De kinderen van het gezin Lommerse leveren graag hun bijdrage aan de
toneelstukken die vader Rutger al jaren schrijft en regisseert. Vrouw Desiré is
een stuwende kracht binnen het geheel. Samen met toneelgroep Trappaf slagen ze er
steeds in iets moois op de planken neer te zetten.Boven;
affiches van Puk en Muk en de Moddermannen( 2005) en Puk en Muk en de Malle Molenaar
(2008) Foto midden; "Peter Deen (l) en Huub van den Bogaard
(r) vertolkten in beide Puk en Muktoneelstukken de titelrollen op zeer
geloofwaardige wijze!"
Rutger
Lommerseis gek op theater, zeker om
zelf te doen: spelen, schrijven, regisseren,
choreograferen, musical, straattheater, zang,
kindertoneel. Rutger is al jarenlang verbonden aan
toneelvereniging Trappaf, waarvoor hij heel wat
theaterstukken schreef. Nu waagt hij zich aan de
film, een nieuwe ervaring, een nieuw avontuur, maar
LOVO en theaterminnend Oisterwijk samen: dat moet
volgens Rutger veel moois geven!
Foto rechts "Rutger Lommerse (r) en
Maicel Copal (l) met enkele acteurs aan het werk
in de muziekstudio met de -toen nog- nieuwe
melodieën voor het Puk en Mukspel."
Peter Deen
begon op de lagere school al met toneelspelen. In
1963 speelde hij zijn eerste uitvoering in
Natuurtheater van Oisterwijk en sindsdien speelt hij
jaarlijks in dit theater met o.a. rollen bij
operette, Verenigde Oisterwijkse Spelers en
Toneelgroep Trappaf. In 1970 kwam hij terecht bij
toneelgroep Trappaf waar hij nog altijd actief is,
en waar hij talloze rollen speelde in wagenspelen,
avondvullende stukken, eenakters, levende
poppenkast, locatietheater, Sinterklaastoneel,
openluchttoneel en noem het maar op, al dan niet met
zang en dans. Zijn eerste filmervaring deed hij op
met de LOVO-Sinterklaasproductie van vorig jaar. Ook
voor hem is dit totaal iets anders dan op het toneel
te staan, maar hij ziet het als een geweldig leuke
ervaring samen met een ploeg enthousiaste mensen.
Peter Deen hoofdrolspeler in de Puk en Muk avonturen
die Rutger Lommerse schreef schitterde in tal van
andere rollen. Een geweldig
acteur!
Door Rutger Lommerse. liedje "rijke buit".
Puk en Muk en de
Moddermannen
Wanneer is de basis gelegd voor een nieuw Puk en
Muk verhaal? Toen ik de eerste pennenstreken op papier zette? Toen ik
Uitgeverij Zwijsen benaderde voor toestemming? Toen ik het idee
voorlegde aan de theatergroep waar ik meestal voor schrijf of moet ik
het zoeken in de allereerste kennismaking met die kleine avonturiers
waar geen zee te diep of berg te hoog voor was? Ik ben bang het laatste.
Moeder Lommerse kon genadeloos beeldend voorlezen. De juiste woorden
benadrukkend wonnen de fantasierijke verhalen van Frans Fransen nóg meer
aan kracht en gingen de prachtige tekeningen van Carl Storch nóg meer
leven. Puk en Muk met een laddertje en lantaarntje in een donkere grot
ballancerend over een diep ravijn; het was alsof je erbij was!
Latent aanwezig was het Puk en Muk
gevoel rijkelijk. Begin 2003 leken dingen op z’n plaats te vallen. In
een vergadering uitte ik het al lange tijd aanwezige plan ‘iets’ met Puk
en Muk te willen doen. Ik deed vele dingen rond Sinterklaas en Jan
Klaassen en wist dat Puk en Muk in één adem te noemen waren als het
neerkomt op sentiment voor ouderen en massa’s mogelijkheden voor
kinderen. Theatermatig kun je er heel veel kanten mee op én… er is
publiek voor! Zelf had ik zin in weer eens een grote
openluchttheaterproductie en de groep kon iemand gebruiken die de lust,
energie en capaciteit had om die kar te trekken. Qua capaciteit durfde
ik méér dan te hopen dat ik inmiddels voldoende bagage bij me droeg om
een wervelend spektakel te maken van wat nu nog slechts plannen waren.
