Rob Reijerkerk

 

 

 

home

 

 

 

Uit de rubriek GESCHIEDENIS VAN DE NATUUR-WETENSCHAPPEN.

 

 

Einstein in België

 

 

Aan het eind van de jaren twintig van de twintigste eeuw begon Albert Einstein, die toen in Berlijn gevestigd was, zich steeds minder op zijn gemak te voelen in Duitsland. Weliswaar was hij in Duitsland geboren, maar zijn jeugd had hij doorgebracht in Zwitserland, en hij had een Zwitsers paspoort. Dat hij daarnaast ook de Duitse nationaliteit had gekregen, was min of meer per ongeluk: toen hij 1914 het lidmaatschap van de Pruisische Academie van Wetenschap aanvaardde, werd hij automatisch ook Duitser. Hij was daar nooit helemaal gelukkig mee geweest.

 

Toen hij in 1914 naar Berlijn kwam, had hij zich onder de natuurkundigen al een grote naam verworven, maar was hij bij het grote publiek nog tamelijk onbekend. In de loop van de jaren twintig veranderde dat. Einstein werd in Duitsland (en daarbuiten) een beroemdheid, maar een omstreden beroemdheid. Met zijn linkse sympathieën en zijn openlijk beleden pacifisme (dat hij later zou afzweren) had hij zich bij het het meer conservatieve deel van het Duitse volk verdacht gemaakt. En met de opkomst van de nazi’s, die natuurlijk niets moesten hebben van de joodse professor met zijn vreemde theorieën, werd het er allemaal niet vrolijker op. Einstein, die tot op zekere hoogte een buitenstaander was gebleven, had een scherper oog voor de ontwikkelingen in Duitsland dan de meeste van zijn collega’s. Voor de verkiezingen in 1932 deed hij samen met de kunstenares  Käte Kollwitz en de schrijver Heinrich Mann een oproep aan de communisten en de sociaal-democraten om een gemeenschappelijk front te vormen tegenover de nationaal-socialisten. Het mocht niet baten: bij de verkiezingen van juli veroverde Hitler 37% van de stemmen.

 

Ondertussen had Einstein zich al meer op het buitenland georienteerd, en vooral op de Verenigde Staten. De eerste maanden van 1931 en opnieuw de eerste maanden van 1932 had hij doorgebracht in Pasadena in Californië en in maart 1932 had hij een uitnodiging aanvaard om zich in het vervolg voor vijf maanden per jaar  te verbinden aan het op te richten Institute for Advanced Study in Princeton (New Jersey). In december van dat jaar vertrok Einstein per boot voor een derde tocht naar Pasadena. Tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten bereikten hem verontrustende berichten. Op 30 januari 1933 werd Hitler door Hindenburg tot kanselier benoemd, op 28 februari werd het rijksdaggebouw in brand gestoken en in een New Yorkse krant verscheen het bericht (dat later onjuist bleek (Fölsing blz. 660)) dat het buitenhuis van Einstein was doorzocht op wapens. Waarschijnlijk was Einstein op het moment dat hij zich in New York inscheepte voor de terugtocht nog van plan geweest om naar Berlijn terug te keren om daar zijn zaken af te handelen, maar heeft hij zich tijdens de overtocht bedacht. Bij aankomst in Antwerpen, op 28 maart, maakte hij bekend dat hij geen voet meer in Duitsland zou zetten, zolang daar de burgerlijke vrijheden niet gewaarborgd waren. Bij de Duitse vertegenwoordiging te Brussel leverde hij zijn Duitse paspoort in en hij schreef een brief aan de Pruisische Academie voor Wetenschap waarin hij ontslag nam. Einstein was gestrand in België.

