www.josbeijer.nl

home | kerkmusicus | dirigent | organist | componist
concertagenda | archief | cd's | links | contact

2011-
Schoollied voor de Julianaschool (Culemborgse Courant, 22 apr '11)
Stamceltransplantatie en Requiem (josbeijer.nl, 30 mrt '11)
Studiemiddag 14 mei: Eenheid en verscheidenheid, nieuwe antwoordpsalmen voor iedereen (nsgv.nl, 30 mrt '11)

2005-2010
Chantiel wint kampioenschap jongerenkoren (katholieknederland.nl, 7 jun '10)
Afscheidsconcert Jos Beijer (Anton Vernooij, Gregoriusblad jun '10)
Haarlemmer Orgelboek verschenen (Gemma Coebergh/Geert van Beckhoven, kdov 20 mei '10)
Haarlemmer Orgelboek gepresenteerd in Amsterdam (Bert Stolwijk, bisdomhaarlem 17 mei '10)
Druk bezocht Afscheidsconcert Jos Beijer (Bert Stolwijk, bisdomhaarlem 22 mrt '10)
Beijer eindigt waar hij begon (Bert Eggink, De Gelderlander 20 mrt '10)
Haarlemmer Orgelboek (Bert Stolwijk, Doorgeven mrt '10)
Deo Sacrum neemt afscheid van Jos Beijer (Martien van Dijk, De Poeldijker 24 feb '10)
'Het wordt geen huilconcert' - Jos Beijer neemt afscheid als musicus (Katinka Schippers, Stad Tiel/Culemborgse Courant 24 jan '10)
Afscheid van het vak (Jos Beijer 17 jan '10)
Hervatting werkzaamheden (Jos Beijer 6 jan '09)
Poeldijks jongerenkoor PJK wint 33ste Jongerenkoren Festival (Ivo Koppert, De Poeldijker 12 nov '08)
Indrukwekkende uitvoering Requiem van Verdi in Poeldijkse Bartholomeuskerk (Toos de Vreede, persbericht Deo Sacrum 3 nov '08)
Portret Jos Beijer (Jeroen Pijpers, Stemvork mrt '08)
Rondom het Woord - recencie uitgave 'Hallelujaverzen, zon- en feestdagen' (Martin Hoondert, Eredienstvaardig dec '07)
'De liturgie schreeuwt om gezongen te worden' - Portret kerkmusicus Jos Beijer (Willem Jan Cevaal, Muziek&Liturgie, okt '07)
Nieuwe dirigent bij zangkoren Deo Sacrum - Jos Beijer benoemd als opvolger Evert Wagter (Martien van Dijk, De Poeldijker 22 aug '07)
Jos Beijer geroerd tijdens zijn afscheidsconcert - voorjaarsconcert Vox Laeta Roelofarendsveen (Leo Bakker, Witte Weekblad 10 mei '07)
Prijs beste educatieve programma 2006 voor cov Hosanna Groot-Ammers (jb, RBO 27 mrt '07)
Koepelconcert - presentatieconcert West-Fries ProjectKoor (WFPK) (Regina Arbouw, NoordHollands Dagblad 26 feb '07)
'Ze hebben een pluim verdiend' - Adventconcert Vox Laeta (Leo Bakker, Witte Weekblad 21 dec '06)
Verstilde klanken in Jacobuskerk - Geslaagd Lenteconcert Vox Laeta en Singhet (Roelf Scholma, Witte Weekblad 17 mei '06)

2001-2005
'Denk aan Maria als een jonge maagd' - Korendag in Heiloo (Jos Ruiters, NoordHollands Dagblad 23 mei '05)
groups.yahoo.com/groups/hedendaagse-kerkmuziek - interview met Jos Beijer (Kees Middelhoff, Gregoriusblad dec '01)

1995-2000
Orgelmoderniteiten in Maurik (Peter Sneep, Nederlands Dagblad 12 feb '99)
MIDI-pijporgel in Maurik (Jos Beijer, KDOV-blad dec '98)
Het expressieve effect van de synthesizer (ir. W.J. Eradus, Reformatorisch Dagblad 24 apr '98)
Mauriks orgel vult leemte in lichte muziek (De Gelderlander 3 apr '98)
Eine 'midifizierte' Pfeifenorgel in Maurik (NL) (Michael Hochgartz, Münstersche Orgel-Magazin nov '96)


Schoollied voor de Julianaschool

CULEMBORG De Koningin Julianaschool had al een kleurrijk schoolgebouw en een tof speelplein. Maar er ontbrak nog iets: een swingend schoollied. Maar die tijd is voorbij. Sinds deze week hebben de leerlingen van de Koningin Julianaschool hun eigen schoollied.

De tekst van het KJS-lied is geschreven door de juffen Alice Klaassen en Annette Horvers die zich lieten inspireren door een gedicht “Je bent zo mooi anders” van Hans Andreus. Een gedicht dat bij de ingang van de Koningin Julianaschool de aandacht trekt en waar veel ouders bij stil staan. Het arrangement voor ons schoollied is van de hand van de bekende Culemborgse componist, muzikant en dirigent Jos Beijer. Hij componeerde voor het schoollied een vrolijke melodie die je, eenmaal gehoord, eenvoudigweg niet meer kan vergeten.

Op donderdag 21 april zongen de jongste en de oudste groep van de Koningin Julianaschool het lied voor aan de andere leerlingen, bijgestaan door een gelegenheidsorkest o.l.v. van een zichtbaar genietende Jos Beijer. De vrolijke melodie en leuke tekst zorgden er voor dat alleen al het aanleren van het lied tot een feestelijke stemming leidt. Al snel was in de hele school gevuld met swingende muziek.

Het team van de Julianaschool is Jos Beijer dankbaar voor zijn muzikale bijdrage aan het schoollied. Elke keer dat het lied de komende jaren gezonden in de school klinkt zullen we aan hem denken.

Refrein van het lied:
Wij zijn de Julianaschool en deze school is heel speciaal,
Want alle kinderen zijn anders, dat is mooi en heel normaal.

Marianne vd Schee
(Culemborgse Courant, 22 april 2011)



Stamceltransplantatie en Requiem

Onlangs kreeg ik van het academisch ziekenhuis in Utrecht te horen dat ik in juni een stamceltransplantatie zal ondergaan. Met deze ingreep hopen de heren en dames doktoren de lichamelijke achteruitgang te vertragen, of heel misschien zelfs te keren.
De ingreep is bepaald niet zonder risico: er is statistisch gezien een kans van ongeveer veertig procent dat ik het niet zal overleven. Deze statistiek moet overigens wel juist geïnterpreteerd worden. Mijn ziekte MNGIE is namelijk ontzettend zeldzaam. Het aantal patiënten met deze ziekte dat deze behandeling heeft ondergaan is op twee handen te tellen. En dan was het merendeel ervan ook nog eens in een veel slechtere lichamelijke staat dan ik momenteel verkeer; voor hen was het waarschijnlijk de laatste poging een bijna zeker spoedig levenseinde te voorkomen.
Ik ga er dus vanuit dat mijn ‘kansen’ een heel stuk hoger liggen. De stamceltransplantatie in juni biedt mij dan ook de hoopvolle mogelijkheid langer van mijn geliefde gezin te mogen genieten. Ik zal door deze keuze door een heel diep dal moeten gaan, maar die investering doe ik graag, van harte, vol vertrouwen in de heren en dames medici en in de hoop dat de Eeuwige ons gezin moge bijstaan.
Meer informatie over de ziekte MNGIE en de stamceltransplantatie kunt u lezen op het weblog MNGIE van Monique.

Sinds de zomer van 2010 ben ik aan het werk aan mijn compositie Requiem. Het is een werk voor zesstemmig gemengd koor, vier vocale solisten en orgel. De muzikale taal ligt tussen liturgische muziek en concertmuziek in.
Het is de bedoeling dat het op mijn uitvaart door vele vocale vrienden zal worden gezongen. Het tempo van het componeerproces verloopt zeer wisselend, omdat dat steeds afhankelijk is van de hoeveelheid energie die mij ter beschikking staat. Omdat ik niet meer in dezelfde mate als voorheen kan garanderen dat mijn uitvaart nog enige jaren op zich zal laten wachten, heb ik me waar mogelijk met nog meer energie gestort op het voltooien van dit werk. De compositie moet immers gereed zijn voor ik naar het ziekenhuis moet voor de eerder genoemde stamceltransplantatie.
Omdat ik er enerzijds vanuit ga dat een en ander voorspoedig zal verlopen, en ik anderzijds ook zelf graag in levenden lijve getuige wil zijn van de uitvoering, zal het werk ook in een concert worden uitgevoerd (zie de concertagenda). Naar ik verwacht zal dat de première zijn.

Jos Beijer
(30 maart 2011)



Studiemiddag 14 mei: Eenheid en verscheidenheid, nieuwe antwoordpsalmen voor iedereen

De Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging heeft aan componisten de opdracht gegeven tot het toonzetten van psalm 110, 119, 122 en 146 in de vertaling van A. Bronkhorst o.p., te weten: Jan Valkestijn, Aart de Kort, Jos Beijer, Juliette Dumoré, Arjan van Baest, Chris Fictoor en Brigit Calame. De antwoordpsalmen zijn bedoeld voor zowel jongerenkoren/middenkoren als volwassenen koren.

Tijdens de studiemiddag op zaterdagmiddag 14 mei wordt zowel ingegaan op de psalmvertaling in relatie tot de liturgie en de muzikale verklanking, als op de gekozen muzikale vorm. Voor programma en inschrijving klik hier (pdf-document).

NSGV
(nsgv.nl, 30 maart 2011)



Chantiel wint kampioenschap jongerenkoren

Hilversum 7 juni 2010 - Jongerenkoor Chantiel uit Tiel heeft gisteren het 21ste Nationale Kampioenschap voor Jongerenkoren gewonnen. Uit handen van hulpbisschop De Jong van Roermond ontving het koor de Rabo Wisseltrofee. Ongeveer zevenhonderd jongeren namen afgelopen weekend deel aan het Nationaal Jongerenkorenfestival.

Rijsbergen
Jongerenkoor Willibrordus uit Bodegraven werd tweede. Zowel Chantiel als Willibrordus staan onder leiding van Albert Arens. De B-competitie werd gewonnen door Jokolo uit Nijmegen onder leiding van Ronald Jansen. Dit koor ontving daarmee de aanmoedigingsprijs, beschikbaar gesteld door de KRO, afdeling Breda. Het festival vond op zaterdag 5 en zondag 6 juni plaats in de Sint-Bavokerk in Rijsbergen.

Compositieprijs
De compositieprijs voor het beste nieuwe lied ging naar het Poeldijks Jongeren Koor, met componist Jos Beijer voor het lied Eindeloos verlangen. De jury bestond uit zangpedagoog Marjo Schillings, kerkmusicus en dirigent Bas Jongeling, muziekdocent en dirigent Nanda Duivenvoorde en theoloog en dirigent Willien van Wieringen.

Bisschoppen
Het festival wil jongeren stimuleren om deel te nemen aan het zingen in kerkkoren en aan het helpen opstellen van gezamenlijke kerkvieringen. Het Nederlandse episcopaat waardeert het jaarlijkse festival en onderstreept dit door ieder jaar een bisschop af te vaardigen. Dit jaar celebreerde mgr. De Jong de mis op zondagmorgen. Hij bleef 's middags bij het festival om te luisteren. Tijdens de slotmanifestatie op zondagmiddag sprak hij zijn waardering uit en reikte hij de prijzen uit. Ook Bisschop Van den Hende van Breda was aanwezig op het festival.

van onze redactie
(katholieknederland.nl, 7 juni 2010)


Afscheidsconcert Jos Beijer

Zondagmiddag 21 maart jl. nam Jos Beijer in de rooms-katholieke kerk van zijn geboorteplaats Maurik (Betuwe) afscheid als actief musicus. Ziekte, die zijn lichaam blijvend heeft verzwakt, dwingt hem zich voortaan op muzikaal gebied meer te wijden aan het componeren en andere activiteiten, die hij vooral thuis kan verrichten.

Dit gegeven was voor Jos geen belemmering om van dit deel-afscheid een feest te maken en daarbij zelf de regie in handen te houden. Door hemzelf (orgel en directie), Maria de Moel (mezzosopraan), Ronald Threels (tenor), Marco Vermeulen (bas), Paul Valk (piano), Bas Groenewoud (orgel) en het kamerkoor Couleur Vocale Poeldijk werden enkel werken van Jos Beijer uitgevoerd. De vele ludieke en humoristische elementen van deze composities droegen in sterke mate bij aan de ontspannen sfeer.

De wiegzang Stil stil! lief Jantje sus! waarbij Ronald Threels Jos' zoontje Jan, enkele maanden oud, in zijn armen wiegde, bracht een ontroerend moment. Het concert werd door Jos zelf aan het orgel afgesloten met Finale Fuga 'Ick seg adieu'.

De kerk was overvol. Jos heeft veler handen mogen schudden.

Anton Vernooij
(Gregoriusblad, juni 2010)


Haarlemmer Orgelboek verschenen

HAARLEM - Op zaterdag 15 mei 2010 werd het Haarlemmer Orgelboek in de Sint Nicolaaskerk te Amsterdam gepresenteerd tijdens een druk bezochte bijeenkomst, met een welkomstwoord van Bert Stolwijk, de vertolking van diverse composities uit het boek door Mark Heerink en een inleiding door professor Anton Vernooij, getiteld “Een nieuwe uitdaging voor het liturgische orgelspel”.

Het idee voor het Haarlemmer Orgelboek is bij de NSGV Haarlem-Amsterdam ontstaan, vanuit de gedachte dat het liturgische orgelspel in onze kerken meer aandacht zou kunnen krijgen. Aanzet tot het idee om een boek te laten uitkomen met Nederlandse orgelcomposities die nauw verbonden zijn met de liturgie bood het in 2004 verschenen Freiburger Orgelbuch.
Het boek staat onder redactie van Mark Heerink, Bert Stolwijk en Nico Waasdorp en bevat werken van Hendrik Andriessen, Albert de Klerk, Bernard Bartelink, Jos Beijer, Maurice van Elven, Luc Löwenthal, Jan Raas, Wouter van Belle, Kees Schoonenbeek en Daan Manneke. Inspiratiebron voor de composities vormden liturgische gezangen of een bepaald moment in de liturgie.

Op zaterdag 15 mei 2010 werd het Haarlemmer Orgelboek in de Sint Nicolaaskerk te Amsterdam gepresenteerd tijdens een druk bezochte bijeenkomst, met een welkomstwoord van Bert Stolwijk, de vertolking van diverse composities uit het boek door Mark Heerink en een inleiding door professor Anton Vernooij, getiteld “Een nieuwe uitdaging voor het liturgische orgelspel”.
Vernooij stelde dat het de bedoeling is het orgel in de liturgie de plaats te geven die het toekomt. Ook pleitte hij er voor dat de de prachtige orgelliteratuur onder de aandacht blijft van de organist in de liturgie.
Vernooij ziet de organist als mede-voorganger van de dienst. Zoals de liturg in woord en gebed de mensen inspireert, zo heeft het orgel een specifieke functie als ondersteuning van de gezangen, maar ook als inspiratiebron in de nonverbale sfeer.
Hij pleit voor een literatuurkeuze die zich laat inspireren door het kerkelijk jaar, waarbij de organist kiest voor het kwalitatief hoogst haalbare. Ook het improviseren, geïnspireerd door verkondiging, gezangen en lezingen, beveelt hij vooral aan.
Voorts stelt hij dat het orgel een volwassen instrument is dat uit zichzelf geen behoefte heeft om samen te gaan met andere instrumenten, tenzij de composities hierom vragen. Hij waarschuwt voor de verleiding om met spectaculaire instrumenten zoals trommels, slagwerk e.d. goede sier te maken, waarbij goede smaak en esthetiek wel eens het onderspit zouden kunnen delven.

