Rob Reijerkerk

 

 

 

home

 

 

Uit de rubriek TAAL

.

 

 

Ik zag twee...

 

 

INLEIDING EN VRAAGSTELLING

Dit is een verslag van een onderzoek naar de mogelijkheden van de Nederlandse taal. Mijn testinstrument bij dit onderzoek was het bekende gedicht over de twee beren die broodjes aan het smeren waren.

 

Ik zag twee beren

broodjes smeren;

oh, het was een wonder!

’t Was een wonder boven wonder

dat die beren smeren konden.

Hi hi hi. Ha ha ha.

Ik stond er bij en ik keek er na(ar).

 

De vraagstelling van mijn onderzoek was: in hoeverre kan dit vers ook op andere dieren worden toegepast?

 

In meer algemene vorm kunnen de eerst twee regels van Ik zag twee beren als volgt worden weergegeven:

 

Ik zag twee pòmpom (dieren)

pòmpom (voorwerp) pòmpom (bezigheid)

 

Bij mijn onderzoek hanteerde ik de strenge regels voor parodieën op Ik zag twee beren.

De strenge regels zijn:

1e  Alle drie de woorden die hierboven met pòmpom zijn weergegeven moeten uit twee lettergrepen bestaan met de klemtoon op de eerste lettergreep

2e  De woorden voor de dieren en de bezigheid (het werkwoord) moeten op elkaar rijmen en allebei op  en eindigen

3e  Het werkwoord moet een overgankelijk werkwoord zijn en het voorwerp pòmpom moet het lijdend voorwerp zijn van de handeling die door het werkwoord wordt weergegeven

­4e  Het voorwerp en de bezigheid moeten samen een handeling vertegenwoordigen waarbij je je direct iets kan voorstellen (zoals dat het geval is bij “broodje smeren”).

 

Een culinaire associatie wordt op prijs gesteld, maar is niet verplicht.

 

Voor de eerste drie regels is eenvoudig vast te stellen of een bepaalde combinatie er aan voldoet, omdat het hier om zuiver formele regels gaat. Voor de vierde regel ligt dat iets ingewikkelder omdat het voorstellingsvermogen een persoonlijke zaak is. Wat voor de een direct een beeld oproept kan voor de ander volstrekt nietszeggend zijn. Hier ben ik noodgedwongen afgegaan op mijn eigen intuïtie en op die van de mensen om mij heen.

 

 

HET ONDERZOEK

Het blijkt dat er in het Nederlands veel dierennamen zijn te vinden van één lettergreep met een meervoud op –en. Ik vond 124 dierennamen die aan de eisen voldoen (voor de dierennamen zijn alleen de eerste twee regels van toepassing). Meestal zijn het gewone dagelijkse dieren, zoals de geit en de koe; meer exotische dieren zoals het vogelbekdier en de halsbandpecari hebben ook meer exotische namen met meer dan één lettergreep (een uitzondering is de yak) (en de lynx). Vooral de vogels en de vissen leveren veel geschikte namen, maar die hebben vaak weer als nadeel dat ze alleen bij de deskundigen bekend zijn. Bij voorbeeld:

voor vogels: de kneu, de trap, de gors, de ral

voor vissen: de geep, de prik, de heek, de griet.

Niet iedereen zal bij deze woorden ook direct een duidelijke voorstelling hebben van het bijbehorende dier. Maar ze mogen natuurlijk meedoen. Namen van mannelijke dieren (zoals “stieren”), vrouwelijke dieren (“koeien”) en jonge dieren (“pinken”) heb ik eveneens inbegrepen.

 

De moeilijkheid zit hem vooral in het vinden van de goede werkwoorden. De namen van dieren “mieren”, “pieren”, “gieren” en “stieren” rijmen prachtig op elkaar, maar het enige werkwoord dat ik hierbij kon vinden, en dat volgens de regels in aanmerking komt, was “vieren”. En wie weet er een geschikt werkwoord dat rijmt op toch tamelijk gewone woorden als “herten” of  “kreeften”?  Ik niet. Maar er zijn natuurlijk ook rijmklanken die wel drie of vier geschikte werkwoorden opleveren. Zo leveren de tamelijk obscure “wouwen” en “heken” prettig veel rijmende bezigheden.

