In de 17e eeuw ontstaat te Asten een tweede familie Slaets / Slaats.

 

Gedurende de gehele 17e eeuw, en naar aangenomen mag worden ook daarvoor, leefde te Asten en naaste omgeving een familie Slaets. Zie voor die familie, alsmede de oorsprong van de familienaam, de website: http://home.kpn.nl/slaat213/Slaats.Asten.Someren.Zwaluwe.htm Het vroegst getraceerde lid van die familie is Peter Jan Slaets. Hij is circa 1609 overleden, nalatende zijn 3e  vrouw, 9 kinderen en ook kleinkinderen. De 3e echtgenote van voornoemde Peter Jan Slaets, Heijlwich, de dochter van Jacob Verdijssseldonck, had uit een eerder huwelijk een zoontje, Jacob Philips Thijssen geheten. Peter Jan Slaets was dus de stiefvader van dat kind. Niet Jacob Phillips Thijssen zelf, maar diens zoon, Jan Jacob Philips Thijssen, zie bij generatie 3, nam in de loop van de 17e eeuw  de naam Slaets aan, waardoor te Asten een niet bloedverwante tweede familie Slaets ontstond. 

1e generatie

Philips Thijssen, overleden vóór 1590, gehuwd met Heijlwich, de dochter van Jacob Verdijsseldonck, overleden circa 1611. Hun beider zoon en de pleegzoon van Peter Jan Slaets:

2e generatie

Jacob Philips Thijssen, geboren circa 1581, overleden vóór 1652, gehuwd met Fransken, de dochter van Jan Jan Wouters, alias Hamelensnijers (schapencastreerder). Op 28-2-1612 kopen Jacob en zijn schoonvader voor 336 gulden een huis, schuur, koestal, schop (soort schuur) en land in het dorp. Kinderen van Jacob Philips Thijssen en Fransken, de dochter van Jan Jan Wouters:

3e generatie

Heijlken Jacob Philips Thijssen, overleden te Lierop, gehuwd met Jan Anthonis van Dijck.

Philips Jacob Philips Thijssen, diens zoon Jacob Philips, en kleinzoon, zich noemende Dominicus Philips von Asten, woonden te Aken.  

Jan Jacob Philips Thijssen, in oktober 1679 nog in leven, huwde in 1637 met Margriet Ceele, de weduwe van Peter Hendrick Isbouts van Bussel. De moeder van Margriet Ceele, Maria, was in 2e echt gehuwd met ene Jan Jan Thijssen en in 3e echt met Jan Pauwels Coolen. Jan Jan Thijssen (zie diens testament geheel onder) vermaakte het grootste deel van zijn bezit aan zijn vrouw Maria, en als Maria zou komen te overlijden, aan Margriet, de voordochter van Maria. De broers en zuster van Jan Jan Thijssen werden door de erflater bedeeld met ieder f 50. Die voelden zich misdeeld en wisten Maria te bewegen waardepapieren ten bedrage van f 1500 af te geven. Haar nieuwe schoonzoon, Jan Jacob Philips Thijssen, alias Slaets, begint een eerst in 1639 onbeslecht beëindigde procedure, teneinde de waardepapieren terug te krijgen.

 