De eerste exemplaren van het boek werden overhandigd aan gastheer monseigneur J. W. Stam, proost van het kathedraal kapittel te Haarlem en voorganger in de Sint Nicolaaskerk, aan mevrouw Aja Leemans, afgestudeerd cursiste bij de opleiding kerkmusicus III, en aan professor Vernooij. Na afloop was er een geanimeerd samenzijn in de pastorie van de Sint Nicolaaskerk.

Het boek is te bestellen bij Ascolta Music Publishing, Postbus 162, 3990 DD Houten, tel. (030) 637 42 37, fax (030) 637 39 56, e-mail info@ascolta.nl, website: ascolta.nl.
Tot 1 juli geldt de speciale introductieprijs van € 15,00, na 1 juli kost het boek € 19,50.

Gemma Coebergh/Geert van Beckhoven
(site kdov, 20 mei 2010)


“Orgelspel als gebed zonder woorden”
Haarlemmer Orgelboek gepresenteerd in Amsterdam

‘Vijftien orgelwerken van Nederlandse componisten voor liturgisch gebruik’, zo luidt de ondertitel van het Haarlemmer Orgelboek dat zaterdag 15 mei jl. gepresenteerd werd in de Sint-Nicolaaskerk in Amsterdam. Het boek ontleent zijn naam aan de bisschopsstad Haarlem, die tegelijk ook een centrum van orgelcultuur is. De afdeling Haarlem-Amsterdam van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging (NSGV) heeft het initiatief genomen tot deze uitgave om daarmee de orgelcultuur in de rooms-katholieke liturgie nieuw leven in te blazen. Naast vijf bestaande composities van de Hendrik Andriessen en Albert de Klerk - een afbeelding van ‘hun’ orgel in de Haarlemse Sint-Josephkerk siert de omslag van het boek - zijn er nog tien nieuwe werken opgenomen in dit boek.

Zo speelde organist Mark Heerink tijdens de presentatiebijeenkomst een meditatie over het Agnus Dei uit de achtste gregoriaanse mis, geschreven door één van Nederlands meest vooraanstaande eigentijdse componisten, Daan Manneke. Vervolgens een compositie van Bernard Bartelink dat vooral in plechtige eucharistievieringen tot zijn recht zal komen bij het aandragen van het evangelieboek: een feestelijk voor- en naspel bij het gezang ‘Halleluja. Als iemand Mij liefheeft’ (GvL 241).

Prof. dr. Anton Vernooij, emeritus hoogleraar liturgische muziek, hield in zijn lezing een warm pleidooi voor de herwaardering van het liturgische orgelspel. Hij beschouwt de organist als ‘een medevoorganger’: iemand die zich in zijn repertoirekeuze en in zijn improvisaties laat leiden door een juist aanvoelen van de liturgie. Zijn orgelspel ondersteunt dan niet alleen het bidden, maar wordt zelf tot een gebed zonder woorden. Volgens Vernooij biedt het Haarlemmer Orgelboek een uitdaging om deze belangrijke taak van de organist opnieuw te leren ontdekken.

De eerste exemplaren van het Haarlemmer Orgelboek werden overhandigd aan Aja Leemans, behorende tot de doelgroep van 'goed opgeleide amateurorganisten', aan prof. Anton Vernooij en ook aan mgr. Joop Stam, proost van het kathedraal kapittel en pastoor van de Nicolaaskerk. Deze riep de aanwezige organisten op om zich met hart en ziel te blijven inzetten voor de liturgie: “Zelf heb ik vanaf mijn jeugd ervaren hoe belangrijk muziek kan zijn voor de religieuze beleving. Dat geldt ook voor al die mensen die hier dagelijks in de kerk komen om te zoeken naar het mysterie van God.”

De presentatie werd besloten met ‘Ite missa est’ van Jan Raas.

Het Haarlemmer Orgelboek is te bestellen bij Ascolta Music Publishing, Postbus 162, 3990 DD Houten, tel. 030 637 42 37, e-mail info@ascolta.nl.
Tot 1 juli 2010 geldt het speciale introductietarief van € 15,00 (excl. verzendkosten), daarna zal de verkoopprijs € 19,50 bedragen.

Bert Stolwijk
(site NSGV Haarlem-Amsterdam, 17 maart 2010)


Druk bezocht Afscheidsconcert Jos Beijer

Jos Beijer heeft zondagmiddag in de overvolle katholieke kerk van Maurik (er moesten veel mensen blijven staan en het dorp stond vol met auto's) afscheid genomen van zijn vak als uitvoerend musicus. Ondanks de droevige aanleiding van zijn ongeneeslijke ziekte werd het - geheel in de stijl van Jos - een concert dat ook veel humoristische momenten kende. Jos was gelukkig in staat om zelf zijn kamerkoor 'Couleur locale' te dirigeren en om het orgel te bespelen. Daarnaast hebben nog enkele solisten meegewerkt. Er werden alleen composities van Jos uitgevoerd. Zo werd het niet alleen een afscheidsconcert, maar markeerde het ook de overgang van de uitvoerende naar de scheppende toonkunstenaar Jos Beijer.

Een bijzondere première was het Processionale, een imposant orgelwerk dat Jos geschreven heeft in opdracht van de NSGV Haarlem-Amsterdam en dat opgenomen zal worden in het Haarlemmer Orgelboek (verschijnt in mei a.s.). Ontroerend was het wiegenlied, dat Ronald Threels zong met de kleine Jan Beijer in zijn armen, begeleid aan de piano door Paul Valk. Jos eindigde aan het orgel met 'Ick segh adieu', een fantasie waarin diverse afscheidsliederen verborgen waren. Typerend voor Jos: 'Wat de toekomst brengen moge' werd abrupt gevolgd door 'Adieu, mein kleiner Gardenoffizier', het publiek mocht aan het concert immers geen triest gevoel overhouden.

Na afloop was er nog koffie en thee met soesjes van (o)pa Beijer! Velen hebben buiten op het kerkplein nog lang met elkaar nagepraat - het was immers prachtig lenteweer - , terwijl Jos en zijn vrouw Monique in de kerk enkele honderden mensen de hand schudden.

Jos, moedig dat je dit concert aandurfde, geweldig dat het zo goed geslaagd is. Dank je wel en heel veel sterkte!!!

Bert Stolwijk
(site NSGV Haarlem-Amsterdam, 22 maart 2010)


MAURIK: Afscheidsconcert zieke dirigent
Beijer eindigt waar hij begon

Maurik kan morgen nog een keer kennismaken met Jos Beijer. De organist en dirigent is ernstig ziek en houdt zijn afscheidsconcert in de katholieke kerk.

Jos Beijer (39) weet het zeker: zondag gaat hij orgel spelen en dirigeren bij zijn afscheidsconcert in Maurik. Ook al lijdt hij aan een progressieve spier- en stofwisselingsziekte, de inwoner van Poeldijk is van plan nog eens alles uit zijn broze lichaam te persen. „Ik zal zeker alles doen. Dan maar een week om bij te komen. Al kan ik nooit zeggen hoe ik me voel, dat verschilt per uur.”

Het concert is overigens helemaal zijn idee. Door zijn vrij bijzondere ziekte (MNGIE), waardoor op termijn verschillende lichaamsfuncties uitvallen, wilde hij een passend afscheid. „Nu kan het nog, over een tijdje lukt het niet meer.”

De keuze voor de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopnemingkerk in Maurik is niet verwonderlijk. „Ik heb er jaren aan de dijk gewoond en op mijn dertiende was ik organist van de kerk. Later heb ik er ook de koren geleid en orgel gespeeld. Ik heb er mede voor gezorgd dat het pijporgel er kwam. En in de kerk heb ik mijn eerste communie gedaan, mijn vrouw ontmoet, we zijn er getrouwd en mijn moeder is er begraven. En onze pas geboren zoon is er gedoopt. Maurik heeft altijd als een warm bad gevoeld.”

Een paar maanden geleden beleefde hij het hoogtepunt in zijn leven: de geboorte van zoontje Jan. „Dat is geweldig, daar beleef ik zoveel plezier aan. Ik ben sowieso al niet iemand, die zit te jeremiëren.” Hij wil zijn leven niet laten leiden door zijn ziekte. „Je moet niet praten over wat je niet meer kunt.”

In 1992 vertrok hij uit Maurik, waar hij tot 2000 actief bleef. „Maar we zijn van plan om terug te keren. Vanwege de goede ligging willen we naar Culemborg.”

Afscheidsconcert Jos Beijer,
zondag 16.00 uur,
OLV Hemelopnemingkerk, Buitenweg 2, Maurik.

Bert Eggink
(De Gelderlander, 20 maart 2010)


Haarlemmer Orgelboek

Zaterdag 15 mei a.s. zal het Haarlemmer Orgelboek worden gepresenteerd, een uitgave met vijftien orgelwerken voor de liturgie. Er zijn vijf bestaande orgelwerken in opgenomen van Hendrik Andriessen en Albert de Klerk en tien nieuwe composities van Bernard Bartelink, Wouter van Belle, Jos Beijer, Maurice van Elven, Luc Löwenthal, Daan Manneke, Jan Raas en Kees Schoonenbeek.

Het boek is een initiatief van de NSGV Haarlem-Amsterdam, die hiermee probeert het liturgische orgelspel een nieuwe impuls te geven. De uitgave wordt verzorgd door uitgeverij Ascolta te Houten.

De presentatie vindt plaats in de Sint-Nicolaaskerk, Prins Hendrikkade 73 te Amsterdam (tegenover het Centraal Station), aanvang 13.30 uur. Er zullen enkele werken uit het Haarlemmer Orgelboek worden uitgevoerd en prof.dr. Anton Vernooij zal in een kort referaat de relatie tussen de liturgie en het orgelspel in de rooms-katholieke eredienst aan de orde stellen. Na afloop is het mogelijk het boek voor een speciale prijs aan te schaffen.

Alle organisten zijn hierbij uitgenodigd om op deze wijze kennis te komen maken met dit boek. Nadere informatie en bestellingen via nsgvhaarlem.nl.

Afscheidsconcert Jos Beijer

Al geruime tijd is onze medewerker Jos Beijer ziek. Vorig jaar is bij hem een zeer zeldzame spier- en stofwisselingsziekte (MNGIE) geconstateerd. Tot zijn grote spijt moet hij daarom zijn werkzaamheden als kerkmusicus definitief neerleggen.

Hij wil zijn afscheid uit de actieve beoefening van de muziek graag markeren met een concert. Dat zal plaatsvinden op zondag 21 maart a.s. in de kerk van O.L. Vrouw Tenhemelopneming, Buitenweg 2 te Maurik. Er zullen diverse koor- en orgelwerken van Jos Beijer worden uitgevoerd, zo mogelijk ook door hemzelf. De toegang is gratis.

Sinds 2002 was Jos Beijer actief voor de NSGV Haarlem. Hij heeft diverse cursussen, festivals en workshops geleid, een eigen website voor ons ontworpen en met zijn creatieve ideeën een belangrijke bijdrage geleverd aan nieuwe activiteiten. Het is uitermate jammer dat Jos nu gedwongen is zijn werkzaamheden definitief neer te leggen.

Het bestuur van de NSGV Haarlem-Amsterdam zal uiteraard bij zijn afscheidsconcert aanwezig zijn, maar ook op andere wijze blijk geven van dank en meeleven.

De redactie van Doorgeven wenst Jos langs deze weg een mooi concert en heel veel sterkte toe!

Bert Stolwijk
(Doorgeven, maart 2010)


Deo Sacrum neemt afscheid van Jos Beijer

Poeldijk - Vrijdagavond 12 februari kwamen de leden van Deo Sacrum samen om afscheid te nemen van hun voormalige dirigent en artistiek leider, Jos Beijer.

Jos Beijer werd in september 2007 door de Zangkoren Deo Sacrum én de Bartholomeusparochie benoemd als dirigent en organist. Hij volgde Evert Wagter op die deze functie vanaf 1995 bekleedde en vertrok naar de Zeeuwse Koorschool in Goes. Jos Beijer was een jonge vakman, met alle gewenste diploma's, veel relevante ervaring, hart voor de kerk en voor de muziek, enthousiast over onze werkplek: kortom iemand waarmee we aan de toekomst konden bouwen. Aanvankelijk ging Jos Beijer voortvarend en met succes aan de slag bij Deo Sacrum.

In 2008 ging Jos Beijer echter de medische molen in en ging zijn gewicht en gezondheid achteruit. Hij vocht zich met enorme wilskracht door zware periodes van grote lichamelijke ongemakken. Er werden ernstige diagnoses gesteld en tenslotte moest hij medio vorig jaar onder ogen gaan zien dat hij niet meer in staat zou zijn om het werk te hervatten en dat hij afscheid zou moeten gaan nemen van zijn vak als dirigent en organist.

Jos Beijer, zijn vrouw Monique en hun half jaar oude zoon Jan zien zich genoodzaakt om te verhuizen in de richting van hun familie in de Betuwe en het academisch ziekenhuis in Nijmegen, waar hij onder behandeling is. Ze hopen spoedig een koper te vinden voor hun huis in Poeldijk. Vooruitlopend op hun verhuizing werd er met Jos besloten om het afscheid te laten plaatsvinden.

De leden van het gemengd koor, het kamerkoor, het P.J.K. en de vrouwenschola waren die avond bijeen in het repetitielokaal toen de voorzitter het woord nam, de periode met Jos Beijer beschreef, hem bedankte en het allerbeste toewenste. Namens de vereniging bood hij hem een collage aan van zijn tijd bij Deo Sacrum en deed hem een bijzonder omvangrijk boek kado. Tevens werd een vijfluik onthuld waarin de foto van Jos Beijer was opgenomen in de reeks van voormalige dirigenten. Dit vijfluik kreeg zijn vertrouwde centrale plek aan de wand van het repetitielokaal.

Na een kort woord van dank en goede wensen van de zijde van Jos Beijer volgde het gedag zeggen van de individuele leden en verliet het gezin voor de laatste maal de voormalige werkplek.

Martien van Dijk
(De Poeldijker, 24 februari 2010)


Jos Beijer neemt afscheid als musicus
'Het wordt geen huilconcert'

MAURIK – Jos Beijer neemt zondag 21 maart in de OLV Ten Hemelopneming kerk in Maurik afscheid van het door hem zo geliefde vak van musicus. Afgelopen jaar is vastgesteld dat hij lijdt aan een ernstige ziekte waardoor hij gedwongen een eind moet maken aan al zijn werkzaamheden. Met een afscheidconcert vol eigen werken zegt hij het vak officieel vaarwel.

Het ziekteproces begon sluipend. “Je wil er niet aan en houdt jezelf voor de gek. Ik was bijna elke avond weg en had ontzettend interessante werkzaamheden. Dan luister je niet naar je lichaam. Op een gegeven moment kreeg ik buikvliesontsteking en dat was het begin van het echte onheil", vertelt Jos.

