Puk en Muk

                Biografie

 
Start
voorwoord
Bijkletsen
Over Puk en Muk
jongensweeshuis
Oudjes v Zwijsen
Toos Koedam
Zwijsen Wit
Zwijsen lang
Jos Haens
Duits
Bibliografie
Biografie
Foto's Huize Nazareth
Cor Lauwerijssen
Artikel
Rutger Lommerse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                       

 

 

 

 

 
 

Drukkerij-annex-uitgeverij (RKJW). Een naam die later een aantal keer gewijzigd werd. Rechts de originele koperen drukplaat.

 
 

Het Jongensweeshuis van architect Constant Panis.

 

Het Rooms Katholieke Jongensweeshuis zou in Tilburg vanaf 1846 een belangrijke rol gaan spelen nadat bisschop  Zwijsen in Westmalle een druk- en bindmachine op de kop had getikt.
 
   Het opzetten van de drukkerij was een goede zet omdat er door de bouw van kloosters en scholen grote behoefte was ontstaan aan Katholieke boeken. De start van het kleine boekbindereitje annex drukkerij was een feit. De werkzaamheden werden voornamelijk gedaan door jonge kinderen vanaf 12 jaar die dagen maakten van soms wel 18 uur. De woorden moesten letter voor letter worden gezet. Het papier maakte men eerst nat voordat het vel voor vel op de pers werd gelegd. Daarna werden ze doorgedraaid en te drogen gehangen. Pas dan kon men ze gaan gevouwen, om daarna met de hand te worden ingenaaid. Het innaaien ging  met het bindapparaat in katernen om zo tot boek te worden verwerkt. De ontwikkelingen stonden echter niet stil en de fraters haakten in op alle nieuwe mogelijkheden die zich aandienden om de productie op te voeren.
 

In de drukkerij kregen de voornamelijk katholieke weesjongens van de fraters van Tilburg een gedegen opleiding met voor ieder gelijke maatschappelijke kansen. Mijn schoonvader leerde het vak in de drukkerij van de Broeders van St Louis te Oudenbosch. Over raakvlakken gesproken. Vanaf eind vijftiger jaren tot en met 1966 woonde ik zelf bij de fraters van Tilburg. Er was inderdaad een goede scholing en er werd de mogelijkheid opengehouden voor een vervolgopleiding naar de MULO of  Ambachtsschool. Cor Lauwerijssen was een piekeraar, een dromer, die toch wel vaak met zijn gedachten elders was. Ik maakte de keuze om naar de Ambachtschool te gaan. Alvorens je definitief uit het internaat vertrok zorgden de fraters voor een passende baan. Rond 1958 kwamen steeds meer leken voor de klas en de fraters werden langzaamaan vervangen.

 

 

 

 

 

Pas in het jaar 1850 werd de eerste armenschool van de Fraters van Tilburg, de St. Vincentiusschool ' bedoeld voor arme R.K. jongens'  in de Schoolstraat geopend. Hierop werden de opleidingen gestart waarmee je frater of onderwijzer kon worden.

 

Vrij snel daarna volgen stichtingen buiten Tilburg.  In Grave ( Nijmegen) kwam in 1859 het instituut voor blinde jongens. Als kind ben ik daar rond 1959 op bezoek geweest en maakte er kennis met de oude blinde Sjors. Sjors spreidde zijn kunnen ten toon en liet horen dat hij voortreffelijk piano kon spelen. Wat mij altijd bij bleef is dat blinden of zeer slechtziende jongeren rondfietsten zonder ergens tegenop te botsen. Vanaf 1927 woonde Jules de Corte in het blindeninstituut te Grave. Hij nam later deel aan muzieklessen, leerde orgel- en pianospelen en was al op jonge leeftijd organist in de R.K.-kerk te Grave.

De Drukkerij veranderde vaak van naam door de verschillende krachtbronnen die werden ontwikkeld;  Drukkerij R.K. Jongensweeshuis, Snelpersdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, Stoomdrukkerij van het R.K. Jongensweeshuis en na de intrede van de elektriciteit in 1913 werd de naam opnieuw omgedoopt tot Elektrische Drukkerij van het Jongensweeshuis. Tot slot veranderde men de naam weer terug in Drukkerij R.K. Jongensweeshuis. Deze naam zou men voeren tot de overname in 1958 door Uitgeverij Zwijsen.

