Ingetogen beelden versus het grote gebaar

Dagblad van het Noorden 14-05-2008

De neiging om de nieuwe expositie van Dehullu Beelden in Gees te vergelijken met de vorige is onbedwingbaar. Maar is die neiging ook zinvol? Kan met een één-op-één vergelijking iets gezegd worden over de actuele stand van zaken in de hedendaagse beeldhouwkunst? Zou het niet beter zijn om de door Fred, Heike en Ajaan de Hullu bijeengebrachte werken te nemen zoals ze zijn, als een verzameling met ‘voor elk wat wils’?

De nieuwe zomertentoonstelling toont werk van 29 kunstenaars. De meeste zijn in Nederland werkzaam; vijf komen uit Duitsland, twee uit Oostenrijk en twee uit België. En waar vorig jaar het stempel werd gezet door de Vlamingen, komt de verrassing dit jaar uit Duitsland en Kroatië. Maar in eerste instantie zijn het Jan Ketelaar uit Drachten en Herman Bartelds uit Enumatil die de aandacht trekken.

Van Bartelds zijn tien abstracte beelden aanwezig, samengesteld uit graniet en messing. Ze hebben een ernstige en zakelijke uitstraling, niet in de laatste plaats door een nadruk op techniek (hakken, zagen, polijsten) en constructies (dragen, schragen, hangen). Maar hoe robuust zijn monumentale beelden ook ogen, ze hebben tevens iets subtiels. Met als summum een pendelbeweging van een brok graniet veroorzaakt door een briesje wind.

Jan Ketelaar is vooral bekend van zijn potzen, serieuze grappen waarbij het functioneren van de maatschappij aan de kaak wordt gesteld. In Gees worden de bekende ijzeren beelden Tijdgeest (volgevreten mens vraagt om meer) en De staat van Nederland (broodmagere man met vingertje) getoond naast minder bekende als Wachten op wonderbare spijziging (drie broden, drie vissen) en Aap, dood, mies (mistroostige man op reuzenkoffer).

De opstelling biedt een zeldzame mogelijkheid om veel werken van de geengageerde Ketelaar bijeen te zien. Wat daardoor opvalt is dat de kunstenaar uit Drachten een man is van het grote gebaar. Zijn ijzeren beelden mikken op een niet altijd even aangenaam in your face-effect. Hoewel dat wordt bevestigd met het marmeren beeld Lust tot vroomheid is de sombere moralist Ketelaar getuige Glimlachende kop en Hondje ook tot meer luchtige dingen in staat.

De achttiende tentoonstelling oogt serieuzer dan vorige aflevering. Dat komt ook door de afwezigheid van vrolijkmakende, felle kleuren in Gees - in de regel worden die geleverd door keramisten. Maar de keramisten van 2008 doen niet aan frivoliteiten. Zowel de koppen van Annette Defoort uit België als de vazen Martin Goerg uit Duitsland appeleren nadrukkelijk aan eenvoud en oervormen.

Los van de prominente aanwezigheid van Ketelaar en Bartelds wordt de sfeer en uitstraling in Gees nog het best samengevat door het werk van de in Breda opgeleide Andrijana Martinovic en de Duitse beeldhouwer Andreas Kuhnlein. Bij Martinovic zit het in de droevige expressies van haar vervormde, platte koppen van brons. Bij Kuhnlein in de grillige vormen van zijn bescheiden, kwetsbare mensfiguren van hout.

Toverachtige ingetogenheid – dat is het.

Beelden in Gees, Schaapveensweg 16 in Gees. Te zien tot en met 28 september van woensdag tm zondag 13.00 tot 17.00 uur.

Joep van Ruiten