In de afgelopen anderhalf jaar ging zijn medische toestand steeds verder achteruit waardoor hij belangrijke repetities en grote concerten af moest zeggen. “Vele doktoren hebben geprobeerd een diagnose te stellen. In 2009 heb ik 91 dagen in drie verschillende ziekenhuizen moeten doorbrengen. Na veel voorlopige diagnoses is eind juli de definitieve diagnose gesteld: MNGIE, een progressieve spier- en stofwisselingsziekte, die op termijn zorgt voor het uitvallen van verschillende lichaamsfuncties. Het is een zeldzame ziekte en genezing is niet mogelijk", beschrijft Jos. “Deze ontwikkeling heeft zeer grote gevolgen. Omdat mijn energiehuishouding een flinke knauw heeft gekregen, is mijn lichaam te onbetrouwbaar geworden om nog actief te zijn in enig vak. Met veel moeite moest ik accepteren dat het actief uitvoerend musiceren voortaan tot het verleden behoorde."

Jos, afgestudeerd organist, kerkmusicus en dirigent, blijft zoals hij zelf zegt 'gewoon Jos' en kijkt positief naar de toekomst. Samen met zijn vrouw Monique woont hij in Poeldijk. Drieënhalve maand geleden kregen ze een zoontje Jan waardoor hij vrede heeft met de nieuwe situatie. “Door zo'n jochie ben je weer aan het opbouwen en dat is iets positiefs", vertelt de musicus. Het huis waar ze in wonen staat te koop, want het gezin wil graag terugverhuizen naar de Betuwe om dichterbij vrienden en familie te zijn.

Doordat hij verschillende concerten moest afzeggen kwam er nooit een echt afscheid. “Ik ben blij dat ik nu zelf een afscheid vorm kan geven. Het is erg teleurstellend als je afwezigheid bij een concert het einde van je carrière is. Op deze manier kan ik het fatsoenlijk afronden."

Jos zal tijdens het concert zelf dirigeren en het orgel bespelen als zijn lichaam het toelaat. “Ik kan niets meer met zekerheid zeggen. Ik heb nog nooit zo'n slechte voorbereiding gehad en het is soms moeilijk om energie op te brengen. Ik heb minder de controle dan anders." Er is al aan vervanging gedacht mocht het niet lukken. Bovendien zijn alle werken die ten gehore worden gebracht van Jos zijn hand. Met als hoogtepunt een speciaal slaapliedje dat hij componeerde voor zijn kindje. “Het wordt absoluut geen huilconcert. Natuurlijk zijn er serieuze werken, maar er zal ook gelachen worden."

Het afscheidsconcert begint om 16.00 uur en vindt plaats in de OLV Ten Hemelopneming aan Buitenweg 2 in Maurik. Het concert wordt gegeven met medewerking van: Bas Groenewoud, Maria de Moel, Ronald Threels, Paul Valk, Marco Vermeulen, Kamerkoor Couleur Vocale Poeldijk en Jos Beijer. De toegang is gratis.

Katinka Schippers
(Stad Tiel / Culemborgse Courant, 24 februari 2010)


Afscheid van het vak

Omdat het afgelopen jaar officieel is vastgesteld dat ik aan een ernstige ziekte lijd, kwam een gedwongen eind aan al mijn werkzaamheden. Op 21 maart zal ik in Maurik met een Afscheidsconcert officieel het vak vaarwel zeggen.

In het afgelopen anderhalf jaar ging mijn medische toestand steeds verder achteruit. Moest ik aanvankelijk soms een minder belangrijke repetitie afzeggen, uiteindelijk werden zelfs grote concerten mij teveel.
Vele doktoren hebben geprobeerd een diagnose te stellen. In 2009 heb ik liefst 91 dagen in drie verschillende ziekenhuizen moeten doorbrengen. Na verschillende ‘voorlopige’ diagnoses die in het behandeltraject onjuist bleken, is eind juli eindelijk de definitieve diagnose gesteld: MNGIE. Dit is een progressieve spier- en stofwisselingsziekte, die op termijn zorgt voor het uitvallen van verschillende lichaamsfuncties. Mijn maag-darmstelsel was het eerste slachtoffer. Mijn voeding krijg ik niet meer oraal binnen: tegenwoordig gebeurt dat intraveneus (i.e. via een slangetje in een hoofdader).
Het is een bijzonder zeldzame ziekte: wereldwijd zijn er nog geen honderd geregistreerde patiënten bekend, en in Nederland ben ik de eerste. Genezing is niet mogelijk. Wel kan worden geprobeerd de achteruitgang te remmen met een stamceltransplantatie. Deze behandeling is bepaald niet zonder risico's.

Deze ontwikkeling heeft zeer grote gevolgen. Omdat mijn energiehuishouding een flinke knauw heeft gekregen, is mijn lichaam te onbetrouwbaar geworden om nog actief te zijn in enig vak. Met veel moeite moest ik accepteren dat het actief uitvoerend musiceren voortaan tot het verleden behoorde. Ik zit inmiddels in de ZW. Ons huis staat te koop omdat we deze woning op termijn (lees: op één inkomen) niet meer kunnen betalen.

Eind 2008 kon ik het Requiem van Verdi niet dirigeren als gevolg van een buikvliesontsteking, waarschijnlijk een complicatie bij de behandeling van een verkeerde diagnose. In april heb ik nog een concertreis naar Ierland met mijn kamerkoor kunnen meemaken, maar toen werkte mijn lichaam al nauwelijks mee. Mei 2009 lag ik in het ziekenhuis terwijl ik de Jahreszeiten van Haydn had moeten dirigeren. Mijn afscheid van het mij zo geliefde vak dreigt daardoor redelijk in het duister plaats te vinden, op een moment dat niemand waarneemt.

Om nu toch officieel een heus moment aan te kunnen wijzen, heb ik besloten om een Afscheidsconcert te organiseren. Als mijn lichaam het toelaat zal ik er orgel spelen en dirigeren. Op het programma staan louter eigen werken. Zo geef ik immers een beeld van wat mij nog rest als musicus: het scheppen van nieuwe klanken. Componeren kan immers in je eigen tempo en op momenten dat je lichaam het toelaat. Ik hoop u allen op mijn laatste concert te mogen begroeten.

Afscheidsconcert Jos Beijer
datum: zondag 21 maart, 16:00
plaats: OLV ten Hemelopnemingkerk, Buitenweg 2, Maurik
uitvoerenden: Bas Groenewoud, Maria de Moel, Ronald Threels, Paul Valk, Marco Vermeulen, Kamerkoor Couleur Vocale Poeldijk en Jos Beijer.
toegang: vrij

Jos Beijer
(17 januari 2010)


Hervatting werkzaamheden

Als gevolg van een buikvliesontsteking in oktober, heb ik een flink aantal weken niet kunnen werken. In deze periode heb ik het Requiem van Verdi en het jongerenkorenfestival JKF in Poeldijk niet kunnen dirigeren. Gelukkig zijn beide muzikale hoogtepunten fantastisch waargenomen door Paul Valk en Toos de Vreede.

Ik heb zelf het Requiem van Verdi mogen aanhoren in de kerk: ik was twee dagen eerder juist uit het ziekenhuis ontslagen. Het werd zo voor alle partijen (uitvoerenden, publiek en vooral ondergetekende) een emotioneel concert.
(Zie afbeelding rechts)

Een week later deed mijn jongerenkoor PJK het niet minder: zij wonnen het festival, zowel bij de vakjury als bij het publiek.
(Zie afbeelding links)

Het is erg goed om te ervaren (en aanhoren) dat genoemde koren zoveel kwaliteit hebben, alsook dat in geval van nood alles gewoon, nee, op hoog kwalitatief niveau doorgang kan vinden!

In december ben ik weer begonnen met mijn parochiële werkzaamheden. Elke week werkte ik weer een extra uurtje. In de kersttijd heb ik zodoende een concertje met kamerkoor Couleur Vocale, de Kerstnachtmis met het gemengd Koor en de Hoogmis op Kerstmorgen met het Gemengd Koor en het Delphi Consort weer kunnen doen.

Vandaag, Driekoningen 2009, hervat ik mijn volledige takenpakket voor de parochie. Ik kijk er zeer naar uit weer met mijn kinder- en jongerenkoor te mogen gaan werken. En als alles naar wens blijft verlopen, – en waarom zou dan niet het geval zijn? – dan gaan we daarna kijken wanneer en hoe ik mijn werkzaamheden voor bisdom Haarlem weer op kan pakken.

Ik wens u allen een zalig en gezond 2009 toe!

Jos Beijer
(6 januari 2009)


Poeldijks jongerenkoor PJK wint 33ste Jongerenkoren Festival

Het Poeldijks jongerenkoor PJK heeft afgelopen zondag het jaarlijkse Nationale Jongeren Koren Festival te Poeldijk gewonnen. Een historische overwinning mag het genoemd worden, omdat dit voor het eerst het geval is in het 33-jarig bestaan van het festival. Ieder jaar wordt er op de tweede zondag van november door diverse jongerenkoren vanuit Nederland in Poeldijk om de prijzen gestreden. Op dit in Nederland langst lopende Jongeren Koren Festival halen de jongeren koren dan ook alles uit de kast om een zo goed mogelijke presentatie te leveren als koorzanger en nog meer als koorgroep.

En daar stonden wij dan. Zondag 2 november 2008. De huidige dirigent van het PJK, Jos Beijer, kon wegens gezondheidsredenen niet voor de groep staan en de leiding werd, met twee repetities voor de desbetreffende zondag, overgedragen aan Toos de Vreede. Voor het koor zeker geen onbekende, omdat voor de komst van Jos Beijer de leiding al een tijdlang bij Toos de Vreede lag. Er werd ingezongen en de spanning was wel van de gezichten af te lezen. Maar na wat grappen en wat laatste puntjes op de spreekwoordelijke i werd er door ons koor, begeleid door Leon Endhoven op de piano en Suzanne Endhoven op de dwarsfluit, een unieke prestatie geleverd in de historie van het jongerenkoor: twee eerste prijzen!

Zowel de vakjury als de publiekjury waren het erover eens dat ons optreden, wat het laatste optreden van de dag was, beloond moest worden met de eerste prijs. Het verschil in de top drie3 was gering, maar dat mocht voor het PJK de pret zeker niet drukken. De vakjury roemde de koorklank in zijn geheel en de verstaanbaarheid van de diverse liederen en zo bleven de prijzen voor het eerst in Poeldijk.

Met dit resultaat zal er vol goede moed natuurlijk ook in juni weer gestreden worden om een goede klassering op het Nationale Jongeren Koren Festival in Rijsbergen, maar de gelukkige noten van deze overwinning zullen in Poeldijk nog wel even blijven nagalmen.

Om dit succes voort te kunnen zetten, is het Poeldijks Jongeren Koor ook dringend op zoek naar nieuwe leden. Ben je tussen de 15 en 25 jaar oud, kom dan op dinsdagavond vanaf kwart over 8 eens langs in de Leuningjes in Poeldijk. Voor vragen of felicitaties kun je terecht op het email-adres poeldijksjk@gmail.com.

Ivo Koppert
(De Poeldijker, 12 november 2008)


Indrukwekkende uitvoering Requiem van Verdi in Poeldijkse Bartholomeuskerk

In de Poeldijkse Bartholomeuskerk is op zondag 2 november het Requiem van Giuseppe Verdi uitgevoerd door de Zangkoren Deo Sacrum. Medewerking verleenden de solisten Nathalie Mees (sopraan), Maartje de Lint (mezzosopraan), Alex Vermeulen (tenor), Frans Fiselier (bas) en het begeleidingsorkest Continuo uit Rotterdam.

Het duurde even voordat er applaus klonk na de laatste verstilde akkoorden van het Requiem. Dirigent Paul Valk, die Jos Beijer, de vaste dirigent van Deo Sacrum wegens ziekte verving, wist de spanning nog even vast te houden alvorens het publiek uitbundig applaudisseerde. De Bartholomeuskerk was tot de laatste plaats toe bezet en de toehoorders hebben kunnen genieten van een indrukwekkende uitvoering van Verdi’s Requiem.

Onder leiding van Jos Beijer hebben de leden en projectzangers van de Zangkoren Deo Sacrum zich voorbereid op de uitvoering van dit Requiem. Tijdens de tientallen uren repetitie is het werk gaan groeien en deze toenemende spanning is tijdens dit concert tot een fantastische ontlading gekomen. Grote dynamische contrasten wisselden elkaar af. Murmelende en explosieve koordelen. Momenten van verstilling en rust en ook dreigende klappen van het orkest. Dirigent, koor, orkest en solisten hebben zich van hun beste kant laten zien en het publiek een onvergetelijke en tegelijk ook stemmige middag bezorgd.

Toos de Vreede
(persbericht Deo Sacrum, 3 november 2008)


Portret Jos Beijer

In de vorige Stemvork heeft u kunnen lezen dat Deo Sacrum te Poeldijk sinds september een nieuwe dirigent heeft. In deze aflevering kunt u kennis maken met Jos Beijer, die in de zomer van vorig jaar het stokje van de vertrokken dirigent Evert Wagter heeft overgenomen.

Wanneer ik Jos spreek woont hij nog geen week in Poeldijk. Hij werkt nog geen half jaar in Poeldijk en heeft de verhuiskeuze nu al gemaakt. Dit tekent de situatie: hij en zijn vrouw voelen zich inmiddels geheel opgenomen in de Poeldijkse (parochie-)gemeenschap.

Jos groeide op in het boerendorp Maurik (de Betuwe) en speelde soms piano bij het kinderkoor als vervanger van zijn moeder. Op zijn twaalfde werd Jos organist van het gemengd koor dat op dat moment van dirigent wisselde. Jos’ vader was voorzitter en vond dat Jos maar achter het orgel moest plaatsnemen, vooral omdat dat gratis was!
Ben Holtkamp was een van de mensen die Jos leerde orgelspelen. De keuze om het vak te leren was voor hem vanzelfsprekend; dat was iets wat ik leuk vond, wat ik goed kon en wat goed voelde. Thuis was er nog wel een obstakel: had Jos wel nagedacht over zijn broodwinning? Dezelfde eerdergenoemde koorvoorzitter was kennelijk in de veronderstelling dat in elke kerk gratis orgel werd gespeeld!
Na de toelatingsexamens op het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek heeft Anton Vernooij, lid van de examencommissie en neef van Jos’ moeder, per telefoon het thuisfront weten te overtuigen van de noodzaak van Jos’ studie. Op het NIK kreeg Jos onder meer les van Willem Tanke (orgel) en Joop Schets (koordirectie). Ook kreeg hij les van Jan Raas en Maurice Pirenne.
In Maurik kreeg Jos uiteindelijk het hele koor onder zijn hoede, hij richtte daar een oecumenisch jongerenkoor op, een schola cantorum en een kamerkoor. In feite alle geledingen zoals momenteel ook in Poeldijk bestaan. In Maurik was geen pijporgel. Jos heeft destijds gepleit voor een Midi-pijporgel. Een mechanisch pijporgel met synthesizercontacten (zie ook midiorgel.nl). Naast zijn activiteiten in Maurik speelde Jos ook éénmaal per maand in de Nederlands Hervormde Kerk van Rijswijk (Gld).
Na de periode Maurik was hij nog actief in de Ludgerusparochie van Loenen aan de Vecht, de Utrechtse Augustinusparochie en in de R.K. Parochie te Hoorn. Bovendien is hij regionaal medewerker kerkmuziek in het bisdom Haarlem. Samen met Bert Stolwijk en Mark Heerink is hij verantwoordelijk voor het cursusaanbod en organiseert hij repertoiredagen voor de kerkmuziek.
Naast zijn kerkelijke activiteiten leidde Jos ook concertkoren zoals de oratoriumverenigingen in Groot Ammers en Alphen aan den Rijn en gemengd koor Vox Laeta in Roelofarendsveen.

