Van Wipneus en Pim
is exact terug te vinden welke titels er allemaal zijn uitgebracht. Ook
zijn ze met wat zoekwerk volop te koop tegen normale bedragen. Van het allereerste Puk en Muk
boekje uit 1927 dat werd geschreven door Frans Fransen zijn er slechts enkele in
privébezit
en
een in het archief.
|
 |
Carl Storch is naar alle waarschijnlijkheid in Budapest
geboren en niet zoals algemeen wordt aangenomen in Oostenrijk. Of hier met
Oostenrijk
de oude Oostenrijk-Hongaarse staat wordt bedoeld weten we niet
helemaal zeker. (informatie Ger Janssen- oud directeur Zwijsen ) die me
overigens complimenteerde met deze website.
|
 |
In 1906 verschenen van Storch de eerste 'Puckchen und Muckchen' tekeningen in de
Seraphischer Kinderfreund. Puckchen und Muckchen werden verder ontwikkeld naar
de figuurtjes van 'Max en Moritz' van
Wilhelm Busch. Vooral in het begin gebruikte Fransen de tekeningen van Carl
Storch, zonder dat deze daarvan op de hoogte was. |
Later kwamen Storch en Van Ostaden in contact waardoor het begin werd gevormd
van een samenwerking die tot 1940 zou duren. In deze periode kwamen dertien Puk
en Muk boeken uit, die vooraf bijna allemaal in De Engelbewaarder waren
gepubliceerd. Frans Fransen liet zich bij het schrijven van zijn verhalen
inspireren door de bestaande Duitse avonturen. Ieder nieuw verhaal was weer
borduursel waarin regelmatig werd terugverwezen naar personen en gebeurtenissen
uit eerdere avonturen. Het is nog steeds geen uitgemaakte zaak bij wie het
copyright voor de Puk en Muk verhalen eigenlijk ligt.
In
1940
werd het contact tussen schrijver en illustrator definitief verbroken en niet
meer hersteld. Zeker is dat Frans Fransen enorm onder de oorlog geleden heeft.
Puk en Muk werden zoals ik al zei voor het eerst in
1906 gepubliceerd in de "Seraphischer Kinderfreund" een blad dat door
de kapucijnen
werd uitgegeven in Ehrenbreitstein een plaatsje in
de buurt van het Duitse Koblenz. Daar werden in 1924, 1926 en 1928 drie boekjes onder
hun Duitse naam Puckchen und Muckchen, uitgebracht. Het tweetal dook al in 1907 op
in de Liebeswerkkalender, die vanaf 1917 onder de naam Zwergenkalender werd uitgegeven
in het Oostenrijkse Linz. Beide blaadjes kwamen via dezelfde uitgever op de
markt, nl vereniging: Seraphysches liebeswerk.
|

Cyprian Froehlich
De tak van de
kapucijnen, in 1889
opgericht door
Pater Cyprian, heeft een grote rol gespeeld in het leven van vele kinderen. Zij
namen de zorg op zich voor opvoeding en opleiding/verzorging van
religieus en/of zedelijk verwaarloosde katholieke weeskinderen.
Dezelfde doelstelling als die van het Jongensweeshuis te Tilburg.
|
 |
Net als in Nederland werden er ook
in Duitsland steeds meer tehuizen gesticht voor deze groepen. Ook hier was men
aangewezen op de goedheid en donaties van welgestelde lieden. Via een lidmaatschap
betaalde je tien pfennig per maand. Daarvoor kreeg je; een prent
voorzien van eigen naam en het geïllustreerde verenigingsorgaan de 'Seraphyscher
Kinderfreund ( opgericht in 1890 ). Carl Storch was verantwoordelijk voor de
tekeningen hierin onder de naam Klansenmaler Klecksel. In de oude zwergenkalenders en Seraphyscher Kinderfreund gingen de
tekeningen vergezeld met een een of twee regel tekst op rijm op de wijze zoals
Busch dit ook deed. Beiden zagen de wereld als waarnemers van zwakheden en
gebreken van de mensheid. Busch was in zijn tekeningen een pessimist die
uitbeelding gaf aan kilheid, ruzie, hebzucht, en sadisme en voorzag deze
illustraties met messcherpe teksten. Carl Storch bracht meer vrolijkheid in zijn
tekeningen naar voren. Storchs ouders waren het niet eens met zijn
beslissing om tekenaar te worden. Vader was directeur van een olieraffinaderij
en had zijn zoon graag als zijn opvolger gezien.
Vele boeken die Carl Storch
illustreerde werden uitgegeven in Munchen. In
1906
belandde hij samen met zijn
vrouw
Anna
aan de
Nonnthaler Hauptstrasse nr 10
in Salzburg. Het echtpaar bleef
kinderloos
en Storch werd op latere leeftijd blind. Na een langdurig ziekbed
overleed hij op woensdag
2 november 1955. Hij ligt begraven op het Kommunalfriedhof in Salzburg. In Salzburg werd later
een straat naar hem vernoemd:
Carl Storch Strasse.