 
Alle uitgaven werden op hun inhoud beoordeeld door de Katholieke Keurraad en kregen pas na goedkeuring een stempel. De drukkerij kwam overigens regelmatig in opspraak. Denk aan Puk en Muk en Schobbejak en het boek De kleine bloedgetuige. Het laatste was behoorlijk antisemitisch van inhoud en is overigens een zeldzaam verzamelobject. Ook dit boek kreeg net zoals Schobbejak slechts een tweede druk.
 

Tot diep in de twintigste eeuw hebben de fraters van Tilburg hun stempel gedrukt op de inhoud van hun uitgaven. De gehele collectie ( althans wat er nog van over is) werd 'n paar jaar geleden door Uitgeverij Zwijsen aan de Gemeente Tilburg geschonken. Over de juistheid van uitgebrachte Puk en Muk boeken "in een eerste druk en de goede volgorde" bestond tot dat deze website werd gemaakt heel wat onduidelijkheid. Veel verzamelaars kijken halsreikend uit naar het moment dat het gehele oeuvre voor publiek toegankelijk wordt. De belangrijkste Puk en Muk boeken uit de periode 1929 t/m 1935 staan NIET vermeld op de mij toegezonden inventarisatielijst en ontbreken aan de collectie. Ook van de vele originele pentekeningen van Storch en Leo van Grinsven word geen melding gemaakt terwijl die in 2005 nog in het archief aanwezig waren. Ik ben benieuwd of die nog ergens tussenuit gehaald worden.

Tot aan het verschijnen van het boekje "uit de Schaduw" werd er regelmatig geschreven over Puk en Muk. Meestal datgene wat eerder al door anderen was verwoord. Naast een biografie en een bibliografie stond in dhr. Kolens boekje  ook het allereerste Puk en Muk verhaal uit 1927. Hierin wordt melding gemaakt van oa. Tsjechische en de Duitse Puck und Muck. Deze hebben geen enkele overeenkomst met onze Puk en Muk of Puckchen und Muckchen. Beide boekjes zijn  zeldzaam en voor de echte Puk en Muk liefhebbers toch een verzamelitem. Ze zijn vrij kostbaar.  Voor zover bekend heeft niemand anders in Nederland ze al aan zijn verzameling kunnen toevoegen. Ik heb ze overigens sinds 2008 in mijn bezit.

Er is in de voorbije tachtig jaar zoveel informatie verloren gegaan of niet goed onderzocht. Misschien zullen we ons achter de oren krabben als je gaat spitten in beschrijvingen bij pentekeningen en geïllustreerde boeken waaraan Carl Storch zijn bijdrage leverde. Het geeft in ieder geval wel te denken.

 
    De linkerfoto uit 1938 is  van Carl Storch ( hier 70 jaar )en de enige die ons bekend is. De 2 overige foto's zouden van Karl Storch zijn. De middelste foto is uit 1950 toen hij 82 was. Gezien de leeftijd zou het Carl kunnen zijn maar die stierf blind en daar ziet het niet naar uit. Veel onzekerheden dus.
 

Carl Storch en Karl Storch worden beiden als illustrator genoemd bij o.a Maus und Molli en Kribbel-Krabbel. Op twee verschillende uitgaven van "Maus und Molli ". De naam Karl Storch vinden we eveneens in sommige Zwergenkalenders terug. Laatstgenoemde ( Karl de oudere) werd geboren in 1864 en stierf in 1954. Onze Carl werd geboren in 1868 stierf in 1955. Beiden maakten ze vele vergelijkbare tekeningen. Mooie pentekeningen die voornamelijk in Duitsland en Oostenrijk worden aangeboden zijn gesigneerd met Carl Storch; geboren 1864 en overleden 1954. ( Karl )

Twee verschillende personen? Of hebben we hier te maken met een en dezelfde die bijdrage leverde aan Maus und Mollie en aan de Zwergenkalenders.  Wat is van wie? En misschien zelfs, wie is wie? 

