Toen we nog in Oost Groningen woonden, hadden we een huis met een winkeltje. De vorige bewoners verkochten er rookartikelen, tijdschriften, snoep en ook eieren. Het leek ons leuk om met die eieren door te gaan. Goed voor het sociale contact!
De eieren betrokken we van een bedrijf in een naburig dorp. Dat zou je bijna een eierenfabriek kunnen noemen. Alles gaat daar automatisch. Aan de ene kant gaat het voer erin en aan de andere kant rollen de eieren er aan de lopende band uit. Toch is het natuurlijk geen normale fabriek. Aan het maken van de eieren komt geen machine te pas. Dat gebeurt in de duizenden kippen die daar worden gehouden.
Merkwaardige dingen zijn dat eigenlijk: eieren. Meestal sta je daar niet zo bij stil, maar als je er goed over nadenkt is elk ei in feite niet anders dan een uitwendige baarmoeder van een kip! Vreemde gedachte hè, dat kippen, en alle andere vogels, allemaal een soort van buitenbaarmoederlijke zwangerschappen hebben!

Het heeft wel grote voordelen dat vogels eieren leggen. Niet alleen voor de consument, maar vooral voor henzelf. Want op die manier kunnen ze heel makkelijk in één keer vier of meer nakomelingen tegelijk krijgen zonder toe te nemen in gewicht. En dat is een voorwaarde om goed te kunnen blijven vliegen. Want omdat de zwangerschap om zo te zeggen buiten het lichaam plaatsvindt, worden ze niet gehinderd door zwaarlijvigheid, ook al verwachten ze een tienling!
Wonderlijk zoals dat allemaal in de natuur geregeld is. Dat is niet per ongeluk zo voor elkaar gekomen.
Moet je alleen al eens nagaan wat er voor komt kijken om een simpel eitje te maken van chocola! Daar is een ingewikkelde fabriek voor nodig. Wat een intelligentie en technisch vernuft komt er aan te pas om de machines daarvoor te ontwerpen en te fabriceren. En wat een organisatie komt er bij kijken om voortdurend alle ingrediënten op tijd bij elkaar te krijgen en in de goede verhoudingen te verwerken. Nee, chocolade-eitjes ontstaan niet zomaar vanzelf en toevallig. Laat staan een echt ei.
Of zou het productieproces van een echt ei en het ontstaan van de fabriek waar ze uit komen alleen maar aan het stomme toeval te danken zijn? Zo'n fabriek in een kip zit heel wat ingewikkelder in elkaar dan een chocoladefabriek!
Zelf laten we, als het even kan, niets aan het toeval over. Gewoon omdat van het toeval niet veel te verwachten is. Toch lijken we er geen enkele moeite mee te hebben om het ontstaan van vogels en echte eieren aan het toeval toe te schrijven. Die zouden zich toevallig zo ontwikkeld hebben, vanzelf!

"Ja, maar wacht nou eens even", zeg je nu misschien. "Dat komt natuurlijk omdat het leeft! Want als iets leeft, dan ontwikkelt zich dat allemaal vanzelf!"
Ja, dat is zo. Maar weet je, voordat het allereerste celletje zo ver was dat het kòn gaan leven, zat het al zo verschrikkelijk ingewikkeld in elkaar, dat alle geleerden samen tot nu toe nog niet eens in staat zijn om dat in een laboratorium na te maken.

We komen steeds meer aan de weet over het leven tegenwoordig. Daarom weten we bijvoorbeeld dat er voor elk simpel dingetje dat er gebeurt in een levend celletje, een programma nodig is, net als in een computer. Dat is bijna niet voor te stellen: in elk celletje van zo'n ei zitten alle programma's die nodig zijn om het eigeel te veranderen in een kip!
Moet je nagaan hoeveel programma's er al nodig zijn voor de ontwikkeling van een pootje. Het materiaal van de spiertjes, de nageltjes, de botjes en de zenuwtjes: dat moet allemaal van het eiwit en het eigeel gemaakt worden! En van hetzelfde eiwit en eigeel moeten ook oogjes worden gefabriceerd met lichtcelletjes, lensjes, diafragma's en traankliertjes. En een huidje waaruit veertjes moeten komen. En ook een kloppend hartje. En bloed met witte en rode bloedlichaampjes met afweerstoffen tegen allerlei ziekten. En van hetzelfde eigeel en eiwit moet natuurlijk ook weer een nieuwe eierenfabriek worden gemaakt. Niet voor chocolade-eitjes, maar voor echte! Zo echt, dat zich daar ook weer nieuwe kippen uit kunnen ontwikkelen.

De laatste jaren leren we als mensen ook een beetje programmeren. Daar komt heel wat creativiteit en intelligentie aan te pas. Daar gebruiken we onze hersens voor: één grijze massa hardware en software van een kwaliteit en ingewikkeldheid die onze voorstelling volslagen te boven gaat. Voor het produceren van die hersenen waren ook weer oneindig veel vreselijk ingewikkelde programma's nodig. Die ontwikkelden zich allemaal uit een minuscuul klein eitje en een zaadcelletje die daar allebei perfect voor waren geprogrammeerd. Zulke eitjes en zaadcellen met alle soft- en hardware worden op hun beurt weer in grote massa's geproduceerd in een menselijk lichaam dat daar alle hard- en software voor heeft en daar ook alle benodigde materialen voor samenstelt.
Onvoorstelbaar wat een creativiteit en intelligentie er voor nodig moet zijn geweest om zulke volmaakte systmen te bedenken en tot stand te brengen...


                               
Valt het je ook niet op in het voorjaar dat alles in de natuur zo vanzelf gaat? Alle planten en bomen beginnen zo maar weer opnieuw uit te lopen en te groeien, de pasgeboren lammetjes springen overal in de wei en de vogels beginnen weer te fluiten en te nestelen. Je verbaast je er elke keer weer over dat dat allemaal zo gesmeerd gaat.
Wanneer je de koppels ganzen en aalscholvers over ziet vliegen in een keurige  V-formatie, dan denk je bij jezelf: hoe regelen ze dat allemaal, wie bepaalt er bij hen nou waar ze heen gaan en hoe weten ze de weg.
In de natuurgebieden zie je hoe de eenden zich weer twee aan twee aan het voorbereiden zijn om te gaan broeden. Ze vinden allemaal een plekje waar ze een nest kunnen maken en overal is eten in overvloed voor ze. Ze doen allemaal wat ze moeten doen, terwijl je toch niet kunt zeggen dat het een soort geprogrammeerde marionetjes zijn. Nee, ze leven er lustig op los, ze halen allerlei capriolen uit en ze reageren heel verrassend op de dingen die om hen heen gebeuren.

Ja, wonderlijk is dat, dat al die dieren zo zelfstandig zijn en dat ze zo goed voor zichzelf kunnen zorgen. Daar hebben ze verder niemand voor nodig lijkt het wel. Ze weten precies wat ze wel en wat ze niet moeten doen. En ook wat ze moeten eten. Ook al weten ze van nature niet eens altijd wat het is. Want hoe weet een Nederlandse koolmees bijvoorbeeld nou wat pinda's zijn!
Er was eens een engels filmpje in een kinderprogramma over mezen, hoe intelligent die diertjes wel zijn. In dat filmpje zag je ze 's morgens vroeg de doppen open maken van de melkflessen die de melkman bij zijn klanten had neergezet. Ze hadden ontdekt dat de room bovenin de fles best lekker was! Wie zou ze dat bijgebracht hebben denk je dan!
En zo is dat met alle levende wezentjes in de natuur: ze zijn allemaal zelfstandig, ze gaan allemaal hun eigen gangetje en weten alles te vinden wat ze nodig hebben. Zelfs pissebedden en regenwormen!

Als je daar zo over loopt te mijmeren, over al die dieren die al eeuwen en eeuwen lang zo hun gang gaan, dan denk je bij jezelf: wat zijn wij mensen dan toch krikkemikkig bezig met al onze intelligentie en kennis! Wat maken wij er toch vaak een ingewikkelde puinhoop van. En wat zijn we bezorgd over van alles en nog wat. Soms denk ik dat we best wel wat van die simpele diertjes kunnen leren. En ik ben niet de eerste die dat denkt. Twee duizend jaar geleden had Jezus het daar ook al een keer over. "Wees niet bezorgd over je leven, wat je zult eten of over je lichaam, waarmee je je zult kleden. Want het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding. Let op de vogels, zij zaaien niet en zij maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer of schuur, en toch voedt God ze. Hoe ver ga jij de vogels te boven!"

Dat klinkt wel een beetje naïef, hè? Volgens Jezus hebben de vogels en de bloemen geen zorgen omdat ze zich laten verzorgen door Degene aan wie ze hun bestaan te danken hebben. En daar zouden we dan maar een voorbeeld aan moeten nemen!
Toch is het minder naïef dan je misschien denkt hoor.
Kijk, er is een groot verschil tussen de mens en de rest van de levende natuur. De mens heeft een onbeperkte vrije wil. Dieren hebben ook wel een vrije wil, maar die is beperkt. De wil van een dier gaat niet verder dan wat bij ze past en goed voor ze is. Ze zullen bijvoorbeeld nooit iets eten waarvan ze intuïtief weten dat het schadelijk is voor ze. Hun wil heeft grenzen waar ze niet buiten gaan. Toch ervaren ze dat niet als onvrijheid. Integendeel: ze voelen zich zo vrij als een vogel. Maar ze kunnen alleen maar doen wat bij ze past en ze hebben van nature een afkeer van alles wat schadelijk voor ze is. Daar liggen de grenzen van hun wil.
Maar een mens heeft een vrije wil gekregen die géén grenzen kent. Daarom kan een mens in principe van alles doen, of het nu goed voor hem is of slecht. Hij is tot alles in staat. Waarom? Kennelijk omdat hij heel veel verstand gekregen heeft. En het is de bedoeling dat hij dat verstand gebruikt om met die vrije wil zelf te bepalen wat wel kan en wat niet. Hij kan daarom goede en slechte keuzes maken.
Een dier kan dat niet. Daarom zijn er eigenlijk geen goede dieren of slechte dieren. Je kunt dieren nooit iets kwalijk nemen. Omdat ze niet bewust kunnen kiezen tussen goed en kwaad.
Maar bij ons mensen ligt dat anders. Wij hebben wél de keuze tussen goed en kwaad. Daarom zijn er goede mensen en slechte. Omdat we kunnen kiezen. Natuurlijk is het de bedoeling dat we dan goede keuzes maken, daar hebben we ons verstand voor gekregen. Maar dat verstand moeten we dan wel gebruiken. En daar ontbreekt het ons nog wel eens aan. Ja, het is maar goed dat er nog politie is, want anders liep de boel mooi uit de hand met die vrije wil van ons!

Nu nog even terug naar wat Jezus zei. Die zei dus dat we wat kunnen leren van de bloemen en de vogels. Die laten zich verzorgen door God. En ze houden zich aan de regels. Daarbuiten gaan ze niet. En wat hebben die het goed. Ze komen helemaal tot ontplooiing en ze komen niets te kort. Zorgen hebben ze niet.

Volgens Jezus moeten we daar een voorbeeld aan nemen. Want daar kunnen we voor kiezen. We kunnen kiezen voor een leven waar we God heel bewust bij betrekken. Jezus zei: Zoek Gods koninkrijk, zoek Gods heerschappij over je leven. Want dat betekent het. Betrek Hem bij alles wat je doet.
Dat moet wel het mooiste zijn wat God beleven kan denk ik: dat mensen uit eigen vrije wil de keuze maken om samen met Hem door het leven te gaan! Terwijl ze ook het tegendeel zouden kunnen doen.

Nee, het is niet zo naïef als het lijkt: een voorbeeld te nemen aan de vogels. Je kunt met je vrije wil de keuze maken om God de verantwoording te laten dragen voor je leven. Je kunt ervoor kiezen om voortaan binnen de grenzen van het goede te blijven. Samen met God kun je dat. Dan kan Hij alles aan je kwijt wat Hij te geven heeft. Dan geeft Hij je de kracht om te breken met alles wat je leven nu nog bederft. Dan kan al het goede wat er in je zit toch nog tot ontplooiing komen. Dan kom je niets te kort en kun je voortaan je zorgen bij Hem kwijt.
"Ja, let op de vogels!" zegt Jezus. "Zij zaaien niet en zij maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer of schuur, en toch voedt God ze. Hoe ver ga jij de vogels te boven! Zeg daarom niet zo bezorgd: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit. Want je hemelse Vader weet, dat je dit allemaal nodig hebt. Maar zoek eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal je bovendien gegeven worden..."
Als dit je aanspreekt, dan kun je dat tegen God zeggen. Dan zul je merken dat Hij er is. Dan is het ook niet zo moeilijk meer om jezelf aan zijn zorg toe te vertrouwen.



"Zeg, heb je de voordeur op slot gedaan?" vraagt ze aan haar man bij het naar bed gaan.
"'k Geloof van wel!" zegt hij.
"Ja, geloven doe je maar in de kerk hoor!" zegt ze een beetje snibbig. "Weet je het niet zeker?"
Nee, hij komt er niet onderuit, hij moet weer even naar beneden. Alleen maar om tot de conclusie te komen dat die deur al lang op het nachtslot zat natuurlijk! Dat gaat gewoon automatisch zonder erbij na te denken!

Ja, geloven doe je maar in de kerk! Buiten de kerk, in het gewone leven, heb je niet zoveel aan geloven. Daar moet je het zeker weten. Geloven en de kerk, dat is alleen maar voor de liefhebbers. Een gewoon mens kan daar niet zoveel mee. En bovendien, als je er niet in opgevoed bent, dan kun je dat niet eens, geloven. Het moet je met de paplepel zijn ingegoten, anders is het onmogelijk. Natuurlijk is het wel mooi hoor, als je het geloof van huis uit meegekregen hebt, want je zal er best wel wat steun aan hebben. Maar als je er toevallig niet mee opgegroeid bent, dan zegt het je maar weinig.
Toch zou het niet zo moeten zijn. Want als God er is, dan is Hij er voor iedereen, of je er nu in opgevoed bent of niet. Als het waar is dat je alleen maar in God kunt geloven als je toevallig gelovig bent geboren, dan zou dat niet erg rechtvaardig zijn. Dan zou God om zo te zeggen discrimineren!

Maar hoe komt het nou dat we zo denken? Want het is natuurlijk niet voor niks dat we die indruk gekregen hebben. Misschien komt het omdat we een verkeerd idee hebben van wat geloven eigenlijk is. Kijk, voor veel mensen bestaat het geloven hoofdzakelijk uit allerlei regels en plichten die je moet vervullen om bij God in een goed blaadje te komen: wekelijks naar de kerk of naar de moskee, allerlei gebeden opzeggen, vrome liederen zingen, bepaalde feestdagen vieren, regelmatig vasten, kaarsen en wierook branden, allerlei geboden naleven en dat soort dingen. Tja, als je dat niet van jongs af aan hebt geleerd, dan is het bijna onmogelijk om dat op te brengen en het allemaal serieus te nemen. Bovendien krijg je door dit soort geloven ook al die ruzies. Want de één zegt dat het zus moet en de ander zo. En omdat ze er allemaal van overtuigd zijn dat hun eigen opvatting de enige juiste is, zien ze het als een heilige plicht om alle anderen te vuur en te zwaard te overtuigen, of ze via een heilige oorlog in de pan te hakken.
"Nou, geef iedereen gewoon het zijne, en doe geen gekke dingen, dan zit het wel goed!" zeggen we dan maar. "Dan zal God het ons echt niet kwalijk nemen dat we er verder niks aan doen. Want je wordt er toch doodziek van, van al die geloven en al die ruzies en oorlogen die ze met elkaar hebben!"

Toch is echt geloven heel wat anders gelukkig. Echt geloven is het persoonlijk leren kennen van God en aan Hem je leven toevertrouwen omdat je weet dat Hij van je houdt en het beste met je voor heeft.
Het echte geloven kun je vergelijken met de manier waarop een goede vader met zijn kind omgaat en andersom. Een goede vader vindt het fijn als zijn kind hem overal bij betrekt en ongedwongen met hem omgaat. Hij vindt het fijn om zijn kind van alles te leren zodat het weerbaar is en weet hoe het moet reageren op de omstandigheden. Hij troost en hij beschermt, hij bemoedigt en geeft goede raad.
Zo mag je ook met God leren leven. Dat is zijn bedoeling. Daarom kun je God ook je Vader noemen. En voor Hem maakt het niet uit of je daar nu wel in bent opgevoed of niet!

En weet je, God is niet ver, want we leven in Hem, en we bewegen ons in Hem, en we zijn in Hem, of we dat nu willen of niet. Alleen merken we er zo weinig van omdat we potdicht zitten! We sluiten ons ervoor af. Het is net als met een huis in de zonneschijn: van buiten is het allemaal licht en warmte, maar wanneer de luiken en deuren gesloten zijn, is het van binnen stikdonker en muf en stikt het er van het ongedierte.
Maar zo gauw de deur of de luiken worden opengedaan, verandert dat. Onmiddellijk komt het licht naar binnen, ook al staat de deur maar op een kier. Want het licht is altijd sterker dan de dikste duisternis! Misschien schrikt de bewoner eerst even van wat er dan aan het licht komt. Maar dat is niet erg, want dan kan er tenminste wat aan gebeuren!
Zo is het met jou en mij ook. Het enige wat er gebeuren moet, is dat we de deur van ons leven open doen om het licht en de warmte van God binnen te laten. Zo begint het.

Het contact met God is dus niet het eindpunt van een eindeloze weg van allerlei rituelen en geboden. We mogen met dat contact beginnen. Daar hoef je echt niet in opgevoed te zijn, dat ligt binnen bereik van iedereen.
Als je op deze manier gelooft en zo met God gaat leven, dan heb je maar weinig zin meer om daar ruzie over te gaan maken, dat snap je wel. Dat geharrewar krijg je alleen maar wanneer je denkt dat godsdienst bestaat uit het naleven van allerlei wetten en rituelen. Daar krijg je gegarandeerd meningsverschil over en iedereen wil gelijk hebben.
Maar als je God leert kennen als je hemelse Vader, dan wil je alleen maar dat anderen dat ook zo gaan beleven.
                                                                                                                                                      
                              
"Jullie moeten niet zo zeuren over het geloof. Zonder geloof kun je ook wel goed leven. Ja, misschien nog wel beter! Want er zijn heel wat ongelovige mensen die stukken beter leven dan al die mensen in de kerk. Die zitten daar waarschijnlijk alleen maar om hun slechte geweten te sussen!"
Tja, misschien zit er wel wat waars in die redenering. In het verleden waren het niet altijd de besten die in de kerk zaten. En degenen die er niet heengingen, waren meestal ook niet de slechtsten, integendeel.
Hoe vaak is het niet gebeurd dat de kerk aan de kant stond van de rijken en de machthebbers, en dat de armen met praatjes over de eeuwigheid zoet gehouden werden. En hier en daar komt dat nog steeds voor.

Geen wonder dat er veel mensen zijn die daardoor niks moeten hebben van geloof of kerk. "Er is al 2000 jaar christendom!" zeggen ze. "En nog is het een grote puinhoop in de wereld! En die puinhoop wordt voor een groot deel ook nog veroorzaakt door al die gelovigen die met elkaar overhoop liggen!"

Na twee duizend jaar Christendom is het dus nog steeds een rommeltje in de wereld, wordt er gezegd. Met andere woorden: het werkt dus niet.
Maar is er ook al niet meer dan twee duizend jaar zeep?! En nog lopen er smerige mensen rond! Werkt daarom de zeep niet? Natuurlijk wel. Die is echt wel goed. Maar de fout ligt natuurlijk bij de mensen die er geen gebruik van maken. Zelfs al zouden die smerige mensen met brokken zeep bij elkaar de ramen ingooien, dan nog zegt dat niets verkeerds van de zeep! Dan zijn het toch nog steeds de ménsen die niet deugen. Van de zeep zou je dan hooguit kunnen zeggen dat er misbruik van wordt gemaakt. Zou dat met het geloof in God en in Jezus ook niet zo zijn?

In de loop der eeuwen zijn er heel wat mensen geweest die het geloof misbruikten om macht te krijgen en hun medemensen uit te buiten. Dat is niet te ontkennen.
Maar gelukkig waren er ook heel wat die hun geloof op de juiste manier in praktijk brachten. Veel van wat ze gedaan hebben, staat niet in de geschiedenisboekjes. Maar we plukken er tot op de dag van vandaag nog wel steeds de vruchten van. De zorg voor zieken, zwakzinnigen, hulpbehoevenden en zwakken vindt zijn oorsprong bijvoorbeeld in het christelijke denken. Ook het besef van wat goed is en wat niet, is hoofdzakelijk gebaseerd op christelijke normen en waarden.
Zelfs de oorspronkelijke principes van het humanisme en socialisme zijn voor het merendeel geïnspireerd door de leer van Christus.

Misschien denk je dat dit allemaal een beetje ver gezocht is. Maar zie je niet wat er aan het gebeuren is nu het geloof in God steeds meer wordt losgelaten? Dat allerlei oude heidense praktijken weer populair beginnen te worden en in een nieuw jasje worden gestoken? Is het niet verbazend dat moderne en intelligente mensen tegenwoordig weer gezondheid, wijze raad en hulp gaan zoeken in oud, primitief bijgeloof?
Het geloof in God en in Jezus Christus vinden ze onwetenschappelijk en uit de tijd. Maar met het geloof in draaiende glaasjes, de stand van de sterren, genezende krachten van edelstenen, gelukspoppetjes en bijzondere armbandjes hebben ze geen enkele moeite.

