Jan Ketelaar, in de klauwen van de kunst

Hij is ‘potzenmaker’: dus dichter, beeldend kunstenaar, performer, poetry slammer en cultureel organisator. En meer. Jan Ketelaar is druk. De kunst heeft hem in de klauwen. Mooi zo.

Door Kirsten van Santen

DRACHTEN – ‘Hup Jan’, staat er op zijn donkerblauwe T-shirt. En dat is wat je denkt, wanneer je een poosje in de nabijheid van Jan Ketelaar vertoeft: hup Jan. Hup met die dichtbundel, hup met dat nieuwe beeld ‘Spreek mij van de liefde’, hup met je theaterprogramma over verlangen en idealen, hup ook met je plan om in september naar New York te gaan, om bij Sotheby’s een van je beelden te laten veilen. Jan Ketelaar (50) is een uit de kluiten gewassen kerel – alles aan hem is groot, zijn armen, zijn schouders, zijn voeten, zijn lach, zijn verbeeldingskracht. Vriendelijk wuift hij een klant uit die net een metalen beeld van een vis van hem kocht. “Wil je nog een mandarijntje mee?” De klant schudt beleefd van nee en stapt vrolijk de grijze wereld van het verregende Drachtster industrieterrein op. Want daar, op industrieterrein De Haven in Drachten, in het bedrijfsgebouw van Jan Hofstra heeft Ketelaar zijn atelier (een wondere wereld van tandwielen, laskappen, nijptangen en ijzerscherven) en daar houdt hij sinds kort ook kantoor. Thuis, met vijf kinderen, is het wat aan de drukke kant om rustig na te denken. En nadenken, dat moet de kunstenaar nu zijn ‘potzenmakerij’ steeds beter begint te lopen. Aan ideeën ontbreekt het Ketelaar nooit. Het is net of ze rondzweven, zegt hij. Of de lucht zwanger is van de ingevingen, van de inspiratie – alsof je het alleen nog maar hoeft af te tappen. Gisteren bijvoorbeeld zat de Drachtster nog bij burgemeester Bert Middel in museum Smallingerland, met een mooi metalen kievietsei: bestemd voor de eerste vinder die het echte ei laat liggen. Ook smeedt hij plannen om, samen met een Portugese kunstenaar, een beeld op locatie – op het Raadhuisplein – te realiseren. En vanaf april verzorgt hij wekelijks een kunstpagina in het huis-aan-huis-blad Breeduit. En dan is er nog 23 mei: dan organiseert Ketelaar in schouwburg De Lawei een theatershow waarbij ‘drie zeer bekende mensen uit de regio worden ondervraagd over drie zeer bekende dingen’, namelijk: liefde, verlangen en idealen. Uitgenodigd zijn beeldhouwer Anne Woudwijk, Bert Middel en Jurgen van den Herik, winnaar van de Trouw – preekwedstrijd. Ze worden ondervraagd door Martin Simek, die overweegt om van Jans concept een televisieprogramma te maken. “Iedereen heeft heimwee”, verklaart Ketelaar zij themakeuze. “Allemaal dragen we een echoput van verlangen met ons mee. Die proberen we te dempen met drank, oorlog voeren, heel hard auto rijden of met veel geld uitgeven, maar je kunt er ook kunst of religie op zetten. Het is gewoon heel mooi als mensen uit hun zekerheid stappen en zich in de onzekerheid begeven, aan de praat raken over verlangen dus.” Studenten van de opleiding Grafimedia van ROC Friese Poort in Drachten verzorgen de aanplakbiljetten.

Zoveel mogelijk mensen bij kunst betrekken – daar is het Ketelaar, die inmiddels in alle rust een mandarijntje pelt, allemaal om te doen. Hij wil mensen iets laten ervaren wat hij heel goed kent: namelijk, de troost van kunst. “Kijk, ik zie de mens als een schip zonder roer dat vastzit in een moeras”, zegt de domineeszoon in een plotseling opwellende woordenstroom. “De mens is ontheemd en altijd op zoek naar iets waaraan hij zich kan onderwerpen.” Hij denk even na. “Je kunt je natuurlijk onderwerpen aan religie. Maar in een groep god beleven…daar ben ik niet geschikt voor.” Dus onderwierp Ketelaar zich, een jaar of vijftien geleden, aan het andere alternatief: de kunst. “Kunst is voor mij als een zelfgekozen kooi. Pas als het beeld af is, ben ik vrij. ” Die onderwerping is van levensbelang voor Ketelaar. Hij heeft het nodig om ondergeschikt te zijn aan iets dat groter en belangrijker is dan zichzelf. “Het belangrijkst zijn mijn kinderen, maar die zouden gek van mij worden als ik mij voortdurend aan hen onderwierp – dan is de kunst een betere keuze.” Ondanks het feit dat de gemeente Smallingerland nog steeds geen officieel geïnstalleerde potzenmaker (‘maker van serieuze grappen’) heeft, is het inmiddels wijd en zijd bekend dat Jan Ketelaar die functie allang vervult. Het is hem best zo, die inofficiële status. “Bij mij groeien dingen organisch…mijn zelfvertrouwen moet groeien… ik kan niet zomaar wat afspraken maken en er dan aan beginnen.” Nee, zoals het nu is, is het goed. Maar als men hem alsnog vraagt: prima, dan doet hij het natuurlijk. Veilig in zijn kooi komt Ketelaar tot bloei. “Ik kan wel zeggen dat de kunst mijn in genade heeft aangenomen.