstuk in Amsterdam Museum,
    vooraan 3e van links Pieter Adrsz. Raap (luitenant) en 2e van links Dirck Tholinx (kapitein). Zie de on-line collectie
    http://hdl.handle.net/11259/collection.38459  
    en http://beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank/weergave/record/?id=010094007737

    Gevelsteen van het voormalige Raaphuis
    te Vlaardingen.
    (GA Vlaardingen, topografische atlas)

  2. Floris Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam 17-11-1583, zie IIa.
  3. Willem Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam 13-12-1585, zie IIb.
  4. Jan Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam 1587, overl. op eenjarige leeftijd.
  5. Anneken (of Annetje) Adriaansdr. Raap, geb. Amsterdam 17-1-1591, overl. Amsterdam 17-2-1675. Tr. 1° Jan Jansz. Verwout, overl. Amsterdam 18-7-1619. Tr. 2° Cornelis IJsbrant Kieft. Hun dochter Margaretha (Marretje) Kieft huwde 1° Floris Florisz. Raap (zie hierna IIa.5) en daarna 2° Willem Kennemer (zie "Oorsprong". art. in Amstelodamum van Ysbrand Kok).
    Van haar broer Pieter erft zij het Raapenhofje aan de Palmgracht, waardoor het beheer over dit hofje (inclusief het archief) buiten de familie Raap is gekomen.

IIa. Floris Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam 17-11-1583, overl. Amsterdam 11-10-1656, lakenkoopman en overman van de oude jachthaven te Amsterdam. Tr. 1° Amsterdam 7-1-1607, Wijntje Jacobsdr. Hoyingh (Hoyngh) (1584 - 1615), dr. van Jacob Gerritsz. Hoyngh (A'dam 1555 - 1625), lakenkoopman *). Tr. 2° Amsterdam 20-11-1628, Catharina Verhulst (of Verhult), dr. van Jacques Verhult en Hester Bisschop (testament 15 mei 1634, nots. Jan Warnaertsz., GA Amsterdam 694B omsl. 61/650). Tr. 3° Edam 30-08-1643, Stijntje Willemsdr. Rengers. Tr. 4° Sloterdijk, Antje Jansdr.

*) In het boek "De 250 rijksten van de Gouden Eeuw" van Kees Zandvliet, uitgave Rijksmuseum Amsterdam (2006), wordt onder nr. 115 een korte biografie gegeven van deze Jacob Gerritsz. Hoyngh, met daarin de aantekening dat diens jongste dochter Wijntje (Wijntge) trouwde met Floris Adriaansz Raap, de tweede zoon van Adriaan Pietersz. Raap (1556-1647).

Uit het 1° huwelijk:

  1. Margareta (Grietje) Florisdr. Raap (1611-1673), tr. 1° Ubelius (Hubbe) Schooninck (Schooning, Schoning ), predikant te Grijp (Garijp), Friesland, zoon van Stephanus Ubelius Schoning, rector te Dokkum. Tr. 2° Utrecht (Jacobikerk, boek 96-135 NH) 3-12-1637 (Rhenen 19-11-1637) Cornelius (van) Diemerbroeck, geb. Rhenen 1602 (?), studeerde godgeleerdheid te Leiden, op 21-6-1629 predikant te Rhenen, overl. Rhenen 27-1-1664 en begr. in de Cunerakerk te Rhenen. Grafschrift: "Hier is begraven D. Cornelius Diemerbroeck, in sijn leven predicant tot Rhenen, in de H. Dienst aldaar bevestigt den XXI Juny MDCXXIX, overleden XXVII January MDCLXIV" (wapen: geschaakt van 6 rijen; helmteken: een staande vogel). Uit het 2° huwelijk:
    1.1 Jacobus Diemerbroeck, ged. Rhenen 9-1-1642.
    1.2 Maria (van) Diemerbroeck, ged. Rhenen 31-3-1644 (waarbij aantekening: "overleden").
    1.3 Weimken (van) Diemerbrouck, ged. Rhenen 15-6-1645.
    1.4 Maria (van) Diemerbroeck, ged. Rhenen 14-5-1648. Tr. Matthias van Beeck (zie akte. nots. G. van Zuylen, dd. 12-8-1690, Utrechts Archief).
    1.5 Johanna (van) Diemerbroeck, ged. Rhenen 1-12-1652. Tr. Mr. Hendrick Maas, ontvanger van de verpondingen van de heerlijkheden van stadhouder Willem III in het Westland (zie akte nots. G. de Cretser te Den Haag dd. 11 junij 1704).
  2. Annetje Florisdr. Raap (1613-1673), otr. 1° Dokkum 12-7-1629 Cornelis Piters (of Pieters), burger en gemeensman te Dokkum (ondertr.register gerecht Dokkum, DTB 172, 1628-1646, zij heet hier Annetie Floris Raeps uit Amsterdam); is deze Cornelis Piters ook nog enige tijd apotheker te Gorkum geweest?. Otr. 2° Dokkum 9-6-1649 Pieter Iekes (Eeckes) Foogelsang (ondertr.register gerecht Dokkum, DTB nr. 173, 1646-1667, zij heet hier Antie Floris Raap en is weduwe van Cornelis Pyters, in leven gemeensman). Foogelsang is apotheker te Leeuwarden (?). Zie ook Gens Nostra 1986 pag. 482.
  3. Maria (Marretje) Florisdr. Raap (1622-1680), tr. 1° Johan (Jan) van Zuijlen te Utrecht, tr. 2° mr. Albertus Becker, advocaat Hof van Utrecht.
    Uit het 2° huwelijk:
  4. Adriaan Florisz. Raap, geb. Amsterdam 1631, zie IIIa.
  5. Floris Florisz. Raap (1634-1683), zie IIIb.
  6. Catharina Florisdr. Raap (1638 - 1704), tr. 1° Anthony van Voorst, tr. 2° Matteus van Herrewijnen, tr.3° jkr. Barend Willem Ploos van Amstel. Zie "Fragment genealogie van het uitgestorven geslacht Van Voorst, Utrecht" door M.G. Wildeman in "De Nederlandsche Leeuw", jaargang XLIV, januari 1926, pag. 7.
    Uit het 3° huwelijk:
  7. Brechtjen Florisdr. Raap.
  8. Wijntje (Wijnanda) Florisdr. Raap, tr. Utrecht (Catharinakerk, boek 98-503 NH) 30-3-1669 Eduward van Voorst, raad in de vroedschap en schepen Utrecht, advocaat aan het hof van Utrecht. Zie ook bij IIa.6 genoemde "Fragment Genealogie".
    Uit het 4° huwelijk: geen nakomelingen.

Aantekening:
Floris Adriaansz. Raap (1583-1656) had, behalve bovengenoemde 8 "wettige" kinderen, ook een "natuurlijke" zoon. Dat blijkt uit de volgende 2 notariële akten:
In een akte dd. 27-2-1636 (GA A'dam, not. arch. 865 fol. 71) laat Floris Adriaansz. Raap door notaris Jacob Claesz. van Zwieten aan de chirurgijn mr. Rogier Rogiersen officieel zeggen (insinueren), dat deze chirurgijn niet voldoet aan zijn verplichtingen om zijn zoon Jacob Raap op te leiden als overeengekomen. Het gaat erom dat deze chirurgijn zijn zoon "misbruyckt ende denselve soo binnen als buytenshuys belast te doen onreyne saecken ende wercken die hem niet en vouchden ende daeromme hij oock niet en was besteet ende boven dat, des insinuants soon uyt U huys gewesen ende gelast te gaen.....". Zie ook Rijks Geschiedkundige Publicatiën 144, pag.109 (Dr. J.G. van Dillen "Bronnen tot de geschiedenis van het Bedrijfsleven en het Gildewezen van Amsterdam", deel 3, 1633-1672).
De betreffende chirurgijn, Rogier (Rogiersen) Bernaerts, op zijn beurt, laat notaris Frans Bruijningh (GA A'dam, not. arch. akte dd. 3-3-1636 no. 833 fol. 96V) Floris Adriaansz. Raap insinueren dat "....sijn naetuijrlijcke soon
Jacob Florisse......" zich onbehoorlijk gedraagt en dat hij hem daarom heeft weggestuurd. Rogier eist ontbinding van de overeenkomst en betaling van het kostgeld dat hij, Rogier, nog te goed heeft.
Jacob Florisse Raap zal omstreeks 1616 zijn geboren. Nakomelingen zijn niet gevonden.

IIb. Willem Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam 13-12-1585, overl. Amsterdam 7-9-1646, woonde Nieuwe Doelenstraat "In de Drie Rapen", koopman met handel op Brazilië en gever van bodemerij (uitlenen geld tegen schip en/of lading als onderpand), heemraad van de Nieuwer-Amstel. Tr. 1° 28-8-1616 Elisabeth Absalon, geb. Veere 1594, overl. Amsterdam en aldaar begraven N.K. 17-6-1628, dr. van Nicolai Claesz. Absalon en Geertruyd Jacobsdr. De Rijck. Tr. 2° 8-7-1631 Maria du Gardijn (weduwe van Willem Jacques Rombouts).

Deze Willem Adriaansz. is afgebeeld (bovenste rij, 2e van links) op het tweede deel van het schuttersstuk van de compagnie van "kapitein Adriaan Pietersz. Raep en luitenant Pieter Dircksz. Hasselaer". Ook dit schilderij (inv. nr. SA9909), is te zien in de online collectie van het Amsterdam Museum:
http://hdl.handle.net/11259/collection.38822

Zie ook Amstelodamum, 28e jaarboek MCMXXXI pag. 43: "Amsterdamse Burgervendels in Garnizoen in Zalt-Bommel" door H. Beckerinc Vinckers en het lofdicht op pag. 51, waarin deze Willem Raap wordt genoemd.

Elisabeth Absalon had een oom van moederszijde t.w. Symon de Rijck. Deze had o.a. bezittingen in de polder De Zijpe (N.-H.).Via haar is door vererving een deel van deze bezittingen bij de Raapen gekomen (zie "Bronnen" nr. 7.).
Uit het 1° huwelijk:

  1. Mr. Adriaan Willemsz. Raap, zie IIIc.
  2. Margriete Willemsdr. Raap, geb. Amsterdam omstreeks 1625, overl. Amsterdam ....... Tr. 1° Amsterdam 10-1-1647 Nicolaes du Gardyn en 2° Rombout Hudde.
  3. Pieter Willemsz. Raap, geb. Amsterdam ......, overl. Alkmaar in 1678 (en begraven in Amsterdam...........). Ongehuwd gebleven. Heemraad van De Zijpe (le benoeming 1663). In zijn testament benoemt hij zijn zuster Margriete en de kinderen van zijn broer (Willem, Clara, Elisabeth, Hendrik, Geertruijd en Pieter) tot zijn erfgenamen (testament 17 mei 1675 opgemaakt door Cornelis Dircksz. Kessel, notaris te Alkmaar, RA Alkmaar). Zie in dit verband ook het boek "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Noord-Holland" van Mr. P.C. Bloys van Treslong-Prins en Mr. J. Belomje, deel II, 1928, N.H. kerk te Beverwijk pag. 147 en 164. 

