Eeuwenlang was het Shetland schaap vermaard om zijn fijne wol in schitterende kleurschakeringen. Ongeveer vijftig jaar gelden ging de wolindustrie in Shetland te gronde als gevolg van de overvloed aan nog fijnere en eveneens hoogwaardige wol van het Merino schaap uit Australie en Nieuw Zeeland op de wereldmarkt. De kwaliteit van Shetlandwol was en is onverminderd hoog, maar er was minder tot geen vraag meer naar. In Shetland legden de schapenhouders daarna meer de nadruk op de vleesfokkerij. De concurrentie van Texel en Suffolk schapen stond een succes echter in de weg.

De laatste jaren is er sprake van rehabiltatie van de Shetland in de commerciele fokerij. Steeds meer zetten professionele fokkers in Engeland Shetland ooien in. Vanwege hun geringe formaat kunnen er meer schapen grazen op een hectare dan andere schapenrassen en ze hebben een geweldige voederconversie.
Ze lammeren gemakkelijk af, geven gemiddeld 1.7 lam en hebben veel en goede moedermelk. Meestal worden Texelaars of Suffolk rammen in combinatie met Shetland ooien gebruikt voor de fok van slachtlammeren.
De lammeren groeien op moedermelk en behoeven nauwelijks krachtvoer.
De karkassen zijn van zeer goede kwaliteit en niet vet.
In 2006 gaan we een proef doen met enkele Shetland ooien een Texelaar ram en zullen de weeggegevens etc volgend jaar op deze pagina vermelden.
Indien u meer wilt weten is het verhaal van Andrew Wear een aanrader.