De vijgenboom

In deuteronomium 8:8 worden 7 vruchten genoemd die in het land Kanaan gevonden werden. Een van de éérste hoofdstukken van de Bijbel zegt ons al het een en ander over de betekenis van de vierde vrucht die de verspieders van hun tocht meenamen.

 

Adam en Eva maakten schorten van vijgenboombladeren om zich daarmee te bedekken, nadat zij hadden gegeten van de boom van de kennis van goed en kwaad.

 

Naderhand ontvingen zij van God Zélf een andere bedekking, gemaakt van de huiden van onschuldige (offer)dieren.

 

De bekleding van vijgenboombladeren wijst op het kleed van eigengerechtigheid, van eigen goede werken, waarmee de mens probeert zijn zondige toestand te verbergen. Dit in tegenstelling met het heilskleed van goddelijke gerechtigheid, dat wij om niet ontvangen tengevolge van het sterven van het onschuldige Offerlam.

 

Het beeld van de vijgenboom wordt in de Schrift ook gebruikt om Israël als natie aan te duiden, en dan eveneens gehuld in het kleed van eigengerechtigheid. Aan de vijgenboom die door Christus werd vervloekt, waren alleen maar bladeren te bekennen en géén vruchten.

 

Israël droeg een bladerkleed van eigengerechtigheid, het had een mooie belijdenis, maar kon geen werkelijke vrucht van gerechtigheid voor God voortbrengen. De vijgenboom is nu verdord (Israël ligt onder een oordeel van verharding), maar in het laatste der dagen zal hierin verandering komen en zal de vijgenboom weer uitspruiten (Zie de teksten rechts: Matt 21:19 en Matt 24:32).

 

Dan zal Israël geen gerechtigheid meer in zichzelf zoeken, maar alleen in God. Het kleed van Gods gerechtigheid zal het sieren en het herstelde Jeruzalem zal heten: 'De HERE onze gerechtigheid' (Jer 33:16)

 

Jes 61:10 en 11

Ik vind grote vreugde in de HEER,

mijn hele wezen jubelt om mijn God.

Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan,

hulde mij in de mantel van de gerechtigheid,

zoals een bruidegom een kroon opzet,

zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.

 

Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt,

zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen,

zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen

en glorie voor het oog van alle volken.

 

Israël zal werkelijk vrucht dragen en hiervan zal gelden:

'(...) aan Mij is uw vrucht te danken' (Hos. 14:9).

Deut 8:7 en 8

Straks brengt de HEER, uw God, u naar een goed land, een land van beken, bronnen en waterstromen, die ontspringen in de valleien en op de bergen, een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappel-bomen, een land van olijven en honing.

 

Matt 21:19

Langs de weg zag hij een vijgenboom staan. Hij liep ernaartoe, maar er zaten alleen maar bladeren aan. Daarop zei hij tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zul je meer vrucht dragen!’ Ogenblikkelijk verdorde de vijgenboom.

 

 

Matt 24:32-35

Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.  Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is.

Made with Namu6