IIIa. Adriaan Florisz. Raap, geb. Amsterdam 1631, overl. Gorinchem 1702. Schepen van Gorinchem. Tr. Gorinchem 6-12-1661 Sophia Davidse de Vries, geb. Gorinchem 1635, overl. Gorinchem 1702.
Uit dit huwelijk:

  1. Floris Adriaansz. Raap, ged. Gorinchem 6-11-1663. Obiit caelebs, begraven Vreeland (bij Loenen) 27-2-1737.
    • In 1680 in de leer bij apotheker Abraham van Wouw te Den Haag (akte nots. Daniel van Oosche Den Haag dd. 12-9-1680, GA Den Haag).
    • Op 22-5-1686 ingeschreven bij de Medische Faculteit te Leiden, oud 22 jaar, woont bij juffr. du Bois in de Breestraat. Promoveert te Leiden 5-5-1689 tot "medicinae doctor". Proefschrift "Disputatio Medica Inauguralis: DE ARTHRITIDE", over de jichtaandoening, oorzaken, verschijnselen (o.a. podagra) en geneeswijzen (univ. bibl. Leiden, Witte Singel 27, inv. no. 236C8:13). Zie ook van de serie Rijks Geschiedkundige Publicaties no. 45, "Leidsche Universiteit 1682 - 1725", de bijlage "Catalogus Promotorum".
    • Wordt 20-12-1701 ingeschreven in het poorterboek van Amsterdam (GA Amsterdam, poorterboeken deel 10 blz. 179) en ingeschreven in het register "Nomina Medicorum 1641-1753" van het Collegium Medicum te Amsterdam (pag. 17 van dit register, GAA toegangsno. 27, inv. no. 20, film 6685).
    • Neemt bij notariële volmacht zaken waar voor zijn broer Pieter Adriaansz. Raap (zie hieronder bij 2.).
    • Maakt zijn testament dd. 23 mei 1707 voor notaris Michiel Servaas te Amsterdam (GA Amsterdam oud notarieel), hij is ongehuwd en wijst zijn broers aan als erfgenamen en juffr. Catharina Frederiks krijgt een aanzienlijk legaat. Deze Catharina Frederiks was waarschijnlijk zijn huishoudster. Het geven van een legaat aan een huishoudster was gebruikelijk. Er worden in dit testament géén andere erfgenamen of legaten genoemd.

    • Wordt op 8-1-1717 ingeschreven als lidmaat van de Geref. kerk te Loenen (a/d Vecht) met attestatie uit Amsterdam (GA Loenen, "Namen der volwassen lidmaten van de Geref.kerk tot Loenen").
    • Op 2-2-1720 "...verkoren tot ouderling....". Tot ca. 1727 nog een aantal malen als ouderling gekozen. Wordt een aantal malen door de grote kerkeraad van Loenen afgevaardigd naar de christelijkse synode, o.a. te Haarlem in 1723 "....om de belangen van de kerke van Loenen in 't Synode waar te nemen.....". Is een aantal jaren "scriba der kerkeraad tot Loenen". (bron: GA Loenen, "notulen Geref. Kerkeraad tot Loenen").
    • In 1724/25 schepen (scabinus) van Loenen en de Nieuwersluis (zie: Utrechts Archief, toeg. 49, inv. no.'s 1142 laatste blz. en 1141 folio 387 en 391).

    Aantekening:
    Op zaterdag 14-10-1961 besprak
    Anthonius van der Kooi (geb. Ljouwert 1-4-1909) in een lezing voor het "Genealogysk Wurkforbân fan de Fryske Akademy" in het Coulonhûs te Leeuwarden, de mogelijke aansluiting van de FRIESE RAAPEN op de Amsterdamse Raapen.
    Dhr. A. van der Kooi is een kleinzoon van Antonius van der Kooi (geb. Wierum 16-12-1853, overl. Aldwald 13-11-1913) en Saapke Roelofs Raap (geb. Driesum 15-5-1857, overl. Leeuwarden 2-1-1925). Zij (Saapke) stamt af van Adrianus Floris Raap, meester pruikenmaker te Leeuwarden (zie hierna).
    Zie parenteel van A. van der Kooi in het "Jierboekje fan it genealogysk Wurkforbân, utjefte fan de Fryske Akademy to Ljouwert, MCMLVIII", pag. 36/37.

    Uit deze lezing blijkt dat de mogelijke aansluiting berust op de volgende gegevens en daaruit afgeleide veronderstellingen:
    1. De hierboven genoemde Floris Adriaansz.Raap, medicinae doctor (zie
    IIIa.1) en poorter van Amsterdam, zou kort na elkaar met twee (verschillende?, Amsterdamse?) vrouwen een buitenechtelijke verhouding hebben gehad en bij elk van deze vrouwen een kind hebben verwekt. Deze kinderen liet hij te Amsterdam dopen.
    2. Eén van deze kinderen, Adriaan, en de te Leeuwarden wonende Adrianus Floris Raap, meester pruikenmaker, die omstreeks dezelfde datum is geboren, zouden dezelfde persoon zijn. Het andere kind, Sophia, dat te Amsterdam bleef wonen, zou dezelfde persoon zijn als Sophia Raap, begraven te Amsterdam op 28-12-1780, 71 jaar oud, weduwe van Jacob de Ruiter. Bij ondertrouw met Jacob de Ruiter, Amsterdam 10-3-1730, werd zij nog ingeschreven als Sophia Florus.

    De doopinschrijvingen, waarnaar in de lezing wordt verwezen, vermelden letterlijk het volgende:
    a.
    Doopboek Oude Kerk: "anno 1709, vrijdagh 8 februari gedoopt van Do. gerardus puppius Hondius: Adriaan; vader: Floris Adriaanse, moeder: Henrijntie Janssen, getuigen: Jacob van Agthove, Trijntie van Agthove" (GAA "dopen" no. 16 fol. 116).
    b. Doopboek Noorderkerk: "anno 1710, 1 januari: Sophia; vader: Floris Arianß, moeder: Trijntje Siebes, getuigen: Marinus Marinuß, Neeltje Willems" (GAA "dopen" no. 79 folio 252).

    De veronderstellingen zijn gebaseerd op overeenkomst van de doopnamen met die van de Amsterdamse familie Raap en de vrijwel overeenstemmende geboortedatum van Adriaan uit Amsterdam en Adriaan uit Leeuwarden.
    Verder wordt uit het ontbreken van huwelijksinschrijvingen van Floris Adriaansz. Raap, respectievelijk van Floris Adriaanse met Henrijntie Janssen en Floris Arianß met Trijntje Siebes, de veronderstelling afgeleid dat Floris Adriaansz. Raap, Floris Adriaanse en Floris Arianß, dezelfde persoon zijn en dat Floris Adriaansz. Raap zijn toenaam Raap (of Raep) en ook zijn titel M.Dr. (medicinae doctor) niet in de twee bovengenoemde doopinschrijvingen heeft laten vermelden, omdat de betreffende kinderen buitenechtelijk waren.

    Dit intrigerende familieverhaal wordt al in meerdere generaties Friese Raapen overgeleverd. Tot op heden zijn echter géén andere gegevens gevonden, die genoemde veronderstellingen hard kunnen maken. Gezocht wordt nog naar goed bewijs b.v.: vernoeming in testament, notariële akten of vonnissen betreffende echting, alimentatie of legaat.

    Inmiddels heeft in de 2e helft van 2013 Y-DNA onderzoek plaats gevonden via "Family Tree DNA". Hiermee is aangetoond dat er een vrijwel zekere familieverwantschap bestaat tussen de Friese en Amsterdamse Raap'en.
    Totaal zijn 67 markers getest. Een berekening van de tijd tot de
    meest recente gezamenlijke voorvader geeft het jaartal 1535 met een marge van ±175 jaar. Bij 37 markers is dit 1580 met een marge van ±190 jaar. Het is thans aannemelijk dat deze gezamenlijke voorvader Adriaan Pietersz Raap is.
    Voor bijzonderheden m.b.t dit DNA-project zie:
    http://www.familytreedna.com/public/raap/ .
    Verder archief onderzoek zal moeten aantonen waar precies de link zich bevindt. Voorafgaand aan 2013 is méér dan 60 jaar uitvoerige onderzoek gedaan naar de veronderstelde link via M.Dr. Floris Adriaansz. Raap, vooralsnog zonder positief resultaat.


    Zie verder "Bronnen" 9   betreffende Gorinchemse Raap'en en verdere bijzonderheden over M.Dr. Floris Adriaansz. Raap en Leeuwarder Adriaan Florisz. Raap:

    • artikel in de Leeuwarder Courant van maandag, 16 oktober 1961, pag. 7, met de titel: "Stamboom van de (Friese) familie Raap bevat nog mysterie" zie:
    http://www.archiefleeuwardercourant.nl/vw/page.do?id=LC-19611016-007&ed=00 ;
    • notulen Genealogysk Wurkforbân
    , bijeenkomst dd. 14 oktober 1961 no. W.62021161/235 voor een kort verslag lezing van A. van der Kooi.

    Zie ook
     "Bronnen"14 waarin een groot aantal voorbeelden wordt gegeven van vele andere personen met de familienaam "Raap" met wie géén, althans géén aangetoonde, geneaologische verbindingen zijn gevonden.