Verhalen, dialogen, mise-en-scène, regie, choreografieën, liedteksten,
decor- en kledingschetsen, het had allemaal al meermalen de revue
gepasseerd en ik wilde die eerdere ervaringen in een groots project
allemaal optimaal benutten. Ik zou er alle tijd voor nemen om tot een zo
goed mogelijk verhaal en voorstelling te komen. Afspraak was dat de
voorstellingen gepland voor mei 2005 Puk en Muk voorstellingen zouden
worden. Saillant en onverwacht detail: ik moest sommige toneelgroepleden
uitleggen wie Puk en Muk waren!
Plannen in het hoofd begonnen al snel te
borrelen maar er moesten in deze eerst zakelijke dingen geregeld worden.
De namen ‘Puk en Muk’ zijn gedeponeerd door Uitgeverij Zwijsen, nazaat
van het R.K. Jongensweeshuis Tilburg die de boeken uitgaf. Alhoewel zij
leuk meedachten waren er hobbels te nemen. Er moest toestemming komen
voor een nieuw Puk en Muk verhaal. Uitgeverij Zwijsen in beraad leverde
díe toestemming op. Ik had immers beloofd dat ik het ‘in de geest’ van
Frans Fransen en Jos Haens zou schrijven. Bovendien had ik al het nodige
geschreven dat een andere uitgever goed genoeg had gevonden om onder de
drukpers te leggen. Hiermee was echter nog geen belofte gemaakt dat dit
verhaal ook het toneel op zou mogen. Blij als men was dat iemand Puk en
Muk weer in herinnering zou roepen, men was huiverig voor hetgeen er uit
de koker van een voor hen onbekende zou komen. Het door mij geschreven
verhaal zou, voor het de planken op mocht, eerst door hen moeten worden
bekeken en beoordeeld.
Pas in mei 2004 vond ik de tijd om het
nieuwe Puk en Muk avontuur te schrijven. Het ‘in de geest van’ had ik
ook met mezelf afgesproken: het moest een gloednieuw verhaal worden,
niks jatten uit de oude boeken maar zó lezend alsof het uit de fantasie
van frater Frans Fransen zelf kwam. Een verschil: absoluut geen
katholiek belerende lesjes erin! Een goed rond verhaal met kop en
staart, gezelligheid troef, feest van herkenning, mooie liedteksten,
goeie muziek, pakkende beelden, veel avontuur, dát moest het worden.
Mensen vanaf het begin op het puntje van hun stoel die niet in hun tasje
durven te rommelen om iets te snoepen te zoeken, bang dat ze iets zullen
missen.
Het gevecht met het lege blaadje papier
begon. Trefwoorden, ideetjes, schetsjes, grapjes, stukje coupletje,
stukje refrein, voorzichtige opzet, veranderen, omgooien, schrappen,
angstzweet of het wel lukken zal, voldaan gevoel bij een geslaagde
liedtekst, uitgebreidere opzet, definitieve opzet, omwerken naar
dialogen, er gaan weken voorbij voor je een bundel blaadjes in je hand
hebt waar je mee voor de dag durft te komen. Enkele vertrouwelingen het
spel laten lezen en wat doen met hun terechte op- en aanmerkingen.
Sommige opmerkingen bewust negeren. Het uiteindelijke resultaat naar
Uitgeverij Zwijsen gestuurd. Dan breekt een spannende tijd aan; het kan
nu nog alle kanten op. Komt de zegen of achten zij het geschrevene zó
matig dat zij niet eens begrijpen hoe ik het dúrfde vragen een nieuw
verhaal rond Puk en Muk te mogen schrijven. Gelukkig kwam het
verlossende woord snel. Zwijsen vond dat ik “er bijzonder goed in
geslaagd was de sfeer van de oude Puk en Muk boeken opnieuw te creëren.”
Direct erop volgde de toestemming om daadwerkelijk te komen tot
uitvoeringen van het nieuwe avontuur “Puk en Muk en de Moddermannen”
gedoopt.
