Het Parool, 26-3-56


LIONEL HAMPTON bracht menigte weer tot razernij

Politie agenten moesten bandleider van het podium afslepen

Amsterdam, maandag,- Twee stevige Amsterdamse politieagenten, bijgestaan door een suppoost voerden zaterdagnacht een wat verbaasd kijkende Amerikaanse Neger door de gangen van het Concertgebouw. Zij hadden hem stevig onder beide armen vastgegrepen, tegenstribbelen had weinig zin. Zij openden de deur van de solistenkamer; een van hen zei: 'en nou hier afkoelen, vader', duwden hem rustig naar binnen, sloten de deur weer, en posteerden zich daarvoor. Hun 'arrestant' van enkele minuten terug was de heer Lionel Hampton uit Amerika, dit was het slot van zijn optreden in het Amsterdamse Concertgebouw. Een uur later zat hij met zijn orkest alweer in een vliegtuig op weg naar Bordeaux, waar hij gisteravond enkele duizenden Zuidfranse jongelui in hoogste opwinding heeft gebracht, vanavond zal hij het in Bayonne doen, morgen in Pau. Het spoor, dat de heer Hampton met zijn orkest op zijn Europese tournee nalaat, is diep, en schokkend.

Hij speelt wat vibrafoon, ramt verder op een aantal trommels, ramt nog eens, brult, springt, danst, zweet -heel erg- springt en danst weer, zweet nog erger, meestal tot een ware waterval van zijn al wat kalige hoofd neerruist op de instrumenten, en de deinende mensenmassa beneden hem.

Want met al dit gedoe slaagt hij er in de menigte in de zaal in een wilde, opgezweepte razernij te brengen, men brult, springt, danst, smeekt ja 'nog harder Lionel, nog harder', meisjes op blote voeten, waar het bloed aan alle kanten langs loopt (zaterdagnacht in de Houtrusthallen te Den Haag), jongens het overhemd half gescheurd hangend langs hun borst, de ogen half gesloten.
En maar ritme, en maar ritme, 'meer Lionel, meer!'. In ons land heeft de heer Hampton langzamerhand een legendarische reputatie. Twee jaar geleden leverde ons Concertgebouw op een dergelijke zaterdagnacht twee patienten op voor de GGD, de Apollohal kostte het vorig jaar een doorgezakte vloer.
Dit jaar dan het beeld van een ietwat norse, de lippen samengeknepen administrateur van het Concertgebouw, de heer A. Verbruggen, die, 's nachts om halfdrie, toen de dolle menigte al over de pluchen stoeltjes hoste, en jitterburgte, de zaak wenste te doen stoppen.

Niet te stoppen

Maar de heer Hampton is niet te stoppen, wanneer hij eenmaal de contracten voor een dolle avond -die hem en zijn orkest overigens een 12 a 14.000 gulden opleveren- getekend heeft. Hij leeft ten slotte op de dolheid van de menigte, dat is zijn reputatie. En toen de heer Verbruggen dus 'stop' zei, en zich met dat woord voor het orkest plaatste, was leider -bandleider dan- Hampton stom verbaasd. Het ging net zo fijn. Dat vond de menigte ook, die luid brulde, en de heer Verbruggen wegloeide.

Overigens moet men een nu eenmaal tot razernij -overigens een vrij onschuldige razernij, er waren in Amsterdam ditmaal, voor zover wij weten geen slachtoffers- gebrachte menigte met 'stop' interrumperen? Dat maakt de menigte kwaad en dan kan het opeens allemaal niet zo onschuldig meer zijn.
Men kan het op zo'n hoogtepunt misschien beter aan de heer Hampton overlaten. Dat hadden we die zaterdagavond enkele uren tevoren in Den Haag gezien. De heer Hampton is namelijk, ondanks zijn zweten en schreeuwen, bepaald niet gek. Hij bespeeld de menigte met grove brutale meppen op zijn trommels, maar hij bespeeld ze.