Wat de fraters en later ook Kees Kolen als volgorde van uitgaven opsomden klopt niet. "Reizen van Puk en Muk" werden volgens de bestaande bibliografie in 1937 voor het eerst in 2 afzonderlijke delen uitgebracht. Nergens lezen we terug dat er tussen 1929 tot 1934 grote uitgaven zijn verschenen ( 15,5 x 22,5 cm  ) waarin; het verhaal in z'n geheel stond. Zo zijn er nog een paar titels die een eerste drukvermelding kregen maar al eerder het levenslicht zagen. Klopt de al jaren bestaande bibliografie dan niet helemaal? Nee! Heel wat verzamelaars hebben hun collectie bij lange na niet compleet. Snuffel zelf rond, dat is het leuke van een hobby. De heks kwam al in 1935 voor het eerst de drukkerij uit.
 

In 1938 maakte Oisterwijker Jan Vuysters (1878-1966 ) het kinderstuk Puk en Muk. In januari en februari 1951 werden er door de K.R.O. vijf vervolghoorspelen in een bewerking van Louis Povel uitgezonden in het programma WigWam. Na de uitzending van het 2e hoorspel vroeg de Suid-Afrikaanse Uitsaaikorporatie te Johannesburg ( Zuid Afrika ) om het verhaal ook daar als hoorspel voor de radio te mogen brengen.

 
Het zou tot Mei 2005 ( 67 jaar na het stuk van Vuisters ) duren voordat we opnieuw mochten genieten van het sprankelende eigentijdse openluchtstuk, "Puk en Muk en de moddermannen" van Rutger Lommerse. In Mei 2008 kwam Rutger opnieuw met een verhaal op de proppen. Dat heette Puk en Muk en de malle molenaar. Beiden waren groots van opzet en jong en oud die de openluchtstukken bezochten hebben zichtbaar genoten van de avonturen die Puk en Muk beleefden.
 

Het jaartal heb ik nog niet kunnen achterhalen maar verkenners en de welpen van de Aloysiusgroep uit Breda hebben ook ooit een toneeluitvoering gegeven. In 1961 rouleerde er een film op scholen. Een bouwvakker ( decorbouwer van toneelvereniging Trappaf) wist mij te vertellen dat tijdens een grote verbouwing bij Zwijsen inderdaad vele oude drukplaten en ander materiaal op de container terecht kwam. Zwijsen, oh Zwijsen toch, hoe heeft dit ooit kunnen gebeuren!

 
 

 

 

 

Voor het woongesticht Huize Nazareth, waar ik noodgedwongen door familie-omstandigheden tussen 1957 en 1966 verbleef werd de eerste steen in 1906 gelegd. Het was het jaar dat in Duitsland de eerste Puckchen und Muckchen tekeningen verschenen. Veel van de fraters die daar de opvoedkundige taak van jongeren kregen toegewezen zijn in het oorspronkelijke Jongensweeshuis hun loopbaan begonnen.

 

Ook fraters bereiken de leeftijd waarop ze zorg en verpleging nodig hebben. Het aantal fraters bedroeg op 1 januari 2002 nog slechts 86 en 1 broeder. De gemiddelde leeftijd was 82 jaar.

 

 

Frans Fransen  (1896-1961) Schrijver van de bekende Puk en Muk verhalen en tal van andere kinderboeken.  Uiterst rechts;kort voor zijn dood.

Adrianus Joannes Franciscus van Ostaden werd geboren op 13 februari 1896 in Tilburg als jongste van een gezin met zeven kinderen waarvan twee meisjes waren overleden. De vader heette Franciscus Salesius van Ostaden en was fabrieksarbeider. Moeder heette Maria Clara Stijnen. Het gezin verhuisde later naar Goirle. 

Na de lagere school volgde Van Ostaden de opleiding voor onderwijzer aan de kweek­school St.-Stanislaus. In 1915 behaalde hij zijn hulpakte en kreeg een aanstelling op een lagere school in Tilburg. Een jaar later, in 1916, legde hij zijn eeuwige geloften af. Na nog op een paar scholen in Tilburg te hebben lesgegeven ging hij in 1932 aan de B.L.O. in de Keizerstraat in Den Bosch lesgeven. Bijna dertig jaar gaf hij daar zijn lessen aan "moeilijke " kinderen. Op deze school Frans Fransen enige tijd hoofd. Fransen stierf in het zicht van zijn pensioen op weg naar zijn werk op 19 oktober 1961 in Den Bosch na een hartaanval. Tot aan zijn dood heeft hij op het klooster Papenhulst gewoond.