En merk je niet wat er gebeurt in onze maatschappij nu het geloof in God steeds meer verdwijnt? Hoe alles verloedert en bederft?
Weet je, vaak ga je de waarde van iets pas ten volle beseffen als je het kwijt raakt. Dat zal met onze christelijke beschaving ook wel zo gaan.
Misschien merk je het in je eigen leven ook wel. Nu er dingen om je heen wegvallen en de maatschappij begint te veranderen, ga je beseffen dat je geen houvast hebt. En dat het leven eigenlijk zo zinloos is.
Ga het nu niet zoeken in allerlei geheimzinnige en occulte oplossingen die je worden aangeraden. En laat je ook niet misleiden door allerlei negatieve kreten over het geloof in God en in Jezus.
Jezus zei: "Ik ben het Licht der wereld. Wie Mij volgt, (dus wie Mij serieus neemt en bij Mij in de leer gaat), zal nooit meer in het duister rondtasten, maar het zal licht zijn in zijn leven."
Dat is het toch wat je nodig hebt: licht in je leven en in je hart? Je zult het nergens anders kunnen vinden. En geloof het of niet: het ligt echt binnen ieders bereik, al twee duizend jaar lang!


                          
"Wanneer jullie het over God hebben, dan kan ik daar nog wel een beetje in meekomen!" wordt er wel eens gezegd. "Als je gewoon je gezonde verstand gebruikt, dan is het eigenlijk wel logisch dat alles wat groeit en bloeit niet zomaar toevallig kan zijn ontstaan. Maar wat moet Jezus daar nou altijd bij? Zonder Jezus kun je toch ook wel in God geloven?"
Ja, daar zit wel iets in. Geloven dat er een hogere macht is, dat is echt niet zo moeilijk. In de natuur zit alles zo ongelooflijk mooi in elkaar en het is allemaal zo perfect geprogrammeerd, dat je wel heel veel fantasie moet hebben om dat allemaal maar aan stom toeval toe te kunnen schrijven! Nee, het besef dat er een Schepper moet zijn, een Super-Intelligentie waaraan alles zijn ontstaan te danken heeft, dat is echt niet zo abnormaal als vroeger wel eens werd gedacht.
Maar Jezus, wat heeft Jezus daar nou mee van doen? Om in God te kunnen geloven, daar heb je Jezus toch niet voor nodig?

Nee, dat is zo. Maar de vraag is dan natuurlijk wel, wat je daar dan mee moet, met dat geloof in God. 't Is mooi om te beseffen dat er een God moet zijn die alles wat er is heeft ontworpen en het allemaal op één of andere manier in elkaar heeft gezet. Maar dan komen er wel heel veel vragen bij je naar boven. Bijvoorbeeld: wat is zijn bedoeling geweest met alles wat Hij gemaakt heeft? Wat verwachtte Hij daar dan van? Waarom heeft Hij mensen ontworpen met verstand en een vrije wil?  En wat vindt Hij ervan wanneer die zelfde mensen met al hun verstand en vrije wil alles in de soep laten lopen en er een puinhoop van maken? Waarom grijpt Hij niet in? Of is Hij een sadist en vindt Hij het prachtig dat de mensen elkaar zo treiteren en elkaar afslachten? Waarom laat Hij nooit eens iets van zich horen en moeten we alles maar raden?

Het is dus niet zo dat al je vragen verdwijnen als je tot de conclusie komt dat er een God is, integendeel. Geen wonder dat nogal wat mensen er toch maar voor kiezen om atheïst te zijn. Dan zeg je gewoon dat er geen God is. Dan ben je van alle gezeur af. Of ze zijn agnost. Dan zeg je dat je helemaal niets aan de weet kan komen over God of over de onzichtbare werkelijkheid. Dat is nog makkelijker. Dan kun je al dat religieuze gedoe rustig naast je neerleggen.

Maar goed, als je je gezonde verstand gebruikt, kom je toch niet om het bestaan van een Schepper, een Grote Programmeur, heen. Als je zou willen geloven dat alles zomaar toevallig is ontstaan, dan betekent het dat je je verstand op nul zou moeten zetten. Dat gaat te ver. Maar voor het geloof in God, moet je daarvoor nou echt bij het christendom zijn? Is dat dan zoveel beter dan al die andere godsdiensten? Zoveel verschil is er niet: net als bij de andere religies zie je in het christendom ook veel uiterlijk gedoe met gewijde gebouwen en veel pracht en praal. Ook daar zie je de religieuze leiders in lange gewaden rondstappen. Die beweren ook vaak dat je je aan allerlei geboden en rituelen moet houden om bij God in een goed blaadje te komen. Bovendien is er binnen het christendom in de loop der eeuwen ook wel het één en ander gebeurd. Kijk maar eens naar de kruistochten en de brandstapels in het verleden. Of naar de bloedige strijd tussen de protestanten en katholieken in Noord Ierland. En dan hebben we het nog niet eens over de verdeeldheid binnen het protestantse christendom! Hoeveel soorten kerken en christelijke sekten zijn er niet? Stel je voor dat je toch nog eens interesse zou krijgen om christelijk te worden! Bij welke kerk of sekte zou je je dan moeten melden?! Nee, zo op het oog krijg je ook van het christendom niet de indruk dat dat nou het ware zou zijn.

Weet je, eigenlijk komt het christendom er niet veel beter af dan al die andere wereld-godsdiensten! Toch is er één groot verschil. En daar ligt ook het antwoord op de vraag waar we mee begonnen zijn: waarom we het niet alleen maar over God hebben, maar ook over Jezus. Alleen moeten we dan niet kijken naar wat er allemaal van het christendom geworden is in de loop der eeuwen. We moeten kijken naar Jezus Christus zelf.

Kijk, alle godsdiensten zeggen wat je volgens hen allemaal moet doen om uiteindelijk vrede met God te krijgen en één met Hem te worden. In dit aardse leven zijn de gelovigen daar dan alsmaar naar op zoek door zo goed mogelijk te doen wat ze in hun godsdienst wordt voorgeschreven. Dat contact met God is dan het grote einddoel.
Maar volgens Jezus is dat contact met God geen einddoel, maar juist het begin. Daar moeten we mee beginnen. Want zonder dat contact met God kunnen we helemaal niets. Dat is nou juist de oorzaak van alle ellende: dat we geen echt contact hebben met de Bron van het leven. Daardoor maken we er ondanks al onze godsdienstigheid en goede bedoelingen een grote puinhoop van.
We kunnen best geloven dat God bestaat. En we kunnen proberen om zo goed mogelijk te leven om bij Hem in een goed blaadje te komen. Misschien gaan er om die reden ook wel heel veel mensen naar de kerk. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat we eerst in een goede relatie komen met God. Daarmee begint het echte leven pas. Alleen samen met God kunnen we leven zoals dat de bedoeling is.

Maar nu nog een keer: wat heeft Jezus Christus daar dan mee van doen? Nou, in de eerste plaats heeft Hij in zijn eigen leven laten zien hoe zo'n leven in contact met God eruit ziet en wat dat uitwerkt in de praktijk.
In de tweede plaats heeft Hij gezegd hoe God werkelijk is en wat Hij van plan is met deze wereld.
En in de derde plaats, en dat is het allerbelangrijkste, heeft Hij eens en voor altijd voor iedereen het offer gebracht om alles uit de weg te ruimen wat er aan schuld en ongerechtigheid tussen God en ons mensen in stond. En dat was niet niks. Daar heeft Hij zich voor laten kruisigen. Op grond daarvan kan iedereen vergeving krijgen om met een volkomen schone lei een nieuw leven te beginnen, maar dan samen met God.
Dat is nog steeds van kracht. Dat werkt nog steeds. Als je alles wat Jezus voor je heeft gedaan als een geschenk aanneemt, dan ontvang je vergeving en vrede met God. Dat is het begin van een nieuw leven. Dan word je opnieuw geboren. Dan word je om zo te zeggen een kind van God en leer je Hem kennen als je hemelse Vader. Daar gaat het om. Dat je in een heel persoonlijke relatie komt met God als je hemelse Vader. Dat je contact met Hem krijgt. Dat kan geen enkele godsdienst je geven. Ook geen enkele kerk. Daarvoor moet je bij Jezus zelf zijn. Gebruik maken van wat Hij voor je heeft gedaan.

Begrijp je nu een beetje waarom we het niet alleen maar over God hebben, maar ook over Jezus Christus? Zonder Jezus Christus is het onmogelijk om in een goede relatie te komen met God. Want dan zouden we nooit aan de weet zijn gekomen dat dat mogelijk was. En we hadden dan ook nooit zeker kunnen zijn van zijn vergeving. En dat is toch het eerste wat we nodig hebben om onbevangen met God om te kunnen gaan, dat het in orde is tussen God en ons.


                                               
"Och, het maakt helemaal niet uit wat je gelooft!" wordt er wel eens gezegd. "Als je het maar écht gelooft!"
Nou, dat klinkt wel mooi, maar op die manier gebeuren er heel wat ongelukken.
Met oud en nieuw geloofde Jan bijvoorbeeld echt dat het lontje lang genoeg was. Maar nu is hij wel mooi zijn vingers kwijt.
Toen het zo mistig was geloofde Piet echt dat hij toch nog wel 120 kon rijden. Nu rijdt hij in een rolstoel.
Toen het begon te vriezen geloofde Klaas echt dat het ijs al sterk genoeg was. Een paar dagen later moesten ze hem begraven.
Ja, Jan, Piet en Klaas geloofden het allemaal heel echt hoor. Maar ze gingen er wel mooi mee de vernieling in! En als je voor jezelf de balans eens opmaakt van de afgelopen jaren, dan kom je bij jezelf waarschijnlijk ook wel een paar dingen tegen die je vast geloofde, maar waar je behoorlijk in teleurgesteld werd. Gewoon omdat het niet waar bleek te zijn. 

Het maakt niet uit wát je gelooft, als je het maar ècht gelooft. Ja, vergeet het maar. Het is onzin. Als het niet waar is wat je gelooft, dan loopt dat vroeg of laat op een behoorlijke teleurstelling uit. Dat kan niet anders. Nee, je kunt geloven wat je wilt, maar als het niet waar is wat je gelooft, dan houd je jezelf alleen maar voor de gek. Het moet waar zijn wat je gelooft. Dan erváár je ook dat het waar is, dan werkt het.
Weet je, dat is met het geloof in God ook zo. Als het niet waar is wat je gelooft, dan maak je je blij met een dooie mus. Dan heb je er niks aan. Wat je gelooft moet waar zijn, anders is het waardeloos.

Maar hoe kom je dat nou aan de weet? Hoe weet je nou dat het waar is wat je gelooft? Want bij het geloof in God kom je dat toch eigenlijk pas aan de weet als je dood bent! En dat is wel een beetje aan de late kant!
Ja, zo zitten de meeste godsdiensten inderdaad in elkaar: het is een zoethoudertje waarbij je hier op aarde van alles moet doen om op die manier een plekje in de hemel te bemachtigen. Maar zo lang je nog leeft, merk je nooit of je wel goed zit. Dat moet je maar afwachten. En de kans is groot dat je je alsmaar blij maakt met een dooie mus...

Toch is dat bij het geloof in Jezus Christus niet zo. Als je met je hele hart een beroep op Hem doet, dan kun je nú al ervaren dat Hij er is en dat Hij je leven ten goede kan veranderen.

Maar wacht nu eens even, zeg je nu misschien. Daar heb je Jezus Christus echt niet voor nodig hoor. Er zijn wel meer bovennatuurlijke zaken die je echt ervaren kunt en waarvan je merkt dat het waar is. Daar hoef je echt niet voor bij Jezus Christus te zijn.
Ja, dat is zo. Je kunt ook buiten Jezus Christus om wel ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde dan alleen maar de zichtbare, materiële dingen. Waarschijnlijk heb je wel eens geluisterd naar "Het Zwarte Gat" op de radio. Dan weet je daar alles van. En denk maar aan wat spiritisten ervaren met hun contacten met allerlei geestelijke wezens waarvan ze geloven dat het de geesten zijn van de overledenen. En degenen die aan transcendente meditatie doen en aan yoga, kunnen ook allerlei bovennatuurlijke dingen ervaren.
Sommige mensen geven zich over aan een bepaalde geest en raken daarbij in trance. Zo iemand noemen ze een medium. Dan neemt zo'n geest bezit van ze en spreekt dan door ze heen. Op die manier geven ze dan boodschappen door uit die onzichtbare wereld. Anderen doen dat door glaasje draaien of met behulp van een bepaald bord. Er zijn er ook die verschijningen krijgen van geesten.
En wat dacht je van al die paragnosten, helderzienden en alternatieve genezers? Natuurlijk, er is veel kaf onder het koren. Maar het is niet allemaal onzin. Veel mensen ervaren de realiteit ervan en merken dat het waar is.

Maar nu een vraag: is alles wat waar is, ook altijd goed? Dat wordt vaak gedacht. Maar is dat ook zo? Wanneer we in de krant iets lezen over bovennatuurlijke verschijnselen of als we zelf iets bovennatuurlijks ervaren, dan zijn we vaak zo onder de indruk, dat we er automatisch van uitgaan dat het dan ook wel goed zal zijn. Maar is dat wel zo? Want vergis je niet hoor. Voor je het weet kom je in geestelijke problemen. Weet je waarom? Kijk, het is waar dat we in contact kunnen komen met de geestelijke, onzichtbare wereld. Maar we weten er zo weinig van. Het is een werkelijkheid waar we niet in thuis zijn. Hoe weet je nou of de geesten of hoe je die ook wilt noemen, goed zijn of slecht? We kennen ze niet, hebben ze ook nog nooit gezien. Je komt nooit echt aan de weet of zulke geesten het goede met je voor hebben. Bovendien heb je er ook totaal geen vat op. Je kunt je er wel mee inlaten, maar je krijgt er nooit controle over. Nee, je loopt eerder de kans dat zulke onzichtbare machten controle over jou krijgen. En hoe kom je daar dan weer onderuit?!

Sommigen zeggen dat je een gids kunt krijgen in die bovennatuurlijke wereld, een geest die je om zo te zeggen bij de hand neemt bij je paranormale ervaringen. Maar ook daar heb je geen enkele greep op. Je weet gewoon niet waaraan je je overgeeft en wat er op de lange duur met je gebeurt.

Eigenlijk is er maar één in die onzichtbare wereld waar we wat van weten. Dat is Jezus Christus. Die nam namelijk de moeite om een tijdje als mens onder de mensen te leven. Daar weten we vrij veel van, want er zijn een aantal verslagen geschreven over zijn leven. Na zijn aardse leven is Hij weer naar de onzichtbare wereld teruggekeerd.
En met Hem kunnen we nog steeds in contact komen. Dat contact is het enige bovennatuurlijke contact zonder risico. Want we weten uit alles wat over Hem is geschreven hoe Hij is. En ook wat Hij met ons voor heeft: het allerbeste. Als je met Hem contact krijgt, dan heb je verder totaal geen behoefte meer aan andere bovennatuurlijke relaties. Want dan kun je onbeperkt bij Hem aankloppen om kracht en alles wat je verder nodig hebt om royaal je hoofd boven water te houden en zo te leven zoals dat Gods bedoeling is.
Wanneer je voor jezelf de balans eens opmaakt en je komt tot de conclusie dat het hoog tijd wordt voor een radicale koerswijziging, neem dan een besluit en nodig Jezus Christus uit in je leven. Je kunt zo met Hem praten, op de plaats waar je bent. Denk dan niet meteen dat je dan ook naar een kerk moet of zo, want daar gaat het nu niet om. Het gaat er in de eerste plaats om dat je contact krijgt met Jezus Christus en dat je leven daardoor ten goede verandert.
Als je gelooft in Jezus Christus, als je met Hem in zee gaat, dan is het niet alleen wáár wat je gelooft, maar ook góed. En dat ervaar je dan ook.


            
Toon Hermans werd op de tv eens gevraagd wat hij zou doen als hij eens een dag God zou zijn. Hij wist niet zo gauw wat hij daarop moest antwoorden.
Wat voor antwoord zou ik hebben gegeven, vraag ik me af. Misschien had ik iets gezegd over de ellende in de wereld waar ik graag een eind aan zou willen maken als ik de kans kreeg. Want als je alleen al ziet wat mensen elkaar aandoen in sommige Afrikaanse landen, dan word je daar toch niet goed van? Wat dat betreft kan ik me best voorstellen dat er veel mensen zijn die maar moeilijk kunnen geloven dat er een God is. Want als er wel een God zou zijn, dan zou het er in de wereld toch wel heel anders uitzien! Of niet soms?

Maar als ik nou eens mocht vertellen wat God zou moeten doen, wat zou ik dan zeggen? Nou, mijn eerste gedachte is natuurlijk dat Hij de mensen zou moeten tegenhouden als ze iets verkeerds willen uithalen. Hetzelfde dus als wat mijn vrouw en ik deden met onze kinderen toen ze nog peuters waren: die zetten we in de box. Dan konden ze nergens bij en ze konden ook niks vernielen. 't Was wel makkelijk hoor! Zolang de kinderen nog klein waren tenminste. Maar toen ze wat groter werden, deden we dat natuurlijk niet meer. Grotere kinderen horen niet meer in een box thuis.
Tja, zou God dat dan wel met ons moeten doen? Want dat komt toch eigenlijk op hetzelfde neer: alle mensen in de box om zo te zeggen. Nee, dat is geen ideale oplossing.

Nee, God moet ons niet gaan behandelen als peuters. Daar zijn we te volwassen voor. Maar hoe moet het dan wel?
Misschien zou Hij ons moeten straffen als we iets verkeerds doen. Dat werkt prima, want dat deden we met onze kinderen ook toen ze kleuters waren geworden en niet meer in de box zaten! Op die manier hadden we ze aardig onder de duim!
Maar als God dat nu ook zou gaan doen, wat zou Hij daar dan mee bereiken op de lange duur vraag ik me af. Oké, de mensen zouden zich best redelijk gaan gedragen denk ik. Alleen moesten ze dan wel voortdurend in de gaten worden gehouden! Want anders werkt het niet. Maar of dat nou het beste recept is voor een paradijs op aarde?! God als de Grote Controleur en Bestraffer! En wij alsmaar het gevoel van: kijk uit, God houdt je in de gaten, Big Brother is watching you.... Nee, dat zou het laatste zijn wat ik zou willen als ik God was.

Nu ik er wat dieper over nadenk, kan ik best begrijpen dat Toon Hermans niet zo gauw wist wat Hij moest zeggen. Want zo simpel ligt het toch niet. In elk geval vind ik het logisch dat God ons niet wil behandelen als peuters die niets verkeerds meer kùnnen doen. En ook niet als kleuters die niets verkeerds meer dúrven doen. Hij wil natuurlijk graag dat we als mondige mensen zover zullen kommen dat we niets verkeerds meer wíllen doen. Dat verwachten we als ouders toch ook: dat onze kinderen zonder dwang voor het goede leren kiezen!

Weet je, wanneer we niks verkeerds meer zouden doen alleen maar omdat we 't niet kunnen of niet durven, dan zegt dat niet veel. Dan zit het alleen maar aan de buitenkant. Dan is er in feite niet veel veranderd.

Nee, het moet van binnenuit komen. Dat is de echte oplossing. Dan kappen we met alles wat niet door de beugel kan. Gewoon omdat we dat niet meer wìllen.
Zou dat misschien de reden zijn dat God nog niet ingrijpt? Dat zit er wel in. Hij wil ons niet dwingen om zijn goede raad op te volgen, maar Hij wil ons er wel van overtuigen dat het zonder dat niet gaat. Hij hoopt dat we door schade en schande wijs zullen worden denk ik. Want op een andere manier werkt het niet.

Alleen snap ik niet dat God de moed nog niet heeft opgegeven. Want erg veel wijzer lijken we niet te worden. Haat en nijd, moord en doodslag, leugen en bedrog, hebzucht en oplichterij, aanrandingen en verkrachtingen: het lijkt wel of het nu nog erger is dan vroeger. Als ik God was, had ik er waarschijnlijk al lang een eind aan gemaakt.
Maar waarom heeft God dat dan nog niet gedaan? In één van de brieven van de eerste christenen staat het zo:
"Vergeet vooral dit niet: aan het eind van de tijd zullen er mensen komen die hun hartstochten de vrije loop laten en u spottend vragen: Hij heeft toch beloofd in te grijpen? Waar blijft Hij nu?
Maar de Heer stelt wat Hij heeft beloofd, niet uit, zoals sommigen denken. Hij heeft alleen maar geduld met u. Hij wil niet  dat er ook maar iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen."
Tot inkeer komen. Dát is kennelijk de bedoeling. Dat zou dus de reden kunnen zijn dat Hij nog niet heeft ingegrepen. Hij verlangt ernaar dat er nog zoveel mogelijk mensen tot bezinning komen en schoon schip maken. Daar krijgen we nog steeds alle gelegenheid voor.
Hoe lang nog? Dat weten we niet. Maar het eind komt wel onverwacht.
"De dag van de Heer zal komen als een dief!" staat er in diezelfde brief. "Dan zullen de hemelruimten met een dof gedreun vergaan en de elementen vlam vatten en verdwijnen, en de aarde (de mensheid dus) met al haar werken zal zich voor God moeten verantwoorden..."