 

Einstein was geen vreemde in dat land. Al in 1911 had hij in Brusssel de eerste Solvayconferentie bijgewoond. De Solvayconferenties waren georganiseerd door Ernest Solvay, een Belgische chemicus, die schatrijk was geworden door een door hem ontdekt procedé voor de fabricage van soda. Solvay had ook grote belangselling voor natuurkunde (zij het ook geen bijzonder talent) en eens in de zoveel jaar nodigde hij de belangrijkste fysici van de wereld uit voor een conferentie over de nieuwste ontwikkelingen. In 1911, bij de eerste conferentie, was Einstein, die toen 33 jaar oud was, er al bij. Einstein was toen nog niet wereldberoemd, maar hij hoorde al wel bij de top. Voorzitter van de conferentie was de Nederlander Hendrik Lorentz, die een groot gezag genoot, en die door Einstein als een soort leermeester werd beschouwd. Ook bij de latere Solvayconferenties in de jaren twintig hoorde Einstein meestal tot de deelnemers. Via die conferenties was Einstein ook in aanraking gekomen met het Belgische hof. Hij kon het met name goed vinden met koningin Elisabeth, die dezelfde, lichtelijk geëxalteerde, liefde voor de muziek had als hij. Vanaf 1927 voerden zij zelfs een persoonlijke correspondentie, die tot de dood van Einstein zou voortduren.

 

Toen Einstein in Antwerpen van de boot stapte werd hij daar opgewacht door een schare vrienden en bewonderaars. De Belgische histoloog De Groodt ontfermde zich over Einstein en zijn vrouw Elsa. Nadat ze een korte tijd op zijn kasteeltje in Mortsel hadden doorgebracht, bracht hij ze onder in klein villa in het badplaatsje De Haan, onder Frans-sprekenden bekend als Le Coq-sur-Mer. Volgens sommige berichten hadden zij die hartelijke ontvangst mede te danken aan interventie van het Belgische koningspaar.

 

De Haan was (en is) een bijzonder plaatsje. Het is rond de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw uit het niets opgebouwd als badplaats voor de zeer welgestelden. Er verrezen rond een station voor de kusttram luxe hotels, een casino en villa’s in een merkwaardige stijl, die wel als namaak-normandisch is omschreven. Veel van de gebouwen die in De Haan zijn opgetrokken hebben pseudo-vakwerk en puntdaken met helder rode dakpannen. Wie door de villawijk van De Haan loopt, stapt door de droomwereld van de rijken uit het Belle Epoque. Ook het Belgische koningshuis had belangstelling voor de aanleg van De Haan; Leopold II heeft de opdracht gegeven voor het planologisch ontwerp van de badplaats, en hij heeft er, naar men zegt, een huis gekocht voor zijn minnares.

 

Het is in dit betoverende dorpje dat Einstein de zomer van 1933 doorbracht, terwijl hij zich beraadde over zijn toekomst. Ik denk dat hij er wel goede herinneringen aan heeft overgehouden. Hij was gehuisvest in een kleine, maar aangename villa ( Savoyarde), niet ver van het strand. Aanvankelijk zal hij zich wat onwennig hebben gevoeld, omdat hij uit het academisch milieu plotseling was overgeplaatst naar een dorp waar helemaal niets te beleven viel, maar verveeld heeft hij zich daar niet. Zijn gezelschap werd al gauw uitgebreid door de komst van Helen Dukas, zijn trouwe secretaresse, en Walther Mayer, zijn wetenschappelijke assistent, en bovendien kwam zijn stiefdochter Margot Koch op bezoek. Zelf reisde hij ook: hij bracht een bezoek aan zijn zoon Eduard, die in Zwitserland in een psychiatrische inrichting was opgenomen en hij reisde naar Engeland voor een succesvolle serie lezingen. Bovendien bezocht hij het koninklijk paleis te Laken om met koning Albert te spreken over twee Belgische dienstweigeraars, een kwestie waarin hij gemengd was geraakt.

 

 

    Einstein met zijn vrouw Elsa voor de villa Savoyarde

 

 

In De Haan maakte Einstein kennis met Alfred Blomme, in België een gekende kunstschilder, die een villa had aan de rand van het strand, niet ver van de villa  Savoyarde. Blomme stelde Einstein een paar kamers ter beschikking, zodat hij daar rustig zou kunnen lezen of viool studeren. Dat was een welkom aanbod, want Einsteins eigen onderkomen was niet zo groot en er stonden altijd wel nieuwsgierigen buiten voor het tuinhek. Als tegenprestatie stemde Einstein er in toe voor Blomme te poseren, en zo ontstond het enige portret van Einstein dat “naar het leven” werd vervaardigd. Het bezorgde Blomme de eretitel “Einsteinschilder”.

