Het Parool, 24-7-'59.

(Over de opkomst van de pleiners)


Vreemd-geklede jeugd niet in een groep

Pleiners vrezen nozems

Volledige onverschilligheid is meestal niets anders dan pose

Diefstal als persoonlijk experiment

(Van een onzer verslaggevers)

Sinds een kleine twee maanden houden de Amsterdamse kinderpolitie en de justitie zich uitvoerig bezig met een lange reeks diefstallen, in de hoofdstad en Zandvoort gepleegd door enkele 'gangs' van in totaal 94 jongens en meisjes tussen de dertien en achttien jaar. Het betreft voornamelijk kinderen uit de financieel gesproken 'betere milieus'. Een groot deel van hen bezoekt of bezocht gymnasia, lycea, h.b.s. -en/of u.l.o.scholen. Het intellectuele peil bij de meisjes in de groepen ligt iets lager: vrij veel verkoopstertjes, kapstertjes e.d. voelden zich tot de 'interessante' jongens aangetrokken en gingen deel uitmaken van de 'clan', die zich door exotische kledij, haardracht en ook in gewoonten en normen onderscheidt van de grote meerderheid van hun leeftijdsgenoten.

 

De kinderen worden beschuldigd van diefstal van kledingstukken, grammafoonplaten, boeken, in Amsterdamse warenhuizen en winkels en van o.m. snoep, flessen limonade en wijn in Zandvoort, waar zij op mooie dagenheen liften of treinden.
Ook fietsen en een enkele bromfiets behoorden tot hun buit. Dikwijls dienden deze rijwielen uitsluitend, om hen 's avonds naar huis te brengen, waarna de karretjes ergens werden neergezet, om later misschien nog eens te worden gebruikt. In een aantal gevallen echter werden de fietsen ook verkocht.

Zestig procent van de kinderen, waarmee de politie en justitie nu bemoeienis hebben, komt uit gezinnen, waar iets mis is: gescheiden ouders, zeer gespannen verhoudingen tussen ouders, in-complete gezinnen.
Het ligt niet in de bedoeling van de officier van justitie, alle 94 delinquentjes voor de kinderrechter te brengen. Slechts met een aantal belhamels zal dat waarschijnlijk noodzakelijk zijn. De justitie is wel van plan door de Raad voor de Kinderbescherming een diepgaand milieu-onderzoek te laten instellen, Het op deze manier met de resultaten van psychiatrische en vooral psychologische onderzoekingen, als basis voor een 'behandeling' dienen.

Het spreekt vanzelf, dat een dergelijke aanpak alleen kan slagen, als de ouders doordrongen zijn van de ernst van het gebeurde. 'Anders gaan ze stuk voor stuk per se naar de verdommenis', werd ons fel te verstaan gegeven door iemand, die beroepshalve met de zaak te maken heeft.

Nozems

Het publiek noemt de kinderen, over wie wij nu spreken, nozems. Ten onrechte. Het woord nozem is enkel jaren geleden gelanceerd, om een totaal ander type aan te duiden. De nozem is ten eerste altijd een jongeman, meestal een ongeschoolde arbeider in de buurt van de twintig. Ook hij kleedt zich 'anders', maar bij hem gaat het veel minder om verfijning in zijn uniform, dan wel om het vertoon van lichamelijke kracht. Het al dan niet opgesierde leren vest maakt zijn schouders breed, terwijl de nauwe broek zijn heupen smaller doen schijnen. De echte nozem is rauw, plat en agressief.
De 'snelbrommer' (enorme benzine-tank, opgevoerde motor, zodat hij nog harder kan rijden, felle kleuren, soms een bewerkte knalpot, om meer herrie te kunnen maken) is een van zijn machts-symbolen.

Het nozemdom is bepaald niet alleen iets van de Nieuwendijk. Overal in de stad vormen patat-frite-zaakjes hun bases. Nozems zijn graag bereid tot een vechtpartij. Zij trachten een 'knokkie' uit te lokken door het duidelijk verstaanbaar kritiseren van voorbijgangers of door tegen iemand op te lopen.
Geregeld verschijnen er in de dagbladen berichten over ze in samenhang met politie-optreden. Ook zij overschrijden heel gemakkelijk de door de strafwet aangegeven grenzen. Maar dan is er onmiddelijk sprake van voldragen inbraken, van geweldpleging, vaak onder leiding van of in samenwerking met de echte onderwereld. De nozem is hoekig en grimmig.

