Elseviers weekblad 5-9-'59


EUVEL DER WELGESTELDHEID

De nozems: een triest beeld van deze tijd

Al verscheidene avonden hangt er in de Amsterdamse binnenstad en speciaal op het Damplein en omgeving een sfeer, die steeds dreigend en soms angstaanjagend is. Honderden en nog eens honderden jongeren wachten geduldig op de rel die onherroepelijk komen gaat. Soms lopen zij in optocht naar het Leidseplein of het Weteringcircuit om daar de boel, zo mogelijk, op stelten te zetten.

Op de Dam hebben zij zich verenigd tot het 'Circus Nozem'. De horde der opstandige na-oorlogse jeugd, de zogenaamde 'ongrijpbaren', vindt op dit grootse plein, een gebied, dat uitstekend geoutilleerd is voor een uitdagend, hoog spel met de Amsterdamse politie. Er zijn talrijke plezierige uitwijkmogelijkheden, die men op ogenblikken ook waarlijk wel nodig heeft. De jongens zijn watervlug, niet zozeer van begrip, dan wel van doodgewone sprinters kwaliteiten. 'Het zijn precies wandluizen', zegt een laconieke taxichauffeur, 'als er zes gaan lopen, volgen er vijftig'.

Op de Dam treft men de 'Nieuwendijkse' nozems, die afkomstig zijn uit het hart van de stad (Jordaan, Waterlooplein, Nieuwendijk, Nieuwmarkt, Prins Hendrikkade), Zij dragen extravagante kleding in de felste kleuren, groene, gele of vuurrode sweatshirts met nauwsluitende broeken in het lichste blauw. Dergelijke Amerikaanse zaken kopen zij in de Nieuwendijkse dumppaleizen voor niet al te veel geld. Sommige dragen leren jackets, een bewijs van flinkheid blijkbaar. Zij hebben hun eigen haardracht en dikwijls de vervaarlijkste tochtlatten, afgekeken van hun idool Elvis Presley. Alcohol drinken zij niet, maar ze rock 'n' rollen er nog wel lustig op los.

Het zijn geregelde bezoekers van de Nieuwendijkse bioscopen. En hierbij zij opgemerkt, dat men bij het onderzoek naar een jaarproductie films heeft vastgesteld, dat hierin het volgende voorkwam: 360 moorden, 84 zelfmoorden, 467 diefstallen en 236 inbraken, voowaar een aanzienlijk aantal.

De Leidsepleiners

De andere groep, de 'Leidsepleiners' bestaat vooral uit kantoorbedienden en middelbare scholieren. Zij zijn, zo mogelijk, nog slordiger gekleed dan de Nieuwendijkers, maar de meisjes weer beter. Daarnaast heeft men nog de culturele nozems, de zogenaamde groep 'Zuid', zonen en dochters van de nieuwe middenstand, leerlingen van kunstnijverheidsscholen, muziekscholen, middelbare scholieren. 'Die jongens', zegt een psycholoog, 'hebben op gezette tijden hun bottle-parties en praten veel over kunst, film en andere 'diepgaande' onderwerpen'. Bij deze groep heeft men een eigen vorm van seksuele ontsporing vastgesteld.

Het staat wel vast, dat de Nieuwendijkers het moeilijkst toegangbaar zijn. Zij komen uit 'onderontwikkelde', a-sociale gezinnen, waar pa en ma geen enkele vat op hen hebben. De Pleiners vormen de meest problematische groep en met de Zuid-groep is het gemakkelijk praten. Een negentienjarige verteld mij: 'Ik heb eens met een Leidsepleinmeisje gedanst en we spraken over jazz en dat ging nog, maar toen vroeg ik wat ze van Eisenhouwer dacht, werd ze kwaad. Dan begin je over de wereld te praten en zij willen juist buiten de wereld staan'.

De Nieuwendijkers vormen geen geheel, kennen elkaar niet eens. Zij zijn klein grut op het gebied van de misdaad, maar groot grut wat de baldadigheid betreft. Dat in tegenstelling tot de Leidsepleiners, waarvan er kortgeleden zo'n negentig bij diefstallen betrokken bleken te zijn.

Collectief protest

Deskundigen in de puberteits-psychologie hebben de verklaring van het verschijnsel nozem vooral gezocht in een geknotte ontwikkeling. Andere onderzoekers geloven weer, dat de jongen en het meisje van vandaag protesteren tegen een liefdeloze, verzakelijkte wereld, een wereld die in haar ontwikkeling bijna niet is bij te houden.

Vast staat wel, dat de moderne jeugd protesteerd tegen het 'burgerdom' of wat men daar voor houdt. Op de samenleving hebben zij het niet voorzien en tegen de eenzaamheid zijn zij bepaald niet opgewassen. Derhalve zoeken zij elkaar op en protesteren gezamelijk. Zij vinden, dat hun moeders en vaders hen in geen enkel opzicht begrijpen. Meestal hebben zij een uiterlijke bravour van jewelste, maar o zo'n klein hartje. Individueel zijn zij weinig mans, in groepsverband voelen zij zich sterk. Met hun attriuten, de kleding en de haardos (waaronder weinig hersenmatriaal aanwezig is), willen zij bewijzen, dat zij er hun eigen gewoonten, opvattingen en onafhankelijkheid op na houden. De meisjes doen er met plezier aan mee.

Een rechercheur in burger arresteert, samen

met een geuniformeerde collega, een van de nozems.

Terug naar de krantenindex.