  2. Pieter Adriaansz. Raap, ged. Gorinchem 6-3-1665, koopman te Kopenhagen (obiit caelebs ?). Zijn broer Floris Adriaansz. Raap, medicinae doctor, neemt zaken voor hem waar in Amsterdam (RA Haarlem, oud notarieel nots. Petrus Agricola van Enkhuizen dd. 10 mei 1704 en GA Amsterdam oud notarieel nr. 3366 dd. 4-4-1704).
  3. Anthonette Adriaansdr. Raap, ged. Gorinchem 30-4-1666, overl. Gorinchem 22-5-1666.
  4. David Adriaansz. Raap, ged. Gorinchem 6-4-1667 (obiit caelebs).
  5. Catharina Adriaansdr. Raap, ged. Gorinchem 6-6-1668 (obiit caelebs).
  6. Anthony Adriaansz. Raap, ged. Nieuwe Kerk Den Haag 28-9-1670 (Gem. Archief Den Haag bron 239 blz. 12), tr. 1707 te Bordeaux Margaretha Saincrie, dr. van Pierre Saincrie, burgemeester van Bordeaux (zie akte nots. Benjamin Phaff oud not. archief GA Amsterdam 10223/226 dd. 4 mei 1742).
    Uit dit huwelijk:
    6.1 Magdalene Maria Raap, geb. Bordeaux, tr. Bordeaux Jean le Fore (of Lefore of Lafore).
    6.2 Margaretha Sophia Raap, geb. Bordeaux, tr. Gorinchem 18-10-1734 Arnoldus van Aalst, koopman te Amsterdam. Hij drijft handel met Riga, St. Petersburg, Bilbao, Bordeaux, Londen (zie akten nots. Adriaan Baars, Thierry Daniel de Marolles, Philippe de Marolles en Benjamin Phaff m.b.t. wissels, bevrachtingen etc. Oud notarieel GA Amsterdam). De "Huwelijks-zangen" van dit huwelijk zijn bewaard gebleven (Kon. Bibliotheek, Bijzondere Collecties, Bronbestand: "Gelegenheidsgedichten", aanvraagnummer: 853B222. Zie ook: http://cf.hum.uva.nl/bookmaster/fransz/archivalia_epithalame.htm .
    Uit het huwelijk:
    6.2.1. Dionis Anthoni van Aalst.
    6.2.2 Adriaan van Aalst.
    6.3 Adriaan Floris Raap, geb. Bordeaux ca. 1717, koopman te Amsterdam. Van ca. 1760 tot ca. 1788 drijft hij vanuit Amsterdam handel op West-Indië, Bordeaux (met de Saincries) en Noord-Duitsland. Op zijn naam is bij de notarissen C. Homrigh, Thierry Daniel de Marolles en Harmanus van Heel (GA Amsterdam, oud notarieel) een groot aantal bevrachtingscontracten en akten aangaande wissels te vinden. Tr. 1° Waalekerk, A'dam 13-11-1751 Machtilda Borst en 2° A'dam, 27-3-1763 Françoisa Hermina Freher (uit Suriname). Zij is 25 jr. oud, dr. van Mattheus Freher, geb. Leiden 25-5-1711, ovl. Amsterdam 10-4-1778, koopman te Suriname en Amsterdam (zie artikelen in Amstelodamum, jrb. 1944 en Zijper Historische Bladen jrg. 10 nr. 3, aug. 1992) en Hermina Beck (of Beeke of van Beek); zij overlijdt te Amsterdam april 1788 (zie ook Gens Nostra XLVIII 1993, pag. 517 "antwoorden").
    Adriaan Floris Raap drijft met een bevriend koopman, genaamd Guillelmus Titsingh, handel op Suriname. Zie het artikel "Guillelmus Titsingh, koopman te Amsterdam, 1733-1805" van drs. N.D.B. Habermehl in 79e jaarboek anno 1987 van het genootschap Amstelodamum, pag. 85.
    In 1742/43 maakt hij een reis van 20 maanden "door en om geheel Vrankrijk", tezamen met Hendrick van Barnevelt, drossaard van de Heerlijkheid Noordeloos en Anthony Bruyning tot Montpellier. Zie: voetnoot op blz. 252/253 in het boekje "Recht en Slecht in het Land van Brederode" door P. Horden Jz.  uitgegeven door "Vereniging Historisch Lexmond". Ook ter inzage bij "Kon. Bibliotheek" De Haag en bibliotheek NGV/Weesp.

    Aantekening:
    In een testament dd. 19-4-1788 bij nots. Pieter Galenus van Hole (GA Amsterdam oud not. 5982B/475 no. 45) benoemt hij tot enige universele erfgenamen zijn twee neven, Dionis Anthoni van Aalst en Adriaan van Aalst. De kinderen van Anna Susanna Raap en Jean Guin t.w.: Patrice, Jean Valentijn, Floris, en Marie krijgen een legaat. Raapen worden in dit testament niet genoemd. Daaruit kan worden opgemaakt dat hij geen nakomelingen heeft.


    6.4
    Anna Susanna Raap, geb. Bordeaux, tr. Bordeaux Jean Guin.

  7. Adriaan Adriaansz. Raap, ged. Nieuwe Kerk Den Haag 22-11-1671 (Gem. Archief Den Haag bron 239 blz. 33), overl. 1749, schepen van Gorinchem. Rentmeester van het Oude Vrouwenhuis aan de Haarstraat aldaar. Sinds 1865 is deze instelling gevestigd aan de Groenmarkt. Aldaar zijn te zien de wapenschildjes van regenten en rentmeesters, o.a. dat van deze Adriaan Raap. Tr. 1° Gorinchem 15-5-1701 Maria (Elisabeth) Kien, ged. Gorinchem 4-6-1675, dr. van Otto Kien en Elisabeth Smijters. Tr. 2° (als weduwnaar) Gorinchem 14-6-1711 (of 27-6-1711 of 27-7-1711) Margaretha van Bijland (of Bijlant of Bijlandt; zij is weduwe van Hendrik van Barnevelt), geb. Gorinchem 20-8-1678 (of 20-8-1670), overl. Gorinchem 13-1-1740 (of 19-1-1740).
    Uit het 1° huwelijk:
    7.1 Adriaan Floris Adriaansz. Raap, geb. 1702, obiit caelebs.
    7.2 Maria Adriaansdr. Raap.
    Uit het 2° huwelijk: geen nakomelingen.

    Aantekening:
    In opeenvolgende testamenten dd. 26-12-1737, 3-10-1738, 31-5-1741, 3-12-1745 voor notaris Martinus van Mekern te Gorinchem (GA Gorinchem, oud not.) vermaakt deze Adriaan Adriaansz. Raap zijn bezittingen aan de kinderen van zijn broer Anthony Adriaansz. Raap (met name genoemd: Magdalena Maria, Margaretha Sophia, Adriaan Floris en Anna Suzanna).
    Noch deze Anthony Adriaansz., noch zijn andere broers, zusters en hun eventuele wettige kinderen, noch zijn eigen kinderen Adriaan Floris en Maria, worden in deze testamenten genoemd. Daaruit kan worden afgeleid dat er geen andere wettige erfgenamen meer waren en dat al zijn broers, zusters, zijn eigen en alle andere mogelijke (wettige) kinderen vóór 26-12-1737 zijn overleden.


  8. François Adriaansz. Raap, ged. Gorinchem 8-5-1674, overl. 1730 (?), obiit caelebs.
    In het Lidmatenboek van de Ned. Herv. kerk dec. 1688 - mrt. 1785 (gemeentearchief Gorinchem, bron 166) staat op blz. 33 "ledematen, aangenomen tegens het H. Avondmaal den 13 (en) 23 december 1696: Francois Raap, j.m.
    Hij komt in dienst van de VOC en maakt een testament dd. 11-12-1702 bij nots. Joannes Backer, "...staande voor zijn vertrek naar Oost-Indie met het schip "Roosenburg" van de Oost Indische Compagnie, kamer van de stad Amsterdam". Executeur is Floris Raap, medicinae doctor (GA Amsterdam oud not. nr. 4627). Zie ook betaalrollen van het schip Roosenburg, vertrokken uit Amsterdam 22 januari 1703 (Nationaal Archief, ingang 1.04.02 inv.no. 5519). François heeft aan boord de functie van "Derde Waak" (jongste stuurman). In Indië doet hij dienst op de schepen "Roosenburg", "Vegt" en de "Eenhoorn". In october 1706 rekent hij af en ontvangt het saldo van zijn verdiensten.
    Uit een notariële akte van de Leidse notaris Heyman Schouten Verruyt dd. 16 maart 1708 blijkt dat hij "coopman" is en te Amsterdam woont en een kwestie heeft met een debiteur die te Leiden woont (Regionaal Archief Leiden, oud notarieel, archiefno. 506A, inv. nr. 1718, akte folio nummer 56). Verdere gegevens zijn (nog) niet gevonden.
  9. Sophia Adriaansdr. Raap, ged. Gorinchem 13-9-1676, waarschijnlijk jong overleden.
  10. Anna Adriaansdr. Raap, ged. Gorinchem 14-1-1678, overl. Gorinchem ?-8-1678).

Deze tak van de familie is uitgestorven, behoudens eventuele voortzetting via Friese Raapen.


IIIb. Floris Florisz. Raap (1634-1683), tr. Margareta Kieft, dochter van zijn tante Anneken (of Annetje) Raap en Cornelis IJsbrant Kieft. Is regent van het Aalmoezeniersweeshuis op de Prinsengracht te Amsterdam. Een wapenbord van de regenten van dit weeshuis, met o.a. het wapen van Raap (schuingaande zwarte leeuw c.f. de Gorinchemse Raapen), is te zien bij het Amsterdam Museum (zaal 11, inv. no. KA7889).
Geen nakomelingen.

Ook deze tak is uitgestorven.


IIIc. Mr. Adriaan Willemsz. Raap, geb. Amsterdam 1620, overl. Amsterdam en begr. 13-12-1667 in de Westerkerk, advocaat op de Keizersgracht, daarna op de Heerengracht. Administrateur voor de Weeskamer. Tr. Amsterdam 7-3-1656 Elisabeth Hudde, ged. in de N.K. (Noorderkerk) 4-9-1633, begr. N.K. 7-6-1697, dr. van Hendrick Hudde, schepen en koopman te Amsterdam, en Clara Nijs.
Uit dit huwelijk:

  1. Willem Adriaansz. Raap, zie IV. direct hierna.
  2. Clara Adriaansdr. Raap, doop Amsterdam, 22-2-1658 (bron 105 p. 139), overl. Amsterdam 14-12-1695. Tr. Lambertus Lepeltak (of: Lepeltack).
  3. Hendrik Adriaansz. Raap, doop Amsterdam 10-9-1659 (bron 43, p. 418), overl. Batavia 10-8-1699, koopman bij de VOC.
    Vertrekt 28-11-1688 met het schip "Nederland" (kamer Amsterdam) naar Batavia. Werkt als koopman bij de factorijen aan de Coromandelkust, India, in Negapatnam en Dacheron. In 1697 te Dacheron is hij "Coopman en hooft". In veel dorpen en steden langs de kust van de Coromandel woonden wevers. Hun producten (o.a. Indiase sits en "palempore" kleden) werden door de VOC opgekocht.
    Vertrekt in 1698 met fluitschip "Wijk op Zee" naar Batavia. Overlijdt te Batavia 1699 "......nalatende Hollandse vrouw en kinderen" (Nationaal Archief, Den Haag, VOC archieven toegangsno. 1.04.02 inv.no. 5362: scheepssoldijboek "Nederland" folio 3 en Generale Landmonsterrollen inv. no.'s 11536 t/m 11541)
    .
    Zie voor een indruk van het leven van een VOC-koopman in India omstreeks die tijd, het boek: "VOC-dienaar in India, Geleynssen de Jongh in het land van de Groot-Mogol" door H.W. van Zanten.
    Tr. Amsterdam 6-4-1686 Anna Bos (of Bosch) *).Uit dit huwelijk:
    3.1
    Elisabet(h) Geertruij Raap, geb. Kaapstad 17-1-1688 (
    http://www.e-family.co.za/ffy/g9/p9682.htm ), overl. en begraven in of nabij Amsterdam ± 18-9-1718. Tr. Amsterdam 15-8-1715 Abraham Middelman.
    3.2 Willem Hendriksz. Raap
    , geb. Batavia 6-4-1690, verder geen gegevens bekend waar hij, na terugkeer in Nederland, is gebleven.
    3.3
    Anna Raap (verdere gegevens onbekend).