Dus er komt een keer een eind aan. En het zou best kunnen dat het niet zo heel erg lang meer zal duren.
En wat gebeurt er daarna? Dat staat er ook bij:
"Maar Hij heeft ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde beloofd waar gerechtigheid zal heersen, en daar zien we verlangend naar uit. In afwachting daarvan moet u uw best doen om in Gods ogen vlekkeloos en onberispelijk te blijven en in vrede met Hem te leven. Bedenk dat het geduld dat de Heer met ons heeft, onze redding is!"

Tja, merkwaardig eigenlijk. Oppervlakkig gezien denk je dat Gods liefde ver te zoeken is als je al die ellende ziet in de wereld. Maar als je even dieper nadenkt, begin je te beseffen dat het juist zijn liefde is die Hem er nog van weerhoudt om in te grijpen....


                                           
Kerel, wat zijn er veel verschillende kerken! En wat een verschil in opvattingen bij al die verschillende kerkgenootschappen! In de ene kerk zeggen ze bijvoorbeeld dat God ontzettend streng is. Zo streng dat Hij bijna alle mensen zal straffen en voor eeuwig verloren zal laten gaan. En dat er maar een paar zullen zijn waar het helemaal goed mee komt. Dat zijn de uitverkorenen.
Maar in een andere kerk beweren ze dat God juist helemaal niet streng is. "God is liefde en Hij zal nooit iemand straffen!" wordt daar gezegd. "Hij ziet alles door de vingers en zal iedereen vergeven! Hij doet niet liever."
In sommige kerken zeggen ze dat God helemaal niets doet in de wereld. Hij heeft de boel op gang gebracht, maar bemoeit zich verder nergens meer mee. De mensen zijn zelf verantwoordelijk voor de wereld en ze moeten er zelf maar wat van maken. Maar er zijn ook weer kerken waar beweerd wordt dat God juist álles doet! En dat daarom alles wat er in de wereld gebeurt, zijn wil is, ook alle verschrikkelijke dingen die er gebeuren!
Ja, de meningen lopen nogal uiteen. En dit zijn er nog maar een paar! En het rare is dat ze in al die kerken ook nog in dezelfde Bijbel lezen...

Ja, hoe zou het nou komen, dat ze in al die verschillende kerken dezelfde Bijbel lezen en dat ze toch zo heel verschillend over God en over de wereld denken? Want dat is toch wel een beetje vreemd!
Komt het misschien omdat er in de verschillende kerken veel te selectief in de Bijbel gelezen wordt? Alleen maar die stukjes die het best passen bij de leer van die bepaalde kerk? Het zou best kunnen. En als de mensen in die kerk ook nog het bijbellezen alleen maar overlaten aan de geestelijken, de dominees en de priesters, dan krijgen ze niet eens in de gaten dat de Bijbel daar maar erg eenzijdig wordt gebruikt.


Ken je dat verhaal van die vier blinde kinderen in de dierentuin? Die mochten eens kennis gaan maken met een olifant. De één werd bij zijn slurf neergezet. En de ander mocht op zijn rug zitten. De derde stond bij één van zijn poten en de vierde kreeg een plaatsje bij zijn achterwerk. Toen ze na afloop mochten vertellen hoe een olifant er volgens hen uitzag, zei degene die bij zijn slurf had gestaan, dat het net een lange zwevende slang was.
"Nee hoor, hij lijkt veel meer op een hele grote leren tent!" zei degene die op zijn rug had gezeten.
"Hoe kom je erbij!" zei de derde die bij zijn poot had gestaan. "Hij lijkt precies op een dikke, zachte boom!"
"Jullie hebben het allemaal mis!" zei tenslotte de laatste die het achterwerk van het beest had mogen betasten. "Het is een grote rommelende vulkaan die af en toe tot een uitbarsting komt. En dan moet je zorgen dat je uit de buurt bent!"

Zo kunnen ze in een kerk ook bezig zijn met de Bijbel en met God. Dan zijn ze zó bezig met één onderdeel van wat er over God in de Bijbel staat, dat de rest vergeten wordt. Vooral als er dan ook nog meer over God gelezen wordt in allerlei boeken, dan in de Bijbel zelf. En dat gebeurt meer dan je misschien denkt. Kijk, op die manier zijn er in de loop van de tijd heel wat uiteenlopende opvattingen over God ontstaan.

"Maar is het dan niet verschrikkelijk moeilijk om aan de weet te komen hoe God dan wérkelijk is?" vraag je je nu misschien af. "En moet je daarvoor dan eerst de hele Bijbel van binnen en van buiten kennen?!"
Nou, dat hoeft nu ook weer niet gelukkig. De Bijbel heeft namelijk één hoofdonderwerp. En als je daarmee begint, dan loop je nooit de kans om een verkeerde voorstelling van God te krijgen. Dat hoofdonderwerp is Jezus Christus. Daar moet je de Bijbel in de eerste plaats voor gebruiken: om Jezus Christus te leren kennen. Daar is de Bijbel voor. Die zei: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Jezus zei dus eigenlijk: "Als je wilt weten hoe God, mijn Vader is, dan moet je aan de weet komen wat Ik doe en luisteren naar wat Ik zeg. Want als je Mij leert kennen, dan weet je meteen ook hoe mijn Vader is. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien!"

Weet je, de mensen die de Bijbel hoofdzakelijk gebruiken om Jezus Christus te leren kennen en zich door Hem te laten leiden, die hebben niet zoveel meningsverschillen. Die hebben hetzelfde leven gevonden. Of liever, die hebben een gemeenschappelijk Hoofd gekregen. Snap je 't? Als je Jezus Christus leert kennen en je nodigt Hem uit om je leven binnen te komen, en je laat je door Hem inspireren, dan zul je merken dat je één wordt met al degenen die ook al zo leven. Je gaat elkaar herkennen. Ook al zit je in heel verschillende kerken. Die kerkmuren zeggen je dan niet zoveel meer. Daar kom je bovenuit, die vallen weg voor je besef. Kijk, dat was het geheim van die eerste christenen. Daardoor konden ze zo goed met elkaar samenwerken en maakten ze zo'n indruk in het toenmalige Romeinse rijk. Daardoor waren ze onoverwinnelijk in die tijd, ondanks alle vervolgingen en tegenstand. In alle eeuwen daarna zijn er zulke christenen geweest. En die zijn er ook nu nog.
Dat geheim moeten we weer gaan ontdekken. En dan maakt het niet uit of we kerkelijk zijn opgevoed of juist helemaal niet. Misschien is het nog wel een stuk makkelijker als je van huis uit buitenkerkelijk bent. Want dan sta je er tenminste nog fris tegenover. In elk geval is het nog steeds mogelijk om Jezus Christus in je leven uit te nodigen en Hem de leiding over je leven te geven. Het werkt nog steeds!


                                            
Heb je ook wel eens het gevoel, dat je in jezelf zit opgesloten? Dat er eigenlijk geen mens is die je echt helemaal begrijpt?
Raar is dat eigenlijk. Dat je je soms zo alleen kan voelen terwijl je toch niet alleen bent. Je kunt een goede man of vrouw hebben, of goede vrienden, maar er is niemand die zo maar eens bij je naar binnen kan kijken. Niemand kan zien hoe je echt bent en wat er van binnen bij je leeft. En als het erop aan komt, is er ook niemand met wie je echt helemaal één kunt worden. Of dacht je van wel? Misschien heb je goede vrienden die veel van je begrijpen. En misschien ben je wel zo gelukkig dat je een levenspartner hebt gevonden die je behoorlijk kent en bij wie je je al jaren helemaal thuis voelt. Maar heb je nooit gemerkt dat je toch in het diepst van je wezen alleen blijft? En dat je nooit helemaal één met de ander kan zijn? Natuurlijk probeer je je hart wel eens bloot te leggen voor degene van wie je houdt en die je helemaal vertrouwt. Maar dat lukt je nooit helemaal. Elke keer merk je dat er dingen zijn die een ander gewoon niet kan begrijpen. Daar praat je dan maar niet meer over. Een ander kan nou eenmaal niet bij je naar binnen kruipen om alles van je mee te voelen en mee te beleven. En dat ervaar je zo nu en dan toch als een gemis.

Of vind je het juist wel prettig dat niemand bij je naar binnen kan kijken en dat ze niet alles van je weten? Want dat kan natuurlijk ook. "Wat ik allemaal denk en voel, daar heeft een ander niks mee nodig!" Dat klinkt wel flink, maar als puntje bij paaltje komt, sta je toch maar moederziel alleen. En er zijn momenten in het leven dat dat heel pijnlijk en angstig kan zijn.

Maar nu een vraag: denk je dat dat normaal is? Ik bedoel, denk je dat het normaal is dat niemand je echt helemaal begrijpt en dat je met niemand echt helemaal één kunt zijn? Of hebben we allemaal een aangeboren verlangen om iemand te hebben die er helemaal voor je is, die je door en door kent en voor wie je niets hoeft te verbergen? Iemand die je echt helemaal begrijpt en met je meevoelt en je nooit in de steek laat? Ja toch?
Maar hoe komt het nou, dat dat zo onbereikbaar is? Waarom ligt dat zo buiten ons bereik? Dat komt door de manier waarop we in elkaar zitten. Kijk, heel eenvoudig gezegd bestaan we uit twee delen: een zichtbaar deel en een onzichtbaar deel. Het zichtbare deel is ons lichaam, met alles erop, en eraan, en erin. En het onzichtbare gedeelte van ons, dat is onze persoonlijkheid, ons "ik" om zo te zeggen. Onze geest. 
Nu is je geest onlosmakelijk aan je lichaam verbonden. Je "ik" zit als het ware in je lichaam opgesloten. Je zou kunnen zeggen dat je lichaam het huisje is waarin je woont. Maar je kunt er niet uit.
Gelukkig kan je "ik" wel door de ogen naar buiten kijken. En via je oren kan het van alles horen. En voelen en ruiken kan het ook. En door je mond kan het zichzelf uiten. Met je benen kan je "ik" zich verplaatsen. Je onzichtbare "ik" zit dus wel in je lichaam opgesloten, maar het kan met je lichaam overal komen en het kan het ook op allerlei manieren gebruiken.
Het mooiste wat je in je lichaam hebt, zijn je hersenen. Dat is een onvoorstelbaar uitgebreide computer met oneindig veel ingewikkelde programma's. Daar kun je mee denken en plannen maken, je kunt er je herinneringen in bewaren en je kunt er je lichaam op allerlei manieren mee besturen en gebruiken!

Maar hoe kom je nou in contact met anderen? Want daar hadden we het over, over het contact met elkaar. Ja, dat kan alleen maar via je lichaam. Dus door wat je met je lichaam kunt doen. Door je houding, je ogen en je stem, door te schrijven of door aan te raken kun je je diepste gevoelens aan een ander proberen duidelijk te maken. Dat is de enige manier waarop je onzichtbare geest iets van zichzelf kan laten zien in de zichtbare wereld. En de ander kan dat dan weer bekijken, of horen, of voelen. En zo communiceren we dus. Altijd via ons lichaam.
Ja, je geest is onlosmakelijk verbonden met je lichaam. En buiten je lichaam om kan niemand iets van je zien of ervaren. En zelf kun je ook niets anders zien of ervaren van een ander dan wat hij of zij via het lichaam naar buiten laat komen.
Het is dus helemaal geen kunst om je een beetje anders voor te doen dan je bent. En je kunt ook heel makkelijk een totaal verkeerde indruk krijgen van iemand anders. Daarom zijn we altijd een beetje op onze hoede. Want je weet nooit echt zeker of de ander zich wel helemaal eerlijk presenteert...

Snap je nu een beetje waarom iedereen zich eigenlijk altijd een beetje alleen voelt en eenzaam is? Dat komt gewoon omdat het onmogelijk is om direct contact te hebben met de geest van iemand anders. Dat moet altijd indirect, via het lichaam. En dat is nooit helemaal honderd procent. Soms merk je dat maar al te goed. Maar het is gewoon niet anders.
Maar als dat nou niet anders kan hè, waarom ervaren we dat dan toch zo vaak als een gemis? Als het zo normaal zou zijn dat je nooit met niemand echt één kunt worden, dan zou je niet beter weten. Dan zou je het ook niet missen. Maar we missen het wel.
Hoe zou dat komen? Ik denk dat dat komt omdat het oorspronkelijk zo helemaal niet de bedoeling was. Het is nooit de bedoeling geweest dat we zo als los zand aan elkaar zouden hangen. Het was de bedoeling dat we allemaal een direct contact zouden hebben met God.
Weet je, Hij is de enige die wel dat directe contact met ons hebben kan van binnen. En dat is ook altijd de bedoeling geweest. Maar op één of andere manier zijn we dat kwijt geraakt. Kijk, en dat is het wat je mist.
Daarom moet je niet bij mensen zoeken wat je alleen maar bij God kunt vinden. Hij is de enige die je uit je eenzaamheid verlossen kan.

Maar hoe zit dat dan met het contact met elkaar? Want daar gaat het toch ook om? Nou, wanneer we van binnen in contact zijn gekomen met God en we gaan ook samen met Hem leven, dan krijgen we vanzelf een goede verhouding met al degenen die ook zo leven met God, dat kan niet anders.
Maar ook met degenen die dat contact met God niet hebben ga je makkelijker om. Want de spanning is van de ketel. Door je leven met God ben je niet meer zo afhankelijk van wat anderen je te bieden hebben...


                                              
Ja, we zijn er al lang aan gewend, maar het blijft toch een wonderlijke gedachte dat er op dit moment duizenden radio- en televisieprogramma's om ons heen in de lucht zitten van overal vandaan. Allerlei soorten muziek, actualiteiten, praatprogramma's, toneelstukken, films, reportages, showprogramma's: het zit allemaal in de lucht. En het gekke is dat je daar helemaal niks van merkt. Je kunt ze niet horen of zien en toch zit alles om ons heen er vol mee. En dat je al die programma's ook nog met een speciaal apparaatje uit de lucht kunt plukken om te beluisteren en te bekijken, dat is toch voor een gewoon mens niet te vatten? Wanneer je honderd jaar geleden had gezegd dat dat mogelijk was, dan hadden ze je waarschijnlijk voor gek verklaard!

Maar gelukkig: je hoeft niet alles te begrijpen om er toch van te kunnen genieten. En weet je, eigenlijk is dat met het contact met Jezus Christus en met God precies zo. In de geschriften vam de eerste christenen kun je lezen hoe dat werkt.
Het leven op aarde is altijd beperkt door tijd en ruimte. Je kunt maar op één plaats tegelijk zijn omdat het aardse leven nu eenmaal aan tijd en ruimte gebonden is. Dat was bij Jezus ook zo.
Daarom zei Hij dat het beter was dat Hij na zijn opstanding uit de dood niet op aarde zou blijven maar naar de hemel zou gaan. Naar de onzichtbare wereld van het licht dus, naar God die Hij zijn hemelse Vader noemde. Hij legde ze uit waarom dat beter was. Wanneer Hij op aarde zou blijven, zou Hij te beperkt zijn geweest in wat Hij wilde gaan doen. Maar vanuit die onzichtbare wereld zou Hij dan door zijn Geest in de gelegenheid zijn om met iedereen die dat wilde, persoonlijk contact te hebben.

De ervaring leert dat dat nu nog zo is. Eigenlijk kun je het een beetje vergelijken met een radio-uitzending. Normaal gesproken kan een presentator met zijn stem ook maar op één plaats tegelijk zijn. Maar vanuit de studio kan hij zijn stem via de microfoon en de zender de ether in laten gaan. Dan zit hij tijdens de uitzending overal in de lucht. En iedereen die dat wil, kan dat ontvangen.
Je zou kunnen zeggen dat dat met Jezus Christus nu ook zo is. Omdat Hij naar de hemel is gegaan, kan zijn Geest nu overal aanwezig zijn en door iedereen die dat wil, ontvangen worden. Want zijn Geest is niet meer aan plaats en tijd gebonden. Daardoor kan iedereen op elk gewenst moment persoonlijk met Jezus contact hebben.

De Geest van Jezus, ja. Maar wat moet je je daar nu bij voorstellen?
Je geest is je diepste wezen, je eigen ik zou je kunnen zeggen. Daar ging het de vorige keer over. Met je geest kun je bijvoorbeeld alles in jezelf beoordelen en bekijken. Je geest woont in je lichaam. Dat is tijdens je hele leven zijn vaste verblijfplaats. Waar je lichaam is, daar is ook je geest. Bij Jezus was dat ook zo toen Hij op aarde was: waar zijn lichaam was, was ook zijn Geest. Maar nu Hij in de onzichtbare wereld is, dus buiten tijd en ruimte, is zijn Geest niet meer gebonden aan zijn lichaam. Hij kan door zijn Geest overal zijn.

De eerste christenen waren de eersten die dat ervaarden. "Hij stortte zijn Geest over ons uit", staat er in één van hun geschriften. Dat gebeurde op de allereerste Pinksterdag. Ze werden vol van zijn Geest. Zo kregen ze een dieper contact met Jezus dan ze ooit met Hem hadden gehad. Hun geest en de Geest van Jezus werden één met elkaar. Daardoor konden ze het werk van Jezus voortzetten, want ze werden vanaf dat moment door dezelfde Geest bezield als Jezus toen Hij op aarde was. Daardoor waren ze door niets en niemand tegen te houden om hun boodschap van een nieuw leven in harmonie met God te verspreiden in de toenmalig bekende wereld.

Het Pinksterfeest is dus eigenlijk het feest van het contact met Jezus. Jezus is niet meer als mens op aarde. Dat is maar gelukkig ook, want dan zouden er maar heel weinig mensen echt persoonlijk contact met Hem kunnen hebben. Nee, Hij is in de onzichtbare wereld, in de hemel. Daardoor is zijn Geest niet meer aan plaats en tijd gebonden. Daardoor kan ik op elk moment in Hem zijn en Hij in Mij. Net zoiets als met de zon. De zon staat aan de hemel, een kleine 150 miljoen kilometer hier vandaan. Maar toch kunnen we allemaal heerlijk in de zon zitten! Gewoon omdat haar licht en haar warmte niet aan één plaats gebonden zijn.

Maar hoe begin je daar nu mee? Ik bedoel hoe krijg je nou dat contact met Jezus? Wat is daar voor nodig? Wat is om zo te zeggen de goede golflengte om dat te kunnen ontvangen?
Er moet een verlangen naar zijn. Een verlangen naar een zinvol leven zoals Jezus ons dat heeft voorgeleefd: een leven in harmonie met God als je hemelse Vader. Een verlangen naar een leven dat gekenmerkt wordt door eenvoud en eerlijkheid. Een leven waarbij je niet meer met de grote stroom wordt meegesleept, maar een leven met kracht om tegen de stroom in te gaan als dat nodig is.
Ja, een verlangen naar een leven waar ook anderen blij mee kunnen zijn, dat is de golflengte die je moet hebben. Jezus zei het zo toen Hij nog op aarde was:
"Als je dorst hebt, kom dan bij Mij om te drinken! Als je in Mij gelooft, als je het van Mij verwacht, kun je er zeker van zijn dat er dan stromen van fris, levend water uit je binnenste zullen komen!" En dan staat er verder nog bij: "Dat bedoelde Hij niet letterlijk, maar Hij had het over de Geest die de mensen die in Hem geloofden, zouden ontvangen."

Nee, je hoeft echt niet alles te begrijpen om er toch goed gebruik van te kunnen maken. Dat geldt niet alleen voor het gebruik van je radio, maar ook voor het contact met Jezus en met God. Wanneer je op de goede golflengte zit, dus wanneer je verlangt naar een leven in harmonie met God, dan kun je dat ontvangen. Zeg in je hart tegen Jezus dat je geestelijke dorst hebt. Dan zul je ervaren dat zijn Geest je leven binnen komt en dat je contact met Hem krijgt. Als je dat doet, krijg je vrede met God en gaat er een streep door de rekening van je verleden. Dan ga je begrijpen dat het niet voor niets is dat er al eeuwen lang elk jaar twee dagen Pinksterfeest gevierd wordt.


                       
Pas geleden viel het me op dat een goede kennis van ons de nagel van zijn rechter wijsvinger miste. Ik vroeg hem hoe hij die zo was kwijtgeraakt. Bij het grasmaaien zei hij. Hij had net het gazon gedaan en wilde het aangeplakte gras nog even uit de elektrische grasmaaier peuteren. Hij kon zich niet meer herinneren waarom hij op dat moment zo haastig was, maar in een mum van tijd was z'n wijsvinger een centimeter korter. Het apparaat stond nog niet helemaal stil. Het topje bungelde er nog aan vertelde hij. Als de wind naar het ziekenhuis natuurlijk. Daar werd het topje er zo goed en zo kwaad als het ging weer aangenaaid. Vakwerk, want het is er weer keurig aangegroeid. Alleen de nagel, die is hij erdoor kwijt geraakt.
Ik weet niet of je ook wel eens wat hebt gehad aan je rechterhand, maar dan merk je pas goed hoe verschrikkelijk handig die eigenlijk wel is. Want zonder je rechterhand begin je niet zo veel. Die kan praktisch alles. Maar je linkerhand? Man, die kan bijna niks lijkt het wel! Daarom zeggen ze natuurlijk ook dat je twee linkerhanden hebt wanneer je staat te emmeren en te klungelen.