In Poeldijk leidt hij bijna alle koren van Deo Sacrum. Er is een kinderkoor, dat bestaat uit drie groepen: een pupillenkoor (door iemand anders geleid), het ABC-koor (groep 4-5-6) en de concertklas (groep 7, 8 en de brugklas). Op vrijdagavond komen het ABC-koor en concertklas nog eens bij elkaar. Ook kreeg hij de opdracht het muziekonderwijs met bijbehorende diploma’s te verzorgen. Naast het kinderkoor kent Deo Sacrum het Jongerenkoor PJK, het herenkoor en het dameskoor, dat fungeert ook samen als gemengd koor, de vrouwenschola, het ReT-koor (voor rouw en trouw) en het kamerkoor Couleur Vocale.
Dan is hij naast koorleider ook parochieorganist. Hij doet niet alles alleen. Toos de Vreede, de secretaresse van Deo Sacrum assisteert veel. Zij heeft de KM III-cursus gevolgd. Toos is dus meer dan secretarieel steun en toeverlaat, ze is in te schakelen als er problemen zouden kunnen ontstaan. Ook wordt bij bijzondere gelegenheden een aparte organist ingezet.
In de Sint Bartholomeuskerk staat een groot electro-pneumatisch Vermeulenorgel. Het hoofdwerk en bovenwerk zijn vooroorlogs en het rugwerk is in de jaren zestig bijgeplaatst.

Regelmatig heeft Jos overleg met de stuurgroep liturgie waar onder meer de pastoor en de pastoraal werker deel van uitmaken. "Doordat ik opvolger ben van Jos Vranken jr. en Evert Wagter is er al gevoel voor schoonheid en liturgie. Ik hoef hier dus geen puin te ruimen. Er is ruimte voor klassieke liturgie en Nederlandstalige muziek. De musicus is verantwoordelijk en bepaalt in overleg het muzikaal repertoire.
We kennen hier vieringen met kinder-, jongeren-, dames- en herenkoor. Er zijn ook vieringen waarin de groepen samen zingen. Kinderen en mannen bijvoorbeeld en natuurlijk de dames en heren. Als er geen koor zingt is er wel een cantor. Er zijn in totaal 180 koorleden.

In de kerk ligt de Gezangen voor Liturgie editie 1984. We gebruiken hier geen missaaltjes van Berne of Gooi en Sticht. We delen telkens een aparte Orde van Dienst uit, waardoor ook liederen die niet in deze bundel staan kunnen worden gebruikt.
Bij het kinderkoor zingen we repertoire van Code Music en Gooi en Sticht (De zon is al op en Zingen in vieren). Ook bundels als Alles wordt nieuw, Zingend geloven VII en de Belgische bundel Jubilootje zijn populair
Het jongerenkoor zingt steeds meer repertoire van Code Music. Uitbreiding van het repertoire gebeurde al vrij natuurlijk door de jaarlijkse deelname aan de jongerenkorenfestivals in Rijsbergen en hier in Poeldijk.
De dames en heren zingen Nederlandstalige en Latijnse missen, psalmen, liederen en motetten. Bepaalde volkszang, zoals de antwoordpsalm wordt alleen voor de viering gerepeteerd en niet apart tijdens de koorrepetitie, zodat het volk ook het leerproces meemaakt en niet alleen het koor. De vrouwenschola zingt uitsluitend gregoriaans .
We hebben ook een kamerkoor, dit koor heeft geen liturgische taak maar is een concertkoor. De betere koorzanger krijgt zo een aparte plaats binnen Deo Sacrum. Het ReT-koor zingt voornamelijk Nederlands en bij een Latijnse uitvaart zingen de mannen."

Vermeldenswaardig in Poeldijk is het niveau en de flexibiliteit van de zangers. "Het is moeilijk werken met starre mensen die alleen dat wat ze gewend zijn appreciëren." Dat is hier dus niet aan de orde. Het is hier ook een groot sociaal gebeuren. Jos en zijn vrouw zijn volledig opgenomen in de parochie en het koorleven. Er is een eigen koorkrant voor het enorm aantal leden. Het plaatselijke medium De Poeldijker kent naast de kerkenrubriek een eigen rubriek voor Deo Sacrum. In november vorig jaar trouwde Jos en dit haalde zo de Poeldijkse pers!

Bij de keuze van het kerkmuzikaal repertoire neemt Jos het Lectionarium als uitgangspunt: hij zoekt bij de lezingen geschikte gezangen. Na een aantal dienstjaren binnen de kerk bouw je parate kennis op. DoNek blijkt hierbij een welkome en functionele aanvulling.

Wat is volgens Jos goede liturgische muziek?
"Die muziek waar de tekst daadwerkelijk door de muziek op een voetstuk wordt gezet. Melodieën die meerdere teksten zingbaar zijn vallen meestal onder de kwaliteitsondergrens. Als componist leg je de tekst op een bepaalde manier in de mond van de mensen, dat is heel bepalend. Deze stelling is in principe van toepassing bij alle muziekstijlen van alle eeuwen." Jos probeert veel moderne muziek uit te voeren omdat dat pionierswerk is; hij probeert deze muziek in de kerk dezelfde plaats te laten krijgen als de meer bekende kerkmuziek.
"Alle personen die binnen de kerk een rol vervullen moeten werken aan de opbouw van de kerk. Dus ook de musicus! Mede door een creatieve en boeiende liturgie te maken zonder te bezuinigen op kwaliteit. Ook is het belangrijk dat bijvoorbeeld gezinsvieringen niet alleen een doel op zich worden maar dat ze in het licht van de ontwikkeling van de kinderen staan. Het is goed dat voor de allerkleinsten een viering is maar als kinderen ouder worden mogen ze zich geen vreemde voelen binnen de liturgie. Andersom is het ook belangrijk dat de reguliere kerkgangers zich niet thuis voelen tijdens gezinsvieringen."
Jos is gesteld op diversiteit, hij ziet geen principieel kwaliteitsverschil tussen Nederlandstalige of Latijnse kerkmuziek. Hij probeert in deze een weloverwogen lijn uit te stippelen waarin beide talen elkaar versterken.

Hoe ziet de toekomst van de kerkmuziek eruit?
"Er zullen altijd mensen geïnspireerd worden door zinvolle en schone liturgie. Op lange termijn zullen ook altijd mensen zich aangetrokken blijven voelen tot die schoonheid. Toch moet je het beleid niet alleen afstemmen op korte-termijnpopulariteit. Je kunt niet wekelijks het beleid omgooien vanwege democratisch onbegrip. Als men bij voorbeeld aangeeft een bepaald lied te moeilijk te vinden, dan is dat dus niet een reden dit lied af te voeren, maar om het vaker te programmeren!
Over 20 jaar zal er nog meer segmentatie zijn, nog meer binnen- en buitenparochieel, zoals Martin Hoondert in zijn proefschrift Om de parochie schrijft. Er zal dan steeds minder sprake zijn van één parochie met één vorm van liturgie. Met het toenemende belang van doelgroepenliturgie zal elke viering weer anders zijn. Wel moeten we proberen samen één parochie te blijven. Doelgroepenliturgie kan immers een middel zijn om meer mensen in diezelfde parochie zich thuis te laten voelen. Alle veranderingen binnen de kerk bieden weer kansen tot nieuwe kwaliteit."
En dat is waar Jos op dit moment aan bouwt!

Jeroen Pijpers
(Stemvork, maart 2008)


Rondom het Woord

De Werkgroep Liturgische Muziek, een werkgroep van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging onder voorzitterschap van em. prof. dr. Anton Vernooij, bracht onlangs een boekje uit met een overzicht van Hallelujaverzen(1). In de (rooms-)katholieke liturgie is het gebruik de lezing uit het Evangelie te verwelkomen met het zingen van het Halleluja, gecombineerd met een vers, te zingen door schola of cantor. Het Halleluja (plus vers) is rituele zang, het begeleidt een handeling, namelijk de kleine processie met het Evangeliarium naar de lezenaar, het openen en bewieroken van het boek. Dit stelt eisen aan de muziek: het Halleluja moet door allen te zingen zijn, het mag niet te moeilijk, maar moet wel feestelijk zijn (tekst én ritueel vragen daar om). Het gezang mag bovendien niet te lang duren, de processie is immers zo voorbij.
De uitgave van de Werkgroep Liturgische Muziek bevat (bijna) geen noten: het is een overzicht van alle beschikbare Halleluja's bij het A-, B- en C-jaar van het rooms-katholieke Lectionarium. Daarnaast is er een overzicht naar herkomst van de verzen opgenomen (een overzicht op bijbelplaats dus, want alle verzen zijn afkomstig uit de Schrift), zodat deze uitgave ook bruikbaar is voor andere liturgische tradities dan de rooms-katholieke.

Sacramentaliteit
Met deze uitgave wil de Werkgroep het zingen van het Halleluja als rituele handeling in de woorddienst stimuleren. Dit blijkt ook uit de drie korte inleidingen die voorafgaan aan het overzicht. Door deze gezongen rituele handeling wordt de sacramentatliteit van het Woord benadrukt; het Halleluja is als het ware de equivalent van het laten klinken van de altaarschellen tijdens het eucharistisch gebed. De dominicaan Augustinus Hollaardt schrijft in zijn inleiding: 'Hij [de Levende (MH)] is aanwezig in zijn woord alvorens tegenwoordig te zijn in het sacrament van de eucharistie. Deze geloofsovertuiging drukt zich uit in ritueel en zang rond het evangelieboek, dat als symbool van Hem die woorden spreekt van eeuwig leven, bewijzen van eerbied en hulde ontvangt' (blz.5).

Geen keuzes
De Werkgroep wil met deze uitgave vooral een overzicht bieden. Alle geschikte en passende toonzettingen worden per zondag genoemd. Wat de Werkgroep niet heeft gedaan, is keuzes maken; dat wordt overgelaten aan de gebruiker van dit overzicht. Eigenlijk vind ik dat jammer, want naar mijn idee is de liturgisch-muzikale praktijk is gebaat bij beredeneerde keuzes. Op twee punten hadden de samenstellers een handreiking kunnen bieden.
Ten eerste had men per zondag één Halleluja + vers kunnen aanmerken als 'de beste keuze', uiteraard op basis van vooraf geëxpliciteerde criteria. Zo lijken mij de aanwezigheid van een begeleiding, eenstemmigheid van het vers en eenvoud (met het oog op samenzang) van het refrein passende criteria.
Ten tweede hadden de samenstellers op basis van de verzamelde gegevens een correctie kunnen suggereren op het Lectionarium. Hier is namelijk iets eigenaardigs aan de hand. De Nederlandse vertaling van het Lectionarium wijkt af van de Latijnse editie (1970-1972). De teksten van de Hallelujaverzen in de Latijnse editie preluderen op het Evangelie als Woord Gods in het algemeen of op de Evangelieperikoop die aanstonds gelezen zal worden. Dit laatste is echter in de Nederlandse uitgave van het zondags-lectionarium niet goed merkbaar, omdat deze uitgave teruggaat op de Ordo Lectionum Missae uit 1969, waarin de Alleluiaverzen 'en bloc' werden vermeld zonder verwijzing naar een bepaalde zondag. Bovendient kent het Latijnse Lectionarium algemene reeksen van verzen voor de verschillende tijden, die echter niet in de Nederlandse uitgave zijn opgenomen. De Werkgroep Liturgische Muziek had naar mijn idee, naast het geboden overzicht, ook een tweede lijst kunnen aanbieden op basis van het Latijnse Lectionarium, inclusief enkele algemene verzen voor de verschillende liturgische tijden (zogenoemde cantus communes).

Nieuw gezang
Voor de zondagen waarvoor de Werkgroep geen geschikt Halleluja heeft kunnen vinden, schreef Jos Beijer, lid van de Werkgroep, een nieuw gezang. De verzen van dit nieuwe Halleluja zijn geschreven als recitatief, waardoor in principe elk vers op dit muzikale stramien gezet kan worden. Het refrein 'swingt', Beijer durft de gemeenschap syncopen te laten zingen (heel gebruikelijk in muziek voor jongerenkoren, maar veel minder gangbaar in de 'standaard' gemeentezang). Door deze 'swing' klinkt het Halleluja feestelijk, zoals het hoort.
De verzen zijn, zoals gezegd, gecomponeerd als recitatief. Hierdoor is de voorzanger vrij, zij of hij kan (min of meer) naar eigen inzicht accenten leggen in de tekst, wat de expressie ten goede komt. De notatie in achtsten en kwartnoten lijkt exact, maar dat moet uiteraard niet zo opgevat worden.

(1)Kunstfactor / Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging, Werkgroep Liturgische Muziek, Hallelujaverzen, zon- en feestdagen. Utrecht 2007. Bestel

Martin J.M. Hoondert
(Eredienstvaardig, december 2007)


'De liturgie schreeuwt om gezongen te worden'

Het is geen eenvoudige zaak om je brood te verdienen als kerkmusicus. Dat is natuurlijk geen nieuws. Toch zijn er plekken waar kerkmuziek zo belangrijk wordt gevonden, dat je er als kerkmusicus een aardige boterham mee kunt verdienen. Een van die plaatsen is Poeldijk, een overwegend katholiek dorp in het Westland, onder de rook van Den Haag. Per 1 september is Jos Beijer daar benoemd tot dirigent van de korenvereniging Deo Sacrum, en daarmee verbonden aan de rooms-katholieke Bartholomeuskerk.

Als ik Jos Beijer spreek, is de inkt onder het contract nog maar nauwelijks droog. “Het is echt een droombaan,” zegt hij met een brede glimlach. En dat lijkt niets teveel gezegd, in Poeldijk krijgt hij de leiding over maar liefst acht verschillende koren, waaronder het gemengd koor, kinderkoor, jongerenkoor en een kamerkoor. Over zijn plannen kan en wil hij nog niet al teveel kwijt. Jos Beijer: “Het is in ieder geval niet verstandig om meteen met allerlei nieuwe dingen te komen. Je kunt een cultuur niet zomaar veranderen, wat overigens niet betekent dat je alles maar moet accepteren!”