Via Blomme kwam Einstein ook in contact met andere kunstenaars, zoals James Ensor, die toen in België al een nationale beroemdheid was. Of die ontmoeting op Einstein veel indruk heeft gemaakt, is niet bekend. Zelf liet Einstein zich niet onbetuigd: bij diverse gelegenheden gaf hij vioolrecitals in De Haan en één keer zelfs in de Kursaal in Oostende.

 

Einstein bleef in België tot september 1933. In die tijd nam hij een besluit over zijn toekomst. Terwijl hij in België was kreeg hij verschillende aanbiedingen, waaronder een uit Princeton, met het voorstel om daar een volledige betrekking te aanvaarden. Na enige aarzeling nam hij dat aanbod aan. Ondertussen werd de situatie in De Haan toch een beetje gespannen. De nazigezinde secretaris van de Pruisische Academie voor Wetenschap had op de ontslagbrief van Einstein gereageerd met de beschuldiging dat hij “gruwelpropaganda” tegen Duitsland bedreef en op een buitengewone bijeenkomst van de academie op 6 april, was er, behalve Max von Laue, niemand die het voor Einstein opnam. Een dag later werden de eerste joodse hoogleraren ontslagen. Einsteins bankrekening in Berlijn werd geconfisceerd. Al gauw ging het gerucht dat de nazi’s een prijs op zijn hoofd hadden gezet. De Belgische regering posteerde twee politieagenten bij zijn villa in De Haan, maar of dat werkelijk enige bescherming bood, was twijfelachtig. Veiligheidshalve besloot Einstein in september om naar Engeland te verhuizen. Een maand later nam hij de boot naar de Verenigde Staten. Hij zou nooit meer naar Europa terugkeren.

 

Achteraf bezien was de episode in België een opmaat voor voor de laatste fase van Einsteins wetenschappelijke carrière. Beroemd was hij in 1933 al lang, en het laatste artikel waarmee hij een substantiële bijdrage had gegeven aan de hoofdstroom van de fysica was in 1925 verschenen. Ondertussen had hij zich ontpopt tot een zeer vindingrijk criticus van de quantummechanica. Zijn discussie met Bohr over dit onderwerp op het Solvay congres in 1927 maakte grote indruk. Zelf was Einstein een van de grondleggers van de quantumtheorie, maar hij was tot de overtuiging gekomen dat die theorie geen volledige beschrijving van de werkelijkheid kon zijn. Met grote scherpzinnigheid probeerde hij aan te tonen dat er in de quantummechanica tegenstrijdigheden zaten. Zijn beroemdste artikel op dit gebied verscheen in 1935, na zijn verhuizing naar Princeton. Dit artikel, dat zo bekend is dat er met de letters EPR naar verwezen wordt (naar de auteurs Einstein, Podolski en Rosen), laat zien dat de quantummechanica als konsekwentie heeft de uitkomst van een meting op de ene plaats de uitkomst van een andere meting, desnoods duizenden kilometers verderop, kan bepalen. Einstein verwierp dit idee als absurd. Pas vele jaren na de dood van Einstein toonden experimenten van Alain Aspect aan dat het EPR effect wel degelijk bestaat.

 

In Princeton heeft Einstein zich de rest van zijn leven voornamelijk beziggehouden met vruchteloze pogingen om de theorie van het electromagnetisme (van Maxwell) te verenigen met de algemene relativiteitstheorie; op die manier zou de electromagnetische kracht verenigd worden met de zwaartekracht. In zekere zin was dit een logische voortzetting van de onderneming die hij met de speciale relativiteitstheorie was begonnen. Een paar keer heeft hij gedacht dat hij in zijn opzet was geslaagd. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik als jongetje van acht of negen jaar de krant ophaalde van beneden aan de trap, en dat er op de voorpagina stond dat Einstein de formule had gevonden die aan alles ten grondslag lag. Er stond zelfs een fotootje bij van de formule, in het handschrift van Einstein. Maar ook deze keer moest hij achteraf toegeven dat het toch niet was wat hij er zich van had voorgesteld.