Tja, mijn rechterhand kan van alles. Hij kan bijvoorbeeld goed schrijven. En nog een beetje tekenen ook. Maar mijn linkerhand? Die hoeft het niet eens te proberen! Nee, die mag alleen maar het papier een beetje vasthouden zodat het niet wegschuift. En als ik aan het timmeren ben, dan is het ook weer mijn rechterhand die dat doet. Mijn linkerhand mag alleen maar het spijkertje vasthouden. Met alle risico's van dien!
En zo is het met bijna alles wat ik doe. Het echte werk wordt gedaan door mijn rechterhand. En mijn linkerhand is er alleen maar goed voor om de rechter daar een handje bij te helpen.
Maar weet je wat nu zo aardig is? Die rechter hand verwijt de linker nooit dat die zo weinig kan. En die linker hand is op zijn beurt ook nooit jaloers op de rechter omdat die zo goed is in alles. Nee, die twee handen hebben het heel goed met elkaar: ze hebben nooit ruzie en ze doen alles samen!

"Man, doe toch niet zo sentimenteel over je twee handen!" zeg je nu misschien. "Die twee handen horen toch gewoon bij elkaar. Daarom werken ze zo perfect samen. Daar is toch niks bijzonders aan?!"
Tja, een man en een vrouw horen ook bij elkaar. Maar toch zijn er maar weinig echtparen die zo perfect samenwerken als die twee handen! Vooral niet als de één bijna alles kan en de ander bijna niks! Dus zo gewoon is dat toch niet! Of zou je dat niet met elkaar kunnen vergelijken? Ik dacht van wel. Alleen is er één groot verschil. Kijk, je twee handen werken zo perfect met elkaar samen omdat ze allebei naar hetzelfde hoofd luisteren. En dat is nu precies wat wij als mensen zo vaak missen. We leven eigenlijk als een kip zonder kop. We hebben geen gemeenschappelijk hoofd waar we naar luisteren. Daardoor kijken we heel gauw op elkaar neer wanneer de één wat kan en de ander niet, en zijn we jaloers. Daarom hangen we zo vaak als los zand aan elkaar en maken we ruzie. Daardoor is het vaak zo moeilijk om op een leuke en goede manier met elkaar om te gaan en een succes van onze relatie te maken.

Weet je, eigenlijk zouden we, net als onze twee handen, een gemeenschappelijk hoofd moeten hebben waar we naar luisteren en waardoor we ons laten inspireren. In het gewone leven werkt dat ook zo. Kijk maar naar een goed bedrijf. Daar is een directie of een directeur die de dienst uitmaakt. En wanneer die goed is en het personeel doet wat de directie zegt, dan functioneert het bedrijf goed. Zo gaat dat in de sport ook. En ook in de politiek. Wanneer er maar goede leiders zijn of aanvoerders, en er wordt naar ze geluisterd, dan functioneren de mensen redelijk ten opzichte van elkaar. Maar dat werkt alleen maar op het terrein van de sport of van het werk of van de politiek. Wanneer je daarbuiten komt, dan is die invloed weg en val je weer als los zand uit elkaar. Zonder goede leiding is goede samenwerking bijna onmogelijk.

Maar wat moet je daar nou mee in een relatie? Zouden we dan allemaal een soort van huwelijksadviseur nodig hebben?! Nee, natuurlijk niet! Wat we nodig hebben is heel wat meer dan wat menselijke leiderschap van buiten af. Vooral in een huwelijk. Daar moet het van binnen uit komen, net als bij je twee handen. Anders werkt het niet.

Weet je, dat is nou precies wat de eerste christenen hadden ontdekt. Die hadden ontdekt dat je je leven kon laten leiden door Jezus Christus. Die lieten zich inspireren door zijn Geest. Daar hadden ze hun hart voor open gezet. En dat gaf een grote eenheid onder elkaar. Dan krijg je eigenlijk hetzelfde als in een lichaam: daarin worden alle ledematen door hetzelfde hoofd geïnspireerd, hoe verschillend die ledematen ook allemaal zijn. Nou, zo beleefden de eerste christenen het ook. Onder de gemeenschappelijke leiding van Jezus Christus kwamen ze allemaal tot ontplooiing en gingen ze allemaal functioneren ten opzichte van elkaar zoals dat de bedoeling was. Het maakte niet uit of de één nu alles kon en de ander bijna niets: iedereen werd gewaardeerd en deed zijn deel.
En dat is nog steeds te ervaren. Iedereen die dat wil kan dat nog steeds beleven. Vooral in een relatie tussen twee mensen is dat ideaal, ook nu nog. Dan gaat het er niet meer om wat de één allemaal wél kan en de ander niet, maar dan ga je zien hoe je elkaar aanvult en elkaar tot steun kunt zijn. En is er een keer verschil van mening, dan is dat ook geen ramp. "Joh, het is niet belangrijk wat jij denkt of wat ik denk!" zeg je dan tegen elkaar. "Het gaat erom wat Hij ervan denkt die ons leven leidt." Daar ga je dan naar op zoek. Kijk, op die manier kun je heel verschillend zijn, net zo verschillend als je rechter- en je linkerhand, zonder in de problemen te komen. Dan zijn al die verschillen geen handicap meer, integendeel!


                             
Toen er Onstwedde in Oost Groningen een evangelische camping zou worden geopend, stond er in het Groninger Dagblad een leuk tekeningetje van de vaste cartoonist van dat blad. "Voorpret" had hij erboven gezet. Drie figuurtjes zagen verlangend uit naar de vakantie. De eerste was een vrolijk meisje in  badpak met een surfplank dat zich verheugde op een weekje surfen in Schoorl. De tweede was een sportieve jongeman met bergschoenen die ging wandelen in de Franse Alpen. En de derde op het plaatje was een saai-gekleed, duf-kijkend kereltje met keurig gekamde haren en een stoffig dik boek onder z'n arm: "Bijbelstudies". Die ging dus kamperen in Onstwedde...

Ja, saai, duf en stoffig! Dat is de indruk die buitenstaanders vaak krijgen van christelijke mensen en de kerk. Dat blijkt ook wel uit dat tekeningetje van die cartoonist. Hoe dat komt? Waarschijnlijk omdat we het daar als kerkmensen een beetje naar gemaakt hebben. Tegenwoordig is het niet zo erg meer, maar vroeger mocht je bijna niks. Je mocht niet fietsen of zwemmen op zondag, je mocht niet naar de bioscoop of naar toneel, ook niet naar de kermis of naar een circus, het lezen van beeldromannetjes en stripverhalen was verderfelijk en dansen mocht al helemaal niet! Nou, wat voor indruk krijgen anderen dan van zo'n manier van leven? Precies! Saai, duf en stoffig!

Nu is dat tegenwoordig wel wat anders geworden. Er is vaak niet zoveel verschil meer tussen kerkelijke en buitenkerkelijke mensen. Nu mag praktisch alles. Bijna alle kerkgangers hebben tegenwoordig de bioscoop en het theater in huis en jong en oud kijkt naar films en toneelstukken die vroeger door de filmkeuring werden verboden. En veel kerkelijke kinderen dansen niet alleen, maar de meesten mogen ook nog naar houseparties, disco's en popfestivals! En zo zijn er nog wel wat meer dingen te noemen die vroeger in kerkelijke kringen niet mochten en nu vrij normaal beginnen te worden: samenwonen bijvoorbeeld en moeders met opgroeiende kinderen met een baan.

Maar waarom zou er dan toch nog behoefte zijn aan zo'n evangelische camping? Wat zijn dat voor mensen die daarheen gaan? Willen die de klok weer terugdraaien? En wat beweegt zoveel mensen om lid te worden van een Evangelische Omroep? Willen die allemaal weer terug naar een saai, duf en stoffig leventje? Het lijkt er wel een beetje op. Want ze dansen niet, zijn tegen sex voor het huwelijk en samenwonen, ze kijken weinig of geen tv, ze waarschuwen tegen houseparties en discobezoek, ze zijn er op tegen dat moeders met opgroeiende kinderen buitenshuis werken en zo meer.
Alleen is er wel een verschil. Het is niet meer zo van buitenaf opgelegd zoals vroeger. Vroeger mochten heel veel dingen niet omdat dat zo geleerd werd in de kerk. Het leven was een zware opgave. Die indruk kreeg je tenminste als je de mensen uit de kerk zag komen. Maar het komt nu meer van binnenuit lijkt het wel. Dat zie je bijvoorbeeld op die EO-jongerendagen waar duizenden jongens en meisjes naar toe gaan. Die maken nou niet bepaald een stoffige, duffe en saaie indruk. Ze hebben er lol in. Ze zingen enthousiast, gaan spontaan met elkaar om, hebben geen drank of drugs nodig om uit hun dak te gaan. In de vakantiemaanden gaan er velen van hen naar het buitenland om te helpen bij allerlei ontwikkelingsprojecten. Niet omdat het ze verboden is om op een normale manier met vakantie te gaan, maar omdat ze daar gewoon zin in hebben. Hoe zou dat komen? Het komt omdat ze iets heel wezenlijks hebben ontdekt.

Kijk, doordat de invloed van de christelijke cultuur en de macht van de kerk aan het verdwijnen zijn, beginnen veel kerkmensen zich te realiseren dat hun oude christelijke levensstijl voor een groot gedeelte alleen maar traditie was en aan de buitenkant zat. Voor sommigen is dat de aanleiding om er maar mee op te houden en te breken met de kerk. Anderen vinden dat te ver gaan. Die proberen de kerk wat te moderniseren en passen hun christelijke levensstijl en opvattingen zoveel mogelijk aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen. Ook is er een grote groep die, dwars tegen alles in, het oude en vertrouwde probeert vast te houden en van geen veranderen wil weten.

Maar gelukkig zijn er ook heel velen op zoek gegaan naar de kern van de zaak. Die hebben dat ook gevonden. Die ontdekten het geheim van het oorspronkelijke christendom.

Weet je, we weten allemaal wel wat goed is en hoe het eigenlijk zou moeten. Maar in ons hart willen we vaak de andere kant uit. Dat is het probleem. Het goede dat je wilt, dat doe je niet, en het verkeerde dat je niet wilt, dat doe je zo makkelijk! Eigenlijk zou je van binnen moeten kunnen veranderen. Dat je alleen nog maar zin zou hebben om het goede te doen. En dat je dan ook een vreselijke hekel zou krijgen aan alles wat verkeerd is. Dan zou je kunnen doen waar je zin in had. Omdat je dan alleen nog maar zin zou hebben in datgene wat goed is!
En dat is nou precies de kern van het oorspronkelijke christendom: dat dat royaal mogelijk is. Dat je van binnen zo veranderen kunt, dat je alleen nog maar zin hebt om het goede te doen. En dat je dat dan ook kunt.
Dat kun je lezen in één van de brieven die de eerste christenen daarover geschreven hebben. Het gaat over het verbond wat God met ons sluiten wil.
"Dit is het verbond, waarmee Ik Mij aan hen verbinden zal zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven. En hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken."
We kunnen dus een verbond met God sluiten staat hier. En dan belooft Hij ons dat Hij zijn wetten in ons hart zal leggen. Dus dat ons hart er vol van wordt om te doen wat Hij wil: het goede. En dat niet alleen. Hij schrijft zijn wet dan ook in ons verstand. Hij zal er dus voor zorgen dat we ons verstand dus niet op nul hoeven te zetten maar dat we er met ons verstand helemaal achter kunnen staan. En wat er in het verleden allemaal is misgegaan, daar gaat dan een streep door: onze zonden en ongerechtigheden zal Hij niet meer gedenken, staat er.
Heb je door wat dat betekent? Het betekent dat je echt met een schone lei kunt beginnen aan een heel nieuw leven! Onvoorstelbaar! Dat was het geheim van de eerste christenen. Daarmee trokken ze de wereld in en brachten een geweldloze revolutie te weeg in het toenmalige Romeinse rijk. Dat is ook het geheim van die jonge mensen op de EO-jongerendag. Dat is ook de reden dat er behoefte is aan een evangelische camping. En aan een omroep zoals de EO. Daar hebben ze dat geheim ook ontdekt en proberen dat door te geven.

In feite heeft dat maar weinig te maken met een bepaald kerkgenootschap of met één of andere conservatieve groepering die allerlei oude tradities probeert te promoten. En het heeft ook weinig van doen met duffe mensen, saaie programma's of stoffige boeken, integendeel! Het gaat om de kern van de zaak: een heel nieuwe manier van leven. Een leven waarbij je hart steeds weer vervuld wordt met een verlangen om goed te doen.
Je zou jezelf eens de kans moeten geven om dat ook te gaan ervaren. Weet je wat je moet doen? De balans opmaken van je leven tot nu toe en jezelf eens afvragen of het wel de goede kant opgaat met je! Want het kan echt anders!


                                                      
Het leven hangt van kiezen aan elkaar. Is je dat wel eens opgevallen? Het begint al wanneer de wekker 's morgens afloopt: stap ik er meteen uit of blijf ik nog even liggen. Dan sta ik voor de keus of ik onder de douche zal gaan of dat ik alleen mijn gezicht zal wassen. En zo gaat het verder: Welke sokken kies ik vandaag en welk overhemd. Zal ik een schone zakdoek pakken of doe ik dat de volgende keer.
Aan tafel gaat het kiezen gewoon door: smeer ik roomboter op mijn brood of halvarine. Wat voor beleg zal ik deze keer nemen, zoet of hartig. Drink ik koffie, thee of melk. Pak ik de krant of luister ik naar het nieuws. Zal ik mijn tanden poetsen na het eten of sla ik dat maar een keer over. Ga ik naar de dokter met dat rare gevoel in mijn nek of zal ik het nog maar een paar dagen aankijken. Blijf ik lezen of ga ik wat anders doen. Zal ik nog meer voorbeelden geven over het kiezen of zal ik er maar mee stoppen...
Nou, laat ik er maar mee stoppen. Want je bent het nu wel met me eens dat je daar de hele dag mee bezig bent, met het maken van keuzes.

Nu zijn er twee dingen waar je goed op moet letten bij het kiezen. In de eerste plaats moet je niet bang zijn om keuzes te maken. Want als jij niet kiest, dan kiest een ander voor je. Dan wórdt er voor je gekozen!
Dat kun je bijvoorbeeld heel goed zien als er verkiezingen zijn. Degenen die dan niet gaan stemmen, laten het in feite over aan degenen die wel stemmen hoe het land geregeerd zal gaan worden. 
Maar ook in het leven van alledag zie je dat vaak. Er zijn bijvoorbeeld heel wat mannen die niet zelf kiezen wat ze aantrekken! Ja, dan wordt er voor ze gekozen, door moeder de vrouw, en dat vinden ze nog makkelijk ook!

Maar in het algemeen is het niet zo gunstig wanneer je de keus aan anderen overlaat. Want als je zelf niet kiest, raak je heel makkelijk je vrijheid kwijt. Dan gaan anderen de dienst voor je uitmaken. Ga maar een keer kijken in een kroeg, dan kom je dat gauw aan de weet! Als jij daar niet kiest, dan zijn er wel anderen die voor je kiezen. Zolang jij er niet voor kiest om op te stappen, dan zorgen de anderen wel dat je blijft zitten. Zolang jij geen vast besluit neemt om te stoppen, dan blijven de anderen roepen: neem er nog één!
Alleen de gevolgen, ja, die blijven voor jou! Daar laten ze je mooi mee zitten! Heb je dat nog nooit gemerkt?

Ja, dat is het tweede waar je goed op moet letten bij het kiezen: je bent vrij om te kiezen wat je wilt, maar de gevolgen die kun je daarna niet meer kiezen. Die zitten er onlosmakelijk aan vast. Als je iets kiest, dan kies je ook altijd voor de gevolgen. Dat kan niet anders.
Kies je bijvoorbeeld voor een glas melk, dan is het gevolg positief. Met melk meer mans! Daar hoef je dan niet meer voor te kiezen, want dat gevolg zit er gewoon aan vast. Maar neem je in plaats van melk een zelfde hoeveelheid brandewijn, dan kun je daarna net zo min meer kiezen voor de gevolgen. Als de wijn is in de man, dan zit de wijsheid in de kan. Dat komt er automatisch achteraan, daar hoef je echt niet aan te twijfelen!

Weet je, dat vergeten we nogal eens: dat je altijd vrij bent om te kiezen, maar daarna niet meer vrij bent om te kiezen voor de gevolgen. Die zitten er altijd aan vast. Daarom zeiden we net al: je moet altijd even verder kijken dan je neus lang is. Niet alleen maar kijken naar wat je leuk of lekker vindt, maar ook even denken aan de gevolgen, want daar kies je automatisch ook voor.

De vorige keer ging het erover dat je van binnen veranderen kunt. Dat was het geheim van de eerste christenen: dat ze hadden ervaren dat ze een verbond konden sluiten met God waarbij Hij dan beloofde om zijn wet in het hart te leggen en die ook in het verstand te schrijven. En dat kan nog steeds: dat je een verbond met God sluit waarbij Hij je hart zo verandert dat je zin krijgt in het goede en een hekel krijgt aan alles wat verkeerd is. En hoe doet God dat? Hij opent je ogen voor de gevolgen van je keuzes! Want meestal zijn we daar juist zo blind voor. Daardoor maken we zoveel verkeerde keuzes waarvan we later spijt hebben. We hadden niet door wat de gevolgen ervan zouden zijn. Kijk, dat wil God nou voor ons doen: onze ogen wijd openen voor de gevolgen van de keuzes die we maken. Wanneer we ons hart open zetten voor alles wat Hij ons geven wil, dan krijgen we namelijk een helder zicht op de dingen. Dan verlicht Hij ons verstand. Dan ga je het complete plaatje zien. Dat bewaart je dan voor heel wat ellende. En wat je verleden betreft, daar gaat dan een streep door. Alleen op deze manier kun je echt met een schone lei beginnen. Dat is het verbond wat je met God kan sluiten.

Maar ook hier hangt het weer helemaal af van je eigen keuze. Kies je niet, dan wordt er voor je gekozen. Dan weet je niet waar je uitkomt. Daarom: kijk verder dan je neus lang is. Wees niet bang om de belangrijkste keuze te maken van je leven. Kijk naar de gevolgen van het één en van het ander. En wees ervan overtuigd, dat een positieve keuze altijd een positief gevolg zal hebben.
"Wat kies ik, wat kies jij?
Kies maar, want de keus is vrij!
Maar kijk uit wat je kiest,
want je kiest 't gevolg erbij!"
Ja, dat geldt zeker voor een positieve keuze voor een leven met God.


                                                                                                          
Er is ooit eens een boekje geschreven onder de titel: De man, het onbegrepen wezen. Nou, als je alles goed op een rijtje zet, dan is die titel een schot in de roos. Want een man zit raar in elkaar hoor. Want heb je je wel eens afgevraagd waarom het hoofdzakelijk mannen zijn die oorlog voeren? En waarom het bijna altijd mannen zijn die halsbrekende toeren uithalen, levensgevaarlijke ontdekkingsreizen moeten maken en met gevaar voor eigen leven zo nodig de Mount Everest moeten beklimmen? Vind je het niet raar dat de Maffia hoofdzakelijk uit mannen bestaat en dat ze voorop lopen in de criminaliteit?
En waarom waren het vooral mannen die de ruimte in wilden en persé wilden zien hoe de maan er van achteren uitziet?
Is het niet vreemd dat het bijna alleen maar mannen zijn die in de kroeg tegen elkaar opdrinken? En die in de Tour de France en in de auto- of motorsport tegen elkaar oprijden? (Bij wijze van spreken dan natuurlijk!)
Snap jij waarom het alleen maar mannen zijn die in stadions uit hun bol gaan en daarna de boel afbreken in treinen en bussen? En waarom zijn het vooral mannen die speculeren op de beurs, in zaken geen grenzen kennen en altijd maar streven naar meer, naar groter, hoger en beter?

Ja, mannen zitten raar in elkaar. Maar waarom? Daar is maar één antwoord op: omdat God de man zo geschapen heeft! Mannen zijn er kennelijk voor bestemd om te strijden, te ontdekken, te veroveren, baanbrekend werk te verrichten, uitdagingen aan te gaan en voortdurend te streven naar het allerbeste, het allergrootste, het allermeeste en het allerhoogste. Dat is het potentieel van de man, dat is het vermogen wat hij heeft meegekregen. Alleen is het natuurlijk wel de vraag wat hij met dat potentieel doet en in welke richting zich dat vermogen ontwikkelt!