Voor- en nadelen
Een grote diversiteit aan koren biedt in de eerste plaats veel muzikale mogelijkheden. Toch ziet Jos Beijer ook belangrijke nadelen. “In veel parochies heeft elk koor zijn eigen dirigent, en ieder koor heeft zijn eigen repertoire. De ene week is er een viering met het jongerenkoor waarin God wordt aangesproken met ‘jij’, en de week daarop is er een Latijnse mis. Goed liturgisch beleid wordt daardoor bemoeilijkt, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van de volkszang. En dat is nodig, want volkszang is in de katholieke kerk nog steeds niet goed ontwikkeld. Parochianen zijn van huis uit toeschouwers. Het volk zingt niet of nauwelijks mee, zeker niet als het koor een meerstemmige bewerking zingt. Bij ouder repertoire gaat het vaak wat beter, dat is bekend, maar bij nieuwe liederen haakt het volk snel af. Hij haalt in dit verband een uitspraak aan van Bernard Huijbers. “Huijbers heeft eens gezegd dat goede kerkmuziek voldoende herhaling moet hebben. Aan het eind van het stuk moeten de mensen het idee hebben dat ze het kennen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Binnen een lang stuk met veel ontwikkeling kan een klein, eenvoudig refrein voor het volk heel goed werken. Voordeel is ook dat je dan niet het hele stuk hoeft voor te oefenen.” Over vooroefenen gesproken, Jos Beijer is blij te kunnen constateren dat dit in steeds meer katholieke parochies gebeurt. “De viering op zondagochtend is het enige moment van de week is dat de parochie bij elkaar komt, dus dat is ook de enige gelegenheid om de volkszang te verbeteren.”

Cantorfunctie
Jos Beijer heeft een duidelijk beeld aan welke voorwaarden een goede werkplek voor hem als kerkmusicus moet voldoen. “Muziek en liturgie moeten geen vieze woorden zijn, want muziek is ook liturgie. Voorgangers denken vaak woordgericht, maar een lied moet ook muzikaal passen. Dat betekent niet dat de muziek maar alle ruimte moet krijgen, de liturgie is geen podium. Aan de andere kant vind ik dat de liturgie schreeuwt om gezongen te worden. Gesproken acclamaties worden vaak een beetje afgeraffeld, je hoort alleen maar wat gemompel. Zing ze op een heel eenvoudige melodie, en het klinkt meteen veel oprechter. Als je zingt geef je meer van jezelf bloot.”

Vervolgens houdt Jos Beijer een warm pleidooi voor de cantorfunctie binnen de liturgie. Niet de cantor als dirigent van de cantorij, maar de cantor die solistisch de volgens het lectionarium voorgeschreven psalm tussen de lezing uit het Oude Testament en de brieflezing zingt. Beijer benadrukt dat het daarbij om een puur liturgische functie gaat. “De cantor is geen solozanger, het gaat niet om het gouden keeltje. De cantor is een medium om de boodschap over te brengen.” Hij is ervan overtuigd dat de cantor-functie niet alleen in de katholieke, maar ook in de protestantse kerken van grote liturgische waarde kan zijn.

Hoewel hij hoofdzakelijk werkzaam is geweest in katholieke kring, is Jos Beijer goed bekend met de protestantse traditie. Niet alleen door zijn studie aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek, maar nadrukkelijk ook vanuit de praktijk. Zo begeleidde hij jarenlang één keer per maand de diensten in de Hervormde kerk te Rijswijk (Gld). En voordat hij naar Poeldijk ging was hij korte tijd dirigent van het St. Maartenskerkkoor te Elst.

Componist
Naast organist en dirigent is Jos Beijer nadrukkelijk ook actief als componist. Bij zijn aantreden in Poeldijk gaf hij daarvan meteen zijn visitekaartje af. Ter gelegenheid van zijn benoeming schreef hij een werk op de tekst van psalm 122. “Daarmee wilde ik aangeven dat Poeldijk de plek is waar ik de komende jaren wil vertoeven. En waar ik veel nieuwe muziek wil blijven schrijven.”

Willem Jan Cevaal
(Organist & Eredienst, Tijdschrift van de Vereniging van Kerkmusici, oktober 2007)


Nieuwe dirigent bij zangkoren Deo Sacrum

POELDIJK - De Zangkoren Deo Sacrum is bijzonder blij en tevreden dat ze per 1 september a.s. een veelbelovende nieuwe dirigent en artistiek leider heeft gevonden in de persoon van Jos Beijer.
Samen met de Bartholomeusparochie, waar hij per diezelfde datum in dienst treedt als dirigent/organist, zien we met vertrouwen uit naar een goede samenwerking en een positieve inzet van de bijzondere talenten, kennis en ervaring waarover Jos Beijer beschikt.

Kort na het officiële bericht dat Evert Wagter per 1 augustus Poeldijk zou gaan verlaten kwamen we in contact met Jos Beijer en volgde er een aantal gesprekken met vertegenwoordigers van de parochie en van het koor.
Al snel bleek dat Jos Beijer op veel terreinen aansloot bij het profiel dat we voor ogen hadden: een eerstegraads dirigent/organist/kerkmusicus, ruime ervaring, goede plannen en plezierig in de omgang.
Na een tweetal sollicitatiegesprekken, een proefrepetitie en goedkeuring van het bisdom werd er eind juli door de drie partijen een overeenkomst gesloten waarbij Jos Beijer per 1 september in dienst zal treden bij de H.Bartholomeusparochie en de Zangkoren Deo Sacrum.
Jos Beijer zal overigens dit najaar tussen Poeldijk en zijn woonplaats Utrecht pendelen en zal op een aantal momenten nog afwezig zijn vanwege reeds lopende muzikale afspraken.
Eind november zal hij in het huwelijk treden met Monique van Dijk en is het de bedoeling dat het echtpaar zich begin volgend jaar in Poeldijk zal gaan vestigen.

Jos Beijer overhandigde een compositie die hij speciaal voor deze gelegenheid had geschreven.

Martien van Dijk
(De Poeldijker, 22 augustus 2007)


Jos Beijer geroerd tijdens zijn afscheidsconcert

ROELOFARENDSVEEN - Vox Laeta deed de 4 en 5 mei-viering op een avond. Met haar voorjaarsconcert zondag 6 mei in de Jacobuskerk wilde het koor beide emoties met de muziekliefhebber delen. Dit moest dus wel een gevarieerd programma worden. De opbouw bestond uit het Requiem van Fauré voor de pauze en erna het meer luchtige werk ten teken van de bevrijding.

Vox Laeta is een koor met uistraling. Amateurs die met gedrevenheid het beste uit zich zelf naar boven halen. En dat merk je bij de uitvoering. Vooral de muziek uit het Requiem van Fauré bracht de vele muziekliefhebbers in een serene rust. Het gemengd koor is er trots op dit hoogtepunt in de vocale klassieke muziek te mogen zingen.

Alles was muziek
'Het is een moeilijk programma voor het koor, maar ze hebben zich er fabuleus doorheen geslagen', zei Jos Beijer na afloop van het concert. 'Misschien zaten er wel een paar nootjes niet op zijn plaats, maar alles was muziek', complimenteerde hij zijn koor. Het Schicksalslied van Johannes Brahms had hem koude rillingen bezorgd. 'Wat de stilte teweeg kan brengen!' In dit werk komt het karakter van bevrijdingsdag tot zijn recht. Het pianospel van Ruud Luttikhuizen bracht de aanwezigen hierbij in vervoering.

Tijdens het voorjaarsconcert was er ook een gastoptreden van Niels Hoogelander. De veelbelovende jongens-sopraan (basisschoolleerling) slaagde erin een hele kerk zijn adem in te laten houden met het Pie Iesu.
En als luchtigheid der luchtigheden bezong de gastbariton Marco Vermeulen later op de avond de dichtersliefde: 'Zo onwaarschijnlijk mooi is mei'. Het was het laatste concert onder leiding van Jos Beijer. Na 6 jaar neemt hij afscheid van het Veens koor. 'Ik vertrek met pijn in het hart', zei hij geroerd.

Leo Bakker
(Witte Weekblad, 10 mei 2007)


cov Hosanna Groot-Ammers krijgt prijs voor beste educatieve programma 2006

GROOT-AMMERS - Het educatieve project van cov Hosanna uit Groot-Ammers rond het Requiem van W.A. Mozart in mei 2006 is in de prijzen gevallen. Volgens de Stichting Educatieve Orkestprojecten (SEOP) en de Stichting Koorbegeleidingen was dit immers het beste educatieve programma van 2006.

Aan het begin van de repetitie van 26 maart mocht dirigent Jos Beijer de bijbehorende oorkonde ontvangen uit handen van Ad Murck, directeur Stichting Koorbegeleidingen.
Sinds enkele jaren is de rijkelijke subsidie die de provincie Zuid-Holland aan het orkest RBO Sinfonia als professioneel begeleidingsorkest van vele (oratorium)koren verbonden aan educatieve voorwaarden. Hiertoe is in 2002 de Stichting Educatieve Orkestprojecten opgericht. Het Requiem-project van Hosanna bleek er tussen alle andere educatieve projecten echt uit te steken, omdat het zich richtte op liefst drie doelgroepen: amateur-dirigenten in opleiding, scholieren en het concertpubliek.

Dirigent Jos Beijer is tevens hoofdvakdocent koordirectie aan de km3-opleiding van de Gregoriusvereniging (NSGV) in het bisdom Haarlem. De cursisten moesten enkele delen van het Requiem instuderen met een practicumkoor waarvan de zangers de partijen nog niet kenden. Daarnaast konden zij werken aan afronding van diezelfde delen tijdens een stageavond bij cov Hosanna. Bovendien moesten de cursisten repetitiedag, generale repetitie en concert actief als zanger meemaken, opdat de dynamiek van het werken in de afrondende fase met koor, solisten en orkest meegemaakt kon worden.
De docenten CKV van christelijke scholengemeenschap Willem de Zwijger te Schoonhoven organiseerden samen met Beijer een Mozart-projectdag voor de leerlingen CKV van HAVO-5 en Atheneum-5. De leerlingen kregen vijf verschillende workshops aangeboden.

Een bijzonder aspect aan de uitvoering van het concert was dat voor de pauze het Requiem nader werd toegelicht door prof.dr. Anton Vernooij en Jos Beijer. Ook koor, solisten en orkest namen aan deze educatieve presentatie deel, waardoor er sprake was van ‘live’ luistervoorbeelden. Prof.dr. Anton Vernooij is professor liturgische muziek aan de Universiteit van Tilburg. De lezing en uitleg waren van een niveau dat zeker voor een breed publiek – en zelfs nog voor beroepsmusici - interessant was.

Door middel van dit drieluikproject heeft COV Hosanna meerdere nieuwe dimensies weten te geven aan één van de meest uigevoerde koorwerken. Daarom kreeg zij van de SK de prijs voor het Beste Educatieve Programma 2006. Na de uitreiking van de oorkonde sprak voorzitter Leo van Duijn uit dat het eigen enthousiasme over de vormgeving van het project een grotere drijfveer was dan de precieze voorwaarden van de subsidieverstrekker.

jb
(27 maart 2007)

Zie ook de site van de Stichting Koorbegeleidingen.


Koepelconcert

HOORN - Eerste Hoornse Koepelconcert 2007 met als uitvoerenden: Het West-Fries Projectkoor (WFPK) onder leiding van Jos Beijer en de organist Mark Heerink. Zondagmiddag in de Koepelkerk, Hoorn. De belangstelling was groot.

De Koepelkerk aan de Grote Noord is 125 jaar geleden in gebruik genomen, met de serie Koepelconcerten wordt dat feit luister bijgezet. Het concert droeg als ondertitel 'De Nederlandse School I', waarmee het zoeklicht werd gericht op Nederlandse componisten ten tijde van de renaissance.
Tweemaal 'Pange lingua', eerst het korte werk van Guillaume Dufay, een prima introductie voor vocalisten en publiek om kennis met elkaar, de muziek en de atmosfeer te maken. In de muziek bracht vooral de aanwezigheid van hoge damesstemmen de zuivere ijlheid, die we graag met dit tijdvak associëren, de vluchtigheid van de herinnering aan het vergankelijke.
De Missa Pange Lingua van Josquin Desprez belichtte de voortreffelijke harmonie die de afzonderlijke groepen konden bereiken, bijvoorbeeld in het beeldschoon gezongen 'Sanctus'. Meerstemmigheid, daar is niets mis mee. Maar muzikale fragmentatie lag tijdens deze mis heel even op de loer in het 'Credo' en het 'Agnus Dei'. De sterke hand van de dirigent hield de vocalisten en hun stemgroep steeds binnen de gehele samenhang.
Het tweede thema van deze middag was de goedheid van Maria, Jacob Obrechts 'Beata es Maria' werd prima gezongen, de stilte was in deze vertolking minstens zo belangrijk als de zang. Mooie timing, prachtige nacruk op de onderlinge strofes.
De eigentijdse componist Flor Peeters zorgde dankzij de uitvoering van Mark Heerink voor het contrast, geen spanning zonder tegenstelling, in het Pange Lingua (opus 75).
'Toccata, Fuge et Hymne sur Ave Maris Stella (opus 28)' van Flor Peeters was dankzij het geladen spel en het oplopende temperament van de organist het glansstuk van de middag.
De kop is eraf, het eerste Koepelconcert stond als een huis.

Regina Arbouw
(Noord Hollands Dagblad, 26 februari 2007)


Adventconcert Vox Laeta
'Ze hebben een pluim verdiend'

OUDE WETERING - Een sfeervolle Jacobuskerk vol aandachtig luisterende mensen. Zangvereniging Vox Laeta liet de liefhebbers van religieuze muziek weer genieten van haar jaarlijkse adventconcert. Een luisteraarster, enthousiast: 'Ze hebben gewoon een pluim verdiend!'

Zondag 17 december hield zangvereniging Vox Laeta haar adventconcert in de Jacobuskerk in Oude Wetering, een goede traditie inmiddels. De gedreven dirigent Jos Beijer had een uitgebalanceerd muzikaal programma samengesteld voor het gemengd koor. Vol overgave zongen de koorleden de stukken van Mozart en Haydn, met de stukjes appel en flesjes water binnen handbereik. Bert Mooiman begeleidde het koor virtuoos op de piano.
Voor een belangrijk deel bestond het concert uit de Missa Brevis van Mozart. In Missa Brevis blijkt liturgie ook lichtvoetig te kunnen zijn. Het Kyrie en Gloria werden opvallend opgewekt gezongen, bij het vrolijke af. Luchtigheid voerde hier de boventoon.

Ritme
En gelukkig was er ook ruimte voor samenzang, voor wie aangeraakt was door het enthousiasme van de koorleden. 'Maar let u wel op het ritme', waarschuwde dirigent Jos Beijer zijn gehoor bij het lied 'Er is een roos ontsprongen.' De melodie was in de loop der jaren wat vlak geworden, verklaarde hij later, maar inmiddels is ze weer gerestaureerd.
Beijer was tevreden over zijn koorleden: 'Ze zongen lekker vrij en ze hadden er lol in.'

Esjes
'Mooi gezongen, absoluut. Ze vormen een mooie klank met elkaar en houden die ook goed vast', zei een toehoorster bewonderend over het zingen van de koorleden. 'Bovendien luisteren ze goed naar elkaar.' En deskundig voegde ze eraan toe: 'Je hoort helemaal geen lange esjes.'
En zo was het de avond van het grote genieten. 'Met je ogen dicht kun je goed lusiteren', verzekerde een vrouw. Daarin was ze in ieder geval niet de enige. Ademloos lieten tde toehoorders zich meevoeren op de klanken van de muziek.
'Ik hoop dat u vanavond in de stemming bent gekomen voor de kerstviering', sprak voorzitter Marianne Klunder na afloop van de muziekuitvoering. Het warme applaus na het adventconcert bevestigde haar woorden.
Belangstellenden kunnen 11 januari om 20.00 uur een open repetitie van Vox Laeta in de Alkeburcht bijwonen, om zo zelf eens mee te doen of te luisteren. Er is voor deze avond een speciaal programma samengesteld.