 

Als je eenmaal een geschikt werkwoord hebt, is er voor het lijdend voorwerp meestal wel iets te vinden. In dit geval wordt je ook niet beperkt door de uitgang of door het rijm. Mijn voornaamste zorg bij de keuze van het voorwerp was dat er voldaan werd aan de vierde regel, dat wil zeggen dat de handeling direct een duidelijk beeld oproept bij de lezer of de toehoorder.

 

 

DE TABEL

In de onderstaande tabel zijn de resultaten van mijn onderzoek weergegeven. Ik heb alleen die dieren vermeld waar ik een combinatie van werkwoord en lijdend voorwerp bij heb gevonden, die aan de strenge regels voldoet. De tabel bevat 92 dierennamen. Dat betekent dat ik uit mijn oorspronkelijke lijst 32 dieren heb geschrapt, dat is 26% van het totaal.

 

De volgorde in de tabel is dieren-bezigheid-voorwerp, omdat dat ook de volgorde is die ik bij de zoekprocedure in acht heb genomen. In het gedicht is de volgorde natuurlijk dieren-voorwerp-bezigheid, maar ik neem aan dat dat geen verwarring zaait.

 

Verderop heb ik de eerste twee regels  van een aantal van mijn favorieten uitgeschreven.

 

dieren

bezigheid

voorwerp

alen (vissen)

malen

halen

koffie

ijsjes

alken (vogels)

kalken

spalken

leuzen

breuken

apen

schrapen

rapen

wortels

knollen

beren

smeren

leren

broodjes

lesjes

bijen

breien

kleien

dassen, wanten

poppen

bleien (vissen)

breien

kleien

dassen, wanten

poppen

bokken

wokken

schrokken

groente

brokken

botten (vissen)

knotten

wilgen

dassen

passen

wassen

jassen

ramen

dazen (insecten)

blazen

bellen

duiven

kluiven

snuiven

botjes, balie

lijntjes

fretten

zetten

koffie, tegels

gaaien

draaien

maaien

zaaien

rondjes, sjekkies

koren

tarwe

ganzen

dansen

schransen

tango

taartjes

geiten

smijten

bijten

taarten

houtjes

gepen (vissen)

slepen

koffers

gieren

vieren

kerstmis

gorzen (vogels)

morsen

torsen

water

koffers

grieten (vissen)

schieten

propjes

haaien

draaien

maaien

rondjes, sjekkies, potten

koren

hanen

kanen

banen

koeken

wegen

hazen

blazen

bellen

heken (vissen)

bleken

breken

steken

weken

lakens

potten

draken

erwten

honden

gronden

deuren

hoppen (vogels)

kloppen

stoppen

matten

sokken

katten

matten

spatten

stoelen

water

kauwen (soort kraaien)

bouwen

vouwen

huizen

hoedjes

kippen

knippen

kaartjes

knutten

stutten

huizen

koeien

snoeien

roeien

rozen, heggen

wedstrijd

kraaien

draaien

maaien

zaaien

sjekkies, orgel

koren

tarwe

kwakken (kleine reigers)

bakken

plakken

broodjes

banden

kwallen

stallen

knallen

fietsen

ballen

leeuwen

schreeuwen

leuzen

luizen

kuisen

vloeren

maden (larven)

baden

braden

pootje

worstjes

meeuwen

schreeuwen

leuzen

mezen

lezen

boekjes

mieren

vieren

kerstmis

mijten (geleedpotigen)

smijten

kussens, taarten

mollen

hollen

rollen

rondjes

ballen, sjekkies, pasta

motten

knotten

wilgen

muggen

pluggen

platen

muizen

kuisen

vloeren

mussen

blussen

brandjes

neten

eten

frieten

ooien

rooien

gooien

strooien

bomen

bommen

bloemen

ossen

flossen

klossen

tanden

kantwerk

padden

kladden

leuzen

pauwen

bouwen

vouwen

huizen

hoedjes

pieren

vieren

kerstmis

pinken (kalfjes)