Heb je wel eens aardappels met uitlopers in de kelder gehad? Aardappels hebben het vermogen om te groeien. En niet alleen wanneer je ze poot. Als je ze te lang bewaart, beginnen ze ook binnen te groeien. Want in de kelder hebben ze hetzelfde vermogen als buiten. Maar omdat ze in het donker liggen, krijgen ze alleen maar van die rare slappe uitlopers. Die gaan alle kanten op. Behalve de goede.
Aan die aardappels moet ik denken wanneer we het hebben over het vermogen van de man. Mannen ontplooien zich wel, maar vaak op zo'n rare manier dat er de gekste dingen gebeuren. Ze voeren oorlog en vinden de meest afgrijselijke vernietigingswapens uit. Of ze gaan kijken of er leven is op Mars terwijl ze het leven hier op aarde op allerlei manieren laten verkommeren. Of ze zetten alles op het spel voor een gouden plak en ze verwaarlozen hun gezin omdat ze hun sport of hun zaak of hun hobby belangrijker vinden dan een goede relatie met vrouw en kinderen. Ze verzieken de maatschappij omdat ze het spannender vinden om geld te roven dan er voor te werken. Of ze raken aan van alles en nog wat verslaafd omdat het zo stoer is om ook mee te doen.
En de mannen die zich nog een beetje normaal ontwikkelen, hebben vaak het gevoel dat ze eigenlijk de boot missen...

Wat er ontbreekt bij die aardappels in de schuur, dat weten we wel. Die moeten naar buiten in de grond en ze hebben licht en warmte nodig. Dan komt alles wat erin zit tot een gezonde ontwikkeling.
Maar wat ontbreekt er nou bij ons mannen? We hebben zoveel capaciteiten en mogelijkheden, maar wat komt er meestal van terecht? Welke kant moeten we daar mee op? Zelfs al halen we alles uit ons leven wat erin zit, en bereiken we alles wat we willen, dan nog blijven we aan het eind van ons leven zitten met de vraag waar het in 's hemelsnaam allemaal goed voor was!

Ja, misschien moesten we daar eens wat meer over nadenken. Dan zouden we wat meer belangstelling krijgen voor wat de eerste christenen daarover zeiden. Die zeiden namelijk dat God de mens ervoor had bestemd om de hele schepping te gaan beheren. En dat Hij daarvoor aan de man zulke bijzondere eigenschappen had gegeven.

Maar van het beheren van de schepping komt natuurlijk weinig terecht wanneer de Schepper zelf buiten spel wordt gezet. Want hoe weten we nou wat er moet gebeuren en wat de rol is van de man wanneer we geen contact willen hebben met de Ontwerper van het heelal? Kijk, dat is volgens die eerste christenen nu precies het grote probleem. Doordat we God buiten ons leven sluiten, en zelfs zover gaan dat we zijn bestaan ontkennen, tasten we volkomen in het duister.
Wanneer we niet meer weten waarvoor we moeten leven, en hoe het potentieel van de man zich ten volle ontplooien kan in Gods plan met de wereld, dan zoekt het zich een weg op een veel lager niveau. Daardoor lijken mannen vaak op die uitgelopen aardappels in de kelder. Ze missen het licht.

In één van de brieven die bewaard zijn gebleven van de eerste christenen, staat het zo:
"Immers, hoewel zij God konden kennen, hebben zij Hem niet als God vereerd of gedankt, maar hun bedenksels zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden..."

Maar die eerste christenen schreven ook dat ze door hun ontmoeting met Jezus Christus licht kregen op dat oorspronkelijke plan van God. Die liet hen namelijk zien wat dat plan in de praktijk inhield, niet alleen door wat Hij zei, maar vooral door de manier waarop Hij leefde. Hij gaf ze een helder zicht op het plan dat God nog steeds met de wereld heeft. En ze werden daar zo door gegrepen, dat ze nergens anders meer voor wilden leven. En vooral de mannen merkten dat ze zich daar helemaal in konden ontplooien. Er was wel heel wat puin te ruimen voor ze in die tijd: het denken van de mensen was zo verziekt en de kracht van het heidendom was zo sterk, dat er heel wat weerstand te overwinnen was. Maar onder Gods leiding bleef hun geweldloze strijd niet zonder gevolg. De hele toenmalig bekende wereld kreeg de kans om aan de weet te komen wat het eigenlijke doel was van het leven. Het werkte als een sneeuwbal. En dat allemaal zonder krant, tv of radio en zonder het hedendaagse vlieg- en trein- of autoverkeer.

Weet je, over het algemeen zijn we dat een beetje kwijtgeraakt. We hebben te veel het idee dat een leven met God iets zieligs is, iets wat niet bij echte kerels past. Dat komt misschien wel omdat er zo vaak alleen maar wordt gepraat over het gaan naar de kerk en het gaan naar de hemel. Maar er moet veel meer gebeuren. God heeft een plan met de wereld, ook nu nog. En daar zijn vooral ook mannen voor nodig. Mannen die in het licht van God durven komen. Mannen die verlost willen worden van een zinloos, egoïstisch leventje dat alleen maar om henzelf draait. God zoekt mannen die willen ontdekken wat het echte doel van hun leven is.

En de vrouwen dan? Och, we hoeven niet bang te zijn dat vrouwen zullen afhaken wanneer het leven met God weer wat mannelijker gaat worden, integendeel! Andersom is dat eerder het geval.
Geen enkele jongen heeft vroeger bijvoorbeeld ooit Joop ter Heul of een ander meisjesboek gelezen. Maar de meeste meisjes wel Dik Trom of Pietje Bell. Nee, de vrouwen zullen niet afhaken. Ze hebben veel meer respect voor echte kerels die leven voor datgene wat echt de moeite waard is dan voor mannen die zich uitsloven voor allerlei dingen waar ze het nut niet van inzien.

Ja, het wordt tijd dat mannen gaan beseffen dat ze met het geweldige potentieel dat ze hebben naar buiten moeten, in het licht van God. Net als die aardappels! Anders ontplooien ze zich op een veel te laag niveau! En dat is zonde. In de meest letterlijke zin van het woord!


                                       
Vraag je je ook wel eens af hoe het komt dat vrouwen zo makkelijk worden gediscrimineerd en de dupe worden van allerlei smerige praktijken? Want in het algemeen zijn het toch de vrouwen die in het hoekje zitten waar de klappen vallen. Je hoeft de krant maar op te slaan of je komt wel een paar berichten tegen over vrouwen die worden verhandeld, onderdrukt, mishandeld of verkracht. En wat dacht je van al die advertenties waarin vrouwen bij honderden als koopwaar worden aangeboden om als lustobjecten gebruikt te worden? Hoe komt dat nou?
Dat komt omdat vrouwen anders in elkaar zitten dan mannen. Daar zou heel veel over te zeggen zijn. Maar één van de belangrijkste verschillen geeft misschien een aanknopingspunt. En dat verschil is, dat mannen van nature gevers zijn, en vrouwen ontvangers. Zo zitten ze biològisch tenminste in elkaar. Kijk maar naar het lichaam van beiden. De man heeft wat te geven en de vrouw ontvangt. Omdat de vrouw bovendien degene is die de kinderen ter wereld brengt en daardoor erg kwetsbaar is, ligt het voor de hand dat de man zijn vrouw ook de geborgenheid moet geven waarbinnen ze zich als moeder helemaal kan ontplooien.

Dus de man geeft en de vrouw ontvangt, zo zit dat biologisch in elkaar. Maar wat zien we nu in de praktijk? Eigenlijk precies het tegenovergestelde! Want in het gewone leven zijn niet de mánnen de grote gevers, maar de vroúwen! Want wie offeren zichzelf meestal op? Dat zijn toch de vrouwen, of niet? Het zijn de vrouwen die vaak niet anders doen dan geven, terwijl de mannen alleen maar kunnen eisen en consumeren! Zo is het toch?
Ja, als je het nuchter bekijkt, zijn de mannen dus tegennatuurlijk bezig. Biologisch gezien zouden mannen gevers moeten zijn en beschermers van de vrouw. Maar in de praktijk leven ze als eisers en consumenten en gebruiken vrouwen alleen maar om in hun behoeften te voorzien. En dat gaat maar al te makkelijk, gewoon omdat vrouwen van nature heel kwetsbaar zijn en min of meer afhankelijk van de man. Natuurlijk is dat een beetje té zwart/wit gesteld. Maar in principe is het toch zo.

O.K. De mannen leven dus in het algemeen als eisers en consumenten, en spannen de vrouwen voor hun karretje. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Daar is wat mis mee.
Nu kunnen we natuurlijk zeggen dat het hoog tijd wordt dat vrouwen dat niet meer pikken. Ze hebben net zo goed recht om eisen te stellen en te consumeren, net als de mannen. Dat is logisch. En de emancipatiebeweging stelt dat dan ook zo. De vrouwen moeten strijden voor dezelfde rechten als de man, net zo lang totdat de overwinning behaald is. Gelijkberechtiging heet dat.

Maar is daarmee het probleem dan opgelost? Was het maar waar! Want er zijn niet alleen maar mannen en vrouwen. Er zijn ook nog kinderen. Wat moeten die dan? De natuur leert ons dat elk kind het recht heeft op de geborgenheid van een gezin. Elk kind heeft recht op de zorg van een vader en een moeder. Kinderen zijn volkomen afhankelijk van wat ze van vader en moeder aangereikt krijgen. Want als er één van nature een ontvanger is, dan is het wel een kind.
Maar ja, de man leeft om te eisen en te consumeren. En de vrouw wil daarbij niet achterblijven. Ook eisen en consumeren dus. En de kinderen? Wat gebeurt er dan met de kinderen? Die zijn het kind van de rekening! Want kinderen kunnen nog niet emanciperen. Die moeten maar zien hoe ze het redden. Materieel zal een kind van geëmancipeerde ouders niet veel te kort komen. Daar wordt meestal nog wel goed voor gezorgd. Maar de behoefte aan aandacht en liefde wordt niet bevredigd met wat speelgoed en lekker eten...

Tja, als de vrouwen ervoor kiezen om net zo te gaan leven als de meeste mannen, dan zijn er op een gegeven moment geen ouders meer die kinderen geborgenheid, aandacht en liefde kunnen geven. Daar is dan geen tijd meer voor. En ook geen interesse. Vaders en moeders hebben dan hun handen vol om ervoor te zorgen dat ze zélf goed aan hun trekken komen. En het kind voelt zich in de steek gelaten en blijft zitten met een hongerig en leeg hart.
Weet je, als mannen ontrouw worden aan hun natuurlijke bestemming om te geven en te beschermen, dan worden de vrouwen daar de dupe van. Om te overleven, moeten die emanciperen. Ze gaan ervoor zorgen dat ze onafhankelijk worden van de man door hetzelfde te gaan doen als hij: zorgen dat ze goed aan hun trekken komen.
Daar worden dan weer de kinderen de dupe van. Om te overleven ontwikkelen die dan ook weer een levensstijl van ikke, ikke, ikke, en de rest kan stikken. Maar dan vaak in het extreme. Dan is het plaatje compleet. Als de mannen ontaarden, dan ontaarden de vrouwen ook. En daar komen dan weer ontaarde kinderen van. Tellen we die allemaal bij elkaar op, dan krijgen we een ontaarde samenleving. En daar zitten we nu zo langzamerhand mee.

Toch kunnen we ook een andere kant op. We moeten niet verder de kant op van het er-zoveel-mogelijk-uithalen-wat-erin-zit. Want als iedereen gaat staan op zijn recht om zoveel mogelijk te halen en te consumeren, dan wordt de samenleving een slagveld waarin uiteindelijk alleen maar het recht geldt van de sterkste.
Nee, we moeten een andere kant uit. We moeten terug naar de basis. We moeten weer zo gaan functioneren zoals dat van nature kennelijk de bedoeling was. De mannen moeten weer gevers worden, gevers van geborgenheid en zorg. Ze moeten weer leren trouw te zijn en zich op te offeren voor hun vrouw zodat die zich in alle geborgenheid onbevreesd en zonder zorg ten volle kan ontplooien.
En worden er kinderen geboren, dan groeien die ten minste op in een gezin waar harmonie en liefde heerst. Dan zijn ze daar welkom en komen emotioneel niets te kort. Dan krijgen ze alles wat ze nodig hebben om zich te ontwikkelen tot evenwichtige mannen en vrouwen die weten hoe het leven in elkaar zit en wat de werkelijke waarden zijn van het leven.

Goede gezinnen zijn de hoeksteen van een gezonde samenleving werd er vlak na de bevrijding gezegd. Maar we zien het tegenwoordig vaak niet meer zo. We weten het nu beter. We zijn nu wijzer dan toen.
Of... zouden we misschien alleen maar een beetje eigenwijzer zijn geworden? Terug naar de basis dus. Maarre...betekent dat dan dat we de klok maar weer terug moeten zetten? Daar gaat het volgende stukje over.


                                       
We hadden het over de emancipatie van de vrouw. Dat de behoefte aan emancipatie eigenlijk een logische reactie is op het egoïstische gedrag van de man. Want als mannen ontrouw worden aan hun natuurlijke bestemming om te geven en te beschermen, en alleen nog maar kunnen eisen en consumeren, dan worden de vrouwen daar de dupe van. Om te overleven, moeten die er dan voor gaan zorgen dat ze onafhankelijk worden van de man door hetzelfde te gaan doen als hij: zorgen dat ze goed aan hun trekken komen. En de kinderen? Ja, die zijn dan het kind van de rekening. Want daar is geen tijd meer voor. En een gebrek aan aandacht en liefde is voor kinderen funest.

Moeten we de klok dan maar weer terugzetten? Misschien wel. Maar dan wat verder terug dan twintig, dertig jaar. We moeten terug naar de oorsprong. 
Kijk, een kind heeft geborgenheid nodig. En die geborgenheid vindt het in de moeder. Maar die moeder heeft ook geborgenheid nodig. Die geborgenheid moet ze kunnen vinden in haar man.
Maar de man? Zou die geen geborgenheid nodig hebben? Jazeker. Een man heeft net zo góed behoefte aan een goede rugdekking en bescherming. Ook hij kan niet zonder inspiratie en een bemoedigende klop op de schouder als het moeilijk gaat. Maar waar moet hij dat dan vandaan halen?
Weet je, hier zit de zwakke plek. Want je kunt geen veren plukken van een kikker. Voordat je iets te geven hebt, moet je eerst iets ontvangen. Als je als man voor je vrouw en kinderen de grote gever moet zijn van geborgenheid, aandacht en liefde, dan moet je dat wel ergens vandaan kunnen halen!

"Wat doen jullie toch ingewikkeld!" zeg je nu misschien. "Het is toch een kwestie van geven en nemen? Als je elkaar liefde en aandacht geeft, dan ontvang je dat toch ook weer van elkaar terug?"
Jawel. Natuurlijk werkt dat vaak zo. Alleen moet één van de partijen dan niet te kort gaan schieten, want dan werkt het niet meer.
De liefde voor de ander gaat op deze manier namelijk niet veel verder dan wat je aan liefde van die ander ontvangt. Gelijk oversteken om zo te zeggen. Zo gauw de één wat sacherijnig is of kort aangebonden, dan begint het mis te gaan. Dat wordt meestal ook gelijk oversteken! Dan bekoelt de liefde heel snel.

Nee, als een verhouding gebaseerd is op het principe van geven en nemen en gelijk oversteken, dan is de basis heel wankel en blijken er maar heel weinig reserves te zijn. Jammer genoeg denken we tegenwoordig dat dat niet anders kan. Op is op. En als de liefde op is, nou, dan ga je uit elkaar. En de kinderen? Die zijn daar weer de dupe van.

Maar stel je 's voor dat een man ergens een onuitputtelijke bron zou vinden van liefde en geborgenheid die zo overvloedig is dat hij daar niet alleen zelf genoeg aan heeft, maar dat hij dat ook royaal zou kunnen doorgeven aan zijn vrouw en aan zijn kinderen. Vooral in de tijden dat hij er weinig of niets voor terug ontvangt! Wat zou dat een verandering zijn. Dan zou zijn huwelijk niet meer stuk kunnen!
Weet je, die onuitputtelijke bron is er. Daarvoor moeten we bij de eerste christenen in de leer. Die staken het niet onder stoelen of banken wat ze hadden ontdekt. In één van hun brieven staat het zo:
"Ik wil dat jullie dit weten: God is het Hoofd van Christus. En Christus is het Hoofd van de man. En de man is het hoofd van de vrouw." En daar bedoelden ze mee: God is verantwoordelijk voor Jezus Christus. En Jezus Christus is verantwoordelijk voor de man. En de man is verantwoordelijk voor de vrouw. En dat de vrouw op haar beurt verantwoordelijk is voor het kind, dat is dan ook geen probleem meer.
Zo is het de bedoeling. Dat is ook het meest natuurlijke.
Je zou het ook zo kunnen zeggen: het kind vindt geborgenheid in de moeder, de moeder met het kind vindt geborgenheid in de vader, de vader vindt met de moeder en het kind geborgenheid in Jezus, en samen met Jezus vindt het hele gezin geborgenheid in God.
En in die geborgenheid vinden ze dan allemaal wat ze nodig hebben om verantwoordelijk te kunnen zijn voor elkaar. Want ze kunnen allemaal voortdurend een beroep doen op degene die verantwoordelijk voor ze is.

"Och", zeg je nu misschien, "het klinkt allemaal wel aardig hoor. Maar mijn ouders hadden helemaal niets te doen met God of met Jezus. En ben ik iets te kort gekomen? Nee hoor, helemaal niet! Mijn ouders hadden een prima huwelijk, en ze gaven ons alle aandacht en liefde die we nodig hadden. Nee, al dat gepraat over God en Jezus, dat is aan mij echt niet besteed. Zonder geloof gaat het zeker net zo goed, zo niet beter! Ons gezin was daar het levende bewijs van."
Tja, daar is weinig tegenin te brengen. Alleen moeten we natuurlijk niet vergeten dat een goed gezin in die tijd nog hoog werd aangeschreven. Wanneer je trouwde, werd er een formulier voorgelezen op het gemeentehuis. Daarin kwam de taak van de man ten opzichte van zijn vrouw en hun verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar duidelijk naar voren. En daar moest je dan allebei "ja" op zeggen. Je beloofde elkaar trouw voor de rest van je leven. En er was geen haar op je hoofd die eraan dacht om ooit nog eens te gaan scheiden.

Dus al geloofde je niet in God en in Jezus, toch was er een gezag boven je in de vorm van de overheid, die een normaal gezinsleven volgens christelijke normen sterk stimuleerde. Namens God zou je kunnen zeggen.
Maar die rugdekking is verdwenen. Vanuit de maatschappij is er niets meer wat je stimuleert om een goede echtgenoot en vader te zijn. Of een goede moeder. Er is uit die hoek wat dat betreft geen enkele inspiratie meer te verwachten. Als je je vrouw en je kinderen in de steek wilt laten, nou, dan kan dat! Niets of niemand die je meer tegenhoudt! Vrijheid, blijheid. Met alle gevolgen van dien: vrouwen die het slechte voorbeeld van de mannen volgen, en emotioneel verwaarloosde kinderen die niet meer weten wat liefde is en weinig verantwoordelijkheidsgevoel voor elkaar kunnen opbrengen. Zorgen dat je aan je trekken komt, dat is het belangrijkste. Ook in een relatie.
Kijk maar om je heen. Er zijn maar weinig jongens en meisjes meer die het voornemen hebben om elkaar voor het hele leven trouw te blijven. Gewoon omdat ze dat niet meer kunnen opbrengen. Omdat er niets meer is waaruit ze de kracht kunnen putten en de inspiratie die daarvoor nodig is.
Zolang het geven en het nemen over en weer een beetje in balans blijft, gaat het nog wel goed met de relatie. Maar zo gauw één van de twee het laat afweten, dan is het mis.

De klok dus maar terug zetten? Zeker. Maar dan wel helemaal, naar het begin. Zorgen dat we contact krijgen met Degene die ons diepste verlangen naar geborgenheid en liefde kan vervullen.
Weet je, het is niet erg dat we een leeg hart hebben en van alles willen hebben. Dat is het probleem niet. Zo zitten we in elkaar. We zijn allemaal geschapen als ontvangers. Het gaat er alleen maar om waar we met die honger en die dorst om te ontvangen naar toe gaan. We moeten niet bij mensen zoeken wat we alleen maar bij God krijgen kunnen. Als we leren van Hem te ontvangen, dan hebben we het antwoord gevonden. Dan is ons geluk niet meer zo afhankelijk van de omstandigheden en van wat mensen je te bieden hebben. Want dat is niet zo veel. Nee, dan heb je zelf wat te bieden! En vooral in een huwelijk heb je dat hard nodig. Een goed alternatief is er niet voor zover ik weet.