Nu was het zaak om een team van mensen
samen te stellen die dezelfde geestdrift op konden brengen om de op gang
gebrachte Puk en Muktrein voort te laten denderen. Maicel Copal, die al
veel van mijn liedteksten van mooie melodieën voorzag, zei ja. Mart van
de Wiel, die onmogelijke decorfantasieën toch mogelijk kan maken, zei
ja. Gemma Copal en Désirée Evers zouden zich gaan bijten in de
gigantische klus van het kostuumontwerpen en -maken. Peter Deen zou de
publiciteitsmolen aan gaan zwengelen. De Oisterwijkse Toneelgroep
Trappaf –die het spel in het Oisterwijkse openluchttheater zou gaan
brengen- leverde ervaren spelers, grimeurs en rekwisietmakers. De
Oisterwijkse beeldend kunstenares Franca Muller Jabush schilderde een
fenomenaal affiche. De plannen om een expositie aan de uitvoeringen te
koppelen werden bewaarheid door Cor Lauwerijssen. Zijn ruim opgezette
Puk en Muk site werd door ons gevonden op het internet. Het toeval wilde
dat Cor een oud-Oisterwijker is. Hij heeft niet stilgezeten om zoveel
mogelijk materiaal bijeen te brengen om geïnteresseerden te tonen.
Meteen werd duidelijk dat we met het
kiezen van het laten herleven van de personages ‘Puk en Muk’ een
bijzonder keuze gemaakt hadden! Vóór er ook maar één repetitie had
plaatsgevonden werd er al over de plannen gepubliceerd in regionale
kranten, op het internet, op de teletekst en bij uitzendingen van het
plaatselijke TV-station. Dit alles als ‘vrije nieuwsgaring’ dus zonder
dat onze publiciteitsmolen zelf aan het draaien was geweest.
Tijdens het schrijven had ik het beeld
van een ‘volwassenen voor kinderen’-stuk voor ogen. Zo is het nog steeds
te spelen maar in ons geval gebeurde er iets onverwachts. In een gesprek
met de regisseuse van de kinderafdeling van Toneelgroep Trappaf
bespraken we de mogelijkheid ook enkele kinderen aan het spel mee te
laten doen. Dat leek me wel leuk, er staat immers nergens geschreven dat
‘de kleine mannen’ die Klaas Vaak onder zijn hoede heeft allen van
dezelfde leeftijd moeten zijn. Met de indruk dat zij zou komen met een
lijstje met vijf, zes namen gingen we uit elkaar. De uitvoeringen zouden
plaatsvinden in mei, daar waar veel kinderen twee weken meivakantie
zouden hebben en de meeste ouders het nooit goed zouden vinden dat hun
kroost hun vakantie op zouden offeren voor toneeluitvoeringen. Niets
bleek minder waar; eenentwintig(!) kinderen hapten gretig toe. We
schrokken ons een ongeluk, dat was nooit de bedoeling geweest.
Tegelijkertijd was er het besef dat we niet meer terug konden. De vraag
aan de kinderen had min of meer ook als een belofte geklonken. Toch
bleek dit stukje toeval –ondanks de grote hoeveelheid extra energie die
het vroeg- een gouden greep. Samen met de volwassenen vulden nu 35
spelers het speelplan in een georganiseerde wirwar in een veelvoud van
kostuums. Kleurrijker heb je het nooit gezien. Bovendien leverde het een
intens gevoel van saamhorigheid op en werd de doelstelling waarvoor ooit
de kindergroep in het leven was geroepen –een kweekvijver voor de
toekomst- meer dan goed gevolg gegeven nu de kinderen zich helemaal
konden geven in een volwaardige productie. Het theatervirus kreeg ze
goed te pakken en heeft zich gegarandeerd genesteld om steeds weer te
boven te komen.
De repetities startten direct in het
nieuwe jaar. We hadden vier maanden. Niet veel voor de klus waar we voor
stonden. Gelukkig was er een enorme gemotiveerdheid onder alle
geledingen. Met elke repetitie groeide het aantal decorstukken,
kledingmateriaal, rekwisieten maar ook het niet tastbare als
tekstkennis, mise-en-scène en choreografie dijde snel uit. Voor sommigen
betekende het driemaal per week opdraven. De zondagrepetities, overdag
in het openluchttheater bleken goud waard: de kinderen en volwassenen
vele uren bij elkaar stuwde het geheel snel tot een hoger plan.