De kinderen met de ratten-kopjes, truien en heel erg nauwe spijkerbroeken zijn bang voor de echte nozems, omdat dezen juist hen graag op het gezicht slaan.
Een van de jongens, met wie de kinderpolitie zich nu bemoeit, ging af en toe op roof in de Hema aan de Nieuwendijk. Uit vrees voor de nozems echter vermeed hij zorgvuldig een wandeling over de Nieuwendijk. Hij liep over het Damrak, schoot een steeg door en ging dan de Hema binnen.

Pleiners

Hij wilde dan ook niet vechten. Deze bezigheid ligt ver beneden hem; hij hoort immers bij de 'pleiners'. Dat is namelijk het woord, waarmee de exotisch geklede scholiertjes zichzelf aanduiden. Zij wensen daarmee uit te drukken, dat zij bij het Leidseplein horen. Ook dat is onjuist.

De naam Leidsepleinjeugd, die eveneens een aantal jaren geleden geboren werd, sloeg op de jeugdige (pseudo-) boheme, op de jongens en meisjes met semi -of werkelijke artistieke bezigheden of in ieder geval wensen.
Leerlingen van de kunstnijverheidsschool, tekstschrijvertjes, reclame-tekenaars, meisjes met ballet-neigingen, jongens, die fotografeerden, vormden de kern. Daaromheen een aanhang, die een voorschot op eventuele toekomstige artisticiteit nam en zich vast het pak, de haardracht en de trant van spreken van het vermeende boheme-schap aanmaten.

In een cafe zochten zij de sfeer van het kunstenaarschap, om er na verloop van tijd voornamelijk elkaar te vinden. Hoewel in omvang sterk verminderd bestaat die groep nog wel.
De leden zijn echter meestal ouder dan achttien jaar en de een of andere vorm van kunst heeft nog steeds hun belangstelling.

De jongere 'pleiners' zwerven inderdaad uren rond op het Leidseplein en in de Leidsestraat, maar hun trefpunten liggen toch een halve kilometer verderop. In deze kring van scholieren is bijna geen sprake van artistieke belangstelling.
Van de echte Leidsepleiners namen zij wel de wilde fuiven, de kledij en haardracht en tenslotte ook het stelen om de sensatie van het stelen over. Want dat laatste kwam onder de artistiek gestempelde jeugd ook voor. Men deed het daar als een soort persoonlijk experiment, of men het zou aandurven.

Het stelen was echter geen voorwaarde, om in de groep voor vol te worden aangezien. En dat is bij de pleinertjes van nu wel het geval. Stelen en seksueel verkeer zijn de dingen, waarmee het noodzakelijke prestige verdiend kan worden.
Nogmaals: de meesten zijn vijftien a zeventien jaar oud. Er zijn enkele zeer begaafde gymnasiasten bij, over het algemeen liggen ze intellectueel zeer goed. Een aantal is van school af, niet, omdat ze te dom waren, maar omdat ze niet werkten.

Fuiven

Ze zoeken met elkaar de afzondering van een wereld, waarin werken en diploma's tot maatschappelijk succes leiden. Ze wensen hun eigen vormen van succes en aanzien op te bouwen en te handhaven. Er zijn 'weekend-fuiven' in huizen, waar de (alleen-wonende) moeder een tijdje naar het buitenland is.
Fuiven, waar de drank gedeeltelijk in de glazen, gedeeltelijk op het tapijt terechtkomt, zodat het vocht bij elke stap wegsijpelt. Op het hoogtepunt wordt bijvoorbeeld de pick-up uit de radiokast gesloopt. Waarom? Zomaar. Er worden 'marihuana-sigaretten' gerookt. Die sigaretjes in de bekende torpedo-vorm bevatten een mengsel van tabak, thijm, spaanse peper, kruidnagel, aspirine, rood kleurkrijt.
Verschillende dranken worden in een emmer bij elkaar gegooid, waarna er ook weer aspirines bij gedaan worden, alvorens er gedronken wordt. Men speelt 'tricheurtje'. Een meisje van veertien blijft een paar nachten van huis en blijkt ergens in Noord-Holland met een ouder man in een tuinhuisje te hebben gelogeerd.