Een jaar eerder, in 1636, verbond Margriet Ceele zich de met pest* besmette Lijs, de dochter van Paulus Coolen (zijn zoon Jan huwde met Maria, de moeder van Margriet) te verzorgen. Op een zekere dag brandde het huis van Paulus Coolen en het belendende huis van Jan Goort Sanen tot de grond toe af. Ook het lichaam van de die morgen overleden Lijs verbrandde, ‘twelck van maendach tot saterdach naercomende onbegraven onder de blouwen hemel heeft gelegen, den gehele locht rontomme door sijne stanck gevuelts’. Margriet is ook besmet en ontvangt in nood van sterven op 26 augustus 1636 de sacramenten. Zij laat de pastoor tevens haar laatste wil (zie onder) opstellen, waarmee zij; ‘begerende ende vereysschende dat Paulus Coole alle de schade, ruym ende incomoda  gedaen, sullen voltcommentlijck schadeloos zal worden gesteld, verbindende hiervoor alle haer goederen, mobilia et immobilia’. Margriet blijft echter in leven en huwt met Jan Jacob Philips Thijssen, alias Slaets. Paulus Coolen en Jan Goort Sanen zien in het testament een bekentenis van Margriet dat zij de brand heeft veroorzaakt, en beginnen op 5 mei 1637 een procedure. Zij stellen onder meer dat Margriet contractueel was gebonden de zieke Lijs als ‘waekersse offt scrubberse  te bewaeren’ en het door haar onachtzaamheid en schuld is geweest dat hun huizen, en het dode lichaam van Lijs, in brand zijn gestoken, of in brand zijn geraakt. Zij eisen f 500, respectievelijk  f 600 schadevergoeding. Ook in deze, zich eveneens jaren voortslepende zaak, verzette Jan Jacob Philips Thijssen, alias Slaets, de nieuwe echtgenoot van Margriet Ceele, zich hevig.

 

* In 1636 heerste een pestepidemie, die veel slachtoffers vergde. Een aantekening in het Rechterlijk Archief van Asten maakt gewag van: ‘Den dorpe van Asten (is) benae vuitgestorven’. Hele gezinnen lieten het leven, families werden gedecimeerd.

 

In februari 1640 erft Margriet huis, hof en percelen grond van de vader van haar overleden 1e echtgenoot, Henrick Isbouts van Bussel. De enige mede erfgenaam is de schout van Asten, Mathijs van den Hove. Kennelijk waren er geen directere familieleden van de erflater meer in leven.

 

In 1646 is het weer raak. Schout Mathijs van den Hove contra Jan Jacob Philips Slaets, gedaagde en delinquent. De  tenlastelegging (onder meer): Gedaagde is op 23 juli 1646 geweest op een kinderfeest te Bussel. Aanwezig waren daar ook schepen Peter Hendricx op de Beecke en diens vader Hendrick Jan op de Beecke. Peter en zijn vader zijn op weg naar huis gegaan. Buiten komende stond daar de delinquent met in zijn hand een bierpot. Direct en zonder te spreken heeft de delinquent de vader, een oud man, met de bierpot ter aerde geworpen. Peter, vragende waarom hij dit deed, is meteen met een ‘blanck  messe’ aangevallen. De delinquent, willende zijn moirdadich voornemen ten uitvoer brengen, heeft geprobeerd Peter met eenen steen ter aerde te werpen om alsdan hem de halls aff  te snijden. Niettegenstaande den swaeren worp op sijn hoff gehadt hebbende en sijn hoff tot op de pane gequetst sijnde, door merckelijcke bescherminge Godts, sijn selve heeft noch staende gehouden, ende de delinquent met sijn hoet, die doorstoken is, zolang afgeweerd tot er hulp kwam. Zonder hulp zou hij zijn vermoord! Zulck eenen quaet voornemen ende moirdadich attentaet moet gestraft worden. Jan Jacob ontkent het ten laste gelegde en zegt zelf met een eyndt houdts te zijn aangevallen en zich door  te vluchten heeft moeten redden. Maar, er is een getuige die gezien heeft dat hij wel degelijk de oude man met een bierpot heeft neergeslagen. Dan gooit Jan Jacob Philips Slaets het over een andere boeg. Hij heeft niemand beledigd, mocht dat wel zo zijn, dan was het in dronkenschap, alteratie of anderszins, in haastigheid en armoede. Hij klaagt: Dat die aenlegger (de schout) over veele jaeren ‘d ooghe  tegens hem heeft gedaeyt ende ten langen leste, in dronck sijnde, is die voornoemde president bij hum gecoemen, buiten propoost, hum seggende, deze off diergelijcke woorden in substantie: Claeght ghij nyet. Laet mij claeghen die tgelt mette nachte vuytten (uit) huysse is gestoolen, op welcke extravagante propoosten, onbetamelijck bij een president (voorzitter van het corpus, het gemeentebestuur) heefft die gedaeghte geantwoort, oock extravagant.