                                                  
Een ongeluk zit maar in een klein hoekje zeggen ze wel eens. Nou, dat heeft een kennis van mij een tijdje geleden wel ervaren. Hij was bezig geweest met een looplamp op zolder tussen een paar oude matrassen die daar lagen. Maar hij had vergeten dat ding uit de doen.
Een paar uur later hing er beneden hier en daar een vreemd luchtje. Net of er iemand zware sigaren aan het roken was. Plotseling ging het licht uit in de bijkeuken. Een stop doorgeslagen. Kortsluiting in de diepvriezer dacht hij. Want daar stonk het 't ergst.
Even later ging zijn dochter naar boven om de was af te halen die daar te drogen hing. "Pap!!!" gilde ze toen ze boven kwam, "Kom gauw, brand!" Pa stoof naar boven en ja hoor: alles vol rook. Het kwam onder een matras vandaan. De brandende lamp was daar op één of andere manier onder geraakt en gloeiend heet geworden. Het matras was beginnen te smeulen en door de hitte was het snoer gesmolten en had kortsluiting veroorzaakt.
Hij was er net op tijd bij: hij zag de eerste vlammetjes al naar boven kringelen. "Natte lakens!" brulde hij naar beneden. Het was er om te stikken. Maar de ramen konden niet open want daar wordt altijd tegen gewaarschuwd als je brand hebt. En het matras optillen deed hij gelukkig ook niet, want dat zou het vuur alleen maar aangewakkerd hebben.
De natte lakens lieten niet lang op zich wachten. Het lukte. De beginnende vlammen werden erdoor gedoofd. Maar het smeulen ging gewoon door natuurlijk. Hij stikte bijna in de rook van schuimrubber en vezel van de binnenvering-matras. Gauw een paar emmers water halen. Lastig met die bruisende spaarkranen.
"Zal ik de brandweer maar bellen?" riep z'n vrouw. Maar hij dacht het wel onder controle te hebben. Weer boven gekomen goot hij wat water door het natte laken over het matras. Er kwam nog heel wat rook onder vandaan. Samen met zijn dochter tilde hij het matras toen maar een beetje op en goot er water onder. Het gesis van de smeulende massa klonk ze als muziek in de oren. Het gevaar van opvlammen was nu wel geweken en het vuur kon daarna helemaal worden gedoofd. Alleen binnenin de matras smeulde het nog. Happend naar adem goten ze er wat water in en sleepten ze het ding naar beneden en naar buiten. Toen konden eindelijk de dakramen open...

Tja, een ongeluk zit maar in een klein hoekje. En de uitredding vaak ook. Want stel je voor dat de was niet boven had gehangen. Dan was z'n dochter ook niet naar boven gegaan en hadden ze de brand pas ontdekt toen het te laat was! Nu bleef de schade gelukkig beperkt.

En die schade levert nog winst op ook! Niet via de brandverzekering hoor. Daar moet je geen misbruik van maken. Nee, door zo'n ongeval leer je meestal wat. Je wordt er wijzer van. Door schade en schande word je wijs zegt het spreekwoord. Je steekt er wat van op. Die kennis van mij gaat nu bijvoorbeeld een brandblusser aanschaffen. Vooral omdat ze nogal eens gasten op zolder te slapen hebben.
En hij gaat ook de rookmelder monteren die hij ooit eens van iemand cadeau had gekregen maar nog nooit had opgehangen. Wie weet hoe veel ellende hem in de toekomst nog bespaard blijft door dit kleine brandje!

Weet je, eigenlijk is het helemaal niet zo erg als er een keer iets mis gaat in je leven. Het is niet leuk, maar je kunt er meestal veel van leren. Zelfs bij katten is dat zo! Een kat die ooit eens een behoorlijke tik heeft opgelopen van een auto op straat, zal zich daarna niet zo makkelijk meer laten overrijden. Die heeft zijn lesje geleerd.
Zo gaat het met ons ook. De meesten van ons hebben er toch geen idee van wat je moet doen als er plotseling brand uitbreekt. Maar als je dat een keer is overkomen, dan wil je precies weten wat je doen moet als het nog eens een keer gebeurt. En je zorgt er voortaan voor dat de spullen die je daarbij nodig hebt, voor het grijpen liggen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Op die manier is zo'n klein brandje tenminste niet voor niets geweest.

Er kunnen dingen gebeuren in je leven die niet zo leuk zijn. Ook hele erge dingen. Maar het idee dat dat allemaal voor niets zou zijn, dat is het allerergste. Dat is een verschrikkelijke gedachte. Dat alles wat je overkomt, zinloos zou zijn. Gelukkig is dat niet zo.
Ik hoorde van een jeugdkamp in Zwitserland waarin één van de deelnemers verdronk. Het is al jaren geleden. Eén van de leiding moest de ouders van die jongen bellen. Het waren mensen die intensief meeleefden met het jeugdwerk in die plaats. Hij kreeg de moeder aan de telefoon. Nadat hij de vreselijke tijding had overgebracht, bleef het een tijdje stil aan de andere kant. Toen hoorde hij haar zeggen: "Ik hoop dat het niet voor niets is dat mijn jongen verdronken is. Dat zou het allerergste zijn. Dat zou ik niet kunnen verdragen." En het was ook niet voor niets. Want door deze gebeurtenis kwamen praktisch alle deelnemers van dat kamp tot bezinning. Voor het eerst begonnen ze te beseffen hoe kostbaar het leven is en hoe zorgvuldig ze ermee moesten omgaan. Het heeft het hele jeugdwerk van die plaats positief beïnvloed. Na bijna vijf-en-twintig jaar is dat daar nog steeds te merken. Natuurlijk hadden die ouders daar hun zoon niet mee terug. Ze hebben daar intens verdriet van gehad. Maar het besef dat het verlies van hun zoon niet zinloos was, dat heeft ze erdoor geholpen. Vooral toen ze de verandering gingen zien in de levensinstelling van al die leeftijdgenoten van hun zoon. Vóór hij verdronk had hij al veel indruk op ze gemaakt door zijn positieve levenshouding. Maar door zijn dood werden ze daar zo bij bepaald dat hij een voorbeeld voor ze werd.

Ik denk dat dat ook het geheim was van de eerste christenen. Ze waren er vast van overtuigd dat alles wat ze overkwam zou meewerken ten goede. In één van hun brieven lezen we dat ook. "Eén ding weten wij", staat er in een brief aan de christenen in het toenmalige Rome. "Eén ding weten wij: voor wie Hem liefhebben, laat God alles meewerken voor hun bestwil. Want Hij heeft een plan met hen."
De eerste christenen gingen er dus van uit dat God een plan heeft voor ieders leven. En dat je voor dat plan kunt kiezen. Heb je voor dat plan gekozen, dan kun je er zeker van zijn dat alles wat je overkomt positief zal uitwerken, hoe dan ook. Er is niets wat dat plan van God met je leven dan zal kunnen tegenhouden of verstoren, wat er ook met je gebeurt. In tegendeel: het zal altijd een positieve uitwerking hebben. Zo zagen de eerste christenen dat. En dat is nog steeds zo. Dat kun je ervaren. De ouders van die jongen die verdronk, die gingen daar ook van uit. En het bleek ook zo te zijn.

Kun je je een beetje voorstellen hoe onaantastbaar je wordt als je God zijn plan voor je leven laat uitwerken? Als je weet dat alle dingen die je overkomen, dan zin hebben en positief zullen uitwerken, dan ben je echt niet meer stuk te krijgen, ook al zit alles je tegen.


                                    
Elie Wiesel is een jood van Roemeense afkomst. Als kind was hij erg godsdienstig. Toen hij vijftien was, werd hij door de Duitsers gevangengenomen, samen met zijn ouders en zijn zusje. Ze kwamen in Auschwitz terecht. Z'n  moeder en zusje werden bij aankomst meteen vergast. Zijn vader stierf niet zo lang daarna. Zelf overleefde hij het. Na de oorlog schreef hij een boek over zijn vreselijke ervaringen. Het heet: "De Nacht". Ik wil je daar één klein stukje uit laten lezen. Het gaat over een terechtstelling van twee mannen en een jongen in dat kamp.

"De drie ter dood veroordeelden klommen tegelijkertijd op hun stoelen. De drie nekken werden tegelijk in de stroppen gestoken. "Leve de vrijheid!" riepen de volwassenen. Maar het kind zweeg.
"Waar is de goede God, waar is Hij?" vroeg iemand achter mij. Op het teken van de commandant werden de stoelen weggenomen.  Er heerste doodse stilte in het kamp.
"Hoofden ontbloten!" schreeuwde de commandant.  Zijn stem klonk schor. En wij, wij huilden.
"Hoofden bedekken!"
Toen begon het defilé. De twee mannen leefden niet meer. Hun tong hing uit hun mond, dik en blauw. Het derde touw bewoog nog: het kind dat zo licht was, leefde nog...
Langer dan een half uur bleef hij hangen, tussen leven en dood, stervend onder onze ogen. En wij moesten hem recht in het gezicht kijken. Toen ik langs hem ging, leefde hij nog. Zijn tong was nog rood, zijn ogen niet gebroken.
Achter mij hoorde ik dezelfde man vragen: "Waar is God toch?" En binnen in mij hoorde ik een stem die antwoordde: "Waar is Hij? Hier - hier is Hij opgehangen - aan deze galg."
Voor Elie Wiesel was dit het einde van zijn geloof in God. Wat hem betrof hing God daar aan die galg en was Hij daar voor altijd gestorven. Voor hem was God op dat moment dood gegaan.

In het vorige stukje had ik het over allerlei erge dingen die je kunnen overkomen. En ik probeerde toen uit te leggen dat het lijden nooit zinloos behoeft te zijn. Mooi gezegd natuurlijk. En meestal werkt dat ook wel zo. Maar als je kijkt naar wat er allemaal in Auschwitz gebeurde, dan komt het toch wel vreselijk oppervlakkig en goedkoop over als je zegt dat dat op één of andere manier misschien ook wel zin zal hebben gehad....
Toch wil ik proberen hier nog wat over te zeggen. Niet omdat ik denk dat ik daar het antwoord op zou hebben. Want het is de allermoeilijkste vraag die er is: hoe de hel van Auschwitz te rijmen is met het bestaan van God. Praktisch iedereen zit met die vraag. Nee, daar heb ik ook geen antwoord op.
Maar misschien kunnen we eens luisteren naar de eerste christenen, wat die daarover zeiden. Want die hadden namelijk hetzelfde meegemaakt. Ze stonden erbij toen Degene op wie ze al hun hoop hadden gevestigd op de meest gruwelijke wijze om het leven werd gebracht. Niet aan een galg, maar op de manier waarop de Romeinen 2000 jaar geleden de ergste misdadigers ter dood brachten. Die misdadigers werden namelijk opgehangen door ze met hun handen vast te spijkeren aan een paal met een dwarsbalk. Daar hingen ze dan met uitgespreide armen. Maar als je met gespreide armen aan je handen opgehangen wordt, dan kun je bijna niet meer ademen. Dan stik je. Om dat te voorkomen, werden ze dan ook nog met de voeten zo vastgespijkerd dat ze zich konden opdrukken. Alleen was dat vreselijk pijnlijk, dat kon je maar even vol houden. Dan moest je je weer laten zakken. Dat veroorzaakte ademnood en daardoor werd je weer gedwongen om jezelf op te drukken. En zo ging dat maar door. Uren lang soms. Omdat je bij deze vorm van executie maar heel weinig bloed verloor, duurde het vaak uren voordat de dood je uit dat vreselijke lijden verloste. Kun je je voorstellen wat er door de vrienden van Jezus heenging toen ze Hem daar zo zagen worstelen met de dood?

Maar het lichamelijke lijden van Jezus was nog niet het ergste. Vóór zijn terechtstelling had Hij een heel indrukwekkend leven geleid: Hij was immuun voor corruptie en leefde een uitzonderlijk zuiver leven. Hij had een onuitputtelijk geduld en Hij beschikte over krachten om zieken te genezen en zelfs doden op te wekken. Elke keer zei Hij dat Hij dat alleen maar kon omdat Hij in een open relatie leefde met de Bron van het leven. Die noemde Hij zijn hemelse Vader. Daar putte Hij al zijn troost en kracht uit. Daarover sprak Hij en Hij beloofde ervoor te zullen zorgen dat deze manier van leven binnen bereik zou komen van iedereen.
De geestelijke leiders in die tijd konden dat niet hebben. Ze vonden het godslasterlijk dat Hij God zijn Vader noemde en dat de grote massa in Hem begon te geloven. Ze kregen het bij de Romeinse overheid voor elkaar dat Hij ter dood werd gebracht op een dag dat er ook nog twee echte misdadigers zouden worden terechtgesteld. Je moet het maar eens lezen in één van de verslagen die daarover bewaard zijn gebleven.
Zoals dat gebruikelijk was in die tijd, kon iedereen die terechtstelling bijwonen. Daar maakten de geestelijke leiders dan ook dankbaar gebruik van. "Waar is je God nou?!" riepen ze Hem toe. "Je beweerde toch dat God je Vader was en dat je putte uit de kracht die Hij je gaf? Nou, laat het nu dan maar eens zien en laat je door Hem verlossen! Dan zullen wij ook in je geloven!"

Toch was de spot en de verachting van de religieuze leiders ook nog niet het ergste. Het allerergste was dat Hij op het moment dat de nood het hoogst was het contact met God verloor. Hij raakte de Bron kwijt waaruit Hij al zijn kracht putte. Niet alleen voor zijn besef, maar heel reëel. God was er niet meer voor Hem. "Mijn God, mijn God, waarom hebt u Mij verlaten!!!" schreeuwde Hij uit in doodsangst.
Toen werd het laatste restje geloof dat zijn volgelingen tot op dat moment misschien nog hadden, definitief de bodem ingeslagen. Van Jezus hadden ze geleerd in alles op God te vertrouwen. Maar nu was Jezus zelf dat vertrouwen kwijt. Hij schreeuwde het zelfs uit dat God Hem verlaten had. Wat moesten zij dan nog?
Even later stierf Hij. Voor hen was dit het einde van hun geloof in God, dat kon niet anders. Wat hen betreft hing God daar aan dat kruis en stierf Hij daar. Dit was het absolute einde van hun geloof in een God die alle macht had. Ze hadden geen andere keus, hoe graag ze ook hadden gewild. Ze waren op hetzelfde punt gekomen als Elie Wiesel over wie ik het in het begin had...

Toch trokken diezelfde volgelingen niet lang daarna vol vuur de wereld in en raakten niet meer uitgepraat over God en over Jezus Christus! Het werd ze niet altijd in dank afgenomen. Velen van hen kwamen op een vreselijke manier aan hun einde. Maar hun vuur was niet meer te blussen. Het had een sneeuwbal-effect dat doorwerkt tot op de dag van vandaag! Wat was er gebeurd? Het klinkt ongelofelijk, maar Jezus Christus was drie dagen na zijn terechtstelling opgestaan uit de dood.
Om een beetje te begrijpen wat dat wilde zeggen, moet ik je even iets vertellen over een jeugdleider die in de vakantie verantwoordelijk was voor een stel jongens van 14 tot 17 jaar. Zelf was hij ook nog maar 19. Ze probeerden hem natuurlijk uit. Vooral toen ze aan de weet kwamen dat hij op Judo had gezeten en een keer jeugdkampioen was geweest van Noord Holland. Ze daagden hem op allerlei manieren uit en wilden wel eens met hem vechten. Ze waren er absoluut zeker van dat ze hem met z'n allen makkelijk de baas konden. Na een paar dagen werd hij het een beetje zat en zei dat ze dat dan maar eens een keer moesten proberen. Nou, dat lieten ze zich geen twee keer zeggen. Op een avond na het eten gingen ze in optocht naar het grasveld. Hij vertelde ze dat ze hem op allerlei manieren mochten vastgrijpen. Dan zou hij proberen los te komen. Nou, dat deden ze. Een paar klemden zich vast aan zijn benen. Een paar draaiden zijn armen op zijn rug en hielden die stevig vast. Aan zijn nek hingen er ook twee of drie, terwijl de rest hem van achteren, van voren en van opzij om zijn middel vastgrepen. "Zijn jullie klaar?" riep hij. "Nee, nog niet!" schreeuwden ze. En ze pakten hem nog steviger vast dan ze al deden. Zijn mede-staffers zagen het donker voor hem in. Toen gebeurde het. Hoe hij het voor elkaar kreeg is moeilijk te achterhalen, maar na enkele ogenblikken vlogen al die stoere jongens in alle richtingen over het grasveldje. Gelukkig gebeurden er geen ongelukken, maar ze bliezen wel strompelend, steunend en kreunend de aftocht. De overwinning was volkomen. Die was zo overtuigend dat ze er nooit meer over begonnen.

Ja, die jeugdleider was zo verstandig geweest om de jongens ruim de gelegenheid te geven om alles te doen wat ze konden. Ze haalden het onderste uit de kan. Daardoor was zijn overwinning ook zo definitief. Nou, datzelfde gebeurde eigenlijk ook twee duizend jaar geleden bij de terechtstelling van Jezus Christus. Hij liet op dat moment alles, maar dan ook alles op zich afkomen: de helse marteling van de kruisiging, de duivelse haat van de mensen die Hem dat aandeden, de angstaanjagende satanische duisternis die daarachter zat en het besef dat Hij daar volkomen machteloos aan was overgeleverd. Alles wat duister was en vals en gemeen kwam over Hem heen toen Hij daar hing. Inclusief de godverlatenheid en de dood. Hij liet zich volkomen overwinnen door het kwaad. Om eens en voor altijd de macht van het kwaad te breken. Dat gebeurde toen Hij door Gods kracht opstond uit de dood.

Voor de eerste christenen betekende het opstaan van Jezus uit de dood een revolutie in hun denken. Zelfs het meest afgrijselijke lijden betekende nu niet meer het absolute einde voor hen. Het was niet meer afgelopen met de dood. Er waren geen doodlopende wegen meer. Er is altijd een vervolg. Is het niet in dit leven, dan in elk geval in het leven hierna. Dat had Jezus door zijn opstaan uit de dood bewezen. Daar raakten ze niet over uitgepraat. Het kon ze nu ook niets meer schelen of ze werden vervolgd of ter dood gebracht. Ze waren niet meer stuk te krijgen.

Maar is dit nu het antwoord op die moeilijke vraag over Auschwitz? Is de vraag hoe het bestaan van een  almachtige God te rijmen is met alle ellende van een concentratiekamp daar nu mee beantwoord?
Nou, wanneer je je ogen sluit voor wat er met Jezus Christus gebeurd is niet. Dan zul je tot dezelfde conclusie komen als Elie Wiesel. Dan is God er gewoon niet meer. Dan is God wat jou betreft dood.
Maar wanneer je oog krijgt voor wat er gebeurde met Jezus Christus, dan ga je beseffen dat er veel meer is dan wat we aan de buitenkant kunnen zien. Dan ga je begrijpen dat er twee machten aan het werk zijn in deze wereld: de macht van de duisternis en de macht van het licht. En dan weet je zeker dat uiteindelijk het licht zal overwinnen. Ook al lijkt het tegendeel soms het geval. Dat ga je dan ook merken in je eigen leven.
Maar je weet dan ook dat er voortdurend gekozen moet worden: laat je je inpakken door de macht van de duisternis, of kies je voor het licht?
Jezus zei het zo: "Ik ben als een licht in de wereld gekomen om iedereen die op Mij vertrouwt uit de duisternis te verlossen." Daar kunnen we voor kiezen. Ook nu nog. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Want zolang dat aanbod nog geldt, moet de duisternis nog worden getolereerd. Met alle gevolgen van dien. Maar voor degenen die de goede keuze hebben gemaakt, geldt dan wat ik de vorige keer heb aangehaald uit één van de brieven van de eerste christenen.
"Eén ding weten wij: voor wie Hem liefhebben, laat God alles meewerken voor hun bestwil. Want Hij heeft een plan met hen." En dat plan gaat door. Zelfs dwars door arena's met wilde dieren, brandstapels en concentratiekampen heen. Daar staat Jezus Christus garant voor.

Natuurlijk, wij hebben hier makkelijk praten. Er is niemand die ons iets in de weg legt. Maar dat alle dingen ten goede kunnen medewerken, dat kunnen we ook al ervaren in de kleine dingen die je tegen kunnen zitten. Daar hebben we al over gehad. En dat is erg bemoedigend. Als we ervaren dat het in het klein werkt, dan weten we dat dat ook zal werken wanneer er moeilijker tijden zullen komen. En dat is een rustgevende gedachte.


                                             
Heb je wel eens van de Atlanticwal gehoord? In de oorlogstijd werden er door de Duitse bezetters langs de hele westkust van Europa overal betonnen verdedigingswerken neergezet. Die vormden samen de Atlanticwal. Daarmee dachten ze een invasie onmogelijk te maken. Ook landinwaarts deden ze dat. In de Haarlemmermeer bijvoorbeeld werd er een diepe gracht gegraven met een enorme betonnen muur erlangs. Dat noemden ze een tankval. Die moest de vijandelijke tanks tegen houden. Mijn grootvader had het twijfelachtige genoegen dat die tankval dwars door zijn groentenkwekerijtje kwam te lopen.
Na de oorlog moest die tankval natuurlijk worden opgeruimd. Nu was het dempen van die gracht niet zo'n heel groot probleem. Maar het verwijderen van die kolossale betonnen muur zoveel te meer. Dat gebeurde met een bepaald soort springstof: trotyl. Er werden heel diepe gaten in het beton geboord tot in het hart van de muur en aan het eind daarvan werd de springlading van trotyl aangebracht. Die brachten ze dan tot ontploffing. Zo werd die dikke betonnen muur van binnen uit opgeblazen. Dat het geen kleinigheid was, blijkt wel uit al die bunkers die ze overal hebben laten staan. Daar zijn ze maar niet eens meer aan begonnen!