Het was een echte kindervriend en een geboren onderwijzer. Vele Bosschenaren die van hem les hadden beamen dat. Zijn bijnaam ' lange Frans', dankte hij aan z'n lengte.  Frans Langemans werd een van de latere pseudoniemen. Met zijn verhalen wist hij de aandacht van de kinderen te krijgen en vast te houden. Hij stond dan ook het liefst voor de klas. Men noemde de klas met de moeilijke leerlingen ( de zwaarste)  de bezinkingsklas. Een klas vol met hopeloze gevallen. Over zijn moeilijke taak als onderwijzer aan deze groepen hield hij regelmatig lezingen. In 1925 verschenen zijn eerste verhaaltjes in het tijdschrift De Engelbewaarder die al jarenlang werden uitgegeven door de Drukkerij R.K. Jongensweeshuis. Bij deze drukkerij zou dan ook het meeste van zijn werk worden uitgebracht. De publicaties bleven niet alleen maar beperkt tot tijdschriften, hij schreef ook leesboekjes voor het lager onderwijs en werkte net als andere bekende fraters mee aan taal en leesmethoden. Jos Haens was zo iemand en Toos Koedam zorgde in die jaren al voor de bijbehorende tekeningen. Fransen schreef onder tientallen pseudoniemen.

                        D

De twee hoofdfiguren waar deze website over handelt waren een soort kaboutertjes uit het land van Klaas Vaak. De figuurtjes waren jaren daarvoor bedacht door de Oostenrijker Carl Storch (1868-1955). In 1906 verschenen diens eerste 'Puckchen und Muckchen' tekeningen in de Seraphischer Kinderfreund. Storch ontwikkelde zijn twee dwergen naar het voorbeeld van 'Max en Moritz' van Wilhelm Busch, van wie hij een groot bewonderaar was. Waarschijnlijk heeft Frans Fransen al in 1925 kennisgemaakt met de Seraphischer Kinderfreund waarin de personages 'Puckchen und Muckchen' stonden afgebeeld. Het allereerste verhaal werd voorzien van een groot aantal tekeningen die afkomstig waren van Carl Storch zonder dat deze daar vanaf wist. Ik heb het nog even nagekeken in mijn eigen eerste Puk en Muk boekje uit 1927 maar ook daar staat de naam Storch nergens genoemd. Na deze eerste Nederlandse uitgave kwamen Storch en Frans Fransen in contact met elkaar en werd het begin gevormd van een samenwerking die zou duren tot 1940. Er werden in die periode dertien Puk en Muk boeken geschreven met de tekeningen van Carl Storch. Van Ostaden werd bij zijn verhalen geïnspireerd door de bestaande Duitse 'Puckchen und Muckchen' avonturen. Tegen deze achtergrond geplaatst is het heden ten dage nog steeds geen uitgemaakte zaak bij wie het copyright ligt voor de Puk en Muk verhalen. Theoretisch is het gebruik van Storch's tekeningen plagiaat daar de fraters de tekeningen ongevraagd gebruikten.

In 1940 werd het contact tussen schrijver en illustrator definitief verbroken en niet meer hersteld. Fransen heeft persoonlijk heel erg onder de oorlog geleden. In Puk en Muk en Schobbejak uit 1949 staat die oorlog centraal. De ontvangst van dit boekje was negatief. De overige drie naoorlogse Puk en Muk-verhalen, geïllustreerd door Leo van Grinsven, waren ook geen doorslaand succes ondanks de positieve recensies.

  

 

Leo v Grinsven. ( Met dank aan zijn neef Ben van Grinsven linksvoor (met strikje)

Zo schreef het Katholiek Schoolblad in 1953 bij het verschijnen van Prinses Rosalinde: 'Schrijvers vaardige fantasie vond ook nu weer het boeiend avontuurlijke, dat de kindergeest zo pakt. Hij weet het bevattelijk en aardig te zeggen en kruidt graag zijn verhaal met een tikkeltje humor. Tenslotte: Puk en Muk boeken bieden het kind iets voor hoofd en hart . . .'