 

Hoewel het kennelijk niet zo boterde tussen schout Mathijs van den Hove en Jan Jacob Phillips, alias Slaets, belette hen dat niet veelvuldig zaken met elkaar te doen. Kinderen van Jan Jacob Philips Thijssen, alias Slaets, en Margriet Ceele: 

4e generatie  

Frans Jan Jacob Slaets.  Hij erft in 1681 onroerend goed, waarop meteen beslag werd gelegd. Vóór de schepenbank het beslag kon sanctioneren, had Frans het goed al verkocht. Zijn schuldeisers hadden wederom het nakijken. Op 30-3-1690 werden de bezittingen van Frans (land, huis en hof) door de regerende borghemeesters (inners van ’s lands- en dorpslasten) (voor 21 gulden!) aan zijn broer Marcelis Jan Jacob Slaets verkocht.  

Jan Jan Jacob Slaets,  in 1679 nog in leven, voor oktober 1696 overleden. Gehuwd geweest met Merike, de dochter van Jan Leeuwen en in 2e echt met Willemke, de dochter van Peter van Breij. Willemke hertrouwde met Hendrik Peter Loomans. Op 12-2-1689 (RA 9 folio 244) werd Jan Jan Jacob aangesteld als voogd van de kinderen van zijn zus Peerken en haar man Joost Philips Stouten, alias Coolen. RA 109 folio 117 d.d. 24-10-1696: Marcelis Jan Jacob Slaets betwist de nalatenschap van zijn broer Jan Jan Jacob. De nieuwe echtgenoot van de weduwe van Jan Jan Jacob gaat tegen Marcelis Jan Jacob procederen.

 

Destijds leefde te Asten nog iemand met de naam Jan Jan Slaets (overleden voor 1678), van wie niet duidelijk is wie zijn ouders zijn. Mogelijk kwam deze Jan Jan Slaets van buiten Asten. In 1635 koopt ene Willem Aerts voor zijn schoonzoon Jan Jan Slaets een huisje en een koolkampje in het dorp. In 1644 erft Jan Jan Slaets van Jan Peters van den Eynde, de vader van zijn overleden vrouw Teuniske, wat er op wijst dat het echtpaar minstens een kind had. Jan Jan Slaets was toen al hertrouwd met Merike de dochter van Jan Antonis Mennen. Merike overleefde haar echtgenoot, die kennelijk drie keer gehuwd is geweest.

 

Marcelis Jan Jacob Slaets,  geboren circa 1659, overleden voor 1700. Gehuwd met Anna, de dochter van Huijbert Smits.

Aert Jan Jacob Slaets, 15-4-1724 te Vlierden begraven. Gehuwd met Margareta, de dochter van Dirckx Teeuws, waarmee minstens 2 kinderen.

Wilhelmus Jan Jacob Slaets, 8-11-1682 gehuwd met Johanna Martens, RK-trouwboek 1657-1717.

Johanna Jan Jacob Slaets, gedoopt  23-7-1645 RK-doopboek 1, folio 62.

Jacob Jan Jacob Slaets. Hij woonde bij zijn broer Marcelis op den achterste Diesdonck.

Maria Jan Jacob Slaets, gehuwd met Antony Joosten Coopman. Hun dochter Margriet is gehuwd met Cornelis Driessen ex Turnhout. Oktober 1679: Antony zit krap bij kas. Voor 2 lopens grond ziet hij af van het toekomstig erfdeel van zijn vrouw in huis, hof, hofstad, land en groes te Bussel.

Peerken Jan Jacob Slaets, 23-6-1663 gehuwd met Joost Philips Stouten alias Joost Coolen.