Leo Bakker
(Witte Weekbald, 21 december 2006)


Geslaagd Lenteconcert Vox Laeta en Singhet
Verstilde klanken in Jacobuskerk

OUDE WETERING - Bijna tweehonderd aanwezigen hebben op vrijdag 12 mei genoten van het geslaagde lenteconcert van Vox Laeta en het vocaal ensemble Singhet. Een hele prestatie, want de akoestiek van het kerkgebouw Jacobus de Meerdere is net als die van de kleine zaal van het concertgebouw in Amsterdam: schitterend, maar genadeloos. Jos Beijer, de vaste dirigent van beide koren, presenteerde een uiterst gebalanceerd programma.

Vox Laeta opende het lenteconert met het Kyrie en Gloria uit de Missa brevis van G.P. da Palestrina (1525-1594). Dat muziek uit de Reaissance - ruwweg de stijlperiode in de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw - niet strijdig is met de stijlperiode uit de eerste helft van de twintigste eeuw bewees Beijer met de uitvoering van vier motetten op Gregoriaanse thema's van de twintigsteëeuwse Franse componist Maurice Duruflé (1902-1986). De oude thema's zoals Ubi caritas en Tantum ergo in hedendaags romantische harmonieën getoonzet klonken vertrouwd en verstillend. Vanuit het heden voerde Beijer met het Ave Maria van Josquin Desprez (1440-1521) de luisteraars zonder einige stijlbreuk terug naar de klanken uit de vijftiende eeuw.Klanksamenhang
Het vraagt veel kennis, begrip en techniek van amateur koorzangers om de werken uit de Renaissance en de Barok - zeventiende en achttiende eeuw - vlekkeloos uit te voeren. De muzikale lijnen ontwikkelen zich in die periode per stem schijnbaar afzonderlijk. Zonder gedegen kennis en begrip voor deze manier van componeren lopen amateur-uitvoeringen de kans om uit te lopen op een onsamenhangend klinkend muzikaal zooitje. Maar niet onder de leiding van Jos Beijer. Met strakke hand bewaakte hij de klanksamenhang. Deze dirigent zal er zeker in slagen om bij zijn zangers het gevoel voor muziek uit die perioden verder te ontwikkelen.

Notenfestival
Singhet is een ad hoc gezelschap, dat op projectbasis wordt samengesteld. Omdat Singhet in de samenstelling op 12 mei als kamerkoor optrad was de klankdichtheid in vergelijking tot het veel grotere Vox Laeta de kritische factor in de klank. Met de uitvoering van het Jesu meine Freude, in de lastige complexe toonzetting van Johann Sebastian Bach, leverde Singhet desondanks een niet geringe prestatie. Vanwege de warmte was de uitvoering van dit werk ook nog eens een ware uitputtingsslag, met name voor de sopranen.
Ondanks het feit dat Jos Beijer om uitvoeringstechnische redenen koos voor een sttrakke directie met weinig muzikale vrijheid voor de zangers, werden de non-legato uitvoeringen van de renaissance en barokwerken een notenfestival in plaats van een notenworsteling.
De lagere tempokeuze van Beijer voor de uitvoering van het Herr wenn ich nur dich habe van Heinrich Schütz (1858-1672) kwam het werk bij deze temperaturen en in deze akoetiek te goede. Het voorkwam een onrustige uitvoering van dit kunststukje uit de late Middeleeuwen.

Spartaans
De negentiende en twintigste-eeuwse werken die na de pauze werden uitgevoerd bleken Vox Laeta op het lijf geschreven. Een bijna perfecte uitvoering van het in harmonieuze zin uitdagende en spannende Immortal Bach van de Noorse componist Knut Nystedt (*1915) kluisterde de luisteraars aan de enigszins Spartaans zittende kerkbanken. Ook in de uitvoeringen van de Nederlanders Jurriaan andriessen (1925-1996) en Herman Strategier (1912-1998) schitterde Vox Laeta.

Glimlach
Jos Beijer beëindigde het lenteconcert met een knipoog aan de in Engeland succesvol geworden Duitse componist Georg Friedrich Händel (1685-1759). Den Engelse componist Peter Gritton vertoont een opvallende gelijkenis met zijn landgeoot Mister Bean. Zijn bewerking van Händels Messiah tot de Messiah in 3 minuten, The three-minute Messiah, is een humoristisch meesterwerkje dat, mits goed uitgevoerd, bij de toehoorders een ontspannen glimlach om de lippen brengt. En, daar slaagde Vox Laeta en Singhet voor de volle 100 procent in.
Een daverend, welverdiend applaus dwong Jos Beijer tot twee toegiften.

Roelf Scholma
(Witte Weekbald, 17 mei 2006)


Korendag in Heiloo: 'denk aan Maria als een jonge maagd'

HEILOO - Alleen al de overgave waarmee een paar honderd koorzangers uit Noord-Holland zich de moeite getroostten om 'Maria' te bezingen was aandoenlijk. Voor het overige zal de korendag voor kerkkoren in Heiloo door iedere deelnemer als inspirerend en waardevol zijn ervaren.

Meimaand, Mariamaand is de bijna té populistische omschrijving voor de vocale samenkomst van koren en zangers uit meer dan vijfentwintig parochies, van Den Helder tot Hilversum. Het werd een leerzame dag met meer dan vocale inspiratie alleen.

Een betere plek voor deze zangdag was er niet. Het gewijde complex van 'Onze Lieve Vrouw ter Nood' viert deze maand zijn honderdjarig bestaan, of chiquer gezegd: honderd jaar heropleving van de Maria-devotie. De plek waar ooit Maria verschenen zou zijn werd de plek van samenkomst voor de korendag, een samenwerking tussen de Nederlandse Sint Gregoriusvereniging en het bisdom Haarlem.

Waarom juist in Heiloo is volgens organisator Bert Stolwijk gemakkelijk verklaarbaar: 'Maria wordt vaak geassocieerd met zingen, denk alleen maar aan de vele versies van de beroemde lofzang 'Magnificat' of aan de vele 'Ave Maria's.' Stolwijk, die zaterdag zelf niet optimaal bij stem was liet het muzikale leiderschap over aan collega Jos Beijer, die de schone taak de honderden bereidwillige zangers en zangeressen te instrueren met verve en humor aanpakte. Daarbij kon hij dankbaar putten uit de recent verschenen bundel 'Maria is jouw naam' en werd later op de dag het onlangs verschenen bedevaartslied 'Naar de bron van levend water' op tekst van Jan Duin en op muziek van Marcello Bussi ingestudeerd.

De dames en heren zangers werden in de grote kapel op het Heiloose complex eerst in sopranen, alten, tenoren en bassen verdeeld. Al gauw bleek de vocale balans in het voordeel van de zingende dames. 'Je ziet, de vrouwen zijn in de meerderheid', en was de rol van het leiderschap nog niet duidelijk: 'Ik denk dat daar de dirigenten benne, of zo'.

Dirigent Jos Beijer opende de dag met vocale ochtendgymnastiek. Het 'even voelen waar je adem zit' ging gepaard met soepele oefeningen, die besloten werden met een collectief 'bèèèèh'. Daarna ging Beijer over tot het efficiënt instuderen van enkele liederen. Voor een groot aantal door de wol geverfde kerkzangers zal de aanpak van Jos Beijer als verfrissend zijn ervaren. Beijer zong de liederen met zijn heldere tenor duidelijk voor en ging daarna de strijd aan met het verschijnsel dat kerkkoren structureel de neiging hebben tot vertragen. Toen dit zich voordeed in het gebed 'Wees gegroet, Maria' stimuleerde Beijer de zangers met een heldere beeldspraak: 'Denk aan Maria als een jonge maagd en niet als een oude dame'. De aanpak van de dirigent wierp zijn vruchten af in het meer gecompliceerde 'Maria, schone vrouwe', in een vierstemmige zetting van de Nederlandse componist Hendrik Andriessen. De meer geoefende zangers onder de koorleden werkten hier zonder meer stimulerend voor de anderen.

Jos Ruiters
(Noord Hollands Dagblad, 23 mei 2005)


interview met Jos Beijer
groups.yahoo.com/group/hedendaagse-kerkmuziek

Naar ik sterk vermoed heeft nog nooit een bijdrage aan dit 125-jarig bestaand kerkmuziek-tijdschrift een dergelijke titel gedragen. Het illustreert in elk geval dat het Gregoriusblad de verworvenheden van de amper op gang gekomen nieuwe eeuw niet schuwt. Het gaat om een van de vele websites van een begeesterd jong kerkmusicus Jos Beijer (*1970), de lezers (m/v) van Continuo wel bekend. Op het adres kerkmuziek.boogolinks verzamelt hij talloze kerkmuzikale links, die de internet-surfer eenvoudig bij vele andere websites met kerkmuzikale informatie kan brengen. Daarnaast heeft hij twee email-discussiegroepen gelanceerd om te bereiken dat "er een gesprek op gang wordt gebracht over het (on)gebruik van hedendaagse muziek in de liturgie"; respectievelijk een websitediscussie in gang te zetten over alle facetten van het Gregoriaans: uitvoeringen, onderzoek, uitgave, concerten, smaak en gregoriaans-in-popmuziek.
Voor een technisch onder-ontwikkeld persoon als bovengetekende: een wondere wereld, maar al gauw raakte ik overtuigd van het uitbuiten van de ‘geschapen' mogelijkheden, dienstbaar te zijn aan datgene waarvoor uiteindelijk 125 jaar geleden ons tijdschrift werd geïnitieerd. Te meer omdat Jos Beijer behalve de toetsen van de computer ook - en vaak bekroond - de toetsen van het orgel bespeelt.

Kerkmuzikale ouders
In de parochiekerk van het Gelderse Maurik waren zijn ouders steunpilaren van het kerkkoor. De jonge Jos ging mee ter kerke en raakte al vroeg gefascineerd door met name het orgelspel; zo zelfs dat hij de ééntonige klarinet in de dorpsfanfare voor gezien en gehoord hield en experimenteerde op het meertonige orgel; op 12-jarige leeftijd werd hij - en met succes - de vaste organist in de O.L V. ten Hemelopneming in zijn geboorteplaats. Het vervolg is vanzelfsprekend: leerling van het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek in Utrecht, met als succesvolle leermeesters Maurice Pirenne, Jan Raas en Willem Tanke (die op hem de grootste invloed heeft gehad).
In Jos Beijers kerkmuzikale praktijk in achtereenvolgens Maurik, Maarssen en Loenen hadden ook kinder- en (oecumenische) jongerenkoren zijn intrigerende aandacht. In deze maand december volgt zijn aanstelling als dirigent van de welkbekende Augustinuskerk aan de Oudegracht te Utrecht. Tijdens zijn kerkmuziekstudie volgde hij ensembleleiding bij Melvin Margolis en muziektechnologie bij Ernst Bonis.
Inmiddels studeert hij koordirectie in Gorinchem bij Joop Schets. In 1990 voerde hij met het Culemborgs Kamerkoor de Weihnachtsgeschichte van Hugo Distler uit; in 1995 was hij een van de dirigenten in de première van de Missa Nicolaï van Wim Francken.
Daarnaast componeert hij ook: bij gelegenheid van de ingebruikname van het MIDI-pijporgel in de Maurikse kerk vond de première plaats van zijn eigen werk "Kroniek".

MIDI en Luna lucet
Dat MIDI-orgel is ‘typisch' Jos Beijer, "gefascineerd als ik ben door de muziektechnologie; ik wil graag de hedendaagse techniek toepasbaar maken, óók op het pijporgel." Op Beijers initiatief is in Maurik een MIDI-orgel geplaatst. Het is een mechanisch pijporgel dat via aanslaggevoelige MIDI-contacten synthesizers en andere electronische muziekinstrumenten kan aansturen. Beijer: "Die ontmoeting tussen de orgelwereld en de wereld van de muziektechnologie moet componisten in staat stellen een nieuwe stroming in het componeren voor orgel tot stand te brengen."
Hoe jong Jos Beijer ook is, hij heeft verschillende - vaak bekroonde - composities op zijn naam staan, uiteraard een Maurik-Mis, verder een Missa Petrus et Paulus, bewerkingen van bekende kerstliederen voor SATB en harmonieorkest, maar ook een "Sonata sopra per arbores luna lucet" (uiteraard alleen uit te voeren rond Sinterklaas!) en verder muziek op enkele spitse kwatrijnen van Daan Zonderland.
Voor het symposium 'Liturgie en muzische taal', oktober 1999 in Tilburg, heeft Jos Beijer het Eucharistisch gebed 12a (Gezangen voor Liturgie 743) inclusief de prefatie op muziek gezet. "Dat was geen gemakkelijke opdracht, o.a. omdat de tekst vrij lang is; je moet dus proberen ëën stijl aan te houden zonder in herhalingen te vallen en ‘saai' over te komen. Ik heb een soort ‘psalmodie' aangehouden; het werd een recitatieve melodie die ritmisch vrij kon zijn. Om zeker te zijn van enige ‘spanning' waren in de tekst acclamaties voor het volk ingevoegd. Die acclamaties hadden tot doel een duiding van de tekst." Beijer vindt achteraf dat deze werkwijze muzikaal zeer bevrijdend heeft gewerkt. Hij gaf daarnaast aan de instellingswoorden een eigen accent: "hetgeen bij de na-bespreking terstond opmerkingen opriep als bijvoorbeeld: ‘waarom zou Christus per se een basstem hebben gehad?'"
Dit compositiewerk betekent overigens niet dat hij zijn eerste liefde, het orgelspel, vergeet. In 1994 behaalde hij de 1e prijs op het Nationaal Orgelconcours in Leiden met de uitvoering van 20ste-eeuwse stukken, zijn lievelingstijdperk. Hij is verder actief in twee professionele orgel-ensembles o.m. voor bestaande muziek voor twee orgels of anders aux quatre mains.

'Wierook-muziek'
Kerkmuziek fascineert Jos Beijer bij uitstek, maar waarom precies? 'Ja, waarom; ik denk onder andere omdat er muziek wordt gemaakt voor en met 'gewone', ik bedoel muzikaal-ongeschoolde mensen. Je weet niet wat je met hen kunt bereiken, welke eenheid je kerkmuzikaal kunt smeden tijdens een viering; hoe ze zich 'thuis' kunnen voelen. Dat is totaal anders dan wanneer je een 'profaan' concert geeft. Voor mij behoeven zij niet uit volle borst mee te zingen, zoals je dat wel ziet in een EO-uitvoering van samenzang; nee eerder moet het een soort 'wierook-muziek' zijn; dan wint het aan kracht. Als het niet 'alléén maar luid' is; dan pas vind ik een compositie en de uivoering daarvan geslaagd.'
Die fascinatie ligt ook ten grondslag aan Beijers Yahoo-discussiegroepen. Door hoeveel mensen worden die discussiegroepen ongeveer bezocht? "Wat de moderne kerkmuziek betreft een 50 à 60 personen, wat het gregoriaans betreft 70 à 80. Het kan gaan over vragen, resp. mededelingen over te organiseren uitvoeringen, maar ook - tot mijn verbazing! - vragen over honoraria, waarbij amateurs vinden dat een beroepsorganist te veel verdient voor werk dat uiteindelijk ‘pro Deo' - letterlijk te nemen - gedaan wordt; maar ook beroepsmusici die vinden dat amateurs naar verhouding te veel verdienen! Maar er zijn ook vragen over de uitvoering van het Gregoriaans en dan in het bijzonder: welke gregoriaanse meldoieën fungeren of kunnen fungeren als ‘leitmotiv' in de popmuziek of als sfeerbepalende melodieën bij de in- en/of uitleiding in dit soort muziek?