drinken

whisky, cola

poezen

kroezen

haren

ponen (vissen)

klonen

zonen

prikken (vissen)

slikken

tikken

pillen, degens

eitjes

rallen (watervogels)

stallen

knallen

fietsen

ballen

rammen

kammen

haren

ratten

matten

spatten

stoelen,

water

raven

schaven

graven

planken

kuilen

reeën

sprayen

luchtjes

robben

schrobben

stoepen

roeken (vogels)

zoeken

bessen

schapen

rapen

appels

schollen (vissen)

hollen

rollen

rondjes

ballen, sjekkies, pasta

sijzen

wijzen

wegen

skinken (soort hagedissen)

drinken

wodka, cola

slakken

bakken

plakken

pizza’s

banden

slangen

vangen

vliegen

snippen (vogels)

knippen

kaartjes

snoeken

zoeken

bramen

spechten

vlechten

matjes

spinnen

pinnen

euro’s

spreeuwen

schreeuwen

leuzen

steuren

kleuren

plaatjes

stieren

vieren

kerstmis

teken (geleedpotigen)

bleken

breken

steken

weken

haren, lakens

potten

draken

erwten

teven

geven

reven

kopjes

zeilen

trappen (vogels)

lappen

knappen

ramen

uiltjes

uilen

ruilen

huilen

zegels

tranen

vinken

drinken

wodka, cola

vissen

rissen

bessen

vliegen

wiegen

baby’s

vlooien

rooien

bomen

vossen

flossen

lossen

klossen

tanden

schepen

kantwerk

wespen

gespen

gordels

wolven

golven

mini

wormen

vormen

clubjes

wouwen (roofvogels)

bouwen

vouwen

sjouwen

kauwen

huizen

hoedjes

koffers

kauwgom

wulken (schelpdieren)

pulken

neuzen

wulpen (vogels)

gulpen

ritsen

yakken (runderen)

bakken

plakken

‘izzapizza’s

zakjes, zegels

zwanen

banen

kanen

wegen

koekjes

 

 

DE UITVALLERS

Hieronder volgt een lijst van dierennamen, die wel aan de eerste twee criteria voldoen, maar waar ik geen geschikt combinaties bij kon vinden.

 

baarzen

biggen

darren

doggen

eenden

futen

guppen

hengsten

herten

kluten

kneuen

koeten

krabben

kreeften

lynxen

paarden

reuen

roggen

scharren (vissen)

smelten (vissen)

smienten (soort eenden)

sponzen (sponsdieren)

tongen

torren

vaarzen (jonge koeien)

valken

wantsen (insecten)

woerden

zalmen

zeelten (vissen)

zeugen

zwijnen

 

 

Bij de meeste van deze uitvallers vond ik geen rijmend overgankelijk werkwoord, of zelfs helemaal geen rijmwoord. Er waren ook een paar twijfelgevallen, maar die waren wel erg buitenissig. Wat denkt u van de volgende?

 

            Ik zag twee paarden

            scheerwol kaarden

 

            Ik zag twee zwijnen

            garen twijnen

 

Ze voldoen aan de eerste drie regels en formeel valt er geen bezwaar tegen te maken. Maar wie weet er wat “kaarden” is, of “twijnen”?  Dat is meer iets voor specialisten in de textielfabricage. (Voor wie het weten wil: “kaarden” is een bewerking die ruwe wol ondergaat met een plankje waarop metalen haakje zitten en bij het “twijnen” worden twee of meer gesponnen draden in elkaar gedraaid.) Dit gaat me net iets te ver. Ik heb ze buiten de tabel gelaten.

 

 

MIJN FAVORIETEN

Hieronder volgen een aantal van mijn favorieten. Eerst wat combinaties met culinaire associaties.