 

27-5-1682: Yke, de dochter van Jan Hendricx, eist van Marcelis Jan Jacob Slaets 10 gulden en 8 el hemdlaken wegens haar arbeid bij gedaagde als dienstbode.

 

16-12-1682 Anneke, de weduwe van Jan Hendricx, aanlegster, contra Marcelis Jan Jacob Slaets en zijn vrouw, gedaagden. Eiseres is een eenvoudige, desolate en behoeftige weduwe, die haar dochter voor één jaar als dienstbode bij gedaagden heeft verhuurd. Zij heeft hen ook loffelijk en trouw gediend en heeft daardoor aan de voorwaarden voldaan. Gedaagden hadden dan ook  het jaarloon ad 10 gulden moeten voldoen. Ondanks aanmaningen en kwade woorden is niet betaald. Mr. Antony Canters neemt de zaak over. De vordering bedraagt nu 17 gulden en 6 stuivers, plus het loon ad 10 gulden.

 

12-5-1683: Frenske, de dochter van Peter Martens, aanlegger, contra Marcelis Jan Jacob Slaets, gedaagde. Aanlegster heeft als dienstmeid gewoond bij gedaagde. Zij heeft nog te ontvangen 11 gulden, hoesen, schoenen, 8 el hemdlaken, een witte voorschoot, blokken en sokken. Zij heeft tot dusver geen betaling verkregen. Op 11-9-1686 heeft Marcelis nog niet betaald. Peter Martens daagt namens zijn dochter Marcelis voor de schepenbank. 

 

1684 Raad van Brabant 788-2298; Hendrik Winterooy, drossaard van Asten, contra Marcelis Jan Jacob Slaets: Geldigheid van appel tegen een crimineel vonnis van Asten over het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan Jan Thijssen.

 

Op 25-1-1685 verzoekt Joost Philips Stouten, alias Joost Coolen, gehuwd met Peerke, de zuster van Marcelis en dus diens zwager, tpantgesteecen (beslaglegging) op goederen van Marcelis en diens broer Jacob.

 

28-2-1685: F. Aelberts verzoekt de schepenbank Marcelis Jan Jacob Slaets te dwingen tot betaling van f 9 en 14 stuivers vanwege arbeidsloon. 

 

13-9-1685 verklaring voor de schepenen van Asten: Willem Jan Lamberts, 74 jaar, verklaart dat hij op 24 augustus 1685 gezien heeft dat Marcelis Jan Jacob Slaets ter aerde heeft nedergestoeten (zijn zuster) Peerke, de huisvrouw van Joost Flips Stouten ende terwijle deselve ter aerde nederlagh nog was stotende. Anna Peeter Lomans, 40 jaar, verklaart dat zij gezien heeft dat Marcelis Jan Jacob Slaets versceyde maelen met sijn voeten ende clompen was stootende aen en op het lijf van Peercke, na welck lanhdurigh stooten sij Peercke met een arm gevat en in haer huyse getrocken. Verder verklaarde zij gezien te hebben dat Marcelis Jan Jacob Slaets naer liep (zijn neef) den soon van Joost Philips Stouten, ende bij den selven gecomen sijnde heeft ter aerde nedergestooten.

 

27-11-1685 Jan Antonis Tielens en Peeter Marcelis Leonarts, borgemeesters, verklaren ter instantie van Marcelis Jan Jacob Slaets, dat zij drie à vier weken geleden zijn omgegaan met hun borgemeestersboek om te collecteren. In hun aanwezigheid was Jan Somers, ondervorster (hulpdeurwaarder) om de ‘defakanten’ beter te kunnen dwingen tot betaling. Gekomen omtrent het huis van Marcelis Jan Jacob Slaets was deze sprekende met Jan Somers waarbij  hij hem vroeg: ‘Wel, Jan Somers, hebde ghij mij gedaeght wegens (de zwager van Marcelis) Joost Coolen?  (Waerover alreeds vonnisse is gegeven) Waarop zij, attestanten, verklaren dat Jan Somers antwoordde: ‘Ick en heb Uw (denoterende daermede Marcelis voornoemd) niet gedaeght maer ick hebbe het gesecht aen  Jacob, Uwen broeder, aen de Kerk, doentertijt’. Zij verklaren verder dat Anneke, de vrouw van Marcelis voornoemd, vragende was aan Jan Somers: ‘Wel Jan, hebde ghij mijnen man gedaeght door ordre ofte last van Joost Coolen?’ Hierop heeft Jan Somers weer geantwoord als voornoemd. Marcelis en Anneke hebben, hen attestanten, aangesproken en gezegd: ‘Wel, ghij borgemeesters hout dat in kennis, wat Jan Somers daer segt en geseyt heeft’.

