UTRECHT

Stad van sjorsklanten, vetkuivers, mods en rockers


Utrecht was in de jaren vijftig een saaie provincieplaats. Op de bioscopen na was er weinig vermaak, dat voor de oudere jeugd aantrekkelijk was. Het amusement dat werd geboden was niet op jongeren gericht. Het enige dat er was, waren de cafetaria's met jukeboxen, hoewel daar het consumeren op de eerste plaats stond.

Utrecht was toen sterker dan nu verdeeld in afzonderlijke wijken, een aantal 'dorpjes' rond de Dom, met ieder een eigen sfeer en eigenaardigheden. In die tijd moest je iemand uit Zuilen echt geen Utrechter noemen. Er waren duidelijk 'betere' wijken zoals Oog in Al en Tuindorp, waar de jazzliefhebbers, en later de 'Sjorsklanten' (Utrechtse benaming voor Puchrijdende jongeren) en de hippies vandaan kwamen. Wijken zoals Lombok, Wijk C en Pijlsweerd, waar de rock and roll het eerst aansloeg, herbergden de buikschuiver berijdende jeugd, de 'Vetkuivers'.

 

DE WERFKELDERS

Omdat er in de stad niets bestond op het gebied van uitgaansgelegenheden, die afgestemd waren op jongeren, moesten die gecreeerd worden. Utrecht had z'n unieke locaties hiervoor: de werfkelders. Ze werden het terrein van deze nieuwe 'consumentengroep'. Met een ledenlijst, bezem, glazen en kratjes bier, kon iedereen in principe een kelder uitbaten, mits die maar voor elf uur sloot, dan was er ook geen last met de politie. Rond '66 had de Utrechtse kelder-cultuur een hoogtepunt bereikt: langs de Oudegracht en de Vismarkt wemelde het van de koffiekelders. De keldertjes hadden allemaal een eigen publiek, een eigen sfeertje, een eigen platenkeuze. Ook traden er veel bandjes op.

Bekende ontmoetingsplaatsen van Sjorsklanten waren o.a. 'De Espresso' aan de Lange Viestraat, het Sinjo-centrum aan de Nieuwegracht, aan de Oudegracht had je o.a. werfkelders 'Rembrandt', 'De Tregter' en 'Persepolis', die eerst zwoor bij jazz muziek (zie de foto hierboven uit '59), maar in '65 omsloeg naar de beat-muziek, met o.a. 's zondags 'dansen op Bietmjoesik'.

 

SJORSEN & JAFFA'S

Tijdens het laatste weekend van mei '65 kende Utrecht z'n eigen botsingen tussen jongeren groeperingen. Het Herderplein in Oog en Al werd het toneel van een complete oorlog tussen Sjorsklanten en Vetkuivers. Deze laatste werden door de Sjorsklanten ook wel 'Jaffa's' genoemd, omdat ze voor het grootste deel uit de wijk kwamen achter de Jaffa fabriek, waar veel werknemers in de metaal woonden.

De Jaffa's kwamen op hun Zundapps en Kreidlers de Spinoza-brug over Oog in Al in, waar ze opgewacht werden door de Puch-rijdende Sjorsen. Het ging er dat weekend hard aan toe, er werd met fietskettingen en loden pijpen gevochten en er werden veel vernielingen aangericht. De politie verrichte charges en arresteerde een aantal jongeren.

Het was zeker niet de eerste keer dat er dergelijke confrontaties waren, maar het was nog niet eerder zo heftig geweest. Meestal bleef het bij uitdagen, dreigen en kleine schermutselingen, vaak in de Kanaalstraat, waar de Sjorsen liepen te provoceren en de Vetkuivers uit de zijstraten tevoorschijn kwamen en aan de andere kant van de straat gingen lopen.

Iets dergelijks, maar dan in de sfeer van Provo-achtige relletjes, vond plaats op de Ganzenmarkt rond het beeldje 'De Ambtenaar', op maandag 25 en dinsdag 26 oktober '65, waar de eerste avond honderd en de tweede avond tweehonderdvijftig jongeren met gummiknuppels uit elkaar gedreven werden. Op de te vergroten foto uit het Utrechts Nieuwsblad, kan je zien hoe het er aan toeging.

 

WITTE SPIJKERPAKKEN

Eind jaren '60 drong ook de hippiecultuur door in Utrecht. Het witte spijkerpak werd een must, en een beetje aanhanger van deze beweging lifte naar Parijs. Jongerencentrum Kargadoor aan de Marnixlaan speelde een belangrijke rol in deze tijd. De staf informeerde jongeren over drugs, Provo, experimenteel toneel enz.

De hippiecultuur tierde welig in Utrecht, hetgeen o.a. blijkt uit de super manifestatie 'A flight to Lowlands', met meer dan 50 groepen in de Jaarbeurshallen gehouden, alwaar zo'n 10.000 mensen op afkwamen.

Naar aanleiding van het succes hiervan, werd door de organisatoren, die onder de naam Volte (Utrechtse tegenhanger van Provo) opereerden, in '68 de stichting 'Ludieke Zaken' opgericht. Het doel was een permanent centrum op te zetten. Binnen een jaar hadden ze het voor mekaar. Op het Paardeveld werd Het Kasieno geopend.

De start was leuk, nieuw en spannend. Maar het ontbreken van voldoende beroepskrachten, te weinig financiele speling en de regelmatige confrontatie met agressieve jongeren frustreerde het werken in het Kasieno. Een echt alternatief -op de latere Club '69 in de Boothstraat na- was er echter niet.

Na de afbraak van Het Kasieno begin jaren '70 duurde het vele jaren, na diverse ('Tivoli Tijdelijk') kraakacties, voor er een nieuw soortgelijk jongeren centrum kwam.

De brommer als cultuursymbool had afgedaan. Hash en wierrook hadden het overgenomen. Alternatievelingen bleven nog wel op (bijvoorbeeld met bloemen beschilderde) Puchs rijden en Rockers op buikschuivers, maar de scherpe randjes waren eraf.....

 

ANNO 2001

Wie denkt dat Puch heeft afgedaan, heeft het mis. Net zoals in vele andere plaatsen bleef de magie bestaan. In Utrecht resulteerde dit in de oprichting van de Puchclub de V.I.P.'s (Verenigd In Puch). Één van de actieve leden is Cor van Breukelen. Je zag hem al op de eerste foto. Hiernaast zie je hem in '68 tijdens een bezoek aan een klasgenoot, die op een boerderij in Loosdrecht woonde. Op de foto zit hij nog op een R.A.P.(midden).

Heb je zelf Puch-kriebels gekregen na het lezen, dan zou je eens kunnen kijken op de site van de Puch en Tomos Club Nederland (link staat op de 'links en boeken' pagina). Hier vind je meer informatie en de adressen van regionale clubs.

Er gaat toch niets boven het rondkarren op zo'n Puch!

 


Ga naar de Utrechtse kranten index
Terug naar de hoofdpagina.