Kennelijk voorzien de sites in een behoefte en heeft Jos Beijer naast veel capaciteiten ook een praktische visie op de toekomst. Een verrassende ontmoeting.

Actuele informatie over Jos Beijer kunt u vinden op zijn persoonlijke website josbeijer.nl . Belangstellende lezers van ons tijdschrift kunnen meediscussiëren door een e-mail te sturen aan: hedendaagse-kerkmuziek-subscribe@yahoogroups.com en/of gregoriaans-subscribe@yahoogroups.com.

Kees Middelhoff
(Gregoriusblad, december 2001)


Orgelmoderniteiten in Maurik

"Ik heb er zelfs boxen ingebouwd." Het klinkt bijna verontschuldigend. Jan Veldkamp van Mense Ruiter Orgelbouw kijkt omhoog naar het orgel in de rooms-katholieke kerk van Maurik. "Kijk", wijst hij naar de twee omhoogrijzende 'torens' aan de linker- en rechterkant van het orgel, "daar hoog in het orgel zitten de luidsprekers. Toen ik dat aan mijn collega's vertelde, had ik een vreemd gevoel. Ik schaamde me er bijna voor. Een jaar of tien geleden had ik nooit geloofd dat ik zoiets ooit zou doen."
Het orgel in Maurik is een bijzonder instrument. Zo op het oog is het alleen een gewoon pijporgel. Maar schijn bedriegt. Wie dichterbij komt, ziet een paar ongewone dingen. Naast de orgelkast staat een synthesizer. De snoeren ervan gaan het orgel in. Vlak boven de hoogste pedaaltoetsen zit een zwelpedaal gemonteerd, dat zo te zien bij de synthesizer hoort. Die indruk is juist. Het orgel van Maurik is een 'midi-orgel'. Midi staat voor Musical instruments digital interface. Dat houdt in dat klanken met elkaar via de computer kunnen communiceren.
Jos Beijer is de vaste bespeler van het Maurikse orgel. Van hem zijn ook de ideeën voor het midi-orgel. Hij haalt het paneel boven de klavieren weg en laat zien, hoe het midi-systeem werkt. Aan de gewone toetsmechaniek van het orgel is een systeem gebouwd dat de synthesizer bedient. "Daar lopen de kabeltjes. Die gaan het orgel uit naar de synthesizer", toont Beijer.
Willem Tanke is leraar van Beijer, maar de verhoudingen tussen beiden zijn al lang omgezet in vriendschap. Tanke laat de midi-mogelijkheden horen. Exotische klanken vullen de kerkruimte. Jan Veldkamp staat in de kerk van de muziek te genieten, lurkend aan zijn pijp. "Mooi is dit."
Tanke wil geen bestaande muziek omzetten in muziek voor orgel en synthesizer. "Dat zou natuurlijk wel kunnen. Maar wij willen nieuwe wegen inslaan. We stellen zelf de klanken van de synthesizer samen." Beijer: "Je bent een hele tijd aan het proberen, en dan ontstaat er een geluid. Of je hebt een leuk muziekje in je hoofd en daar wil je een geluid bij hebben."
Tanke: "Is er eenmaal een nieuw geluid, dan ga ik daarmee aan het werk. Ik kan pas lekker werken, als ze me hier een dag opsluiten. Dan pas word ik productief. Ik ga dan met het nieuw gevonden geluid de confrontatie aan met de traditionele orgelklanken. Ik werk meestal sober. Want de synthesizer biedt een oceaan van mogelijkheden. Als je je niet beperkt, krijg je oeverloze toestanden."

Tanke is bezig met het componeren van een aantal etudes voor het Maurikse instrument. Hij laat er een paar horen. Dicht bij de speeltafel is eigenlijk niets bijzonders te zien. Er zit iemand orgel te spelen. Maar de techniek doet haar werk. Weer die exotische klanken. De geluiden lijken uit India te komen. Willem Tanke herkent de term 'exotisch'. "Dit is inderdaad geen traditionele, westerse muziek. De verwantschap met wereldmuziek is groter dan met de Europese componisten."
Ook Jos Beijer componeert veel voor het orgel. "Willem en ik hebben allebei een eigen set-up (instelling). Door de enorme mogelijkheden van de techniek moet je zuinig zijn op je eigen samengestelde geluiden. We hebben allebei een eigen persoonlijkheid, daar passen ook je eigen geluiden bij. Als je ze kwijtraakt, moet je opnieuw met uitzoeken beginnen."
Willem Tanke zette onlangs het complete orgelwerk van de Franse componist Olivier Messiaen op cd. Een heel andere wereld dan Maurik is dat volgens hem niet. "Natuurlijk zijn er verschillen. Maar Messiaen zocht zijn inspiratie ook buiten het orgel. Hij noteerde vogelgeluiden en verwerkte die in zijn composities. Hij zocht duidelijk naar nieuwe wegen. Het verschil is, dat we in Maurik de confrontatie met de techniek zoeken. Door de exotische klanken van de synthesizer krijg ik ideeën, waarop ik anders nooit gekomen zou zijn. Je ontdekt andere bewegingstypes en aanslagtechnieken, omdat de synthesizer aanslaggevoelig is. Maar daardoor ga je al spelend anders om met de mechaniek van het orgel."

Het Mense-Ruiterorgel staat sinds april vorig jaar in Maurik. Daarvoor stond het in een Gronings kerkgebouw, dat door het Samen-op-Weg-proces overbodig werd. Voor de Maurikse orgelcommissie was het van meet af aan duidelijk, dat er een midi-aanpassing in het orgel moest komen. Jan Veldkamp van Mense Ruiter Orgelbouw: "Ik beken dat we een tijdje tegen deze opdracht hebben aangehikt. In de orgelbouwwereld zie je een duidelijke tendens in de richting van de historische orgelbouw. Ons bedrijf doet dat ook. Wij richten ons op de Groningse bouwer Freytag, omdat zijn orgels uitstekend geschikt zijn voor het begeleiden van gemeentezang en het spelen van literatuur. Freytag is een orgelbouwer op een breekpunt in de geschiedenis, tussen Barok en Romantiek in, zou je kunnen zeggen." Voorbeelden van die bouwwijze zijn te vinden in de Noorderkerk in Spakenburg en in verpleegtehuis De Samaritaan in Sommelsdijk.
Uiteindelijk wilden we toch meedoen met het experiment. Dat komt vooral door het enorme enthousiasme van Jos Beijer. Je moet nieuwe wegen durven inslaan. Wij zijn de laatsten die zeggen: 'zo moet een orgel worden'."
Willem Tanke: "In zekere zin kun je het orgel beschouwen als een mechanische voorloper van de synthesizer. Het bootst klanken na van bestaande middeleeuwse instrumenten. Wat zal een middeleeuwse trompettist gedacht hebben, toen hij zijn instrument terughoorde in een orgel?"
Dolf Tamminga van Mense Ruiter: "Je zou kunnen zeggen dat het orgel een mechanische synthesizer is, die een eigen leven leidt. Veel klanken zijn in beginsel een nabootsing van bestaande instrumenten, zoals fagot, hobo, klarinet, viool, fluit."

Na de ingebruikname was het midi-orgel in Maurik het gesprek van de dag, herinnert Jos Beijer zich. Een kleine groep Maurikse enthousiastelingen van 'Storm', de Stichting Orgelfonds R.K. kerk Maurik, volgt het experiment van dichtbij. Maar niet alleen zij.
Tanke: "Studenten muziektechnologie zijn zeer geïnteresseerd in wat hier gebeurt. In het verleden was er een hechte relatie tussen orgel en orkest. De hele muziekwereld was toen een organisch geheel. Daardoor werd het orgel een pandemonium van bestaande instrumenten. Het is tijd om die relatie te herstellen."
'Storm' zorgde overigens voor het benodigde geld om het orgel naar Maurik te halen en het aan te passen voor midi. In kerkdiensten wordt het midi-systeem nog niet gebruikt, wel het gewone pijporgel.

Veldkamp kijkt nog eens naar de pijpen waarachter de geluidsboxen staan. "We wisten eerst niet waar we ze laten moesten. Maar die ruimte daar in het orgel is toch leeg. Ze pasten er precies in"
Na een korte stilte: "Ik dacht dat orgelbouwers een storm van kritiek zouden laten horen. Maar we hebben niets gehoord. Geen kritiek en geen lof."

Peter Sneep
(Nederlands Dagblad, 12 februari 1999)


MIDI-pijporgel in Maurik

Afgelopen jaar is in de OLV ten Hemelopnemingkerk in het Betuwse Maurik een orgel van de Groningse orgelbouwfirma Mense Ruiter Orgelmakers in gebruik genomen. Het betreft een midi-pijporgel: een mechanisch pijporgel, dat via midi-contacten elektronische muziekinstrumenten aan kan sturen.
Tot vroeg in de zeventiger jaren stond in de Maurikse RK kerk een mooi klein orgeltje van Maarschalkerweerd. Als gevolg van de verwoestende werking van de boktor is de parochie toen echter gezwicht voor het financieel aantrekkelijke elektronische alternatief: in ruil voor het bestaande instrument kreeg men een klein elektronisch orgeltje met bovendien nog geld toe. Bovendien zou het orgelonderhoud bijna niets gaan kosten. Halverwege de tachtiger jaren is zelfs een nieuwe elektronisch model aangeschaft: een `klassiek model' met volledig vrij pedaal!

In 1995 ontstond de behoefte om de instrumentale begeleiding in Maurik voortaan toch weer akoestisch aan te gaan pakken. Men ging voortvarend te werk: de stichting storm werd opgericht die gelden bijeen moest brengen om de parochie in staat te stellen een pijporgel aan te schaffen. Er werden loterijen, rommelmarkten, hobbybeurzen en kerstmarkten georganiseerd. Ook werd er achter in het kerkgebouw een hoek ingericht waar speciaal voor en door storm vervaardigde artikelen konden worden aangeschaft. En uiteraard verscheen daar ook en thermometer waar men de fondsgroei op de voet kon volgen. Men name als gevolg van al die acties werd de groep orgelenthousiastelingen steeds groter. We kwamen tot het besef dat het aan te schaffen orgel in vruchtbare aarde zou gaan vallen: velen hebben er immers zelf hard voor gewerkt.

Naast het doen groeien van het fonds was storm ook op zoek naar een muzikaal, architectonisch en financieel passend instrument. Op het moment dat de wanhoop het grootst leek - alle gevonden opties bleken kwalitatief ondermaats - bereikte ons in de zomer van 1997 het bericht dat men in Groningen samen op weg zou gaan, waardoor er twee orgels overcompleet zouden worden. Ruggespraak met Ton van Eck van de kkor en snel reageren via internet leverden ons het waardevolle contact op met Mense Ruiter Orgelmakers. De beslissing was eigenlijk tamelijk snel genomen.

Ondergetekende was in deze tijd nog leerling aan het Utrechts Conservatorium bij Willem Tanke. Veel tijd werd in deze lessen besteed aan de hedendaagse muziek, ook aan werken voor de combinatie orgel en klanksporen. Bij uitvoering van zulke werken werd een Revox-band gestart, tijdens welke de organist zijn partij speelde, soms mengend, soms contrasterend. In deze lessen ontstond het idee deze ontwikkeling ook in de orgelbouw tot uiting te laten komen; het moest toch mogelijk zijn om al orgel spelend ook met de elektronica te kunnen musiceren i.p.v. slechts een tape af te spelen.

Uiteindelijk is zo een orgel ontstaan, waarvan de speeltafel enerzijds het `gewone' mechanische pijporgel bestuurt, en daarnaast ook een zelf aan te sluiten synthesizer. Hiervoor is het instrument aangevuld met Tannoy-luidsprekers, geplaatst in beide pedaaltorens, een Yamaha tg77 synthesizermodule en een pa-versterker en een mixer van Mackie. Dit nieuwe instrument heeft inmiddels René Uijlenhoet, Peter Bares, Willem Tanke en Jan van Maanen aangezet tot nieuwe composities. En vele componisten zullen volgen.

Hoe gaat alles nu praktisch en muzikaal in zijn werk?
Het fantastische van een synthesizer is dat de gebruiker elk geluid kan ontwerpen dat hij zelf wil. Dit ontwerpen gebeurt idealiter bij het orgel, om de combinatie met pijpklanken meteen te kunnen testen. In mijn geval doe ik ook veel bij mij thuis in Amsterdam. Hier heb ik immers een Yamaha sy99 staan, waarvan de opgeslagen gegevens goed uitwisselbaar zijn met de tg bij het orgel. Elk orgelklavier heeft zijn eigen vaste midi-kanaal: het borstwerk staat op 1, het hoofdwerk op 2 en het pedaal op 3. Temeer omdat beide klavieren aanslaggevoelig zijn, kan nu bijna elke muzikale wens vervuld worden.
Inmiddels heb ik al veel kunnen experimenteren met allerhande klanken, die de bestaande orgelklanken in een totaal andere context kunnen plaatsen. Een toon van een pijp kan beweeglijk gemaakt worden, al dan niet afhankelijk van hoe snel deze wordt aangeslagen. Maar ook kunnen allerlei `familieleden' ontworpen worden, die de orgelklanken in een niet eerder gehoord daglicht kunnen zetten.

Het kerkvolk hoort haar orgel in vele gedaanten. Wekelijks komen vele muziekstijlen aan bod, soms in combinatie met elektronische klanken. Eén bepaalde angst werd ook snel weggenomen: de elektronica bleken geen dispositie-uitbreidende maar een zelfstandig muzikale functie te hebben. Van een elektronisch orgel hadden we immers juist zo bewust afscheid genomen!

Mocht u meer informatie willen hebben over dit bijzondere instrument, dan kunt u dat vinden op de STORM-site. Ik kan me echter voorstellen dat u het instrument graag eens zou willen horen. Dat kan natuurlijk in de zondagavondconcerten, maar u kunt ook een afspraak met ondergetekende maken voor een uitgebreide demonstratie.