In de 'tent', die vrij kort geleden om onnaspeurlijke reden plotseling tot trefpunt werd gekozen, gaat alles heel rustig. Ze zitten bij elkaar, laten de juke-box platen draaien en praten wat. De gesprekken hebben geen onderwerp, tenzij er over een fuif of 'jat-stunt' wordt nagekaart. Iedereen kent iedereen. Er zijn een paar jonge homo-seksuelen bij, die hun gesteldheid bepaald niet verbergen.
Waarom ook? De afwijking is bekend en wordt ook erkend. Hoe ruim je tegenover dat soort dingen ook staat, het is heel vervelend, op het terras een jongen van een jaar of vijftien met roodgeverfde haren openlijk met een kornuit te zien vrijen.
Uit een rechtzaak van enkele dagen geleden is verder gebleken, dat helers het bewuste adres ook kennen. Dat alles is gewoon onvermijdelijk, als ergens plotseling een centrum van mensen met andere normen opbloeit.

Wij hebben getracht hierboven een paar lijnen te trekken in de groepen der 'vreemd-geklede jeugd'. Natuurlijk zijn die lijnen schematisch. Er zijn allerlei tussenvormen, er zijn zelfs enkele raakpunten. De jazz is bijvoorbeeld zo'n raakpunt.
Talloze jongeren, die volkomen normaal doen, ontmoeten vertegenwoordigers van de groepen, die wat minder normaal of uitgesproken abnprmaal leven in de jazz-muziek, die voor velen tot een ware belijdenis is uitgegroeid. Voorkeuren voor 'cool' of 'hot' voor 'west-coat', zijn hoogst belangrijke en grondig doorgesproken onderwerpen.

Clubs

Amsterdam heeft een reeks van clubs gekend, waar behalve gedanst ook zeer lang en ernstig werd. Die clubs zijn bijna allemaal ten gronde gegaan, omdat de organisatoren de boel niet 'zuiver' konden houden.
Dat zit zo: een jazz-club heeft een centrum nodig. Een bar met dansvloer. Op de middagen of avonden van samenkomst komen daar dan veel mensen binnen, die in verhouding vrij weinig te verteren hebben. Als het goed is, worden niet-leden (die echter meestal meer te verteren hebben) geweerd.
Hier ligt het belangen-conflict, met de barhouder, die voor meneer die-en-die of mejuffrouw zus-en-zo toch graag een uitzondering gemaakt zag. Op die manier dreigen elementen binnen te dringen, die de sfeer van de club vertroebelen.

Wim Booker, behalve rock-en-roll kampioen, ook een driftige organisator, weet ervan mee te spreken. Hij is voorzitter van de Modern Music Club, die een ware zwerftocht door de stad heeft gemaakt, voordat men in de binnenstad eindelijk een centrum vond, waar die bijeenkomsten inderdaad zuiver gehouden kunnen worden. Wim Booker weet, dat er onder de leden van zijn club allerlei zonderlingen zitten. Dat kan hem niet schelen, zolang zij in de club komen, om te luisteren, om de muziek te 'beleven'.
Op basis van dit standpunt is het hem gelukt, in het micro-wereldje van de jazz naast de keiharde business van platen en managers een idealistisch eilandje te maken. Allerlei beroemdheden komen graag spelen, om hun prestaties aan de mening van een zeer deskundig en kritisch publiek te toetsen.

De M.M.C. heeft sinds kort zelfs een societeitsvergunning gekregen. Er wordt tijdens de bijeenkomsten ook gedanst. Dat dansen is echter ondergeschikt aan het luisteren. Gedanst wordt er ook in een vlak bij het Leidseplein gelegenheid, waar een ware staalkaart van alle typen te bezichtigen valt.
Ook hier weer zo'n plotseling centrum, waar 'iedereen' komt. De gymnasiasten en de werkjongens. En ook de tussenvorm van middelbare of andere scholieren, die door de hoge lonen voor ongeschoold werk van de school werden weggelokt. Dat laatste komt vrij veel voor.

Pose

Er zijn kennelijk nogal wat ouders, die onvoldoende overwicht op hun kinderen hebben, om dezen op school te houden. Juist uit die kinderen willen wel eens 'pleinertjes' groeien. Tegenover het bekende wijze vermaan stellen zij een volledige onverschilligheid. Niets kan hen schelen.
Is dat echt zo? Of is het een pose? Het laatste lijkt, gezien de ervaringen van de kinderpolitie, niet uitgesloten. Eenmaal onder verhoor, verschrompelen zij heel dikwijls tot huilende hoopjes zieligheid, die opgelucht alles vertellen en grif alle namen van vrienden en vriendinnen noemden. Zo groeide de sneeuwbal tot 94 namen.

Terug naar de krantenindex