De Telegraaf, 13-6-'64, Ingezonden stuk:


 

"Nozems"

Naar aanleiding van de jongste nozemrellen te Amsterdam wil ik u mijn ervaringen vertellen: Ik fietste een dezer dagen 's avonds om acht uur over de Burg. de Vlugtlaan en de Slotermeerlaan. Enige honderden jongens en meisjes, die ook ik dan 'nozems' mag noemen, staan of lopen daar wat heen en weer. Ik stap zo hier en daar eens af, maak een praatje en vraag zo terloops wat er aan de hand is.

Op onvervalst Amsterdamse manier vertellen ze mij dat ze wachten op de politie, die wel weer zal komen omdat er de twee vorige avonden ongeregeldheden zijn geweest. De situatie is volkomen rustig. Er rijden wat brommers heen en weer, er is publiek genoeg. Politie is er al, in burger met honden, maar ze treedt niet op.
Als het tegen half negen loopt, gaat de situatie veranderen. De 'nozems' krijgen hun zin. De politie gaat optreden. Groepjes babbelende 'nozems' worden gesommeerd door te lopen. De zaak komt in beweging; de drukte wordt groter.

Vanaf de Slotermeerlaan nadert een politiebusje. Het stopt en een agent in burger stapt eruit. Helaas, de vogels zijn al gevlogen, op een jongetje van twaalf jaar na, dat op een gemetselde verhoging zit.
De agent komt op hem toe en geeft hem een duw op zijn borst, zodat hij achterover gevallen zou zijn als hij zich niet nog juist had vastgegrepen.

De agent steekt de straat over, in mijn richting. Hij sommeert mij door te lopen, ik sta hier geheel alleen. Ik vraag hem of hij het in deze situatie noodzakelijk vond zo tegen dit kind op te treden. Zijn antwoord luid: 'Ik heb geen tijd, doorlopen!'. H.K.

Terug naar de krantenindex.