Oorspronkelijk was de kinderrepetitie slechts een uurtje per week. Vaak
hebben we geprobeerd er halve uurtjes bij te snoepen of haalden we de
ouders over hun kroost te gunnen een deel van de volwassenenrepetitie
bij te wonen.
De publiciteitsmolen
maalde goed. De veelgebruikte wervende tekst luidde:
“Ergens, in een ver, groot bos heeft Klaas
Vaak de zorg over vele kleintjes onder wie de vriendjes Puk en Muk. Op
Muks honderdste verjaardag komt er bezoek van verre familieleden en
vraagt hij, net als bij z’n negenennegentigste verjaardag, ‘een groot
avontuur’ cadeau. Maar ja, een groot avontuur kun je niet zomaar cadeau
geven, dat moet je overkomen. Er doet zich een ernstig probleem voor
waardoor Puk en Muk op zoek moeten naar de Harige Heksen om er een fles
zeldzame droomedaristranen te verwerven. Maar… het pad richting
Harige Heksen loopt wel langs kleurrijke figuren als de Moddermannen, de
Rokende Reus, de Suikerspin en Graad de Piraat die je niet zomaar laten
passeren...”.
Er werd gemeld dat er niet om ons heen te kijken
was. Welk blad je ook opensloeg of welke etalage je ook bekeek, er was
een artikel of affiche te vinden. Ook hier hielp het geluk een handje:
we lieten een Rotterdamse drukker honderden affiches drukken. Hij
leverde ze in een veel te groot, niet besteld formaat. We uitten onze
zorgen richting drukker dat geen winkelier zo’n zonsverduistering zou
willen hangen. Hij leverde nieuwe exemplaren van een handzamer formaat.
En de oude? Die mochten we houden! En het niet willen ophangen? Dat viel
reuze mee. Ook de te versturen ansichtkaarten vonden gretig aftrek. De
powerpointvoorstelling werd tot in Azië verstuurd. Beweren dat er zelfs
van daaruit publiek is gekomen gaat te ver.
De vele verzoeken om plaatsen te
reserveren leerde ons vóór de uitvoeringen al dat er een fiks
bezoekersaantal gehaald zou kunnen worden. ‘Kunnen’ want als iets
roet in het eten kan gooien in het openluchttheater dan is het wel het
weer. Zo veel geluk als we tijdens de repetitieperiode hadden zo veel
pech ondervonden we bij de eerste uitvoeringen. Uiteindelijk zijn alle
uitvoeringen doorgegaan onder redelijk droge omstandigheden, de pech is
dat het steeds regende in de uren voorafgaand aan de voorstelling, juist
wanneer mensen hun plan trekken om er al dan niet op uit te gaan. Toch
waren er ook nog drie zonnige uitvoeringen waardoor in totaal zo’n 2200
betalende mensen de kassa passeerden. Daarnaast bezochten nog velen
gratis de voorstelling omdat zij gezinslid waren van de bij het spel
betrokkenen.
Met de uitvoeringen overtroffen we de
verwachtingen van vele bezoekers. Groot compliment kwam van de
provinciaal toneeladviseur van het Centrum voor Amateurkunst in zijn
rapportage. In zijn schrijven meldt hij dat hij na de voorstelling pas
besefte dat het al halfzes was en dat hij naar een voorstelling van
tweeëneenhalf uur had zitten kijken! Vooraf rijkelijk lang bevonden voor
een familievoorstelling, achteraf hoorde je daar niemand meer over,
overdonderd als men was door de beelden, het verhaal, de hoeveelheid
spelers, gigantische decorstukken, kleurrijke kleding en vooral de
gevarieerdheid; doordat Puk en Muk telkens in een ander avontuur rollen
–binnen de context van het grote verhaal uiteraard- wordt men steeds
weer nieuwsgierig gemaakt en haakt niemand af. Nog nooit hoorden we
zoveel bezoekers zeggen: “We zijn er al voor de tweede keer hoor.”