 

Men kan tegen deze mislukte pogingen op twee manieren aankijken. Je kunt zeggen dat hij aan het eind van zijn carrière het contact met de werkelijkheid had verloren, en dat hij alleen nog maar een droom najoeg, die niet te verwezenlijken was. Maar je kunt ook zeggen dat hij met zijn streven naar unificatie van krachten zijn tijd te ver vooruit was. Pas na Einsteins dood bleek dat er in de natuur behalve de electromagnetische kracht en de zwaartekracht nog twee krachten waren: de zwakke kernkracht en de sterke kernkracht. In de laatste decennia van de vorige eeuw was de unificatie van al deze natuurkrachten de heilige graal van de theoretische fysica. Die unificatie is trouwens nog steeds niet bereikt: in het standaardmodel zijn wel de electromagnetische kracht en de kernkrachten opgenomen, maar hoe de zwaartekracht zich verhoudt tot de andere drie krachten is nog steeds onduidelijk.

 

Voor Einstein was het verblijf in De Haan niet meer dan een intermezzo, zij het ook een intermezzo dat zijn leven in tweeën deelde. Voor De Haan was de komst van Einstein een opwindende gebeurtenis. Heel even konden de inwoners van De Haan zich koesteren in het idee dat de ogen van de hele wereld op hun badplaatsje waren gericht. De Haan heeft Einstein nooit vergeten (waarschijnlijk is er na het vertrek van Einstein ook nooit meer zo iets opwindends gebeurd). Er is in De Haan een Einsteinschool in een Einsteinstraat, het architectuurgidsje van de gemeente De Haan heet ”In de voetsporen van Einstein” en er zijn restaurants die zich er nog steeds op beroemen dat Einstein er ooit een kopje koffie dronk.

 

Zoals gebruikelijk verbleef ik ook deze zomer weer met mijn gezin in De Haan. De gemeente De Haan heeft het Einsteinjaar 2005 aangegrepen voor het inrichten van een tentoonstelling over hun plaatselijke held. Ik ben natuurlijk gaan kijken en ik heb mij verbaasd over het hoge niveau. Alles is opgesteld in één zaaltje van het culturele centrum, maar de documentatie is behoorlijk uitgebreid. In vitrines liggen onder andere fotocopieën van de eerste pagina’s van de artikelen in Analen der Physik waarmee Einstein in 1905 zijn plaats in de wetenschappelijke wereld opeiste, waaronder het beroemde “Zur Elektrodynamik bewegter Körper”, waarin hij de speciale relativiteitstheorie uiteenzette, en iets verderop ligt het artikel over de algemene relativiteitstheorie uit 1916. De borden met toelichting schuwen de meer technische details niet – maar de tentoonstelling is dan ook afkomstig van de universiteit van Leuven.

 

Wat ook heel aardig is, is dat er ook aandacht wordt geschonken aan Einsteins opkomst als icoon van de humanistische wetenschapper, die niet alleen gedreven wordt door zijn drang naar kennis, maar ook door zijn zorg om alles wat er in de wereld gebeurt.

 

Maar het mooiste zijn toch de foto’s en documenten die getuigen van Einsteins verblijf in België. Er zijn afschriften van de correspondentie met Elisabeth, foto’s van Einstein die door De Haan wandelt, foto’s van Einstein in de tuin van het koninklijk paleis (gemaakt door Elisabeth), foto’s van Einstein in het gezelschap van Belgische kunstenaars en er hangt ook het portret dat Blomme van hem maakte.

 

Rob Reijerkerk

 

 

N.B. 1. De Haan is niet langer het speelterrein voor de allerrijksten; het is nu een badplaats voor (middle class) gezinnen met kinderen. Maar De Haan is nog steeds bijzonder. Het plaatsje is al aardig volgebouwd (en dat gaat nog steeds door) maar vergeleken met andere badplaatsen aan de Vlaamse kust is de bouwwoede redelijk in toom gehouden. Idioot hoge appartementsgebouwen zie je er niet, en de villawijk (de Concessie) ziet er nog bijna net zo uit als vroeger.

N.B. 2. Wie de tentoonstelling nog wil zien moet snel naar De Haan, want hij loopt nog tot 18 september 2005.

 

R.

 

BRON.

 

Bij het schrijven van dit stukje heb ik de Engelse versie van de Einsteinbiografie van Albrecht Fölsing geraadpleegd (hoofdstuk 33 en 34).

Albrecht Fölsing Albert Einstein, a Biography Viking, New York 1997

 

 

© Rob Reijerkerk

eerste versie af op 2-9-05

 

home