Utrechts Nieuwsblad, '93


De Puch-story en andere brommerverhalen

Een cult-symbool op wielen

Goed beschouwd zorgde een rood stoplicht eigenlijk nog voor het meest ultieme genot. Om op het moment dat het licht op groen sprong de motor flink te laten brullen, de koppeling met een ruk te laten opkomen en ondertussen flink aan het stuur naar achteren te gaan hangen. Dan zat je ineens niet meer op een brommer, maar op een steigerende, zwarte hengst. Eentje met twee wielen, waarvan de voorste zeker een meter van de grond kwam, om pas een heel eind verderop weer op het aardoppervlak te stuiteren. En in ieder geval fietsers en 'buikschuivers' het nakijken te geven.

Het zou een fragment kunnen zijn uit 'De Puch Story en andere brommerverhalen', het boek dat de journalisten Wim de Jong en Bas van Kleef samenstelden naar aanleiding van de gelijknamige rubriek in de Volkskrant. Aangevuld met ervaringen, foto's van oud-Puch-en Tomos-rijders. Puch of Tomos reed je toen niet bepaald omdat ze technisch zo geweldig waren; er waren veel betere brommers. Zo'n wheelie voor het stoplicht was daarom niet zonder risico: de kans dat je hoge stuur afbrak was niet bepaald denkbeeldig. Ook reed je er niet op omdat die zo sterk was of om z'n snelheid: 'buikschuivers' als Kreidlers en Zundapps lagen veel vaster op de weg en waren over het algemeen stukken sneller. Niet alleen omdat je met zo'n kapstok-stuur veel meer wind ving dan liggend op zo'n brede Duitse tank, maar ook omdat zowel motorblok als constructie veel minder degelijk waren.

Desondanks werd de Puch toch een hit in de jaren zestig bij de middelbare schooljeugd van Nederland: een fenomeen op twee wielen, dat zo'n beetje dezelfde status kreeg als het Lelijke Eendje of de Volkswagen Kever. Vreemd eigenlijk, want in de tientallen andere landen waar hij werd verkocht, bleef de Puch wat hij eigenlijk was: een brommer, een vervoermiddel. Door allerlei oorzaken werd de Puch in Nederland een cult-symbool, een brommer met status, een middel om je te onderscheiden, om te imponeren en om mee te versieren.Wekenlang aardbeien plukken, vakken vullen of achter de lopende band staan werden getrotseerd om de droom van het hoge stuur, het doorgeslagen uitlaat-potje, het zweefzadel en de verstelbare sproeier werkelijkheid te zien worden.

Bakermat van de Puch was onmiskenbaar Den Haag, waar in 1954 de eerste dealers de splinternieuwe Puch MS 50 begonnen te verkopen. Het verschijnsel bromfiets was toen net aan een indrukwekkende opmars begonnen, wat de stand half jaren vijftig in Nederland op zo'n half miljoen bromfietsen bracht. Hoewel het merk al aardige successen boekte, leek pas rond 1960 zowat heel jeugdig Den Haag massaal op de Puch te stappen. De artistiekelingen op de zwarte Puchs met zweefzadel en verchroomd bagagerekje, de nozems (of vetkuiven) op de gekleurde uitvoeringen met buddyseats. Toen leek alles nog koek en ei tussen deze twee groepen, later ging het mis toen de nozems overstapten op buikschuivers.

Vooral in 'Puch-town' Den Haag draaide het in de jaren zestig regelmatig uit op botsingen tussen de twee groepen, de wat intellectueler aandoende Puch-rijders en de nozems die veelal uit het arbeiders milieu afkomstig waren. Snelheid was daarom bittere noodzaak, aldus ex-Puchrijder Henk Izaks in 'De Puch Story en andere brommerverhalen'. "Je moest zorgen dat jouw Puchje altijd iets harder liep dan die Kreidler of Zundapp, anders pakten ze je. Het was echt een gewelddadige tijd. Ik weet nog dat George Kooymans van The Golden Earring, het kan trouwens ook Rinus Gerritsen geweest zijn, met een groot zwaard aan de zijkant van zijn Puch reed. Niet alleen voor de show hoor".

Ook elders in Nederland begon het Oostenrijkse merk toen zoetjesaan voet aan de grond te krijgen, via Rotterdam verbreidde de Puch zich via Utrecht naar het Gooi, naar Noord-Holland en Brabant en op den duur ook naar Zeeland, Friesland en Groningen. In Soest stichtten zeven scholieren van het Baarns lyceum in '63 een Puch-clubje. Clubreisjes gingen naar Loosdrecht en Circus Toni Boltini in Soesterberg, en op zaterdagavond kwamen de leden en hun fans bijeen op een met brandende kaarsen afgezet stuk straat om al etend en drinkend het voorbijkomende verkeer te aanschouwen.

Eigenlijk had zo'n beetje elk Puch-tijdvak voor de representanten ervan zijn eigen rechtvaardiging en bijzonderheden, met af en toe ook streekgebonden verschijnselen. Zo waren de Rotterdamse 'post-provo's' volgens Philip Duba 'tegen ouders, leraren, carriere en meer van die debiele dingen. Waar we voor waren was onduidelijk. Muziek (Doors, Animals, Stones, Jimi Hendrikx), meisjes en lekker rijen op je brommer'. Heerlenaar Rob Lambers roemt in De Puch-story met name de 'intermenselijke' bijdrage van de Puch: "Het maakte niet uit op welke school of schooltype je zat, als je maar Puch reed of iets dat er op leek. Je vond elkaar in tegendraads uiterlijk, en dat was de reden dat de wereld tijdelijk blonk van optimisme'.

Hoewel volgens recente Puch-en Tomos-meetings er weer een aardige revival aan de gang lijkt, werd het einde van het echte Puch-tijdperk ingeluid in het begin van de jaren zeventig. De echte alternatievelingen verkozen een 'automaatje' of een fiets, terwijl de ware snelheidsliefhebbers in de Yamaha's en de Honda's veel goedkopere en snellere bromfietsen troffen. Hoewel de laatste jaren vooral de bromscooters enorme verkoopsuccessen lijken te boeken, verdwenen desondanks de Puchs en Tomossen echter nog steeds niet helemaal uit het straatbeeld.

Voor de brommerrijders die zich volop in de remake van de jaren zestig storten is het weer een geliefd rij-ijzer, maar ook voor de rijders van toen. De weekeinden van de Puch- en Tomosclub trekken telkens vele honderden bezoekers van velerlei pluimage. Van de eeuwige jongere die op zijn oude brommertje honderden kilometers afgelegt heeft met een tentje achterop, tot de man met een van nieuwigheid blinkende Puch op een aanhanger achter een even blinkende middenklasser. Dat zijn de veertigers en vijftigers die overweldigd door nostalgische gevoelens, uit weemoed een oude Puch kopen, onderdelen bijeen scharrelen en het ding weer rijdbaar maken. 'En het verhaal dat erbij werd gehouden klonk dikwijls eender', zo schrijven De Jong en Van Kleef. 'Er was een zoon die binnenkort zestien werd en die, al dan niet met enige vaderlijke overredingskracht, een gezonde belangstelling aan de dag legt voor de brommer die pa nooit uit zijn hart kon bannen'.

Maar laat 'm dan die zoon eerst het boek 'De Puchstory en andere brommerverhalen' geven, dan leert ie behalve de geschiedenis van de bromfiets in Nederland, misschien gelijk z'n vader wat beter kennen.

 

Heb je belangstelling in dit boek? Druk hier en je vindt meer info.


Terug naar de Diverse Puch artikelen index.