De talloze herdrukken van de dertien vooroorlogse boekjes sloegen wel aan en werden in grote oplagen verkocht. Overigens kwam de wereldpolitiek in deze deeltjes ook regelmatig aan de orde. Zo worden in het boekje Puk en Muk in China de twee verhoord door een mandarijn, die denkt met Russische communisten te maken te hebben. In Reizen van Puk en Muk komt het tweetal in Rusland terecht bij het echtpaar Iwan Nicola­witsj en Jekatrien (Jan Klaassen en Katrijn) maar wordt door hen naar Siberië verbannen: '. . . We zullen jullie morgen eens naar een verre kostschool brengen. Die kostschool heet Siberië, en daar gaan alle lui naar toe die thuis niet goed kunnen oppassen, zoals jullie. Daar is het koud en daar moet gewerkt worden. Ik denk, dat je gauw tam zult zijn. . .' Later wordt het echtpaar eveneens door soldaten naar Siberië verbannen omdat het niets gedaan heeft.

Naast de verwijzing naar de situatie in Rusland geeft Van Ostaden een herkenbaar punt aan voor zijn B.L.O.-leerlingen. Siberië was een bekende wijk in Den Bosch. De schrijver gebruikte vaker namen uit het Bossche, zoals 't Stortje, de Parade, Achter 't Wild Varken en Achter de Wereld. Ikzelf hou ook erg van woordspelingen.

 Jos Haens werd geboren als Josephus Antonius Haenen in de wandelgang Sjef Haenen. Als onderwijzer in Duits en Engels was hij werkzaam in het voortgezet onderwijs. Haenen schreef verschillende lesmethodes Duits en aardrijkskunde voor het vwo en verder nog een Nederlandse taalmethode voor het basisonderwijs (De serie 'Mijn taal'. De taalmethode bestond uit 10 delen bestemd voor de katholieke lagere school. Onder zijn synoniem schreef hij vanaf 1979 de latere Puk en Muk bewerkingen met de harde cover. Jos Haens was slim en gezegend met een ijzersterk geheugen. Kort voor zijn dood had een bezoeker van deze site nog een toevallige ontmoeting met hem in Amsterdam. Hij ( Jos ) was toen al op hoge leeftijd maar wist zich feilloos te herinneren wie hij voor zich had en in welke klas hij hem les had gegeven. Haenen schreef in de jaren vijftig een boekje dat bestemd was voor de lagere schoolkinderen. Het handelde over de verkeersregels in de vorm van een poppenkastspel met Jan Klaassen en Katrijn (Verkeersavonturen van Jan Klaassen). Veilig Verkeer Nederland kende hem daar een prijs voor toe omdat de kinderen het konden naspelen. Haens was ook de man achter de Wipneus en Pim boekjes onder het synoniem BJ van Wijckmade. Hij werkte in de vijftiger jaren samen met de inmiddels overleden Toos Koedam.

Jos Haens.(1924-2001)

*Puk en Muk met Moortje op reis, 1979
*Puk en Muk op de tandem, 1979
*Puk en Muk vliegen om de wereld, 1979
*Puk en Muk in het land van de mensen, 1982
*Puk en Muk onder de wereld, 1982
*Puk en Muk in de moderne wereld, 1983
*Puk en Muk bij de heks, 1983
*Puk en Muk in sprookjesland, 1985
*Puk en Muk op zwerftocht, 1985

Van Wipneus en Pim is exact terug te vinden welke titels er allemaal zijn uitgebracht. Ook zijn ze met wat zoekwerk volop te koop tegen normale bedragen. Van het allereerste Puk en Muk boekje uit 1927 dat werd geschreven door Frans Fransen zijn er slechts enkele in privébezit en een in het archief.

 

 

Carl Storch is naar alle waarschijnlijkheid in Budapest geboren en niet zoals algemeen wordt aangenomen in Oostenrijk. Of hier met Oostenrijk de oude Oostenrijk-Hongaarse staat wordt bedoeld weten we niet helemaal zeker. (informatie Ger Janssen- oud directeur Zwijsen ) die me overigens complimenteerde met deze website.

 
 

In 1906 verschenen van Storch de eerste 'Puckchen und Muckchen' tekeningen in de Seraphischer Kinderfreund. Puckchen und Muckchen werden verder ontwikkeld naar de figuurtjes van 'Max en Moritz' van Wilhelm Busch. Vooral in het begin gebruikte Fransen de tekeningen van Carl Storch, zonder dat deze daarvan op de hoogte was.