Jos Beijer
(KDOV-blad, december 1998)


In Maurik krijgt elektronica zelfstandige functie als supplement van het pijporgel
Het expressieve effect van de synthesizer

Het pijporgel en de elektronische synthesizer hebben van alles met elkaar te maken, is de overtuiging van Willem Tanke, docent hoofdvak orgel aan het Utrechtse Conservatorium en expert op het gebied van moderne orgelmuziek. "Met zijn registers en de programmeerbare klankcombinaties is het klassieke pijporgel als het ware de voorvader van de synthesizer". Deze opzienbarende mening kreeg vorige week handen en voeten in de rooms-katholieke kerk van het Betuwse Maurik bij het inwijdingsconcert van het eerste Nederlandse pijporgel met midi-synthesizer. Een voorproefje van de orgelcultuur na het millennium?
Willem Tanke: "Al op de middelbare school raakte ik geboeid door het transcendente karakter dat orgelmuziek en elektronische muziek kunnen hebben. Ik volgde als orgelstudent aan het Utrechts Conservatorium lessen elektronische muziek bij Ton Bruynèl. Bij uitvoeringen van zijn composities bespeelde ik het orgel en liet ik een band met elektronische klanken meelopen. Na mijn studie werkte ik een tijd als programmeur bij een softwarebedrijf. Daarna raakte ik als docent weer bij het Utrechts Conservatorium betrokken. Sindsdien heeft het denkbeeld om orgel en computer met elkaar te verbinden me niet meer losgelaten".
In 1992 gaf Tanke een lezing over orgelbouw en muziektechnologie, waarin hij een warm pleidooi over de bouw van een MIDI-orgel hield. Deze gebeurtenis markeerde het begin van een hechte samenwerking met Ernst Bonis, als docent klanksynthese verbonden aan de faculteit kunst media en technologie, en Jos Beijer, toen in Utrecht student orgel en muziektechnologie. Hun doel was een pijporgel te bouwen dat via een MIDI-Out-poort tegelijk elektronische klanken kon voortbrengen. Als plaats werd de rooms-katholieke kerk van Maurik, waar Beijer organist was, gekozen. Daar moest toch een nieuw pijporgel ter vervanging van het elektronische surrogaat komen. Met zijn enthousiasme wist Jos pastoor en parochie ervan te overtuigen dat dit een orgel met MIDI-mogelijkheden moest worden.

Stormvlaag
Om de plannen een deugdelijke financiële basis te geven, werd de stichting Storm in het leven geroepen, de afkorting van STichting Orgelfonds Rooms-katholieke kerk Maurik. Sceptici legden al direct het verband met een glas water. Op zoek naar een instrument deed de `stormvlaag' Keulen aan. De kwaliteit van het Duitse pijporgel, dat door zijn uitzonderlijke klavieromvang van zes octaven erg geschikt leek, stelde echter ernstig teleur. Daarop draaide de `storm' naar het noordoosten en kwam hij bij de Groningse orgelbouwer Mense Ruiter terecht. Mense Ruiter had een orgel, afkomstig uit de gereformeerde Regenboogkerk in Groningen, in de aanbieding. Het inmiddels twintig jaar geleden gebouwde neobarokke instrument met dertien stemmen, verdeeld over hoofdwerk, borstwerk en pedaal, leek een betere optie. Na positief advies van dr. Ton van Eck, adviseur van de Katholieke Klokken- en Orgelraad, is besloten dit instrument in Maurik op te bouwen en uit te breiden met een aanslag- gevoelige MIDI-Out-interface, aangevuld met een set `foot controllers' van Yamaha. Hiermee zou de integratie van kerkorgel en synthesizer in een liturgische setting een primeur in Nederland kunnen worden.

Discussies
Na jaren van vooral financiële voorbereiding was de ingebruikname van de installatie zaterdag een feit. Jos Beijer schreef `Kroniek', een driedelig werk ter opening van het ingebruiknameconcert. In een modern muzikaal idioom passeert hierin de voorgeschiedenis de revue. In het eerst deel, `Plannen', begeleidde Beijer voor de laatste keer het kerkkoor op het oude elektronicum, een analoge Eminent. Vervolgens ging het koor muzikaal behoorlijk ruziemaken. Onder de titel `Discussies' werd in Maurik nog even voor het publiek de zware strijd tussen de voor- en tegenstanders van het project uitgevochten. In het derde deel, `Harmonie', kwam echter de oplossing en klonk na verscheidene variaties een harmonieuze samenzang, die de schoonheid van het nieuwe orgel bezong. Het elektronicum werd daarna door twee sterke mannen met stille trom afgevoerd.
Hoewel het daarna vertolkte atonale repertoire niet de directe streling van het oor ten doel had, bleef het verrassingseffect van een telkens veranderende mix van orgel en synthesizer zo sterk, dat ik het gebruikelijke gebrek aan comfort van de katholieke kerkbanken niet eens merkte.

Gloeidraden
De compositie `Filamenti' was eveneens voor deze inauguratie geschreven. Het is een typisch stuk programmamuziek, geënt op de nieuwe klanktechnologie. Filamenti is het Italiaanse woord voor gloeidraden. Componist René Uijlenhoet verklankt hier - volgens het uitvoerige programmaboekje - dat `het orgel, de bejaarde koningin van de muziekinstrumenten, begeleid en soms zelfs aangevallen wordt door een horde jonge elektronische klanken. De elektronica probeert de generatiekloof te dichten door zich voor te doen als het vervallen binnenwerk van een reusachtig klavecimbel. De enorme klankmassa's die ontstaan tijdens de climax van het werk, zorgen ervoor dat de virtuele snaren en kabels van de geluidsapparatuur zachtjes beginnen te gloeien'.
Zo stuwend en vol onrust als dit werk was, zo vredig en `pastoraal' klonk daarna het door Willem Tanke geschreven `My friend the indian', dat is opgedragen aan zijn orgelstudent Jos Beijer. `Een rustige melodie met een zich ostinaat herhalend begeleidingsmotief roepen, met een zekere tijdloosheid, het beeld op van een groene laagvlakte. Diverse natuurgeluiden en een instrumentale tweede melodie, voortgebracht door de Yamaha-synthesizer, omlijsten de orgelklanken'. Om een intiem achtergrondgeluid aan het borstwerk te ontlenen, werden de galmopeningen provisorisch met programmabladen afgedekt. Techniek heeft zelfs hier haar grenzen!

Commentaar
In zijn toespraak memoreerde de heer Veldkamp, directeur van Mense Ruiter Orgelmakers, dat hij `wel even moest slikken' toen bleek dat er in zijn orgel elektronica moest worden aangebracht. `Toch hebben we met plezier aan dit project gewerkt. De heer Hartlief heeft met respect voor het bestaande orgel de MIDI-installatie aangebracht, zodat we nu twee zelfstandige muziekinstrumenten in één concept hebben: een akoestisch instrument en een synthesizer. Dat is toch wel een prachtig unicum in Europa'.
Ook dr. Ton van Eck liep aanvankelijk niet over van enthousiasme toen hij hoorde van `die wilde plannen daar in Maurik'. Toch besloot hij zijn nek uit te steken en als adviseur op te treden. `Jos was erg enthousiast en ook daarom wilde ik hem een kans geven'. Hij was blij dat Maurik nu af is van het elektronicum, dat `net zo bedrieglijk is als de discipel Judas. Het is opgevolgd door andere elektronica, die veel eerlijker is'.

Folkloristische snuisterijen
In feite vindt Van Eck `dit experiment in Maurik, hoe origineel ook, niets anders dan het logische gevolg van een ontwikkeling in de orgelbouw. (...) Immers, al vroeg in deze ontwikkeling hebben orgelmakers getracht de expressiviteit van de orgeltoon te verhogen en de instrumenten te voorzien van min of meer folkloristische snuisterijen zoals nachtegalen en andere vogelgeluiden, pauken, trommels en klokkenspellen'. Ook de ontwikkeling van de tremulant, ter imitatie van het beven van de menselijke stem, en de zwevend gestemde Prestant, die vooral in Italië onder de naam Voce Humana werd toegepast, ziet Van Eck als oude middelen ter verhoging van de expressiviteit.
In 1712 vond de Londense orgelmaker Abraham Jordan de `Swell' uit, waarmee de orgeltoon geleidelijk kon toe- en afnemen. Deze mogelijkheid tot dynamiek, tot expressiviteit, leidde bij het Duits-romantische orgel omstreeks 1900 tot ontwikkeling van een register- of generaal crescendo. Door een rolzweller met de voet te bewegen werd het volgens Van Eck mogelijk om `bij een nagenoeg ongemerkt wijzigende klankkleur in een naadloos crescendo aan te zwellen van het zachtste pianissimo tot een overweldigend fortissimo, een effect waar Max Reger in zijn monumentale fuga's nogal eens gebruik van maakte'.

Nostalgie
De Franse orgelvirtuoos Jean Guillou heeft in zijn boek `L'Orgue, souvenir et avenir' (Het orgel, herinnering en toekomst) onder meer een pleidooi gehouden voor de bouw van een pijporgel waarin de klank van de pijpen door variabele toetsdruk en variabele winddruk beïnvloed zou kunnen worden. Of we het nu eens zijn met de meer dan eens excentrieke en hoogstpersoonlijke visie van Guillou of niet (Van Eck gelooft niet dat zijn ideeën bij de huidige stand van de techniek te realiseren zijn, red.), hij streeft in elk geval naar vernieuwing en blijft niet hangen in de valse nostalgie dat vroeger de orgelbouw altijd beter was'.
Over het Maurikse project stelt Van Eck concreet dat de aangebrachte voorzieningen op het fraaie Mense Ruiter-orgel tevens `allerlei andere, zeer expressieve effecten mogelijk maken. (...) Het voegt een extra dimensie toe aan het instrument'. `Eindelijk wordt de elektronica niet tot een surrogaat voor de pijporgelklank gedegradeerd, waar ze nooit op bevredigende wijze in heeft kunnen slagen, maar krijgt ze haar eigen zelfstandige functie als supplement van het klassieke pijporgel. Die combinatie, mits gewetensvol toegepast, kan nieuwe wegen openen voor de (kerk)muziek en voor de appreciatie van het klassieke pijporgel'.

ir. W.J. Eradus
(Reformatorisch Dagblad, 24 april 1998)


Mauriks orgel vult leemte in lichte muziek'

MAURIK - Zelf spreekt Storm van een 'nieuwe impuls voor de hedendaagse klassieke muziek'. Storm, dat is de Stichting Orgelfonds Maurik, en waar het allemaal om draait is het nieuwe orgel in de katholieke kerk aan de Buitenweg in het dorp. Een bijzonder instrument, een combinatie van een akoestisch pijporgel en electronische klankmodulen, zoals het wordt omschreven. Het eerst in zijn soort in Nederland, en één van de eersten in Europa.

Met gepaste trots meldt Storm: 'Door de komst van dit instrument, dat akoestische en electronische klanken combineert, zal de leemte tussen klassieke en moderne lichte muziek ontgonnen kunnen worden.'
Twee jaar hard werken resulteert op zaterdag 18 april (19:30 uur) in een inauguratieconcert, waarin voor de Maurikse organist Jos Beijer een grote rol is weggelegd. Niet ten onrechte, zo lijkt het, want Jos Beijer is de man die het initiatief nam tot de bouw van het bijzondere 'Midi- orgel'. Het concert wordt dan ook geopend met een compositie van zijn hand die symbool staat voor de ontwikkeling en komst van het nieuwe instrument in Maurik.

Kroniek
'Kroniek' heet die compositie. De ontstaansgeschiedenis van het Midi-pijporgel wordt beschreven in een steeds nootarmere modaliteit, zo leest de aankondiging.
Deel één ('Plannen') symboliseert de oude situatie: het koor wordt nog op het oude electronische orgel begeleid. In deel twee ('Discussies') klinkt de overlevingsstrijd tussen aartsklagers en doeners, in een gevecht tussen electronisch orgel en pijporgel. In deel drie ('Harmonie') volgt de oplossing, en klinkt na verscheidene variaties een harmonieuze samenzang die de schoonheid van het Midi-orgel bezingt.
De plannen zijn geboren toen bleek dat de parochie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming ooit een prachtig oud orgel had, dat een jaar of dertig geleden aan een opkoper is verkwanseld die er een electronisch orgeltje voor teruggaf. Anno nu staat het oude Maurikse pijporgel in een Amsterdamse kerk mooi te wezen.

Pecunia
Een nieuw orgel is er niet zomaar. De bouw ervan kost geld - een ton in dit geval, bijeengebracht met allerlei acties. Maar ook voor het onderhoud zijn pecunia nodig. En zo is eigenlijk het idee voor het Midi-orgel ontstaan.
Storm bedacht dat het orgel zélf een bron van inkomsten zou kunnen zijn door het Utrechtse conservatorium in te schakelen. Daar, op de Hogeschool voor de Kunsten, worden zowel organisten als muziektechnologen opgeleid en die kunnen in de kerk in Maurik lessen volgen.
Daarvoor is het orgel zo aangepast, dat er computers en synthesizers op aan zijn te sluiten. Het orgel kan dan allerlei heel specifieke klanken voortbrengen en de technische ontwikkelingen in de muziekwereld zijn op de voet te volgen.
Prettige bijkomstigheid is dat het Midi-orgel zich tevens leent voor bijzondere concerten.
Jos Beijer zelf, die zich voornamelijk richt op de vertolking van hedendaagse muziek, studeert binnenkort af aan het conservatorium, bij Willem Tanke, omschreven als expert op het gebied van moderne orgelmuziek. Tanke was eerder betrokken bij de bouw van een Midi-beiaard in Japan. Ook hij neemt tijdens het concert op 18 april plaats achter de toetsen, net als organist Willem Jan Cevaal.

Premières
Behalve 'Kroniek' van Jos Beijer zijn tijdens het concert nog twee premières te horen.
Dat is 'Orgelmesse nr. 5' van de Duitse componist Peter Bares, een werk waarbij doorzichtigheid en het klinken van afzonderlijke tonen en dissonanten voorop staan. Bares, vergroeid met de rooms-katholieke liturgische traditie, heeft het werk opgedragen aan Jos Beijer.
Derde première is de compositie 'Filamenti III' die René Uijlenhoet schreef in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. In dit werk wordt het orgel beschouwd als de bejaarde koningin van de instrumenten, dat wordt begeleid en soms zelfs aangevallen door een horde jonge electronische klanken. De electronica probeert de generatiekloof te dichten door zich voor te doen als het vervallen binnenwerk van een reusachtig klavecimbel. 'Filamenti III' - filamenti is Italiaans voor gloeidraden - belooft enorme klankmassa's.
In de Maurikse kerk zijn op deze avond tot slot drie recente werken van Willem Tanke te beluisteren: 'My friend the Indian', 'Vijf dansen van de vierde wereld, deel V', en 'Te Deum'.

door onze verslaggeefster
(De Gelderlander, 3 april 1998)


Eine 'midifizierte' Pfeifenorgel in Maurik (NL)

MAURIK (jb) - STORM - Stichting Orgelfonds Maurik - so heißt der Verein, der Konzeption und Finanzierung einer 'midifizierten' Pfeifenorgel in der r.k. Kirche 'O.L.V. ten Hemelopneming' im niederländischen Maurik betreibt. Bei dem Instrument, das Anfang 1998 von der Kölner Orgelbaufirma Willi Peter installiert wird, handelt es sich um eine 'normale' Pfeifenorgel mit einer MIDI-Schnittstelle, die dem Spieler einen digitalen Zugriff auf das Klangmaterial und darüber hinaus eine Koppelung mit elektronischen Instrumenten ermöglicht. Erbaut wurde die Orgel 1992 von Andrzej Kowalewski aus Braniewo (Polen) für das Kulturzentrum 'Im Zehnthof' in Sinzig nach Plänen von Peter Bares. Titularorganist Jos Beijer hat zur Einweihung des ungewöhnlichen Instruments Ton Bruynèl, René Uijlenhoet, Peter Bares und Astor Mojave um Kompositionen gebeten. Als Sachverständige sind Willem Tanke und Ernst Bonis (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) an dem Projekt beteiligt.

Michael Hochgartz
(Münstersche Orgel-Magazin, november 1996)


home | kerkmusicus | dirigent | organist | componist | concertagenda | archief | cd's | links | contact