In Den Haag riep hij op de hoogste dolheidsogenblikken 'boe', en de 5000 lieden in de Houtrusthallen riepen 'boe'. En 'ba' en ze riepen 'ba', en 'bop' en het werd 'bop'. Maar toen de massa uitgeput was, toen er in een hoek van de zaal een jongen stond over te geven, omdat zijn opgewonden danspartij blijkbaar die gevolgen had, toen zette de heer Hampton er een fikse streep onder, nog een paar meppen, nog een, een laatste brul, uit, klaar.

Een deel van de menigte ging uitgeput, en zeer tevreden op de stoelen zitten uithijgen, anderen drentelden tevreden naar huis. Voor de stevige politiehekken rond het podium -Amsterdam miste die hekken, want men kan in ons Concertgebouw dan blijkbaar niet die hekken plaatsen, en in een Haagse sporthal blijkbaar wel- voor die hekken dan stond toen een jong, knap meisje, het verhitte gezichtje in de handen geleund, tevreden, bijna met een blik vol aanbidding naar het lege podium te kijken, waar de zaalknechten de instrumenten inpakten.
Zij was tevreden, zij was volkomen bevredigd. En dat het bloed langs haar voetjes liep, omdat er honderden colaflesjes stukgetrapt waren, dat voelde zij niet.

Maar in ons Amsterdams Concertgebouw, waar men het tekenen van de contracten voor een dergelijke zaak, ook de risico's heeft te nemen, wenst men niet tot het uiterste te gaan. En daar zei de heer Verbruggen dus 'stop'. En wij zagen hem tegen de dit festijn organiserende impresario 'nooit weer' zeggen. Maar naar 'stop' luistert de heer Hampton niet. Hij lichtte de arm op, en het ritme dreunde weer door de zaal en de menigte hoste weer.

Toen haalde de heer Verbruggen de politie. Ook dat had gevaarlijk kunnen zijn, omdat tussen razende lol, en razende vechtlust de grens heel smal is. Maar Amsterdamse agenten weten zulke varkentjes te wassen, zij grepen het 'varkentje' Hampton bij de lurven, door de menigte heen, de trappen van het podium op, en hadden hem binnen vijf minuten in de solistenkamer gewerkt. Klaar, af uit! De 'boys' van het orkest pakten de instrumenten bijeen, de zaal klapte in elkaar, de ballon der razernij was doorgeprikt.

Heel verbaasd

Binnen in de solistenkamer was de heer Hampton even nog heel verbaasd, hij was ook een heel klein onogelijk, onbelangrij bezweet mannetje geweest, toen hij door de agenten werd beetgepakt. Maar daarna werd hij even heel boos, 'bel de amassadeur, dat neem ik niet, protest'. Toen werd hij nadenkend, stil, en begon te stralen. 'Wat een publiciteit, wat een heerlijke publiciteit, oh boy, o boy'.

'Ring the AP and the UP, and the International Newsservice, and all the papers. O, o, o, wat zal mijn vrouw daar wel van zeggen!'. Want de figuur die ditmaal van een hotelkamer in Den Haag uit, al deze razernij leidt, en dirigeert, is mrs. Hampton, een potige dame, die twee papagaaien mee pleegt te voeren. Zij is de manager van haar man, zij gaat over het geld, zij heeft de zalen geinspecteerd zaterdagavond, en is vervolgens uitgebreid gaan dineren en slapen. Zij zag haar echtgenoot en orkest weer op het vliegveld, zaterdagnacht om half vier. 'En ik ben zeer tevreden', zei ze.

In de gangen van het Concertgebouw hebben wij deze nacht toen alles was afgelopen, en men de lichten begon uit te draaien, ook nog even de heer Verbruggen gezien. 'Is het nu afgelopen, denkt u, met Hampton concerten?'. 'Ik vrees van wel', zei de heer Verbruggen, 'ik vrees van wel'. ,Maar zei u dat twee jaar geleden ook niet, of iets van dezelfde strekking?'. De heer Verbruggen zweeg, en liep de trap af. Wat zei de leiding van het Concertgebouw ook weer twee jaar geleden, na de eerste Hampton-rel? 'Als we dat hadden geweten, dan hadden we nooit....' Vorig jaar ging de massa door de vloer in de Apollohal. Men zou het misschien dit jaar wel een beetje geweten kunnen hebben....

Terug naar de krantenindex