 

Later kwamen Storch en Van Ostaden in contact waardoor het begin werd gevormd van een samenwerking die tot 1940 zou duren. In deze periode kwamen dertien Puk en Muk boeken uit, die vooraf bijna allemaal in De Engelbewaarder waren gepubliceerd. Frans Fransen liet zich bij het schrijven van zijn verhalen inspireren door de bestaande Duitse avonturen. Ieder nieuw verhaal was weer borduursel waarin regelmatig werd terugverwezen naar personen en gebeurtenissen uit eerdere avonturen. Het is nog steeds geen uitgemaakte zaak bij wie het copyright voor de Puk en Muk verhalen eigenlijk ligt. In 1940 werd het contact tussen schrijver en illustrator definitief verbroken en niet meer hersteld. Zeker is dat Frans Fransen enorm onder de oorlog geleden heeft.


Puk en Muk werden zoals ik al zei voor het eerst in 1906 gepubliceerd in de "Seraphischer Kinderfreund" een blad dat door de kapucijnen werd uitgegeven in Ehrenbreitstein een plaatsje in de buurt van het Duitse Koblenz. Daar werden in 1924, 1926 en 1928 drie boekjes onder hun Duitse naam Puckchen und Muckchen, uitgebracht. Het tweetal dook al in 1907 op in de Liebeswerkkalender, die vanaf 1917 onder de naam Zwergenkalender werd uitgegeven in het Oostenrijkse Linz. Beide blaadjes kwamen via dezelfde uitgever op de markt, nl  vereniging: Seraphysches liebeswerk.

 

 Cyprian Froehlich

De tak van de kapucijnen, in 1889 opgericht door Pater Cyprian, heeft een grote rol gespeeld in het leven van vele kinderen. Zij namen de zorg op zich voor opvoeding en opleiding/verzorging van religieus en/of zedelijk verwaarloosde katholieke weeskinderen. Dezelfde doelstelling als die van het Jongensweeshuis te Tilburg. 

 

Net als in Nederland werden er ook in Duitsland steeds meer tehuizen gesticht voor deze groepen. Ook hier was men aangewezen op de goedheid en donaties van welgestelde lieden. Via een lidmaatschap betaalde je tien pfennig per maand. Daarvoor kreeg je; een prent voorzien van eigen naam en het geïllustreerde verenigingsorgaan de 'Seraphyscher Kinderfreund ( opgericht in 1890 ). Carl Storch was verantwoordelijk voor de tekeningen hierin onder de naam Klansenmaler Klecksel. In de oude zwergenkalenders en Seraphyscher Kinderfreund gingen de tekeningen vergezeld met een een of twee regel tekst op rijm op de wijze zoals Busch dit ook deed. Beiden zagen de wereld als waarnemers van zwakheden en gebreken van de mensheid. Busch was in zijn tekeningen een pessimist die uitbeelding gaf aan kilheid, ruzie, hebzucht, en sadisme en voorzag deze illustraties met messcherpe teksten. Carl Storch bracht meer vrolijkheid in zijn tekeningen naar voren. Storchs ouders waren het niet eens met zijn beslissing om tekenaar te worden. Vader was directeur van een olieraffinaderij en had zijn zoon graag als zijn opvolger gezien.

Vele boeken die Carl Storch illustreerde werden uitgegeven in Munchen. In 1906 belandde hij samen met zijn vrouw Anna aan de Nonnthaler Hauptstrasse nr 10 in Salzburg. Het echtpaar bleef kinderloos en Storch werd op latere leeftijd blind. Na een langdurig ziekbed overleed hij op woensdag 2 november 1955. Hij ligt begraven op het Kommunalfriedhof in Salzburg. In Salzburg werd later een straat naar hem vernoemd: Carl Storch Strasse.

Storch maakte later nieuwe tekeningen bij de verhaaltjes die Fransen had geschreven. Eerst werd het Nederlandse verhaal vertaald door de van Duitse komaf Frater Utimius, dan pas ging het naar Storch.  Puckchen und Muckchen ( reise der innere) de verhalen China en Amerika waren reeds bestaande verhalen in Duitsland. Deze drie verhalen vinden we vanaf 1928 tot ver in de dertiger jaren steeds terug als vervolgverhaaltjes in de Engelbewaarder. Vandaar de logica om in dezelfde volgorde de boeken in Nederland uit te brengen. In de latere uitgaven maakte Frans Fransen veel gebruik van Brabantse woorden. In de herdrukken na 1960 waarvoor frater Realino de bewerkingen op zich nam werden deze woorden weggelaten, dit tot verdriet van Frans Fransen. Frans Fransen is vanaf de breuk met Carl Storch niet meer dezelfde persoon geworden en beiden hebben elkaar nooit meer ontmoet. Allebei de grootmeesters waren tot aan hun dood in zichzelf gekeerd en eenzaam.