    *) Anna Bos keerde na overlijden van Hendrick terug naar Nederland. Zij trouwde daar ca. 1702 Hendrick van Lengerken van Gottenburg, koopman. In het Archief Oud Recht van de Zijpe en Hazepolder bevindt zich een transportakte dd. 25 mei 1703 waarin een stuk grond wordt verkocht, waarbij Hendrick de Bruijn, echtgenote van Geetruijd Raap (zie hierna bij 10.) "......als procuratie hebbende van Hendrick van Lengerken bij de Ed. Hoogm. Weesmeesteren van de stad Amsterdam den 19 mei 1702 gecommitteert omme in desen waer te nemen het recht van Elisabeth, Willem en Anna Raap, de drie minderjarige voorkinderen van sijn huisvrouw Anna Bosch, door haar eerdere huwelijk geteelt bij Hendrick Raap......".
    Op 15-5-1705 heeft Hendrick van Lengerkerk last en procuratie van Anna Bos bij verkoop aan
    Adriaan Jansz. Wit, van een derde deel van het "Zijpse Gat" in de Belkemerweg in de Zijpe. De procuratie is gepasseerd voor notaris Cornelis Winter (toegangsnr. 256) te Amsterdam op 7-5-1705.
    Volgens "Geslagt Memorie Raap" opgemaakt oktober 1777 door
    Klaas Raap t.b.v. de administrateurs van het Hudde-fonds, zijn deze Willem Raap en zijn zuster Elisabeth Raap jong overleden, zonder nakomelingen. Anna Raap (3.3) wordt in deze memorie niet genoemd.
  4. Pieter Adriaansz. Raap, doop Amsterdam, 7-9-1660 (bron 43 p. 445), overl. en begr. ??. Tr. Amsterdam 18-1-1687 Grietje (Margaretha of Marij) Jacobsdr. Uit dit huwelijk:
    4.1 Adriaan Pietersz. Raap (géén verdere gegevens bekend).
  5. Sijmon Adriaansz. Raap, doop Amsterdam 9-10-1661 (bron 105 p 330), geen verdere gegevens bekend.
  6. Adriaan Adriaansz. Raap, doop Amsterdam 22-10-1662 (bron 106 p. 32), geen verdere gegevens bekend.
  7. Elisabeth Adriaansdr Raap, doop Amsterdam 24-2-1664 (bron 106 p 93), waarschijnlijk. jong overl.
  8. Gerrit Adriaansz. Raap, doop Amsterdam, 2-8-1665 (bron ..........), geen verdere gegevens).
  9. Elisabet Adriaansdr. Raap, doop Amsterdam, 22-10-1666, overl. Alkaar - 04-1709 en begr. in de Zijpe. Tr. Adriaan Jansz. Wit (boer in De Zijpe), overl. - 11-1705.
  10. Geertruijd Adriaansdr. Raap, geb. Amsterdam, 6-12-1667 (bron 44 p 189), overl. Amsterdam 14-1-1736. Tr. Amsterdam 1701 Hendrick de Bruin (of: Bruijn), klerk ter secretarie van de stad Amsterdam, daarna havenmeester van Amsterdam, overl. 5-3-1720.

Aantekening:
1) In de Kon. Bibliotheek bevindt zich bij "Bijzondere Collecties", een bundel "Disputationum Juridicarum" (signatuur 965B13:93) met "juridische oefeningen" onder het presidium van Jacobus Maestertius, professor bij de "Academia Jurisprudentiae" te Leiden. Oefening "nonagesima-prima" (91), gedateerd Maart 1642, is opgesteld door bovengenoemde Adriaan Willemsz. Raap (IIIc.). In de inleiding wordt het werkstuk opgedragen aan zijn vader Willem Raap, zijn grootvader Adriaan Raap, zijn oom Pieter Raap en aan zijn oudoom (van moederszijde) Simon de Rijck. Het onderwerp "De Inventario" betreft het belang van inventarissen bij testamenten met de daaraan verbonden juridische kwesties. Het onderwerp is duidelijk geïnspireerd door de afhandeling van de erfenis van zijn oudoom. Hij is dan 22 jaar oud. Wellicht is het zijn werkstuk voor het verkrijgen van de meesterstitel.
2) In het testament van zijn oom Pieter Raap, opgemaakt dd. 6 oktober 1659 bij notaris Jan Uijtenbogaert te Amsterdam, wordt een jaargeld toegekend aan "........Adriaan Adriaans nu tot Haarlem..". De kosten daarvan kwamen in aftrek van een bedrag dat de kinderen van zijn broer Willem Adriaansz. zouden erven.
Op basis van deze clausule wordt wel eens verondersteld dat deze Adriaan Adriaans een natuurlijke zoon is van Adriaan Willemsz. Raap. Deze zoon zou zijn geboren voordat hij huwt met Elisabeth Hudde. Gegevens die deze veronderstelling kunnen bevestigen of aannemelijk maken zijn (nog) niet gevonden. Vraag is ook waarom Pieter Raap alle drie kinderen van zijn broer liet "korten" en niet alleen zijn neef Adriaan. Zie verder
"Bronnen" nr. 8.
3) In deze tak van de familie zijn 3 mannelijke nakomelingen, van wie geen verdere gegevens en nakomelingen bekend zijn t.w. 3.3 Willem Hendriksz. Raap (waarschijnlijk in Batavia overleden), 3.1 Adriaan Hendriksz. Raap en 4.1 Adriaan Pietersz. Raap. Ook in de stukken van de Amsterdamse Weeskamer m.b.t. de verdeling van de erfenis van Symon de Rijck (zie
"Bronnen" 7 ) zijn hun namen niet terug te vinden. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat zij zonder nakomelingen zijn overleden.

IV. Willem Adriaansz. Raap, geb. Amsterdam, 13-2-1657 (bron 43 p.349), overl. Amsterdam (?) 1703/1704, koopman, reder en bevrachter bij de walvisvaart op Spitsbergen. Kerkmeester Noorderkerk te Amsterdam 1682 (zie bord in kerkmeesterskamer Noorderkerk).
Uit notariële akten en uit de notulen van de Desolate Boedelkamer van Amsterdam blijkt dat hij te kampen had met dubieuze debiteuren. De zaken gingen in die tijd blijkbaar minder goed.
Hij vestigt zich omstreeks 1685 op de hofstede De Kleine Wiel aan de Bosweg in de polder De Zijpe. Deze bezitting was in de familie gekomen via de erfenis van Symon de Rijck. Verwerft uit deze erfenis ook nog een aandeel in andere bezittingen in De Zijpe.
In De Zijpe woont hij samen met Neeltje Jans (de Leeuw), geb. in de Beemster ? dd. ?, overl./begr. Zijpe 15-6-1724 (aangever: Cornelis Blankman).
De toevoeging "de Leeuw" is te vinden in de "Geslagt Memorie Raap", gedateerd "October 1777", gemaakt door Klaas Adriaansz. Raap (
V.8) t.b.v. de administrateurs van het Hudde-Fonds (zie "Bronnen" nr. 12) . Enkele kopieën van stukken en brieven uit het particuliere archief van dit fonds zijn in bezit van de samenstellers van deze genealogie.
In een notariële akte dd. vrijdag,18-12-1704, opgemaakt door notaris Cornelis Winter te Amsterdam (GA/stadsarchief A'dam, oud notarieel no. 6723), worden zij aangeduid als echtlieden.

Het begin van deze akte. Hierin wijzen zij elkaar aan als enige erfgenamen.

De huwelijksinschrijving is mogelijk ingeschreven bij een schepenrechtbank maar nog niet gevonden.
Uit dit huwelijk c.q. verbintenis:

  1. Willemtje Willemsdr. Raap, geb. omstreeks 1697 (niet vermeld in de doopboeken van De Zijpe; als voorkind waarschijnlijk elders gedoopt), overl. 1746. Tr. 1° Cornelis Jansz. Glas. Tr. 2° 27-3-1739 Luytje Cornelisz.
  2. Lijsbet Willemsdr. Raap, ged. Oude Sluis 11-5-1698, overl. ca. 1719.
  3. Adrianus Willemsz. Raap, zie V. direct hierna.

In het archief van de familie Backer en aanverwante families (Stadsarchief Amsterdam, toegangsno. 172, inventarisnummer 44) bevindt zich een genealogie van de familie Raep tot omstreeks 1700, schematisch beschreven op 2 vellen A3 door Cornelis Backer. Bij Willem Adriaansz. staat de aantekening: "mistrouwde een boerin uit de Beemster".

Een belangrijke ingang voor het verkrijgen van gegevens over de eerste Zijper Raapen is het werk van J. Baken, zie "Bronnen" nr. 10. Voor de geschiedenis van De Zijpe zie "Bronnen" nr. 11 en nr. 13.


V. Adrianus Willemsz. Raap, ged. De Zijpe 18-7-1699, overl. Oude Sluis 4-6-1773, sluiswachter van de Oude Sluis en gerechtsbode in de Zijpe. Tr. ......Maartje Willems Wagemaker, ged. De Zijpe 16-9-1703, overl. ....., dr. van Willem Wagemaker en Grietje Cornelis, wonende op 't Zand (Zijpe). Uit dit huwelijk:

  1. Willem Adriaansz. Raap, ged. De Zijpe 1-1-1724, overleden oud 12 jr.
  2. VIa. Jan Adriaansz. Raap.
  3. Adriaan Adriaansz. Raap, ged. De Zijpe 10-10-1728, overl. 30-4-1781. Tr. 26-1-1754 Aagje Claasdr. Komen, j.d. in de polder Wieringerwaard.
    Uit dit huwelijk:
    3.1
    Maartje Raap, ged. 14-3-1756, overl. Zijpe 18-5-1798 (DTB Zijpe deel 24), tr. 8-6-1781 Jan Jacobsz. Geel, ged. Zijpe 12-6-1757, overl. Zijpe 22-2-1824, zn. van Jacob Jansz. Geel en Maartje Ariënsdr. Kossen.
    3.2 Klaas Raap, ged. 12-11-1758, overl. 1759.
  4. Jan (Johannis) Adriaansz. Raap, ged. 12-11-1730, overl. ........ Tjalkschipper. Tr. 17-1-1756 Geertje Cornelis Breet, ged. 4-4-1734, dr. van Cornelis Jansz. Breet (metselaarsbaas en steenkoper) en Neeltje Jans Kuijpers in De Zijpe. Uit dit huwelijk:
    4.1 Adrianus Raap
    , ged. 17-10-1756, overl. .... ...Tr. Schagen 11-2-1781 Antje Jans Tegel, geb........ , overl. Schagen 15-3-1792.
    Uit dit huwelijk:
    4.1.1
    Geertje Raap, ged. Schagen 24-2-1782, jong overleden.
    4.1.2
    Maartje Raap, ged. Schagen 1-6-1785, overl. Schagen 4-11-1831.
    4.1.3
    Geertje Raap, ged. Schagen 30-12-1788.
  5. Pieter Adriaansz. Raap, ged. Oude Sluis 28-6-1733, overl. Oude Sluis 1-9-1814. Tr. Oude Sluis 28-4-1764 Jantje Lammers Schaap.
    Uit dit huwelijk:
    5.1
    Maartje Raap , ged. 10-2-1765, overl. Zijpe 21-1-1832. Tr. 2-5-1790 Cornelis Zeeman, landman, geb. Keinsmerbrug (Zijpe) en ged. Oude Sluis 25-9-1768, overl. 't Zand 21-1-1832, zn. van Jan Zeeman en Maartje Eerstens.
    5.2 Dieuwertje Raap , ged. Oude Sluis 23-11-1766. Tr. 1° 12-3-1791 Albert Kater. Tr. 2° 13-9-1800 Klaas Dirks Wagemaker (weduwnaar).
    5.3 Adrianus Raap , ged. 4-9-1768, overl. 15-9-1768.
    5.4 Neeltje Raap , ged. 22-10-1769.
    5.5 Geertruij Raap, ged. 31-3-1771.
    5.6 Adrianus Raap , ged. Zijpe 5-3-1775, overl. Zijpe 1-9-1828, tr. 12-6-1801 Lijsbeth Pieters Bes. Uit dit huwelijk:
    5.6.1 Pieter Raap, ged. 6-11-1801 (geen gegevens bekend over nakomelingen).
    5.6.2 Cornelis Raap
    , ged. Oude Sluis 31-7-1805, overl. Zijpe 21-1-1875, schippersknecht, arbeider. Tr. 1° .........27-2-1836 Juidikje Stompedissel. dr. van Barend Stompedissel en Hilletje Von. Tr. 2° (als weduwnaar van Juidikje Stompedissel) Zijpe 17-8-1839 Dieuwertje Middelie, geb. Zijpe 1810, dr. van Jacob Middelie en Neeltje de Jong. (Uit beide huwelijken geen gegevens bekend over nakomelingen)
    .
  6. VIb. Willem Adriaansz. Raap.
  7. Cornelis Adriaansz. Raap, ged. De Zijpe 1-1-1735, overl. 13 jaar oud.
  8. Klaas Adriaansz. Raap, ged. De Zijpe 12-11-1741, overl. 10-10-1820, onderwijzer, voorzanger en later ontvanger der indirecte belastingen te Oude Sluis. Hij was ook enige tijd belast met het aanvragen en uitbetalen in de Zijpe en directe omgeving van uitkeringen uit het Huddefonds. Tr. 29-1-1766 Maartje Corn. de Waard (of Waart). Uit dit huwelijk:
    8.1 Elisabeth, ged. Schagerbrug 9-11-1766, overl. Sint Maarten 26-11-1824. Tr. Klaas Bakker, geb. ........., overl. Sint Maarten 3-6-1835, van beroep percepteur (ontvanger van belastingen), zoon van Dirk Bakker en Dieuwertje Zwaal.
  9. Hendrik Raap, ged. Wieringerwaard 18-7-1745, jong overleden.

west
¦
zuid <---globale oriëntatie---> noord
¦
oost

---------------------------------------------------------------

Willem Raap, (IV, 1657-1703/4) erfde enkele bezittingen in de Zijpe, o.a. een deel van de hofstede "Kleine Wiel" (waar hij ook is gaan wonen) en een deel van de hofstede "Mosselwiel". Deze lagen aan de westzijde van de Bosweg in vak V (perceel b respectievelijk d en e; daartussen lag, in perceel c, de eendenkooi). De Bosweg ( voeger: Boschwech) loopt door de vakken T en de V op de kaart. De naam "wiel" verwijst naar een poel (wiel) die in de directe omgeving was ontstaan na een dijkdoorbraak. Zie "Bronnen" nr. 13.
Zijn zoon Adriaan Willemsz. Raap (1699-1773) was sluiswachter aan de Oude Sluis (daarvoor: Groote Sluis). Op de kaart ligt deze sluis aan de nog niet ingepolderde wadden (latereWieringerwaard).
Voor historie van de Zijpe: zie website: www.zijpermuseum.nl .

terug naar introductie | terug naar tabel eerste zes generaties | naar pagina Jan Raap | naar pagina Willem Raap


Bronnen:

1. Huistekens:
Zie "De Uithangtekens in verband met de Geschiedenis van het Volksleven beschouwd" door Mr. M.J. van Lennep en J. ter Gouw uit 1868 deel II pag 383 e.v. Dit werk werd in 1974 opnieuw uitgegeven door Uitgeverij M.A. van Sijen te Leeuwarden.
Er waren in Amsterdam nog andere huizen met een raap als gevelsteen bijvoorbeeld:

"De Gecroonde Raep", in de gevel van het achterhuis op de Oudezijds Achterburgwal 46a.
Het voorhuis bevindt zich op de Oudezijds Voorburgwal 57,
Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Gecroonde_Raep ;

"De Drie Rapen", ± 1660 bij de boekdrukker/verkoper Pieter Arentß Raap*) op de Beursstraat (nu Rokin);

*) Géén familieverband vastgesteld. Zeer waarschijnlijk betreft het hier een andere familie Raap.
Zie ook "bronnen 14".

"De Drie Rapen", omstreeks 1646 op de Nieuwe Doelenstraat;
"De Vergulde Raap", in 1680 op de Wolvenstraat;
"De Raep", in de 17e eeuw een herberg op de Prinsegracht bij de Elantsgracht.

Documentatie: "De Raap als gevelsteen", Amstelodamum 1919: april blz. 32, mei blz. 40 en augustus blz. 61.

Hadden deze gevelstenen met rapen nog een metaphorische betekenis? Wellicht is er een verbinding met de groeizaamheid en weerstandsvermogen van deze koolsoort.
Mogelijk is er ook een verband met het verhaal over de Samnieten. Die probeerden de Romeinse consul Marcus Cato Major (bij Vondel: Markus Kurius) om te kopen. Maar toen ze zagen dat hij rapen at voor de lunch, gaven ze het op. Iemand die met zulk eenvoudig voedsel genoegen nam, moest onomkoopbaar zijn (Plutarchus, Vitae Aristides - Marcus Cato. Zie "Plutarch's Lives", translation Bernadotte Perrin, Vol. II page 306/307, The Loeb Classical Library, January 1914). Deze gebeurtenis is afgebeeld op een schilderij van Govaert Flinck, dat te zien is in de Oud-Raadszaal (zuidelijke schouw) van het voormalige stadhuis (nu koninklijk paleis en museum) op de Dam. Vondel maakte hierbij een gedicht:

Op 's Burgemeesters wacht magh Rome veiligh slaepen,
Als Markus Kurius, het aengeboden gout
Versmaêde, sich genoeght met een gerecht van raepen.
Zoo wort door Maetigheit en Trouw de Stadt gebouwt.
("De Werken van Vondel", deel VIII blz. 216, door Dr. J.F.M. Sterck, 1935)

In "Waasland", de streek om Sint-Niklaas, ten westen van Antwerpen, staat een raap afgebeeld op aantal dorps- en stadswapens.

Ook in familiewapens kwamen rapen voor zoals in dat van Sebastiaan van Loosen, geb. Gorinchem, overl. 1599, burgemeester, later pensionaris aldaar, lid van de Raad van State, het Hof van Holland en van de Hoge Raad. Zie veld B: "in goud een raap van zilver, gebladerd van sinopel".

Wapen "Wessem", voorkomende in "Limburgse wapens", Maastricht 1925, blz. 32.
Beschrijving: een knol (of raap) van natuurlijke kleur met groen loof over alles heen.
Zie ook heraldische databank CBG.

In de heraldische databank CBG bevindt zich nog een aantal familiewapens, waarin rapen voorkomen, t.w.
• het wapen "Moes" van Peter Eberhard Moes, 1674 - 1741, predikant te Leuscheid, Rijnland;
• het wapen "Rueb";
• het wapen "Tulleken", van jhr. Jan van Hoogenhouck Tulleken, 1762 - 1851, vice-admiraal.

In "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Limburg" van Dr. J. Belonje (uitgegeven te Maastricht, MCMLXI) staat (pag. 241) een wapen beschreven dat zich bevindt op een zerk in de Sint Christoffel kathedraal te Roermond. De beschrijving is als volgt: "Binnen een krans, de zwikken gevuld met lelies, in een cartouche: een ovaal wapenschild, gevierendeeld: A = een raap, waaruit 3 bladeren spruiten, staande in de grond; B = een hart: C = een merk; D = 3 schelpen, 2 en 1".
Dit wapen blijkt te zijn van het Roermondse regeringsgeslacht Van Wessem. Zie het artikel van C. van Wessem over deze familie in "De Nederlandsche Leeuw", jaargang LVII, oktober 1939, pag. 447.
Mogelijk is dit een later alliantiewapen, waarin de raap van bovengenoemd wapen "(van) Wessem" is verwerkt.


2. "De voorouders van Adriaen Pietersz. Raep":
Door H. den Boer in "Ons Voorgeslacht", maandblad van de Zuid-Hollandse Vereniging voor Genealogie nr. 386, 43e jaargang, september 1988, pag. 349.
De grootvader van Adriaen Pietersz. (in Amsterdam: Adriaan Pietersz. Raap), was Lenert Cornelisz. Vrijgesel, overl. voor 14-1-1542 (Adriaen Pietersz. noemt hem Lenaert Pietersz.den Ouden). Tr. Maergen Claesdr., overl. voor 12-6-1539. Uit dit huwelijk:

  1. Pieter Lenertsz. Vrijgesel, geb. ca. 1533, poorter van Vlaardingen in 1555, overl. Vlaardingen 1557 op St. Matthijsdag, oud 24 jaar. Tr. voor 29-5-1554 Grietge Jansdr. overleden febr. 1576 te Rotterdam. Uit dit huwelijk: 1.1 Adriaen Pietersz. (stamvader in deze genealogie, zie I.).
  2. Trijngen Lenertsdr., tr. Cornelis Pietersz. Braber.
  3. Jasper Lenertsz..

3. "De Vroedschap van Amsterdam 1578-1795":
door J.E. Elias, Haarlem 1903. Adriaan Pietersz. Raap zie pag. 294. Op pag. 295 wordt ten onrechte vermeld dat zijn achterkleinzoon Willem Raap (IV) ongehuwd zou zijn overleden in 1687. Zie ook: http://www.historici.nl/retroboeken/elias/#source=1&page=484&size=800&accessor=accessor_index .