 

            Ik zag twee alen

            koffie malen

 

Ik zag twee apen

wortels schrapen

 

Ik zag twee bokken

groente wokken

 

            Ik zag twee duiven

            botjes kluiven

 

            Ik zag twee neten

            frieten eten

 

Ik zag twee slakken

pizza’s bakken

 

Ik zag twee snoeken

bramen zoeken

 

Ik zag twee vinken

wodka drinken

 

En natuurlijk ook:

 

            Ik zag twee beren

            broodje smeren

 

Vooral die slakken die pizza’s bakken bevallen me wel. Ik zie het wel voor me: twee slakken, die in een klein oventje heel langzaam een pizza bakken – een extreme vorm van slow food. Nog meer favorieten:

 

            Ik zag twee kippen

            kaartjes knippen

 

            Ik zag twee ganzen

            tango dansen

 

            Ik zag twee koeien

            heggen snoeien

 

            Ik zag twee kwallen

            fietsen stallen

 

            Ik zag twee kraaien

            orgel draaien

 

            Ik zag twee mezen

            boekjes lezen

 

            Ik zag twee mussen

            brandjes blussen

 

            Ik zag twee spinnen

            euro’s pinnen

 

            Ik zag twee hazen

bellen blazen

 

En nog een keer de slakken:

 

            Ik zag twee slakken

            banden plakken

           

Dit gaat allemaal over gewone dieren met gewone bezigheden, waar je direct een voorstelling bij hebt (ik tenminste wel). Dat geeft een esthetische bevrediging.

Nog een met een fraai binnenrijm:

 

            Ik zag twee dassen

            jassen passen

 

En tot slot een kleine ode aan Kees Stip:

 

            Ik zag twee maden

            pootje baden

 

Kees Stip maakte ooit een gedichtje over een groepje maden die in Scheveningen gingen pootje baden. Het eindigt zo:

 

            De welbespraaktste van het stel

            sprak: “Makkers, merken jullie wel?

            Er zijn hier heel wat maden bij

            die made zijn in Germanij.”

 

Kees Stip was een meester in het genre van de light verse. De meeste van zijn gedichten gaan over dieren met merkwaardige bezigheden.

 

 

CONCLUSIE

Het Nederlands is een soepele taal. Ondanks de beperkingen die de strenge regels opleggen, kon ik toch voor 74 procent van de dierennamen die in aanmerking kwamen een geschikte combinatie vinden. Dat was beduidend meer dan ik had verwacht.

 

 

DANK

Hartelijk dank aan mijn gezin dat dapper mee heeft gezocht en mee heeft gewogen (ook al bleek niet iedereen evenzeer geneigd om de regels in al hun strengheid toe te passen).

 

Rob Reijerkerk

 

 

TOEVOEGING

Léon Minis maakte mij attent op een bijzonder subgenre: de dierennaam (in het meervoud) en het werkwoord zijn identiek. Hij geeft twee voorbeelden. De ene is:

 

            Ik zag twee katten

katten katten

 

Volgens Léon gaat het hier om vier katten, waarvan er twee de andere twee aan het treiteren zijn. Het tweede voorbeeld is:

 

            Ik zag twee mollen

mollen mollen.

 

In dit geval betreft het vier mollen; het treiteren loopt nu geheel uit de hand.

 

Zelf vond ik er ook nog een in dit subgenre:

 

            Ik zag twee vlooien

            vlooien vlooien

 

Wat natuurlijk de vraag oproept of vlooien zelf ook weer last van vlooien kunnen hebben. Ik denk van wel. Aan Jonathan Swift (1667-1745) wordt het volgende vers toegeschreven:

 

            So, naturalists observe, a flea

hath smaller fleas that on him prey;
and these have smaller fleas to bite ‘em,
and so proceed ad infinitum.

 

Dat lijkt me duidelijk genoeg.

 

R.

 

home

 

© Rob Reijerkerk

geplaatst 24-8-2006

toevoeging 22-3-07