 
 

 

Carl Storch ligt begraven op het Kommunalfriedhof in Salzburg. Veel van zijn werk is ondergebracht in een speciale ruimte in het museum aldaar. Hij was een veelzijdig kunstenaar en zeker ook beroemd om de prachtige houten kerststallen die hij maakte. Ook daarvan kun je in het museum genieten.

 

Naast Storch waren ook vele anderen, zoals  Jos Adrianus Antonius Severijnen ( frater Ranulfus1905/1976 )betrokken bij de drukkerij van het Jongensweeshuis. Deze was in de congregatie van o.l. Vrouw Moeder van Barmhartigheid te Tilburg in 1923 en gaf tekenles op school. Onder het synoniem  tekeningetje van een "Rat" zou deze frater mede verantwoordelijk zijn geweest voor een groot aantal striptekeningen in "De Engelbewaarder" en ook bij de creatie van "Puk en Muk" tekeningen. ( bron  Genealogie familie Severijnen afkomstig uit Den Bosch).

Dit laatste trekt Dhr Ger Janssen ( oud directeur van Zwijsen en Puk en Muk onderzoeker ) in twijfel. Ger Jansen die overigens ook meehielp bij het tot stand koming van het boekje "Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg". Alle informatie  over Jos Adrianus Antonius Severijnen in relatie tot Puk en Muk is welkom. Pas later komt ook de Bossche tekenaar Leo van Grinsven in beeld die overigens heel wat andere boekjes van tekeningen heeft voorzien..

Vanaf 1960 verzorgde frater Realino, de eerste nieuwe herdrukken. Natuurlijk kennen we allemaal de omslagen van Toos Koedam. Op 19 november jl. is Toos Koperdraat-Koedam ( ((1924-2006) overleden . Zij was een creatieve beeldende kunstenares die veel illustraties in kinderboeken heeft verzorgd. Vanaf 1972 komen er via Zwijsen opnieuw 6 versies op de markt, ditmaal bewerkt door Tim Safery, de zogenaamde lange versies met vormgeving van Harrie von Wersch. Hendricus Franciscus ( Harrie van Wersch) werd geboren op 3 augustus 1939 en is nooit getrouwd. Hij is van 1972 tot 2002 werkzaam geweest bij Uitgeverij Zwijsen waar hij onder andere voor de nieuwe lay-out van de Puk en Muk boekjes zorgde. Hij gaf ook vorm aan het boek "Hoe wij leren lezen" van Piet Hagen. Laatstgenoemde was oud redacteur bij Trouw.

 
Pierre Hubertus (Pieke) Dassen, geboren op 23 sept te Rotterdam overleed op tachtig jarige leeftijd op 18 april 2007 in Maastricht. Dassen was accordeonist, cabaretspeler, kunstschilder en werd beroemd als poppenspeler. Later werd hij zelfs acteur en kreeg landelijke bekendheid als August in de Film van ome Willem.
 

In 1978 verscheen het dikke Puk en Muk boek, uitgebracht door Zwijsen. Uitgeverij Zwijsen bracht een papieren poppentheater ( Die Blaue Scuyte ) op de markt met 20 gebeurtenissen om het verhaaltje van puk en Muk en de heks te kunnen naspelen. Dit was ontworpen door Pieke Dassen.  Er zaten bij dat poppenspel 8 prentbriefkaarten met Puk en Muk tekeningen die je als postkaart kon gebruiken.

Tussen 1979 en 1985 bracht Uitgeverij Zwijsen opnieuw negen boekjes op de markt. Sommige teksten hierin zijn bewerkt naar Frans Fransen, andere zijn geschreven door Jos Haens naar ideeën van Fransen en Storch. In Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg staat vermeld dat Puk en Muk ook zijn  uitgegeven in Brazilië met de Spaanse vertaling door een Pater van de Heilige Geest. In "A Turma" verschenen als vervolgverhaal "As Aventuras de Pugue e Mugue"  Maar ook in Tsjechoslowakije kende men schijnbaar de twee avonturiers. De Tsjechische die genoemd wordt ( Puk a Muk ) heeft overigens net als de Duitse Puck und Muck, niets met onze Puk en Muk te maken. De 2 laatste boekjes zijn zeldzaam en heb ik kort geleden aan mijn verzameling toe kunnen voegen al was het alleen maar om daaromtrent aan de hand van voorbeelden duidelijkheid te kunnen verschaffen. Ze staan elders op deze website afgebeeld.