De expositie van Cor Lauwerijssen trok
volop nieuwsgierigen naar de bibliotheken van Oisterwijk en Moergestel.
Het vele materiaal dat Cor in zijn bezit heeft stelde hij beschikbaar om
nostalgische gevoelens bij bezoekers te bevredigen. Via een oproep bij
Omroep Brabant wist hij dit materiaal nog aan te vullen met giften en
uitleningen van welwillenden uit alle hoeken van de provincie. Ook
Uitgeverij Zwijsen deed een duit in het zakje door zelfs originele
tekeningen van Carl Storch en Leo van Grinsven aan ons uit te lenen.
Cor’s verzameling was ook bij elke voorstelling in het openluchttheater
zelf te zien. Velen raakten in gesprek met Cor die iedere
geïnteresseerde vergastte op vele wetenswaardigheden rond Puk en Muk.
We vonden Jos Marcelissen bereid om
alles op de gevoelige plaat vast te leggen. Met geruisloze digitale
camera én tred registreerde hij vanuit elke hoek het spel maar ook de
voorbereidingen, de zenuwen, het plezier en de sfeer. Mooie beelden. Op
de hieronder genoemde website is een selectie te zien.
Het kon niet uitblijven, de roep om een
‘vervolg’. Niet zozeer een vervolg van het verhaal maar meer van onze
eigen ervaring met deze productie. De angst jezelf te gaan herhalen en
de kwaliteit minstens te moeten evenaren en liever nog te overtreffen
gooide er lange tijd de rem op: ik hield het af. Toch begon het plezier
in toneelseizoen 2005 te kriebelen en zette ik me op ’n middag met ’n
leeg blaadje papier en potloodje neer om te zien of er nog meer ‘Puk en
Muk’ uit wilde vloeien. Opmerkelijk snel stond er ’n mooie, nieuwe opzet
op papier die de moeite waard leek om aan te gaan werken. Om me hen
polsend of er ‘meegerend’ zou worden om ook van dit verhaal weer ’n
krachtige voorstelling te maken werd enkel ‘ja’ gehoord. Opnieuw gingen
we bij Zwijssen te rade en opnieuw kwam daar alle medewerking vandaan na
lezing en beoordeling! We konden de molen weer laten draaien. Met de
herinnering van de vorige productie ging dit van een leien dakje;
iedereen wilde weer! Het kartrekken geschiedde ditmaal door heel wat
mensen meer. Geen wonder, je hebt het beeld van de vorige productie voor
ogen.
Uit de pen kwam “Puk en Muk en de Malle
Molenaar” rollen. Voor de muziek kon Maicel Copal ditmaal niet van de
partij zijn maar de klus werd fantastisch geklaard door Willem Deen. Het
groeiend kasteel, de enorme molen, het meer waar Puk en Muk in een storm
terechtkomen; met een enthousiaste ploeg toverde Mart van de Wiel dit
weer uit de hoed. En: opnieuw stond een groep kinderen te trappelen om
mee te kunnen doen! Het theater stroomde weer vol, dit ook weer met de
herinnering aan vorige maal in het hoofd. Cor Lauwerijssen werd
andermaal bereid gevonden elke voorstelling ’n expositie op te bouwen
rond ‘Puk en Muk’ en iedere geïnteresseerde te voorzien van ’n massa
informatie. De angst voor het ‘vervolg’ was onterecht geweest. “Puk en
Muk en de Malle Molenaar” stond als ’n huis en het publiek –jong en oud-
hing bij de acteurs/zangers/dansers aan de lippen!
Behalve de beide Puk en Mukavonturen
creëerden dezelfde makers nog meer toneelmateriaal. ’n Deel ervan,
waaronder “Puk en Muk en de Moddermannen” is uitgegeven door
Toneeluitgeverij VINK in Alkmaar, ’n ander deel, waaronder “Puk en Muk
en de Malle Molenaar” wordt in eigen beheer ter hand gesteld van andere
geïnteresseerde toneelgroepen.
Websites:
Waar veel
stukken van bovengenoemde makers zijn uitgegeven: