
















|
|
|
Puk en Muk zijn twee
kleine kaboutertjes die samen met een
heleboel "broertjes" in het huis van Klaas
Vaak wonen. Dat huisje staat in het derde straatje achter
Luilekkerland. Alle
jongens zijn neefjes van Klaas Vaak en ze hebben
gezamenlijk een zusje
met de naam Lolly. Deze wordt later
in "Muk de drakendoder"
omgedoopt in
Jennemieke. Er is ook een boekje dat heet "Jennemieke
van Puk en Muk". De kinderen zorgen voor het huishouden van Klaas Vaak.
In
alle verhalen is deze
statige oude man aanwezig als Pater Familias. Puk en Muk en veel van de
andere jongens zoeken overdag naar slaapzand, waarmee Klaas
Vaak 's avonds kinderen over de hele wereld in
slaap brengt. Op een bepaald moment hebben ze
zoveel zand meegebracht dat ze een half jaartje
vrijaf mogen nemen. Dat is niet tegen
dovemansoren gezegd en ze maken
dankbaar gebruik van het
aanbod om op reis te gaan om de
wijde wereld te kunnen zien. Puk en Muk zijn
onafscheidelijk. In het verhaal "Muk de
drakendoder" (Puk is
ziek bij Klaas Vaak),
draait alles
om
Muk.
Dit in tegenstelling tot veel andere verhalen,
waarin Puk de slimme jongen
is en Muk de
luie dommerd. In sommige
verhalen vormen ze
een trio met hun zwarte
broertje Moortje (o.a. Puk en Muk en Moortje in
Amerika).
|
 |
|
Tijdens de allereerste
reis komen Puk en Muk terecht bij de
aardmannetjes in het onderaardse rijk waarna ze
na heel veel wedervaardigheden veilig terug
keren bij Klaas Vaak. Na dit eerste boekje zijn
onze twee jonge reizigers legendarische helden
geworden.
Ze worden met open armen ontvangen. Ze raken ingeburgerd in de
wereld van de kinderlijke fantasie. Puk en Muk zijn niet meer weg te
denken en nieuwe verhalen volgen. De verhaaltjes die nadien worden
uitgebracht, zijn door Frans Fransen in dezelfde meesterlijke
kinderstijl geschreven. De tekeningen van Carl Storch zijn zó leuk en
artistiek, dat ze niet alleen een genot zijn en blijven voor de
kleinsten, maar zelfs voor volwassenen. De Puk en Muk boekjes vliegen
over de toonbank, zo'n aantrekkingskracht hebben de
kaboutertjes op jong en oud. De boekjes zijn
allen meester-werkjes van jeugdliteratuur die
tientallen jaren later nog immer bekoren. Ze
hebben vooral een opvoedkundig karakter omdat de
verhalen en de personages zo verweven zijn dat
elk persoon zijn goede en slechte eigenschappen
toont. Daarnaast hebben ze een zodanig leerzaam
karakter dat de Keurraad in brochure nr. 5
de volgende oproep plaatst, "helpt mee aan de
verspreiding van het Rooms Jeugdboek" .De nieuwe
onovertroffen uitgaven stemmen ons tot nog hoger
dankbaarheid jegens auteur en illustrator. Mogen
we voor beiden de oprechte erkentelijkheid
uitspreken van heel jong Nederland. De serie Puk
en Muk breidt zich voortdurend uit en de
verhalen brengen de twee dwergjes op
oorspronkelijk grappige wijze overal waar de
wereldbelangstelling zich concentreert. Ze gaan
naar Amerika per zeppelin, trekken door de
binnenlanden van Afrika, China enz. In alle
boekjes zit een bepaalde leerstof verwerkt,
enerzijds op aardrijkskundig gebied, anderzijds
worden maatschappelijke aspecten aangehaald. Als
de sensatie ergens vanaf is gaat de gunst van de
mensen die in het verhaal een rol spelen spoedig
voorbij en kun je maar weer beter huiswaarts
keren. En dat is precies datgene wat de auteur
Fransen met zijn verhaaltjes heeft bereikt.
Boekjes vol levenswijsheid, aangepast aan de
mentaliteit van de "toenmalige" jeugd.
|
|
Klaas Vaak is een kabouternaam, hijzelf is een sprookjesfiguur. Hij
strooit in sommige sprookjes zandkorrels in de oogjes van de kinderen
zodat ze gaan slapen. Als bewijs voor het nachtelijke bezoek van Klaas
Vaak zijn dan in de ooghoeken zandkorrels te vinden. Het is zeer fijn
zand en prikt daardoor niet in de ogen. 's Morgens moet men dan ook zijn
gezicht wassen om het zand weg te halen en helemaal wakker te worden.
Dit zand is dan volgens veel ouders tevens het bewijs dat Klaas Vaak wel
degelijk bestaat! De korreltjes in de ooghoeken worden wel pietjes
genoemd. Pietje kan
pit betekenen, maar zou ook steen kunnen
zijn (de naam Piet betekent rots, steen).De uitdrukking: "Heb je
de pietjes al uit je ogen?" houdt dus is: "Ben je al uitgeslapen?" De
uitdrukking: "Iemand zand in de ogen strooien", zou ook zijn oorsprong
hebben in dit kindergeloof. De naam Vaak komt waarschijnlijk uit de
verouderde uitdrukking vaak hebben voor
slaap hebben. Klaas is een gewone, Hollandse naam.
"Vaak" is een Oudnederlands woord en dat betekent dat je slaap nodig
hebt. De naam Klaas Vaak komt in 1767 voor het eerst in Nederlandse
verhaaltjes voor. John Blund is de Zweedse variant op
Klaas Vaak en is als figuur die kinderen helpt slapen van oorsprong te
vinden in één van de sprookjes van
Hans Christian
Andersen maar wordt inmiddels genoemd in
ontelbare kinderboeken over de gehele wereld.
|
|