4. "Memorie":
Een kopie van de "memorie" van Adriaan Pietersz. Raap en nog enkele andere stukken m.b.t. de Amsterdamse Raapen bevinden zich in de familiearchieven "Heshuysen, Hooft, Hooft van Woudenberg" bij het Gemeentearchief Amsterdam (toegangsno. 225). Het Rapenhofje aan de Palmgracht 28 - 38 te Amsterdam was de oorspronkelijke bergplaats van deze archieven. Dit archief werd achtereenvolgens beheerd door de families Kieft, Van Erffrenten, Bruyningh, Hooft en Heshuysen. Zie ook Amsterdams Jaarboek 1900, pag. 184.


5. Familiewapen:
Het Raapen-wapen is nog te zien in de gevel van het "Rapenhofje" aan de Palmgracht 28-38 te Amsterdam, tezamen met een gevelsteen voorstellende een raap.
Het wapen dat de Gorinchemse Raapen als schepen van die stad voerden, wijkt enigszins af van het door Adriaan Pietersz. gevoerde wapen (zie: begin van de hoofdpagina en ook Bronnen nr. 1 . Wapenafwijkingen binnen dezelfde familie kwamen meer voor, zie hierna: Brouck).
De Zijper Raapen maakten voor zover bekend geen gebruik meer van het familiewapen.

De oorsprong van het Raapen-wapen is niet bekend. Het lijkt sterk op de wapens van de Vlaardingse familie Brouck (ook geschreven: Broock of Broek). Het is mogelijk dat Adriaan Pietersz. op een of andere wijze was verwant aan deze familie en dat hij zijn schepenwapen aan dit wapen ontleende. Zie "Ons Voorgeslacht" de artikelen: "Een oud heraldisch probleem. Het wapen van het Vlaardingse geslacht Brouck" door C. van Hoek no. 437, 48e jaargang, april 1993 en "Brouck te Vlaardingen" door H. den Boer, no. 414, 46e jaargang, maart 1991 met afbeeldingen van het wapen "Brouck" (zie hiernaast).
Het bovenste wapen is afgeleid uit een beschrijving van de grafsteen van Jan Pouwelsz. Broeck. Dit wapen is niet meer te zien omdat het - zeer waarschijnlijk in de Patriottentijd - uit deze grafsteen is weggekapt. Uit haat tegen het regentendom gebeurde dat wel meer met familiewapens op zerken.
Het onderste wapen komt voor in de "Wapens der Vlaardingse Vroedschappen" (een niet geautoriseerd handschrift) en wordt toegekend aan Gerrit Jansz. Brouck (1619-1633), Jan Pouwelsz. Brouck (1626-1640) en Dirck Engelsz. van den Brouck (1641-1652).
Ook het wapen van de Hollandse familie "Wallen (van der)" vertoont overeenkomst met het wapen "Raap", zie Rietstap, plaat CXL.

6. "Burgers in het geweer, de schutterijen in Holland 1550-1700", door Paul Knevel, Historische Vereniging Holland, Uitgeverij Verloren , Hilversum 1994.


7. Symon de Rijck:
Zie het artikel "Het grondbezit van Zymon D'Rijck" van Mr. J. Belonje in het maandblad Amstelodamum jrg. 66, 1979, blz. 105 e.v. en J.E. Elias, "De Vroedschap van Amsterdam 1578-1795", Haarlem 1903, pag. 379 en 380. Deze Symon was de oudste zoon van Jacob Simonsz (de) Rijck, heer van Zaffelaer, kapitein bij de Watergeuzen. Deze Jacob (de) Rijck had een werkzaam aandeel bij de inname van Den Briel op 1-4-1572.
Zie ook: "Jacob Simonszoon de Ryk, treurspel" door Lucretia Wilhelmina van Winter, geb. van Merken, 3e druk te Amsterdam uitgegeven bij Wed. G. Warners en Zoon, 1813. Vindplaats: Univ. Bibliotheek Amsterdam.
Een dochter van deze Jacob (de) Rijck, Grietgen of Gertrudt, tr. Amsterdam 20-10-1593 Absolon Nicolai (of Claesz.). Uit dit huwelijk: Elisabeth Absolons (ook Absalon), die tr. met Willem Adriaansz. Raap, zie IIb.


8. "Memorie of geslagtsregister van de families Hartgers, Holthuijzen, Raap, Steffers, Van Vliet" (GA Leiden, boekno. LB 5675). In deze Memorie komt een Adriaan Raap voor. Deze Adriaan was chirurgijn van het Gasthuis, het Kinderhuis en het Dolhuis te Haarlem. Hij overleed te Haarlem op 7-8-1723, 82 jaar oud en is derhalve geboren in 1641 of 1642. Hij is op 19-4-1671 te Beverwijk gehuwd met Maria Oosterling(h) uit Dordrecht. Volgens doopboek NH kerk te Haarlem hadden zij 8 kinderen: twee zoons en 6 dochters. In bovengenoemde memorie worden alleen genoemd:
• Margareta (of Margriet), ged. Haarlem 17-1-1672, overl. Haarlem 25-8-1712. Tr. Haarlem 15-6-1692 met Eduard Hartgers.
Adrianus, ged. Haarlem 2-4-1673, overl. ?? geh. ??
• Maria, ged. Haarlem 27-5-1678, overl. Haarlem ? -1751. Tr. Haarlem 1710 Willem Oosterling, geb. te Haarlem.
• Catharina, ged. Haarlem 30-6-1683, overl. Haarlem ? -1751. Tr. Haarlem 22-4-1710 Paulus de Jongh, geb. te Hoorn.
Pieter Hartgers, opsteller van de Memorie en zoon van Eduard Hartgers en Margareta Raap, noteert wèl het huwelijk en het overlijden van de zusters van zijn moeder, maar géén verdere bijzonderheden over haar broer Adrianus. Dat zou erop kunnen duiden dat deze Adrianus ca. 1700 of daarvoor is overleden. Verder noteert deze Pieter dat zijn broer Adrianus Hartgers, de functie van chirurgijn van zijn grootvader overneemt "met approbatie van de burgemeesters van Haarlem".
In deze Memorie of Geslachtsregister komt géén verwijzing voor naar de Amsterdamse Raapen.
Zou deze Adriaan Raap, chirurgijn te Haarlem een natuurlijke zoon kunnen zijn van Mr. Adriaan Willemsz. Raap (1620-1667)? Het is verleidelijk overeenkomst te vermoeden met Jacob Florisse, natuurlijke zoon van Floris Adriaansz. Raap (1583-1656), maar vermoedens van verwantschap, uitsluitend op basis van naamsovereenkomsten, blijven speculatief. Er zal meer bewijs moeten komen, maar het zoeken naar meer bewijs lijkt alleen interessant als hier sprake is van nageslacht in mannelijke lijn.


9. Collectie Vorsterman van Oyen. Gegevens over de Gorinchemse (Gorkumse) Raapen zijn voor een belangrijk deel overgenomen uit een handschrift "Genealogische bijdragen betreffende RAAP" uit deze collectie (Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag, handschriftenverzameling Genealogisch Heraldisch Genootschap "De Nederlandsche Leeuw", dossier 177 no.6) en dezerzijds aangevuld met gegevens uit eigen onderzoek in DTB's (doopboeken Nederduitse geref. gemeente GA Gorinchem), het oud notarieel (nots. Martinus van Mekern akten dd.: 26-12-1737, 3-10-1738, 31-5-1741 en 3-12-1745, GA Gorinchem) en de kerkboeken van de gereformeerde kerk te Loenen (GA Loenen).

Wat betreft de vraag of de uit Gorkum afkomstige Floris Adriaansz. Raap, medicinae doctor, de vader is van Adriaan Floris Raap, uit Leeuwarden:
Tot nu toe zijn geen documenten (echting, jaargeld, legaat etc.) gevonden die de veronderstelling kunnen bevestigen.
Uit een akte van procuratie van testamentair executeurschap dd. 25-6-1749 voor notaris Meeus de Leeuw te Utrecht (Het Utrechts Archief, oud notarieel akte U183a12-32) blijkt dat
Arnoldus van Aalst aan zijn zwager Adriaan Floris Raap tijdelijk het plaatsvervangend executuurschap overdraagt van de boedel van Floris Raap (M.D.). De 1e executeur is Adriaan Adriaansz.Raap (oud schepen van Gorinchem).

Uit een transportakte van notaris M. Mekern te Gorinchem dd. 1 maart 1749 (oud notarieel Gorinchem) blijkt dat er een testament zou zijn, dat op 3 februari 1737 was opgemaakt bij Schepenen en Secretaris van Loenen en de Nieuwersluis. In de protocolboeken van Loenen (Utrechts archief toegang 49, div. inventarisnummers) is dit testament echter niet aangetroffen.
De verwijzing is zeer waarschijnlijk foutief. Wel is er op die datum aan Floris Raap MD, wonende te Loenen een "0ctrooy" verleend voor het opmaken van een testament. De verlening van dit "octrooy" is ingeschreven in het "Register van de Octrooyen" bij het Hof van Utrecht (Utrechts archief, toegang 239-1 inv. no 231-5). De notaris die het octrooi heeft aangevraagd en laten inschrijven, is nots. J. van den Doorslag. In diens boeken is echter géén testament van Floris Raap te vinden. Mogelijk was de toestand van Floris Raap na 3 februari 1737 zodanig dat hij geen testament meer kon maken. Hij moet kort daarop zijn overleden en werd 27-2-1737 in Vreeland (bij Loenen) begraven. Een mogelijkheid is dat het eerder genoemde, te Amstedam dd. 23 mei 1707 gemaakte testament, is gebruikt voor de afhandeling van zijn nalatenschap. Inventarislijsten van de nalatenschap zijn niet gevonden.

Volgens mededeling van het GA Amsterdam zijn de lidmaatregisters van de gereformeerde gemeente in Amsterdam pas vanaf 1749 bewaard gebleven. Derhalve kan niet worden nagegaan of daar omstreeks 1709 en 1710 meerdere lidmaten met de doopnaam "Floris" en patronymicum "Adriaanse" of "Arianß" of met de toenaam "Raap" (Raep) stonden ingeschreven.

Voor de beroepsuitoefening van een "medicinae doctor": zie "De Polsslag van de Stad, 350 jaar Academische Geneeskunst in Amsterdam" Annet Mooij, Arbeiderspers Amsterdam 1999.

Wat betreft Adrianus Floris Raap, meester pruikenmaker, staat vast dat hij te Leeuwarden 14-5-1752 in de Galilieër kerk huwt met Rinske Sybrens Faber uit Leeuwarden (Tr. boek NH gemeente, GA Leeuwarden) en stamvader is van vele Friese Raap'en.
Lidmaat van de NH-kerk: 9-11-1753 (lidmaten register NH kerk pag. 013, GA Leeuwarden). Voor on-line gegevens DTB's en lidmatenregister NH zie website Historisch Centrum Leeuwarden:
http://www.gemeentearchief.nl/

Uit een koop/verkoopbrief dd. 27 juni 1738 (GA Leeuwarden, rechterlijke instellingen, consentboeken, klappers K30,33,35 blz. 90 e.v.) blijkt dat hij eerder gehuwd was met Anna Catharina Hendriks (huwelijk nog niet gevonden in DTB's). In een daarop aansluitende notariële akte dd. 28 april 1738 voor nots. Cornelis Aleman te Enkhuizen (RA NH, Haarlem) wordt hij genoemd als Adrianus Raap, "mr. paruikmaker". In deze akte verleent Trijntje Jans (uit de akte in combinatie met bovengenoemde koopbrief, blijkt dat zij een volle nicht is van Anna Catharina Hendriks) hem procuratie bij het te Leeuwarden afhandelen van de erfenis van Hendrik Beerents (of Beernts), schedemaker te Leeuwarden. Uit dit eerste huwelijk zijn, voorzover kan worden nagegaan, géén kinderen geboren. Voor de veronderstelling dat de hiergenoemde Trijntje Jans dezelfde zou zijn als de eerder genoemde Henrijntje Janssen in het hiervoor genoemde doopboek van de Oude Kerk te Amsterdam en dus de moeder zou zijn van deze Adrianus Floris, zijn géén aanwijzingen gevonden.

Adriaan Floris overlijdt te Leeuwarden op 24-9-1797, begr. 2-10-1797 (Jacobijner kerkhof, DTB Leeuwarden).

Het verslag van de vergadering dd. 14 oktober 1961 van het Genealogysk Wurkforbân van de Fryske Akademy (W.62021161/235) vermeldt m.b.t. de lezing van A. van der Kooi :

"..........Ut in adfortinsje yn 'e Ljouwerter krante fan 27 septimber 1797 *) docht bliken, dat Adriaan Floris Raap op 24 septimber 1797 to Ljouwert rêst is, âld 88 jier, 7 moanne en 17 dagen. Hy sil dus -tobek rekkenjend - op 7 febrewaris 1709 berne wêze. Mar yn hokker plak?! Yn Gorkum en Amsterdam wennen yn de 17e en 18e ieu femyljes Raap en yn dizze slachten komme de namen Floris en Adriaan, ek yn kombinaesje, folle foar. Der is reden oan te nimmen, dat de Ljouwerter prûkmakker bisibbe is aon de Amsterdamske femylje Raap. Op 8 febrewaris 1709 wurde der yn Amsterdam in bern Adriaan doopt as soan fan Floris Adriaansz. en Hendreijntje Jansdr. en op 1 jannewaris 1710 in famke Sophia, dochter fan Floris Adriaansz. en Trijntje Sijbes. Om 't bliken dien hat, dat by harren forstjerren Adriaan en Sophia beide de skaeinamme Raap hawwe en de âlden fan in sekere doctor Floris Raap, berne to Gorkum en rêst to Loenen a/d Vecht, Adriaan Florisz. Raap en Sophia de Vries hjitten, wurde forûndersteld, dat dizze doctor, as Floris Adriaans, beide bern dope litten hat en hy dus de natuerlike heit is. Oan 't safier de hear v.d. Kooi. Hjirop folget nochal hwat neipetear, binammen de supposysje binnen de mieningen fordield oer. Saek is, dat men de libbensrin fan Dr. Floris Raap yngeand ûndersykje moat om it probleem better binaderje to kinnen...........".

*)
http://www.archiefleeuwardercourant.nl/vw/page.do?id=LC-17970927-003&ed=00

Het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag heeft t.b.v. de heer G. de Weert te Leeuwarden een onderzoek gedaan naar de herkomst van de Friese familie Raap en wel in het bijzonder naar de afstamming van pruikenmaker Adriaan Floris Raap. Dit onderzoek werd uitgevoerd door H.J. Kruimel, conservator bij het CBG en is gedateerd "april 1961". Dit onderzoek concludeerde dat op basis van een aantal "opmerkelijke" naamsovereenkomsten en de praktisch overeenstemmende geboortedatums van de in Amsterdam geboren Adriaan Floris en de pruikenmaker Adriaan Floris, afstamming van M.Dr. Floris Adriaansz. Raap zeer waarschijnlijk lijkt, maar dat het onderzoek géén sluitend bewijs heeft opgeleverd. Dhr. A. van der Kooi moet op de hoogte zijn geweest van dit onderzoek. Anno 2006 was het archief van dhr. Kruimel bij het CBG nog niet geordend en derhalve nog niet ter inzage in de studiezaal (mededeling plv. directeur CBG, N.Plomp, in brief CBG kenmerk 2014.12.0176 dd. 23 februari 2006).
Zie verder:

• "De Sneuper", officieel orgaan van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland, vierde jaargang, mei 1990, no. 12, pag. 29 en 14de jaargang, sept. 2000 no. 56 pag. 131. Zie ook:
http://www.hvnf.nl/ .
• "Huwelijk in Holland, stedelijke rechtspraak en kerkelijke tucht 1550 - 1700" proefschrift van Manon van der Heijden, uitgevers Bert Bakker 1998.
• "Huwelijk en gezin in Holland in de 17de en 18de eeuw"
van Donald Haks, uitgevers Van Gorcum, Assen,1982.
Uit de 2 laatstgenoemde studies blijkt dat het in die tijd geenszins eenvoudig was de huwelijkswetten te overtreden zonder negatieve maatschappelijke gevolgen. Dat ondervond ook Willem Adriaansz. Raap (zie IV), die samenwoonde met Neeltje Jans (de Leeuw) en pas na een (voor)kind met haar trouwde.

Onderzoek m.b.t. de Friese Raapen en de eventuele aansluiting op de Amsterdamse zie: www.familieraap.nl


10. J. Baken, "Gezinssamenstellingen betreffende bewoners van Zijpe tot ongeveer de invoering van de Burgerlijke Stand", voltooid april 1977 (Regionaal Archief Noord-Holland te Alkmaar).


11. Historische gegevens over de Zijpe: zie: Mr. J. Belonje "De Zijpe en Hazepolder", Leiden 1933; "De Zijpe" van J.T. Bremer, deel I "Bedijking en bewoning tot omstreeks 1800" en deel II "1813-1920", uitgegeven door Pirola te Schoorl. Het artikel "Hoofdstukken uit de economische en sociale geschiedenis van de polder Zijpe in de 17e en 18e eeuw" door Dr. A. Zijp in het Tijdschrift voor Geschiedenis, jaargang 70, 1957.
In de bibliotheek van het Rijksarchief Noord-Holland te Haarlem bevindt zich een bundel "Octroyen, privilegiën ende Keuren, mitsgaders de ordonnantieën van de Weeskamer en de Vierschaar van de Oude-Zijpe ende Hase-polder" uit 1717. Deze bundel geeft een goede indruk van de problemen, die in die in die tijd dienden te worden opgelost en de regelingen die daarvoor werden getroffen.
Veel interessante gegevens over de Zijpe zijn te vinden op: http://zijpermuseum.nl/stamboom/index.html .


12. Hudde-fonds: Dit fonds werd omstreeks 1702 gesticht door Johannes Hudde, oud burgemeester van Amsterdam, t.b.v. armlastige familieleden (testament dd. 25 januari 1702 voor notaris Sylvius te Amstedam). De Raapen waren aan de Huddes geparenteerd door het huwelijk van Mr. Adriaan Willemsz. Raap (1620-1667) met Elisabeth Hudde. Enkele Raapen uit De Zijpe deden een beroep op dit fonds. Om voor een uitkering in aanmerking te komen dienden zij afstammingsoverzichten, gestaafd met notariële getuigenverklaringen over te leggen. Deze documenten bevinden zich in het particuliere archief van dit fonds. Kopieën zijn in het bezit van de samenstellers. Mede op grond daarvan kon de genealogische aansluiting van de Zijper Raapen op de Amsterdamse Raapen extra worden bevestigd.
Tot de administrateurs van het fonds behoren leden van de familie Dedel (geparenteerd aan de Huddes, zie "Bronnen" nr. 3).


13. "Oude Boerderijen en Buitenverblijven Langs de Zijper Grote Sloot", door P. Dekker, uitgegeven door Pirola te Schoorl: deel I "Oostzijde", uitgegeven 1986; deel IIA "Westzijde", uitgegeven oktober 1988 (hierin enkele verwijzingen naar de Zijper Raapen op pagina 126 en 127); deel IIB "Westzijde", uitgegeven oktober 1991.


14. Niet alle "Raap'en" zijn familie van elkaar!

De familienaam "Raap" is niet uniek en zeker niet beperkt tot één familie. Er zijn meerdere families "Raap" met een eigen oorsprong. Er zijn families Raap in Zeeland en Purmerend, die géén verbinding hebben met de Amsterdamse, Gorinchemse, Zijper of Friese Raapen. In Rotterdam is een familie Bol-Raap van origine uit het Rijnland (zie dossier Raap bij CBG Den Haag) en in Amsterdam is nog een familie Van Raap.
Ook in de Bundesländer Niedersachsen, Schleswig-Holstein, en Nordrhein-Westfalen wonen vele families met de naam Raap.
Hier volgen vele voorbeelden van in archieven of andere documentatie gevonden "Raapen", van wie géén aansluiting is gevonden op deze genealogie:


14.1 Gemeentearchief Amsterdam:
http://stadsarchief.amsterdam.nl/ .
• Zeebrieven: 29-8-1713: schipper Wouter Raap, Amsterdam, schip "De Susanna", krijgt een zeebrief . Zie: http://home.hccnet.nl/mwk/zeebrieven.html .
• Aaltje Frericx Raep, geb. Amsterdam ca. 1642, tr. Amsterdam 12-5-1662 Hendrik van der Horst, geb. Amsterdam ca. 1639 (DTB's Amsterdam).
• Not. arch 2184/165-167, 6-11-1672, notaris Adr. Lock m.b.t. een testament van Willemtje Raap t.b.v. Arnoldus Raap.
• Not. arch. 2968 pag. 933, 1667, notaris Jeurian de Vos m.b.t. een obligatie van f. 200 door Barendt Laurensz. Krul aan Dirck Woutersz. Raep.
• Not. arch. 1987a/97 dd. 7 dec. 1665, notaris J. van Loosdrecht betreffende het accorderen opvijzelen van huizen wegens het maken van nieuwe stadsriolen. Een van de eigenaren die toestemming diende te geven was Ds. Isaacus Raep, predikant te Hoogwoud. Deze Isaacus Raap komt voor als Isaacus Gerardi Raap in het "Album Studiosorum Academiae Franekerensis", uitgave 1968 van uitgever Wever, Franeker, pag. 130.
• Not. arch. 1135/279 dd. 25 nov. 1660, notaris J. v.d. Ven, waarin Jan Raep van Enkhuizen verklaart op order van Robert Vicq en Garbrant Warners, reders van het nieuw gemaakte spiegelfregatschip de Victoria, groot omtrent 3000 lasten, uitgerust met 34 stukken, dat hem ter hand is gesteld een copie van het contract van 17 maart 1660 met Jean Rodenborch. Hij (Jan Raep) is op genoemd schip als schipper aangesteld.
Deze Jan Raep is vrijwel zeker dezelfde als Jan Raep, kapitein van de St. Paulus uit het eskader van Luitenant-Admiraal Tjerk Hiddesz. de Vries, dat in de maand augustus 1665 in zee werd gebracht. Zie: Gerard Brandt "Het Leven en Bedryf van den Heere Michiel de Ruiter", Amsterdam MDCLXXXVII, (fotografische herdruk uitgeverij Van Wijnen te Franeker 1988) pag. 407.
Uit een brief dd. 16 juni 1665 van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, blijkt dat hij de dag tevoren aan boord was gegaan bij kapitein Raep van de "St. Paulo" van de Oost-Indische Compagnie (VOC) ter camere tot Enkhuizen. Dit schip keerde met andere schepen terug van de door de Engelsen gewonnen slag bij Lowestoft op 3 juni 1665. Zie H.A. Lunshof "De Stuurman van de Groene Leeuw, leven en bedrijf van Michiel de Ruyter", uitgevers Elsevier, Amsterdam 1941, pag. 170.