Ja, wanneer je zo'n betonnen gevaarte wilt verwijderen, dan moet je niet aan de oppervlakte beginnen te bijtelen. Dat is onbegonnen werk. Zo'n ding moet van binnen uit worden opgeblazen met dynamiet of trotyl. Dat is de enige manier om zo'n muur te verbrijzelen en op te ruimen.
Nu zijn er niet alleen maar muren van beton waar we last van kunnen hebben en die opgeruimd moeten worden. Er zijn ook nog andere muren waar je je tegen te pletter loopt en waar je met geen mogelijkheid doorheen komt. Denk maar aan al die muren van haat en nijd die je overal ziet. Die lijken ook wel van beton. Je komt ze tegen tussen bepaalde volken en rassen en etnische groepen. Of tussen religies en politieke systemen. Maar ook in families en gezinnen kom je vaak van die betonnen muren tegen van haat en nijd. Of van jaloezie en wraakgevoelens. Die zou je eigenlijk ook moeten kunnen opblazen! Maar hoe?

De eerste christenen hadden daar het antwoord op gevonden. Die wisten hoe je muren van haat en nijd kunt verbreken. Daarvoor maakten ze gebruik van de explosieve kracht waardoor ook hun eigen leven totaal was veranderd. In het vorige stukje hadden we het erover wat die eerste christenen doormaakten toen Degene op wie ze al hun hoop hadden gevestigd, op een afschuwelijke manier ter dood werd gebracht. Die liet op dat moment alles, maar dan ook alles over zich heenkomen. Hij onderging de meest gruwelijke manier van terechtstelling die er was: vastgespijkerd opgehangen aan handen en voeten tot de dood erop volgde. Maar dat was niet het enige. De haat en de nijd van de mensen die Hem dit aandeden, dat kwam daar als een vreselijk zware last bovenop. En ook de duivelse macht die daarachter zat. Hij liet het allemaal over zich komen. Dat was nodig om eens en voor altijd de kracht van al dat kwaad te breken. Je zou kunnen zeggen dat Jezus terecht kwam onder een enorme betonnen muur van menselijke en duivelse haat. Maar dan wel als een springlading met goddelijke kracht. Het was de bedoeling dat Hij eens en voor altijd die vreselijke macht zou breken.

Maar voordat dat gebeurde, kwam er nog wat bij. Daar heb ik het de vorige keer niet over gehad. Er zijn niet alleen betonnen muren tussen mensen die moeten worden opgeblazen. Er is ook nog een enorme dikke muur tussen de mensen en God.
Kijk, door alle haat en nijd hebben we de wereld zo door en door bedorven en verziekt, dat er niemand is die God wat dat betreft meer recht in de ogen kan kijken. Geldzucht, leugen en bedrog, vuile begeerten, egoïsme en corruptie, hoogmoed en liefdeloosheid: de wereld wordt er grondig door verpest. En eigenlijk komt het alleen maar omdat we zo eigenwijs zijn te denken dat we het zonder God wel afkunnen! Zelfs al zou je niets anders op je geweten hebben dan dat je ervoor kiest om God buiten beschouwing te laten, dan nog is het uiteindelijke gevolg van die keuze zo verschrikkelijk, dat je je dat nauwelijks kunt voorstellen. Je hebt er geen idee van wat dat is: echte godverlatenheid. Dat is een angstaanjagende geestelijke duisternis zonder enige hoop of uitzicht.
Nee, we hebben er geen flauw idee van wat er allemaal tussen God en ons instaat en wat daar uiteindelijk de gevolgen van zijn. Jezus wist dat maar al te goed. Om ons daarvan te kunnen verlossen, heeft Hij ook die gevolgen over zich heen laten komen. Hij onderging toen het oordeel dat wij met z'n allen verdienen. Dat gebeurde op het moment dat Hij het uitschreeuwde: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U me verlaten?!" Opdat wij nooit meer door God verlaten zouden hoeven worden.

Eerlijk gezegd gaat dit alles mijn begrip ver te boven. Ik weet alleen dat Jezus de macht van al het negatieve in het universum over zich heeft laten komen om die macht eens en voor altijd te kunnen verbreken. De eerste christenen noemden de kracht waarmee Hij dat deed "de kracht van zijn opstanding". Want dat veroorzaakte bij hen een revolutie in hun denken: dat Jezus opstond uit de dood. Daar raakten ze niet meer over uitgepraat. En ze trokken de wereld in met de boodschap dat de kracht waarmee Jezus de dood en al het andere had overwonnen, nu beschikbaar is voor iedereen die dat wil. En ze waren daar zelf het levende bewijs van.

In het begin hadden we het over die betonnen muren van haat en nijd die je soms tegenkomt in sommige families of tussen buren. En dat je die eigenlijk net zo zou moeten kunnen opblazen als die betonnen bunkers en muren uit de oorlog. Nou, voor zover je zelf van binnen zo'n betonnen muur bent, kan dat. Dan kun je gebruik maken van de opstandingskracht van Jezus Christus. Het enige wat je moet doen, is Hem te vragen om je leven binnen te komen en de macht van de haat en de nijd bij je te verbreken. Dan zul je tot je verwondering merken dat het ook gebeurt. Ook de muur tussen jou en God verdwijnt dan.
Dan ga je God leren kennen als je hemelse Vader. Je hebt er geen idee van hoe je daarvan verandert. Je hele leven wordt erdoor vernieuwd. De eerste christenen noemden dat: "opnieuw geboren worden". Zo ervaar je dat dan ook.


        
"Je kunt beter een kaars aansteken dan de duisternis vervloeken." Heb je dat gezegde wel eens gehoord? De duisternis vervloeken heeft geen enkele zin. Je kunt veel beter een kaars aansteken. Doe iets goeds, al lijkt het nog zo weinig. Dat is beter dan alsmaar zeuren over wat er allemaal verkeerd gaat. Dan gebeurt er tenminste wat.
Ja, makkelijk gezegd zeg je nu misschien. 't Klinkt mooi: doe iets goeds, al lijkt het nog zo weinig! Maar als je het gevoel hebt dat het alleen maar een druppel is op een gloeiende plaat, nou, dan ben je het gauw zat hoor. Dan heeft het maar weinig zin! Of niet soms?!
Maar dat kleine beetje goeds wat je doet, dat zou toch ook een vonk in de hooiberg kunnen zijn? Want dat kan ook hoor! Zo'n vonk stelt ook niks voor op het eerste gezicht. Maar je hebt er geen idee van wat één zo'n klein vonkje uit kan werken!

Er is een groot verschil tussen een druppel op de gloeiende plaat en een vonk in de hooiberg, dat is wel duidelijk. Het vuur van een vonkje grijpt om zich heen en vermenigvuldigt zich. Maar een druppel op een gloeiende plaat verdampt alleen maar, meer niet.

Maar hoe kom je nu aan de weet of het goede wat je doet een druppel op een gloeiende plaat is of een vonk in een hooiberg? Het geld dat je geeft aan  ontwikkelingshulp bijvoorbeeld, is dat geen druppel op de gloeiende plaat? De mensen daar zijn vaak zo corrupt als 't maar kan. Heel wat van dat ontwikkelingsgeld komt waarschijnlijk in de verkeerde zakken terecht. En àls er met dat geld nog iets goeds gebeurt en er komt wat van de grond, dan is er na een paar jaar meestal niet zo veel meer van over. Gewoon omdat het verantwoordelijkheidsgevoel bij die mensen daar over het algemeen ontbreekt. Dweilen met de kraan open dus.

Maar is dat altijd zo? Is ontwikkelingswerk altijd maar een druppel op de gloeiende plaat? Waarom zou het ook niet eens een keer een vonk in een hooiberg kunnen zijn? Dat moet toch ook kunnen?
Ja, dat kan zeker. Alleen moet er dan wel wat meer gebeuren dan alleen maar het geven van wat geld of het installeren van een waterpomp of zo iets. Dan moet er met de mensen zelf ook wat gebeuren.
Weet je, wanneer je iets geeft uit medeleven en liefde voor degenen die het daar moeilijk hebben, dan zou je eigenlijk met het geld daar ook je liefde en je medeleven bij moeten kunnen geven. Want als je ze iets van je medeleven en liefde zou kunnen geven, dan zouden zij op hun beurt ook weer gaan meeleven met anderen. Je zou ze dus niet alleen je geld moeten kunnen geven, maar ook je motivatie. Dan zou het inderdaad een vonk in een hooiberg zijn. Dan zouden die mensen niet alleen zelf geholpen worden, maar ze zouden op hun beurt ook weer anderen willen gaan helpen.

"Man, hou toch op!" hoor ik je al zeggen. "Het zou mooi zijn als dat allemaal kon hoor! Maar hoe kun je een ander nou je motivatie geven?! Dat kan toch helemaal niet?"
Toch wel. Het is maar net waar je je motivatie vandaan haalt. Kijk, wanneer je toevallig als een gevoelig en medelevend persoon geboren bent, dan kun je die gevoeligheid en dat medeleven niet aan een ander overdragen. Dat hoort gewoon bij je karakter. Dat heb je of je hebt het niet.
Maar wanneer je goede dingen doet omdat je geïnspireerd wordt door iets of iemand buiten jezelf, dan ligt dat anders. Want alles wat je zelf ontvangen hebt, dat kun je ook weer doorgeven aan een ander. Je kunt een ander namelijk duidelijk maken waar jij je door laat inspireren. En waar jij je door laat inspireren, daar kan de ander zich dan ook weer door laten beïnvloeden.

Zo werkte dat vroeger bijvoorbeeld bij het socialisme. De mensen die zich door het socialisme lieten inspireren en daardoor tot allerlei goede activiteiten kwamen, die staken anderen aan. Bij alles wat ze deden spraken ze ook over hun motivatie. Daardoor werkte het aanstekelijk. Het vermenigvuldigde zich. Er kwamen op die manier steeds meer mensen die zich door het socialisme lieten inspireren. Dat was dus geen druppel op de gloeiende plaat, maar een vonk in een hooiberg.

Alleen had het socialisme zijn beperkingen. Het had alleen maar antwoorden op sociale misstanden in het materiële vlak. Maar op de problemen van het hart zoals verdriet, eenzaamheid, angst, jaloezie, afgunst, egoïsme en dat soort zaken, daar had het socialisme geen antwoord op. Ja, wanneer de mensen het materieel maar beter zouden krijgen, dan zouden al die problemen vanzelf wel verdwijnen, dachten ze. Maar dat bleek een illusie te zijn...

Nog even terug naar de ontwikkelingshulp. In een blaadje stond een verslag van een groepje jonge mensen die naar één van de Centraal-Aziatische republieken waren vertrokken en daar aan het werk waren gegaan. Niet geïnspireerd door het socialisme, maar door iets anders. 
"Ik hoop dat het bij u warmer is dan hier bij ons in Tadzjikistan", schreven ze in dat verslag. "Sinds jaren is de winter niet zo koud geweest als nu. In de stad is er geen gas en slechts heel weinig elektriciteit. De meeste waterleidingen zijn bevroren. Het gevangenen-project waarmee we zijn begonnen, is de laatste tijd in een crisis geraakt. In de maand januari zijn er maar liefst twaalf gevangenen aan ondervoeding overleden. Het aanvullende voedselpakket dat we verstrekken, is sinds november het enige eten dat de gevangenen krijgen. We doen ons uiterste best om voldoende etenswaar aan te slepen, maar we vechten letterlijk tegen de dood. Velen zijn ziek en liggen op sterven, uitgemergeld en verzwakt. Ik heb zoiets alleen gezien op foto's van Auschwitz. De gevangenen zitten met twintig man opeen gepakt in kleine kamertjes. De temperatuur schommelt om het vriespunt. De ramen staan open vanwege de ondraaglijke stank. Sommigen liggen ongekleed op een bed, zonder beddengoed.
Er zijn meer dan twintig tuberculose-patiënten onder de gevangenen. Medicijnen zijn niet voorradig. Velen lijden bovendien aan allerlei huidziekten door gebrek aan water en zeep. Drinkwater wordt slechts sporadisch aangevoerd met tankwagens.
Te midden van deze onvoorstelbare ellende, is er ook een klein beetje goed nieuws. De meeste van deze gevangenen zouden waarschijnlijk reeds enige weken geleden gestorven zijn als ze geen voedsel van ons hadden gekregen. We hebben volledig vrije toegang tot de gevangenis en de ambtenaren zijn ons zeer ter wille. Sinds we met onze hulpverlening zijn begonnen is het sterftecijfer aanzienlijk gedaald..."

Een druppel op de gloeiende plaat? Of zou het een vonk in de hooiberg kunnen zijn? Waarschijnlijk het laatste. Die jonge mensen putten namelijk hun inspiratie niet uit zichzelf. Ze halen hun motivatie ergens anders vandaan. Ze putten hun inspiratie uit dezelfde bron als de eerste christenen. En dat werkt aanstekelijk. Dat kunnen ze doorgeven. Een aantal van die gevangenen hebben niet alleen het eten aangenomen van ze, maar ook hun motivatie. Ze hebben, net als zij, contact gezocht met Jezus. En dat verandert nu hun mentaliteit. En daardoor begint ook de sfeer een beetje te veranderen in die verschrikkelijke omgeving.

Ja, je kunt beter een kaars aansteken dan de duisternis vervloeken, zei ik in het begin. Die jongens en meisjes daar in Tadzjikistan, die hebben daar iets van begrepen.
Als een kaars wordt aangestoken, dan komt er een vlammetje van buitenaf en die zet dan het hart van de kaars, de pit, in brand. Zo hebben zij hun hart in vuur en vlam laten zetten door Jezus Christus, en zijn daar toen heengegaan in het vertrouwen, dat het weinige dat ze daar zouden kunnen doen, zeker geen druppel op de gloeiende plaat zou zijn.  
Dat kan hier ook. Het hoeft echt niet spectaculair te zijn wat je doet. Als je je inspiratie maar zoekt op de goede plaats. Dan gebeurt er meer dan je voor mogelijk houdt. Want dan werkt het aanstekelijk: als een vonk in een hooiberg!


                                                                                                  
Een poosje geleden was er op de tv eens een documentaire over een joodse man die een ernstige ziekte had opgelopen. Hij kwam in het ziekenhuis terecht en onderging allerlei onderzoeken. Nadat ze daar van alles hadden geprobeerd met allerlei therapieën en medicijnen, kwamen ze uiteindelijk tot de conclusie dat er maar weinig meer aan te doen was.
Toen las hij in het oude joodse boek "Spreuken van Salomo" de volgende spreuk: "Een vrolijk hart bevordert de genezing". Dat sprak hem aan. Hij praatte er met de verplegers over en vroeg of hij misschien een videorecorder mocht hebben op de ziekenzaal met een paar komische films om zichzelf wat op te vrolijken. Dat werd toegestaan. Maar dat duurde niet lang. Want hij moest zo vreselijk lachen, dat de anderen op het zaaltje er door werden aangestoken. Voor degenen die net een operatie achter de rug hadden, was dat nogal pijnlijk en niet zo bevorderlijk voor de genezing. Dus werd hij met zijn lachfilmpjes naar een apart zaaltje gereden. Ik ben vergeten hoe lang de kuur duurde, maar volgens de documentaire had het effect. Hij begon te genezen en het duurde niet lang of hij mocht naar huis. Hij had zich beter gelachen!


Ja, een vrolijk hart bevordert de genezing zei Salomo. Ik denk dat daar veel waars in zit. Want het tegenovergestelde is ook waar. We weten allemaal dat je ziek kunt worden van verdriet. En van neerslachtigheid. En dat je van haat en nijd een maagzweer kunt krijgen. Of een hartinfarct. Dus waarom zou vrolijkheid niet een positieve uitwerking kunnen hebben op je gezondheid.
In de oude brieven van de eerste christenen kom je dat ook tegen. "Verblijd je te allen tijde!" schreef er één. Een vrolijk gebod om zo te zeggen. Het zou een vraag kunnen zijn bij een quiz: wat is het vrolijkste gebod uit de bijbel? Antwoord: Verblijd je te allen tijde!
Wel makkelijk gezegd! Je moet maar in de problemen zitten. Of onrechtvaardig behandeld worden. Of met ziekte hebben te kampen. Dan is er niet zoveel om je over te verblijden!
Nee, dat is ook zo, zeiden de eerste christenen. Maar je moet je ook niet verblijden over de omstandigheden! Want als daar je geluk van af moet hangen dan is het niet best. En ze wisten waar ze het over hadden. Want in die tijd hadden ze de wind niet mee. Nee, ze zeiden er iets bij: Verblijdt u in de Heer te allen tijde. En daar bedoelden ze dan mee dat je je blijdschap moet zoeken in datgene wat Jezus voor je wil betekenen. Daar kun je altijd blij mee zijn.

"Ja, een mooi zoethoudertje!" denk je misschien. "Altijd blij met een dooie mus!" Maar wanneer je een beetje thuis bent in de geschiedenis, dan weet je wel dat velen van hen in die tijd voor de leeuwen gegooid werden in de R
omeinse arena's. Of ze werden langs de hoofdweg in Rome bij honderden gekruisigd omdat ze het alsmaar over Jezus hadden. Als zúlke mensen zeggen dat je je te allen tijde kunt verblijden, dan is dat geen goedkoop geklets.
Hetzelfde lezen we van degenen die in de middeleeuwen door corrupte kerkelijke machthebbers tot de brandstapel werden veroordeeld omdat ze durfden te zeggen dat hun machtswellust niets meer met Jezus te maken had. Volgens betrouwbare overleveringen stonden sommigen te zingen terwijl ze in vlammen opgingen. Nee, deze mensen hadden een blijdschap die onafhankelijk was van de omstandigheden.

Maar wat kunnen we daar vandaag aan de dag nog mee? Want je kunt toch ook wel gelukkig en blij zijn zónder God en Jezus, of niet? Hoeveel mensen zijn er niet die helemaal niets geloven maar die toch gelukkig zijn en een fijn leven hebben!

Jawel. Natuurlijk kun je gelukkig wezen zonder gelovig te zijn. Maar waar ben je dan gelukkig mee? Met dingen waar je nooit zeker van kan zijn. Zolang de omstandigheden een beetje mee zitten, ben je gelukkig. Maar wat gebeurt er wanneer de omstandigheden gaan veranderen en alles mis gaat? Waar haal je dan je geluk en je blijdschap vandaan?

Weet je, wanneer je je geluk alleen maar vindt in dingen die je zo maar weer kwijt kunt raken, dan maak je je ècht blij met een dooie mus en een zoethoudertje.
In Kudelstaart, een klein plaatsje vlak bij Aalsmeer, woonde een aantal jaren geleden een bekend cabaretier. Hij had een mooi huis met veel antiek, en daar was hij erg gelukkig mee. Totdat inbrekers er lucht van kregen. Toen hij een keer een tijdje van huis was, haalden ze zijn woning leeg. Daarna kon hij nooit meer rustig van huis als er wat waardevols aan de kant hing. Dan moest hij het veilig laten opbergen. Zo was de aardigheid er gauw af. En zo is het met alles waar je gelukkig mee kan zijn. Op een gegeven moment is de aardigheid eraf.
"Och, zo is het leven", zeg je misschien. "Je moet het treffen, dan heb je geluk. En tref je het niet, nou dan heb je pech gehad." Maar dat was met het geluk van die eerste christenen niet zo. Dat hoefde je niet te treffen, dat was er voor iedereen. En niet voor een tijdje, maar blijvend. En niet alleen maar als ze de wind mee hadden, maar ook als alles tegenzat.
En dat geluk is er nog steeds. Daarvoor moet je, net als die eerste christenen, Jezus leren kennen. Te weten dat er Iemand is die je volkomen begrijpt, Iemand tegen wie je alles kunt zeggen en die de verantwoording van je over neemt voor het verleden en voor de brokken die je misschien hebt gemaakt, kijk, daar kun je blij mee zijn zonder bang te zijn dat het maar voor even is.
Als je Jezus leert kennen, dan vind je Iemand die dag en nacht voor je open staat, bij wie je je hart uit kunt storten en die je troosten kan.
Iemand die je helpt de goede keuzes te maken en een eind maakt aan je onvermogen om nee te zeggen als dat nodig is. Iemand die het voor je opneemt als je onrechtvaardig behandeld wordt of aan de kant wordt geschoven.

Gelukkig is het nog steeds mogelijk om Jezus te leren kennen. Je moet Hem uitnodigen om in je leven te komen. Als dat je aanspreekt, dan kun je dat gewoon tegen Hem zeggen. Je zult merken dat Hij er is als je het eerlijk meent.
Ja, wanneer je Degene leert kennen die je leven zinvol maakt en je rust geeft in je hart, dan heb je het echte geluk gevonden. Natuurlijk wordt er aan dat geluk vaak gerukt en getrokken. Maar te weten dat je leven in goede handen is, en dat je met je zorgen bij Hem terecht kunt, geeft vrede en een diepe blijdschap. Dan kun je alles wat tegen zit op een goede manier verwerken. Want een vrolijk hart bevordert de genezing! Nog steeds!


