|
Audiometer
|
||
|
Zelf een audiometer aanschaffen is geen probleem. Op internet zijn voldoende tweedehands audiometers te koop in de prijsklasse van E 10 tot E 200. Er zijn een paar soorten audiometers. De screening audiometers die in bedrijven en scholen en door artsen worden gebruikt om te meten of er gehoorverlies is. De klinische audiometers die audiciens en audiologische centra gebruiken om te meten. Een toongenerator gebruiken die stappen van 5dB kan maken werkt ook. Om een referentie te hebben eerst de audiogrammen van een goed horende persoon opnemen. De resultaten zijn in dB (SPL) dus even de grafiek uit het audigram verhaal erbij om de waarden om te zetten naar dB (HL)
Het opnemen van het audiogram moet met zorg gebeuren. Bril afzetten en de koptelefoon zorgvuldig opzetten zodat er geen haar tussen zit en licht aandrukt ( en dus zo goed mogelijk afsluit voor geluid van buitenaf) zonder dat er hard contact is tussen hoofd en de koptelefoon ( anders krijg je tevens beengeleiding ). De Rood gemerkte oorschelp aan de Rechterkant. De koptelefoon moet prettig zitten en je moet zelf ook op je gemak zitten en zijn ( dus niet als je net een uur in de auto gereden hebt). De meting zelf is op de grens van wel of niet horen dus de omgeving moet zo stil mogelijk zijn. ( Ook verkeerslawaai of ventilatoren hebben wel degelijk invloed ) - dus het stilste plekje en de stilste tijd van de dag opzoeken.
Het tweede audiogram is het onaangename luidheids niveau ( UCL) Deze meting wordt niet zo vaak gedaan maar is belangrijk voor het instellen van het hoortoestel omdat hiermee de werking van de automatische versterking bepaald wordt. De computer weet dan welk gebied er beschikbaar is tussen net hoorbaar en onaangenaam hoorbaar.Weet hij dat niet dan neemt hij een instelling aan. De meting wordt verricht voor 500,1000,2000,4000 en 8000 Hz. Gestart wordt op 10 dB boven de drempel met oplopende stappen van 5 dB Aangegeven moet worden het punt dat de toon onaangenaam hard wordt ( dus niet de pijngrens) Twee seconde toon wordt afgewisseld met twee seconde stilte Het derde audiogram is het aangename luidheidsniveau (MCL). Hetzelfde verhaal als bij het onaangename luidheidsniveau maar nu moet de toonsterkte bepaald worden die als het prettigst wordt ervaren Voor de aardigheid kun je ook het beengeleidings audiogram opnemen als je een trilblokje hebt. Het levert geen nieuwe informatie op want je wist al of je middenoor niet goed werkt of dat de aansluiting naar de hersens niet goed werkt. De handeling is iets moeilijker dan met de koptelefoon. Het trilblokje wordt net achter het oor op een richel van de schedel gezet. Het is de bedoeling om zo goed mogelijk contact te maken met de schedel omdat beengeleiding ook echt beengeleiding is ( iemand die vel over been is heeft dus voordeel ). Het verrassende is dat de toon bijna zonder verlies ook bij het andere oor aankomt. Zelfs al zet je het trilblokje op je voorhoofd dan is de meting ongeveer hetzelfde. Als gevolg hiervan wordt dus in feite alleen het beste oor gemeten. Om toch elk oor apart te kunnen meten wordt maskeerruis gebruikt die op het niet geteste oor wordt aangeboden via de koptelefoon. Het te testen oor mag niet afgedekt worden door de koptelefoon dus scheef opzetten Maskeerruis beval alle frequenties - alleen de intensiteit wordt gevarieerd. Het beste oor kan gemeten worden zonder maskeerruis als het 20 dB beter is dan het slechtste oor. Het slechtste oor wordt gemeten terwijl op het andere oor maskeerruis wordt aangeboden - de intensiteit hiervan is de drempelwaarde bij luchtgeleiding van dat oor bij die frequentie + 20 dB ( voorbeeld: 30db gehoorverlies voor dat oor bij die frequentie + 20 dB = 50dB maskeerruis ). Om te testen of juist gemeten wordt kan je de maskeerruis met 10 dB verhogen - als de meting van het slechtste oor dan hetzelfde blijft is de maskeerruis intensiteit goed. De maskeerruis intensiteit moet zo laag mogelijk zijn. De rest is hetzelfde als bij luchtgeleiding. Bij elkaar nog een heel verhaal eigenlijk |
||
| Zelf heb ik een screening audiometer van het merk Dorn type AT209 Deze audiometer werkt van 125-8000 hz in 11 stappen. De 7 frequenties voor oktaafaudiometrie zitten erop en nog 4 extra tussen frequenties ( 750, 1500, 3000 en 6000 Hz) De geluidsintensiteit loopt van -10dB tot +110dB. Er zitten geen extra functies op en de bediening is eenvoudig. De aflezing is ondubbelzinnig en de gemeten waarden kunnen direct van het apparaat overgenomen worden op papier | ||
|
|