In de loop van vele jaren heeft een heel team heeft meegewerkt aan de beroemde Pukken en Mukken. Voor de diverse lay-outs van de latere uitgaven waren Hans Sturris, frater Realino,  Toos Koedam (rood/groen/ lay-outs/ en H. v.Wersch ( lange versies) en Haens verantwoordelijk. Fransen kunnen we zien als de bedenker en grondlegger op Nederlandse bodem.

Van de originele Puk en Muk in Ridderland zijn 2 drukken oude stijl bekend.( met de tekening voorop). Eerste druk in 1955 en de tweede in 1957. Uitgeverij Zwijsen bracht na de overname een aantal boekjes met de oude vertrouwde omslagen opnieuw uit. Voornamelijk vanwege het mooie originele voorblad. Met een aantal klassieke Puk en Muk boekjes deed men dit niet en dat is best jammer. Denk bijvoorbeeld aan Afrika 2 en Ridderland en Jennemieke. Afrika 1 werd weer wel ouderwets uitgegeven.

Alles waar Frans Fransen gedurende ruim 30 jaar zijn hart en ziel in had gestopt werd hem in zeer korte tijd ontnomen. Deze gebeurtenissen maakten hem tot een verbittert mens.

 

     

     
 

Frans Fransen overleed op 19 oktober 1961 in Den Bosch. Op zijn bidprentje staat de volgende tekst: Tot zijn laatste levensdag - hij was op weg naar school - heeft hij gewerkt voor de jeugd. Het waren zijn Pukken en Mukken, die hij de blijdschap van het leven liet zien. Het bidprentje hierboven afgebeeld is een heus collectors-item maar zeer moeilijk te pakken te krijgen. Frans Fransen ligt begraven op het kerkhof van Huize Steenwijk in Vught. Bij zijn dood in 1961 waren er in totaal 665.600 Puk en Muk boeken van hem uitgegeven. Zelfs daarna werden de boeken nog vele malen bewerkt en heruitgegeven. De verhalen waren het populairst tussen de jaren 1925 en 1955.

Hij publiceerde onder 22 pseudoniemen talrijke verhalen in het jeugdtijdschrift De Engelbewaarder. , zoals Met de ooievaar op reis ( uit 1932, onder het pseudoniem E. Fiks), Bij Hendriks (1936, ps. Fulano), Zieltje op weg naar huis (1938, ps. E. Fiks), Jan Klaasen en de geit (1939, ps. Klaas Jansen), Oh die Kees (1939, ps. E. Fiks), Beeroom (1949, ps. E. Fiks), Het gestolen prinsje (1945, ps. Klaas Jansen), Koning Cresus (ps. Frans Fransen), Knilleke, het trouwe kleermakertje (1952, ps. Frans Fransen), Pimpernel en Pimpernol (1956, ps. Frans Fransen), De drie prinsen (1955, ps. E. Fiks) en Sinterklaas gefopt (1955, ps. E. Fiks). De meeste werken van frater Franciscus werden uitgegeven door de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg en staan nog regelmatig te koop. Voor een uitgebreide biografie is het raadzaam het boekje " Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg" te raadplegen. Het bevat tevens de herdruk van het allereerste verhaal uit 1927. Een ander mooi boekwerk is het grote boek Zwijsen een passie voor uitgeven. De kwaliteit van het gebruikte papier is minder. Van dit boek zijn ( volgens een van haar medewerkers ) door Zwijsen vele exemplaren weg gekieperd. Zonde, want ook dit boek is moeilijk  te krijgen. Menig verzamelaar is het er over eens dat Uitgever Zwijsen een slechte beheerder is geweest van het erfgoed Puk en Muk.

 

Start | voorwoord | Bijkletsen | Over Puk en Muk | jongensweeshuis | Oudjes v Zwijsen | Toos Koedam | Zwijsen Wit | Zwijsen lang | Jos Haens | Duits | Bibliografie | Biografie | Foto's Huize Nazareth | Cor Lauwerijssen | Artikel | Rutger Lommerse