                               
"Ach, het is toch allemaal maar fantasie!" zei hij tegen zijn vrouw die vond dat hij veel te veel naar de tv keek. "Het doet me helemaal niks en zo gauw ik hem uitzet, ben ik alles weer vergeten!"
Ja, maak dat de kat maar wijs, denkt ze. Als hij de knop heeft ingedrukt, weet hij daarna echt nog wel wat hij gezien heeft.
En ze heeft gelijk. Want alles wat er via je ogen en oren naar binnen komt als je tv kijkt, gaat er niet zomaar weer uit als je de knop indrukt. Dat is allemaal in je herinnering terecht gekomen. Wat je één keer bekeken hebt, kun je je daarna nog wel dertig keer herinneren als het niet meer is. En soms hoef je daar niet eens wat voor te doen: vaak komt het vanzelf weer in je gedachten terug. En dan kun je honderd keer zeggen dat het allemaal maar fantasie was wat je gezien hebt, maar alles wat je naar binnen laat komen, dat gaat er niet zo maar weer uit.

Maar goed, na een tijdje ben je het inderdaad vergeten. Maar is het dan helemaal weg? Je kunt het misschien niet meer zo makkelijk in je herinnering terughalen, maar wanneer er iets gebeurt, of iemand maakt een bepaalde opmerking, dan komt het plotseling toch weer naar boven. Het was dus nog niet weg. Het was alleen maar wat dieper weggezakt. Weggezakt in je onderbewuste.
Maar wanneer het ook niet meer vanuit je onderbewuste naar boven komt borrelen, is het dán misschien helemaal weg? Nee hoor. Het is gewoon nòg dieper weggezakt. In je onbewuste. Daar heb je dan geen weet meer van. Alleen gaat het deksel van het onbewuste soms een beetje open wanneer je slaapt. Dan ga je dromen en er blijkt dan meer in je hart te huizen dan je je bewust bent.

Ons hart heeft dus eigenlijk drie verdiepingen, drie lagen zou je kunnen zeggen. Bovenin is de laag van de herinnering. Dat ligt het meest aan de oppervlakte. Daar kun je nog van alles uithalen als je dat wilt.
Daaronder zit het onderbewuste. Daar kun je niet zo makkelijk meer bij. Alleen zo nu en dan komt er nog wat uit naar boven. En de benedenste verdieping is het onbewuste. Dat zou je de kelder van je hart kunnen noemen. Daar kun je helemaal niet meer bij.
Maar wat is je hart nou precies? Daar bedoelen we natuurlijk niet het orgaan mee dat het bloed door je lichaam pompt. Maar je kunt het er wel een beetje mee vergelijken. Want net zoals het gewone hart het middelpunt is van je lichamelijke leven, is het hart met die drie verdiepingen het middelpunt van je innerlijke leven, van je persoonlijkheid. Daar zit om zo te zeggen alles in wat je bent en wat je doet.

Daarom is het erg belangrijk wat er in zit. Want waar je hart vol van is, loopt de mond van over zegt het spreekwoord. En het bepaalt ook wat je allemaal doet.

We hebben het al een keer eerder over Salomo gehad. Dat was een koning uit de oude geschiedenis van Israël. Hij was wereldberoemd om zijn levenswijsheid. En veel van zijn spreuken zijn bewaard gebleven en worden nog steeds gebruikt. Nou, hij had het goed door, dat je zelf verantwoordelijk bent voor waar je hart vol van is. En ook dat alles wat je doet daar vandaan komt. Daarom gaf hij zijn tijdgenoten een goede raad in de vorm van een wijze spreuk: Bescherm je hart boven alles, want uit je hart komt alles voort wat je doet.

Nog even terug naar de opmerking van die man die tegen zijn vrouw zei dat hij alles vergat wat hij gezien had zo gauw hij de tv uitzette. Natuurlijk kun je op de tv dingen zien die je niets doen en die je meteen vergeet. Die zaken komen dan ook niet in je hart en in je herinnering terecht. Maar dat zijn meestal ook niet de dingen waar je naar kijkt! Je kijkt alleen maar naar dingen die je wél wat doen: dingen die je interessant vindt, of spannend. Of opwindend. En dan maakt het niet uit of het fantasie is of niet: je consumeert het, je haalt het bewust naar binnen. En dan gaat het net als met eten: als je het eenmaal doorgeslikt hebt, dan zit het erin. Het verschil is alleen dat je bedorven eten nog uitkotsen kunt, zodat je er niet ziek van wordt. Dat kan met de dingen die in je hart terechtkomen niet. Die blijven erin zitten en zakken steeds dieper weg. En van daaruit wordt dan je hele leven beïnvloed. 

Je vraagt jezelf wel eens af waarom er zoveel programma's en films worden gemaakt die vol zitten met van alles wat niet deugt. Nou, de makers ervan zitten er blijkbaar ook vol van. En wat er in hun hart zit, komt er op die manier uit. Want uit het innerlijk, uit het hart komen slechte gedachten voort. En moord, overspel, ontucht, diefstal, leugen en roddel. Dat zei Jezus 2000 jaar geleden al. En op die manier besmetten ze al degenen die daar weer met open mond naar zitten te kijken...
Wat daar uiteindelijk de gevolgen van zullen zijn? Je houdt je hart vast. Je kent misschien die oude geschiedenis van Noach, je weet wel, de man van die ark met al die dieren. Meestal maken ze daar een mooi kinderverhaaltje van. Maar in de oorspronkelijke tekst staat, dat in die tijd alles wat de mensen bedachten te allen tijde alleen maar slecht was en dat de aarde vol was van geweld. Volgens dat verhaal maakte God daar toen een eind aan.

Een paar jaar geleden dacht ik nog dat dat allemaal wat overtrokken was zoals dat wel meer voorkomt in oosterse verhalen. Maar daar kom ik nu een beetje van terug.
Dat zelfde heb ik ook met die geschiedenis over Sodom en Gomorra, twee steden uit de oudheid. Van die steden wordt verteld dat alle mannen daar zo sexueel overspannen waren, dat ze te hoop liepen als er vreemdelingen binnen de stadsmuren kwamen om ze te verkrachten. Ook daarvan dacht ik: dat zal wel wat overdreven zijn. Maar ik begin nu te beseffen dat het wel eens werkelijkheid kan zijn geweest. En dat de geschiedenis zich in de toekomst wel eens zou kunnen gaan herhalen. Wanneer ik zie hoeveel mensen dag-in dag-uit hun hart zonder beperking vol laten lopen met wat er allemaal aan sex en geweld op de beeldbuis wordt opgediend, en dat dat over de hele wereld het geval is, dan zie ik het jaar 2000 met zorg tegemoet.
Dat is ook precies waar Jezus voor waarschuwde. Dat de eindtijd van de wereld weer dezelfde kenmerken zou gaan vertonen als de tijd van Noach en van Sodom en Gomorra.

Maar weet je, er is gelukkig ook nog een andere kant aan de medaille. Het is namelijk nog steeds mogelijk om te midden van alle negatieve dingen die er aan het gebeuren zijn, een ander mens te worden en een gereinigd hart te krijgen. Dat is de reden dat God nog geduld heeft met de wereld en nog niet ingrijpt, ondanks alle ellende die er is. Alleen moeten we voor de reiniging van ons hart niet bij een psychiater zijn. Die kan wel ièts voor ons doen als we in de problemen komen met de inhoud van ons hart. Maar voor een grondige reiniging van ons innerlijk, en voor een oplossing voor alles wat we al op ons geweten hebben, daarvoor moeten we toch bij Degene zijn die zich met mijn en jouw ongerechtigheid heeft laten kruisigen. Dat feit maakt het namelijk mogelijk om er grondig van bevrijd te worden en met een schone lei te beginnen. "Als we beweren zonder zonde te zijn", staat er in één van de brieven van de eerste christenen, "dan bedriegen we onszelf en zijn we blind voor de waarheid. Maar als we de dingen die niet deugen eerlijk erkennen, dan is God getrouw en rechtvaardig om ze ons te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid." Dat is het recept om grondig verlost te worden van alles wat ons hart verziekt.


                                
Ademen, drinken en eten. Dat zijn de drie dingen die we moeten doen om in leven te blijven. We hebben lucht, vocht en voedsel nodig. Anders overleven we het niet. 

Ademen is wel de belangrijkste van de drie. Daar kun je nog geen vijf minuten buiten. Dat doe je dan ook automatisch, zonder er bij na te hoeven denken.
Met drinken en eten is dat even anders. Dat doe je niet automatisch. Je kunt zelf bepalen wanneer je drinkt en wanneer je eet. Maar je moet het wel regelmatig doen, anders gaat het mis.

Maar we hebben niet alleen een lichaam dat we in leven moeten houden. We hebben ook een geest. Je leeft niet alleen maar lichamelijk, maar ook geestelijk. Daarom kun je bijvoorbeeld lichamelijk ziek zijn, maar ook ziek zijn in je geest. Voor je lichamelijke klachten ga je naar de huisarts en naar het ziekenhuis. Maar ben je geestelijk niet in orde, dan ga je naar een psychiater en kun je eventueel ook nog naar een psychiatrische inrichting.

Goed, het is dus duidelijk dat ons leven twee kanten heeft. Een lichamelijke en een geestelijke kant. Ons lichaam is het zichtbare, het materiële deel van ons. En de geest is het onzichtbare deel. Dat is je persoonlijkheid met je gevoel, je wil en je verstand.
Dat ons lichaam moet ademen, drinken en eten om in leven te blijven, dat weten we allemaal wel. Maar dat onze geest die drie dingen ook nodig heeft om te overleven en gezond te blijven, daar staan we niet zo vaak bij stil. Onze geest heeft het namelijk ook nodig om te ademen, te eten en te drinken. Maar dan op een geestelijke manier natuurlijk.

Eerst het eten. Voor je lichaam gaat dat via je mond. Maar wat via je ogen en je oren naar binnen komt, dat is voedsel voor je geest. Alleen zijn we bij het consumeren via onze ogen en oren over het algemeen heel wat minder kieskeurig dan bij het consumeren met onze mond. Meestal kijk je wel uit wat je eet. Je weet gewoon dat je lichaam bepaalde dingen niet kan verdragen. Maar met het kijken en luisteren zijn we vaak veel minder zorgvuldig. Heel raar eigenlijk. Maar daar hebben we het al een keer over gehad.

En wanneer drinken we? Wanneer heb je geestelijke dorst? Ja, als je een leeg hart hebt. Wanneer je eenzaam bent of neerslachtig, dan heb je dorst. Dan heb je gebrek aan liefde. Dan ga je op zoek naar iemand die die dorst kan lessen. Iemand die je begrijpt en echt van je houdt. Iemand aan wie je je kunt toevertrouwen en die je hart een beetje kan vullen. Moeilijk om onder woorden te brengen, maar je begrijpt het misschien wel.

Ademen dat moet je ook. Geestelijk ademen bedoel ik dan. Je moet je hart kunnen luchten. Dat gebeurt in het gesprek met elkaar. Je moet over alles wat je bezig houdt, kunnen praten. Je moet naar iemand toe kunnen met de dingen waar je mee zit en die je benauwen. Dat lucht op. En dat moet je natuurlijk ook doen met de dingen waar je blij en enthousiast over bent. Daar wil je toch ook over praten. Nou, dat is geestelijk ademen: communiceren met anderen. Wanneer je dat niet kunt, dan krijg je het geestelijk benauwd.

Dat zijn dus de drie dingen die je nodig hebt om geestelijk gezond te blijven. Als je honger hebt moet je lezen, kijken en luisteren. Als je dorst hebt, dan heb je liefde nodig en begrip. En als je geestelijk in ademnood bent, moet je je hart kunnen luchten.
Maar hoe komt het nou dat we geestelijk vaak zo krachteloos zijn en zo slap en krikkemikkig in plaats van fris, vrolijk en enthousiast? Eten, drinken en ademen we misschien verkeerd? Want het is natuurlijk wel belangrijk wàt je geestelijk eet en drinkt. En ook in welke geestelijke atmosfeer je ademt.
Weet je, al het voedsel en het drinken dat we nodig hebben voor ons lichamelijke leven, dat vinden we in de natuur om ons heen. Ook de lucht die we inademen. Je zou kunnen zeggen dat we voor ons lichamelijke leven nog steeds datgene eten en drinken wat God oorspronkelijk voor ons heeft bedoeld. Natuurlijk bewerken we het wel en maken we er wat lekkers van. Maar hoe puurder hoe beter.
Maar waar voeden we onze geest mee? Wat lezen we, waar kijken we naar en wat beluisteren we? Daar is bijna niets meer bij wat rechtstreeks bij God vandaan komt. We consumeren allerlei dingen die onze medemensen bedenken en produceren. En jammer genoeg zijn veel van die bedenksels de producten van mensen met een bedorven geest. Van alle kanten komt het geestelijke uitbraaksel van zulke verziekte geesten op ons af. Geweld, sex, horror en noem maar op. En we smullen daar maar al te makkelijk van. Ook van al het nieuws. Dat zit ook vol met horror en geweld! Natuurlijk, je moet je kop niet in het zand steken en maar net doen alsof er niets aan de hand is. Maar als daar niets gezonds tegenover staat, raak je geestelijk volkomen uit balans.

Daarom is het zo nodig dat ons geestelijke leven weer gevoed wordt met de dingen die direct van God komen net zoals we dat ook doen met de dingen uit de natuur. We moeten de Bijbel leren gebruiken. Daarin vinden we alles wat we nodig hebben voor een gezonde geest. Ook nu nog. Wanneer je daar met een open hart in leest, merk je dat God dan heel direct tot je spreekt. Dan ga je de dingen zien in het juiste perspectief. Dan komen we weer een beetje in balans. En dat is hard nodig voor onze geestelijke gezondheid.
 
En wat doe je als je dorst hebt naar echte liefde en geborgenheid? Dan moet je drinken. Maar dan wel "levend water". Wat dat is, dat zei Jezus eens tegen een vrouw die al vijf mannen had gehad en bezig was met haar zesde. "Wie dorst heeft moet bij Mij komen om te drinken!" zei Hij. "Dan zal je hart een bron zijn waaruit stromen van levend water zullen vloeien!" 
Hoe dat werkt? Nou, als je geestelijk dorst hebt, zeg dan tegen Jezus Christus: Ik heb dorst! En open je hart voor het levende water, zijn Geest. Dan zul je merken dat daardoor al die negatieve gevoelens als het ware weg gespoeld worden. Dan komt er vrede in je hart. Dat kun je elke keer doen als je daar behoefte aan hebt, net zo vaak als je maar wilt. Dan kun je liefde geven in plaats van andersom.

En ademen? Hoe vind je de juiste atmosfeer om geestelijk te kunnen ademen? Je moet leren bidden. Communiceren met God. Als je dat niet leert, dan krijg je het benauwd van binnen. En daar hebben de meesten van ons erg veel last van: van angst, paniek, en grote zorg over van alles en nog wat. Ze weten niet waar ze ermee naar toe moeten. Daarom moet je leren bidden. Want op die manier kun je met je zorgen en angsten naar God toe. Dan kan Hij er tenminste wat aan doen. We mogen leren om van alle problemen een gebed te maken. Dat is geestelijk ademen.

Dus als je gezond wil leven, kies dan in de eerste plaats dat wat God je heeft gegeven om te eten, te drinken en te ademen. Niet alleen voor je lichaam, maar ook voor je geest. Leer de Bijbel te gebruiken, leer te bidden en laat je liefhebben door God. Dat is de enige manier om geestelijk gezond te worden en te blijven! En al het goede dat je ontvangt van de mensen om je heen is dan het toetje om zo te zeggen.


                                            
Je Bijbel gebruiken! Makkelijker gezegd dan gedaan. Want de Bijbel is geen boek dat je in één ruk van voor naar achter even uitleest. Daarvoor is het niet alleen te dik (een kleine duizend pagina's!), maar dat komt ook omdat het eigenlijk een bibliotheek is van wel 66 boeken in één band. In die boeken hebben zo'n 31 profeten en later ook 8 leerlingen van Jezus in de loop van 16 eeuwen neergeschreven wat ze van God aan inzicht en aan geestelijke schatten ontvingen. Daarin vinden we ontzettend veel dingen die we nodig hebben, ook nu nog. En het wonderlijke is dat God heel direct tot je kan spreken wanneer je daar met een open hart in leest.

De boeken uit het eerste deel, het Oude Testament, zijn geschreven vóór de geboorte van Jezus Christus. Die hebben christenen en joden gemeenschappelijk. Daarin kun je lezen over het ontstaan van de wereld en de mensheid en over de geschiedenis van Israël, het volk waar God een bijzondere bedoeling mee had. Ook alle joodse wetten en leefregels kun je daarin vinden. Verder vind je in het Oude Testament boeken met liederen, gebeden, spreuken en voorspellingen over de komst van de Verlosser en de toekomst van de wereld.
Het tweede deel, het Nieuwe Testament, bestaat uit de geschriften van de eerste christenen: vier biografieën over Jezus, een boek over de beginjaren van het christendom, een aantal brieven die ze elkaar geschreven hebben en nog een boek over de eindtijd.

Alle boeken van de Bijbel hebben een eigen titel en zijn onderverdeeld in hoofdstukken. Elk hoofdstuk is weer onderverdeeld in verzen. Daardoor is het heel makkelijk aan te geven waar een bepaald stukje in de Bijbel staat. De Tien Geboden staan bijvoorbeeld in het boek Exodus in het Oude Testament, in hoofdstuk 20 vanaf vers 1 tot en met vers 17. Meestal wordt het dan aangegeven met: Exodus 20:1-17.
De plaats van de verschillende boeken kun je vinden in de inhoudsopgave aan het begin van het Oude en van het Nieuwe Testament.
Het Nieuwe Testament is wel een stuk dunner. Om dat te vinden moet je dus ver voorbij de helft van de Bijbel zijn. Het Nieuwe Testament is ook afzonderlijk te krijgen.

Je moet wel even uitkijken welke vertaling je neemt. Er is er één van bijna 400 jaar geleden in oud-Nederlands, de z.g. Statenvertaling. Het is een prachtige vertaling maar moeilijk te lezen als je daar niet aan gewend bent. Maar er zijn er ook in een vertaling van 1951 of van een paar jaar terug. Je kunt het beste beginnen met een vertaling in hedendaags Nederlands, bijvoorbeeld "Groot Nieuws voor u" of "Het Boek". De laatste is het meest begrijpelijk. Ze zijn praktisch allemaal in elke boekhandel te koop. 

Wanneer je in de Bijbel wilt gaan lezen, dan kun je beginnen bij het begin: het boek Genesis. Daarin lees je over de schepping, de geschiedenis van de eerste mensen en over de stamvaders van Israël. Daarna kun je een levensgeschiedenis van Jezus nemen. Dus één van de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament: Matteüs, Marcus, Lucas of Johannes. Dat zijn de namen van de schrijvers waarnaar de boeken genoemd zijn. Daarna het vijfde boek, Handelingen. Daarin staan de belevenissen van de eerste christenen.

Natuurlijk kom je veel dingen tegen die je niet meteen begrijpt. Dat is niet erg. Het is met het lezen van de Bijbel net zoals het eten van appels die op een schaal liggen. Sommige appels zijn rijp, andere nog niet. Je begint met de rijpe, de anderen laat je nog even liggen. Die worden vanzelf rijp na verloop van tijd. Zo kun je ook de Bijbel lezen. Bijt je tanden niet stuk op de dingen die je nog niet begrijpt. Houd je bezig met datgene wat je wel duidelijk is. Daar heb je op dat moment meer dan genoeg aan. En na verloop van tijd zul je merken dat er weer andere dingen zijn die je begrijpt en die je aanspreken. Op die manier raak je niet gauw uitgelezen in de Bijbel.
Het zou ook heel goed zijn om mensen te vinden die de Bijbel al wat langer op deze manier gebruiken. Die kunnen je dan op weg kunnen helpen.
Ook zijn er overal bijbelkringen waar ze met elkaar met de Bijbel bezig zijn. Maar kijk uit dat je niet op een kring terecht komt waar ze meer in allerlei boekjes óver de Bijbel lezen dan in de Bijbel zelf. Dan wordt de Bijbel waarschijnlijk alleen maar gebruikt om te bewijzen dat die boekjes zo goed en zo waar zijn. En dat is de omgekeerde wereld...

Bij de verschillende onderwerpen van deze site zou je de volgende bijbelgedeelten kunnen lezen:

1. Romeinen 1:18-21.
2. Lucas 12:22-31.
3. Handelingen 17:24-31.
4. Johannes 8:12-20.
5. Kolossenzen 2:6-10.
6. 2 Petrus 3:1-14.
7. Johannes 14:1-14.
8. Johannes 1:9-18.
9. 1 Korintiërs 2:9-16.
Dat kan heel bevrijdend werken!
10. Johannes 14:15-31
11. 1 Korintiërs 12:4-31.
12. Hebreeën 10:15-18.
13. Efeziërs 4:17-32.
14. Efeziërs 5:1-21.
15. 1 Petrus 3:1-7
16. Efeziërs 5:22-6:4.
17. Romeinen 8:14-30.
18. Matteüs 27:27-28:20.
19. Hebreeën 10:10-14.
20. Kolossenzen 3:12-17.
21. Filippenzen 3:4-9.
22. Matteüs 15:10-20;
    Lukas 17:20-37;
    1 Johannes 1:5-2:2
23. Johannes 7:37-39;
    2 Timoteüs 3:14-17;
    Matteüs 6:5-15.

Eventuele reacties op de inhoud van de bovenstaande stukjes kunnen worden gestuurd naar
Dick Baarsen, Postbus 231, 4550 AE Sas van Gent.
E-mail: dickbaa(apenstaartje)hetnet.nl
http://baarsen.com