Storch maakte later nieuwe tekeningen bij de verhaaltjes die Fransen had geschreven. Eerst werd het
Nederlandse verhaal vertaald door de van Duitse komaf Frater Utimius, dan pas ging
het naar Storch. Puckchen und Muckchen ( reise
der innere) de verhalen China en Amerika
waren reeds bestaande verhalen in Duitsland. Deze drie verhalen vinden we vanaf
1928 tot ver in
de dertiger jaren steeds terug als vervolgverhaaltjes in de Engelbewaarder.
Vandaar de logica om in dezelfde volgorde de boeken in Nederland uit te brengen. In de latere uitgaven
maakte Frans Fransen veel gebruik van Brabantse woorden. In de herdrukken na 1960 waarvoor frater Realino de bewerkingen op zich nam werden deze woorden
weggelaten, dit tot
verdriet van Frans Fransen. Frans Fransen is vanaf
de breuk met Carl Storch niet meer dezelfde persoon geworden en beiden hebben elkaar nooit meer ontmoet.
Allebei de grootmeesters
waren tot aan hun dood in zichzelf gekeerd en eenzaam.
 |
Carl Storch ligt begraven op het Kommunalfriedhof in
Salzburg. Veel van zijn werk is ondergebracht in een speciale ruimte in
het museum aldaar. Hij was een veelzijdig kunstenaar en zeker ook
beroemd om de prachtige houten kerststallen die hij maakte. Ook daarvan
kun je in het museum genieten. |
Naast Storch
waren ook vele anderen, zoals Jos Adrianus
Antonius Severijnen ( frater Ranulfus1905/1976 )betrokken bij de drukkerij van
het Jongensweeshuis. Deze was in de congregatie van o.l. Vrouw Moeder van Barmhartigheid te
Tilburg in 1923 en gaf tekenles op school. Onder het synoniem
tekeningetje van een "Rat" zou deze frater mede verantwoordelijk zijn
geweest voor een groot
aantal striptekeningen in "De Engelbewaarder" en ook bij de creatie
van "Puk en Muk" tekeningen. ( bron Genealogie familie
Severijnen afkomstig uit Den Bosch).
Dit laatste trekt Dhr Ger Janssen ( oud directeur van Zwijsen en Puk
en Muk onderzoeker ) in twijfel. Ger Jansen die overigens ook meehielp bij het
tot stand koming van het boekje "Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg". Alle informatie over Jos Adrianus Antonius Severijnen in relatie tot Puk en Muk is welkom. Pas later komt ook de Bossche tekenaar Leo
van Grinsven in beeld die overigens heel wat andere boekjes van tekeningen heeft
voorzien..
Vanaf 1960
verzorgde frater Realino, de eerste nieuwe herdrukken. Natuurlijk kennen we
allemaal de omslagen van Toos Koedam. Op 19
november jl. is Toos Koperdraat-Koedam ( ((1924-2006)
overleden . Zij was een creatieve beeldende kunstenares die veel illustraties in
kinderboeken heeft verzorgd.
Vanaf 1972 komen er via Zwijsen opnieuw
6 versies
op de markt, ditmaal bewerkt door Tim Safery, de
zogenaamde lange versies met vormgeving van Harrie von Wersch. Hendricus
Franciscus ( Harrie van Wersch) werd geboren op 3 augustus 1939 en is nooit
getrouwd. Hij is van 1972 tot 2002 werkzaam geweest bij Uitgeverij Zwijsen waar
hij onder andere voor de nieuwe lay-out van de Puk en Muk boekjes zorgde. Hij
gaf ook vorm aan het boek "Hoe wij leren lezen" van Piet Hagen. Laatstgenoemde
was oud redacteur bij Trouw.
  |
Pierre Hubertus (Pieke) Dassen, geboren op 23 sept te Rotterdam overleed
op tachtig jarige leeftijd op 18 april 2007 in Maastricht. Dassen was
accordeonist, cabaretspeler, kunstschilder en werd beroemd als
poppenspeler. Later werd hij zelfs acteur en kreeg landelijke bekendheid
als August in de Film van ome Willem. |
In 1978 verscheen
het dikke Puk en Muk boek, uitgebracht door Zwijsen. Uitgeverij Zwijsen bracht een papieren poppentheater ( Die Blaue Scuyte ) op de markt met 20
gebeurtenissen om het verhaaltje van puk en Muk en de heks te kunnen naspelen.
Dit was ontworpen door Pieke Dassen. Er zaten bij dat poppenspel 8 prentbriefkaarten met
Puk en Muk tekeningen die je als postkaart kon gebruiken.