14.2 DTB's Historisch Centrum Leeuwarden (voorheen: GA Leeuwarden) ( http://www.gemeentearchief.nl/ ):
• Anthonius Raap, soldaat, Zwitser, soldaat onder den hopman Walsdorffer, afkomstig van: ........... (niet ingevuld), trouwt (3e proclamatie) in de Herv. Kerk te Leeuwarden 16-8-1607 (ondertrouw: 1-8-1607) met Anna Eedes afkomstig uit Gerkesklooster.
• Hans Lieuwens Raep, soldaat uit Leeuwarden, trouwt te Leeuwarden 3-1-1712 (ondertrouw 12-12-1711) met Janneke Jans van der Hoef uit Leeuwarden.
• Namen Adriaan, Adrianus, Floris en Florus komen in de doop- en trouwboeken van Leeuwarden veel voor. Er komt zelfs een combinatie van deze namen voor: Adrianus Floris Piquet, afkomstig uit Leeuwarden, trouwt te Leeuwarden 9-11-1730 Anna Cathar. Nauta, afkomstig uit Leeuwarden.

14.3 Het Utrechts Archief ( www.hetutrechtsarchief.nl )
• Hermen Raap, heeft een perceel land te Bunnik, naast dat van Caspar Sunneken (oud notarieel Utrecht, akte nr. U180a1-49, dd. 16-6-1729, notaris J.A. van Lathum).
• Steven Raap te Oudegeyn, over vruchtgebruik land van Frederick Jacob Heerman (oud notarieel Utrecht, akte nr. U167a4-109 dd. 11-3-1732, notaris G.C. Qualenbrinck).
• Matthias Raap, keyserlyke notaris te Emmerik verleent procuratie aan Johannes Kelffkens om te procederen tegen Dirk Meltse te Warbeyen (oud notarieel Utrecht, akte nr. U174a12-2 dd. 9-1-1750, notaris W.J. van Overmeer).

14.4 DTB Rotterdam/Delfshaven ( www.gemeentearchief.rotterdam.nl )
• Simon Raap, jongeman uit Dusseldorp, wonende te Rotterdam, trouwt te Rotterdam (stadstrouw) 12-6-1768 (ondertrouw 26-5-1768) Catharine Rubart, jongedochter uit Rotterdam.
• Franciscus Raap, jongeman uit Oldenkirche (in 't Guliksche), trouwt te Rotterdam (stadstrouw) 13-11-1785 (ondertrouw 27-10-1785) Jane Fileton, jongedochter uit Stokton.
• Franciscus Raap, is te Delfshaven 11-7-1796 getuige bij doop (RK) van Franciscus, vader: Barend Stoopman, moeder: Catharina Haas.

14.5 GA Den Haag: www.gemeentearchief.denhaag.nl
• Neeltje Raap m.b.t. het testament van Martha Raap, weduwe van Cornelis Kleerbezem, te Amsterdam (akte dd. 1 febr. 1781 bij not. Jan van Eck te Den Haag). Deze Martha Raap is een zuster van Daniel Raap, zie bij 14.6 en Amstelodamum 42e jaargang, maart 1955, artikel over "Topografische bijzonderheden... etc."
• Jan Raap, "casteleijn aan de Koepoort tot Leiden" (akte dd. 29 dec. 1783, inv. no. 4228 1114). Jan's vader is Jacob Raap uit Den Haag (DTB Leiden Schepenhuwelijken (1592-1795, folio M - 186). Jan's broer is Dirk (of Theodorus) Raap (DTB Leiden Schepenhuwelijken (1592-1795, folio N - 139v).

14.6 "Biografisch Woordenboek der Nederlanden" van A.J. van der Aa (heruitgave A'dam 1969):
• Abraham Raap, theoloog te Amsterdam omstreeks 1736. Hij is een broer van Daniel Raap, zie artikel "Jan van Dam ..etc." in "Amstelodamum" 70e jaargang, januari/februari 1983, pag. 2.
• Daniel Raap (omstreeks 1747), porceleinkoopman op de Vijgendam te Amsterdam, toen bekend (of berucht) doelist, zie b.v. het artikel "'0orsprong van de Patriottenbeweging" door J. Fox in het 70e jaarboek van het genootschap "Amstelodamum", 1978, pag. 257. Begr. 15-1-1754 Oude Kerk Amsterdam, zie http://www.oudekerk.nl/nl/over/monument/interieur/graven .

14.7 Scheepssoldijboeken VOC 1700 - 1791: http://voc.websilon.nl/
• Thijs Thijsz. Raap uit Embden (= Emden, Ostfriesland), matroos a/b "Magdalena" (kamer Hoorn) vertrekt 25-12-1724, aankomst Batavia 26-1-1726. Nationaal Archief toegangsno. 1.04.02 inv. no. 14387.
• Jeurjaan Raap uit Meldorp in Dirmarsum (= Meldorf in Dithmarschen, Sleeswijk Holstein), matroos a/b "Engewormer" (kamer Hoorn), vertrekt 3-6-1708, aankomst Batavia 10-4-1709. Overleden in Indië. Nationaal Archief, toegangsno. 1.04.02 inv. no. 14371.
Nog wat voorbeelden:
• Maghiel Raep uit Amsterdam, vertrekt als "bosschieter" (= matroos tevens kanonnier), 24-1-1712 a/b "Popkensburg" naar idem.
• Pieter Raap uit Haarlem, vertrekt als "hooploper" (hulpmatroos), 2-5-1730 a/b "Sijbekarspel" naar idem. Aantekening in het soldijboek: "overleden in Azië, 1739, enige erfgenaam broer Johannes Raap. Geen aansluiting gevonden met Amsterdamse Raapen 6e of 7e generatie.
• Christoffel Raap uit Genua, vertrekt als "bosschieter", 31-12-1743 a/b "Jonge Willem" naar idem.
• Jochem Raap uit Dantsigh, vertrekt als matroos, 20-8-1747 a/b "Schellag" naar idem.
• Theunis Raap uit Stavanger, vertrekt als "bosschieter", 31-8-1749 a/b "Nieuwvijvervreugd" naar Batavia.
• Christophel Raap en Job Raap uit Neystat in 't Wirtemburgse, vertrekken als soldaat, 24-7-1752 a/b "Witsburg" naar idem.
• Pieter Raap uit Overdorp (Obersdorf?), vertrekt als matroos, 15-9-1788 a/b "Diamant" naar idem.
• Arij Raap uit D'oude Zijp, vertrekt als matroos, 1-10-1790 a/b "IJstroom" naar idem. Aantekening: overleden in Azië(?). Misschien Adriaan Raap, geb. 24-3-1770 op 't Zand in De Zijpe? Maar dan is aantekening betreffende overlijden onjuist.
Enz. raadpleeg de link naar voc.websilon en voor daar genoemde DAS-reisnummers: Rijks Geschiedkundige Publicatie (RGP) "Dutch Asiatic Shipping" o.a. bij Nationaal Archief te Den Haag.
Zie ook: www.VOC-kenniscentrum.nl

14.8 Stadsarchief Amersfoort: ( www.amersfoort.nl )
Burgerrechtverleningen, inv.nr. 1847: 14-1-1667 Elbert Thonisz. Raep, geb. in 't Rhenese veen op de Stichtse sijde.

14.9 "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken van Nederland" van Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins & Mr. J. Belonje
• Deel II (Kerken in de prov. N.-H.) pag. 6, Noorderkerk Amsterdam, een grafsteen vermeldende "Doris Raap".
• Deel III (Kerken in de prov. N.-H.) pag. 305, Ned. Herv. kerk te Hoogwoud, een grafsteen vermeldende: "........k Raap". Dit is zeer waarschijnlijk de eeder genoemde Ds. Isaak Raap, predikant te Hoogwoud.

14.10 Lidmatenboek Ned. Herv. Kerk te Gorinchem dec. 1688 - mrt. 1785:
blz. 72: "Ledematen aangekomen tegens het H. Avondmaal december 1706: Eva Raap, huisvouw van Piter de Zeeuw." (gem. archief Gorinchem, bron 166). Relatie met Gorinchemse Raapen (nog) niet aangetoond.

14.11 Nog meer Raapen:
De familienaam Raap komt voor in Schleswig-Holstein, Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen.
Zie verder de websites militieregisters en  http://www.familysearch.com/ (Mormonen),  www.ancestry.com/main.htm


15. Genealogische links:
www.stamboomgids.nl
http://genealogie.pagina.nl
http://genealogie-opnaam.pagina.nl 
• Nationaal Archief te Den Haag (was: ARA), www.nationaalarchief.nl
• Centraal Bureau voor Genealogie: http://www.cbg.nl/
• Nederl. Genealogische Vereniging: http://www.ngv.nl/
• Rijksarchief Friesland: http://www.ryksargyf.org
www.historischcentrumoverijssel.nl/ , ook hier zijn in registers van de de burg. stand na 1811 Raapen te vinden.
• Meertens Instituut: http://www.meertens.nl/ , ga naar "familienamen".

terug naar introductie | terug naar tabel eerste 6 generaties | naar subpagina Jan Adrsz. Raap (pr. 1727-± 2000) | naar subpagina Willem Adrsz. Raap pr. 1734 -± 2000) |


EINDE HOOFDPAGINA