Tussen 1979 en 1985 bracht Uitgeverij Zwijsen opnieuw negen boekjes op de markt. Sommige teksten hierin zijn bewerkt
naar Frans Fransen, andere zijn geschreven door Jos Haens naar ideeën van Fransen en Storch.
In Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg staat vermeld dat Puk en Muk ook zijn uitgegeven in Brazilië met de
Spaanse vertaling door een Pater van de Heilige Geest. In "A Turma" verschenen
als vervolgverhaal "As Aventuras de Pugue e Mugue" Maar ook in
Tsjechoslowakije kende men schijnbaar de twee avonturiers. De Tsjechische
die genoemd wordt ( Puk a Muk ) heeft overigens net als de Duitse Puck und Muck,
niets met onze Puk en Muk te maken. De 2 laatste boekjes zijn zeldzaam en heb ik
kort geleden aan mijn verzameling toe kunnen voegen al was het alleen maar om
daaromtrent aan de hand van voorbeelden duidelijkheid te kunnen verschaffen. Ze
staan elders op deze website afgebeeld.
In de loop van vele jaren heeft een heel team heeft meegewerkt aan de
beroemde Pukken en Mukken. Voor de diverse lay-outs van de latere uitgaven waren Hans Sturris,
frater Realino, Toos
Koedam (rood/groen/ lay-outs/ en H. v.Wersch ( lange versies)
en Haens verantwoordelijk. Fransen kunnen we zien als de bedenker en grondlegger
op Nederlandse bodem.
Van de originele Puk en Muk in Ridderland zijn
2 drukken oude stijl bekend.( met de tekening voorop). Eerste druk in 1955 en de tweede in 1957. Uitgeverij Zwijsen
bracht na de overname een aantal boekjes met de oude vertrouwde omslagen opnieuw uit.
Voornamelijk vanwege het mooie originele voorblad. Met een aantal klassieke Puk
en Muk boekjes deed men dit niet en dat is best jammer. Denk bijvoorbeeld aan
Afrika 2 en Ridderland en Jennemieke. Afrika 1 werd weer wel ouderwets uitgegeven.
Alles waar Frans Fransen gedurende ruim 30 jaar zijn hart en ziel in
had gestopt werd hem in zeer korte tijd ontnomen. Deze gebeurtenissen maakten
hem tot een verbittert mens.
Frans Fransen
overleed op
19 oktober 1961
in Den Bosch. Op
zijn bidprentje staat de volgende tekst: Tot zijn laatste levensdag - hij was op weg naar school - heeft
hij gewerkt voor de jeugd. Het waren zijn Pukken en Mukken, die hij de blijdschap van het leven liet zien.
Het bidprentje hierboven afgebeeld is een heus collectors-item maar zeer
moeilijk te pakken te krijgen. Frans Fransen ligt begraven op het kerkhof van
Huize Steenwijk
in Vught. Bij zijn dood in 1961 waren er in totaal 665.600 Puk en Muk boeken van
hem uitgegeven. Zelfs daarna werden de boeken nog vele malen bewerkt en
heruitgegeven. De verhalen waren het populairst tussen de jaren 1925 en 1955.
Hij publiceerde onder 22 pseudoniemen talrijke verhalen in het jeugdtijdschrift
De Engelbewaarder. , zoals Met de ooievaar op reis
( uit 1932, onder het pseudoniem E. Fiks), Bij Hendriks (1936, ps. Fulano), Zieltje op weg naar huis (1938,
ps. E. Fiks), Jan Klaasen en de geit (1939, ps. Klaas Jansen), Oh die Kees (1939, ps. E. Fiks), Beeroom (1949, ps. E. Fiks), Het gestolen prinsje (1945, ps. Klaas Jansen), Koning Cresus
(ps. Frans Fransen), Knilleke, het trouwe kleermakertje (1952, ps. Frans Fransen), Pimpernel en Pimpernol (1956,
ps. Frans Fransen), De drie prinsen (1955, ps. E. Fiks) en Sinterklaas gefopt (1955,
ps. E. Fiks). De meeste werken van frater Franciscus werden uitgegeven door de Drukkerij van het R.K.
Jongensweeshuis te Tilburg en staan nog
regelmatig te koop. Voor een uitgebreide biografie is het raadzaam het boekje "
Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg" te raadplegen. Het bevat tevens de
herdruk van het allereerste verhaal uit 1927. Een ander mooi boekwerk is het
grote boek Zwijsen een passie voor uitgeven. De kwaliteit van het gebruikte
papier is minder. Van dit boek zijn (
volgens een van haar medewerkers )
door Zwijsen vele exemplaren
weg gekieperd. Zonde, want ook dit boek is moeilijk te
krijgen. Menig verzamelaar is het er over eens dat
Uitgever Zwijsen een slechte beheerder is geweest van het erfgoed Puk en Muk.