 

13-3-1686: Ter verzoeke van Joost Flyps Stouten, als obtinent van zeker vonis ten laste van Marcelis Jan Jacob Slaets, gedaagde sinds 12-9-1685, hebben wij ons heden ten huize van Marcelis vervoegd, alwaar de vorsters (deurwaarders) en ondervorsters, naer voorgaende lecture (voorlezing?) van het vonnis, hebben gepant vier koeien, twee aan elkaar gebonden en twee zijn gevolgd. Met de beesten bij de schuur gekomen zijnde, is de voornoemde  Marcelis met groote furie comen aenlopen, hebbende in sijn hant ene dick hout en bij ons attestanten gecomen sijnde, soo heeft Marcelis voornoemd met groote furie en grammen gemoede, sijn bloot mesche uyt de scheede getrocken en heeft de touwen van de gepande bestialen aen stucken gesneden, met bijvoeging van de woorden: ‘Ghij lieden, en hebt het hart niet om mijn beesten mede te nemen. Al waert ghij duyvels, soo sal ick se niet mede laeten nemen’, door welcken ontstucken snijden de bestialen wederom sijn geloopen  naer hun stal.

 

2-10-1686: Den drossard contra Marcelis. Hij verzoekt vernieuwing van het vonnis d.d. 22-10-1681.

 

Op 30-10-1687 geeft Joost Stouten procuratie aan een advocaat en procureur te ’s Hertogenbosch, om het proces tegen Marcelis te vervolgen.

Joost overleed begin 1689. Het dorpsbestuur regelt zijn begrafenis.

 

16-12-1689: Rekening, bewijs en reliqua van de borgemeesters Anthonis van Ruth, Anthonis Peeters en  Frans Hoefnagels, betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Joost Stouten. Ontvangsten van de meubelen en bestialen (het vee) 31 gulden  en 3 stuivers en van de ‘scare’ (oogst?) 27 gulden 15 stuivers en 8 oortjes, alsmede van de geövinceerde (?) goederen  44 gulden en 2 stuivers, totaal 103 gulden en 8 oortjes.

Uitgaven: 2 gulden en 2 stuivers voor  de doodkist voor Joost,  1gulden en 12 stuivers betaald aan Marcelis Slaets, de kwelgeest van Joost, voor het voederen der beesten, achterstallige vorderingen van de gemeente en de kosten van de executie van de nalatenschap. Nadelig saldo: 1 gulden en 10 stuivers.

 

12-1-1690 Hendrick de Winterroy, drossard, Willem Leenders van Heugten, schepen (gehuwd met Margaretha Jan Jan Jacob Slaets) en Peter van der Lith, secretaris, zijn op verzoek van Marcelis Jan Jacob Slaets gekomen in zijn huis aan den achterste Diesdonck, alwaar ziek in bed lag (de kennelijk ongehuwde en kinderloze) Jacob, sone Jan Jacob Slaets, die voor 40 gulden zijn kindsdeel in de goederen op Bussel en de achterste Diesdonck aan de kinderen van Marcelis Jan Jacob Slaets en Anneke zijn vrouw wil verkopen, onder restrictie dat Marcelis Jan Jacob Slaets hem, zijn broeder, in naam van zijn kinderen, jaarlijks 7,5 gulden zal uitreiken, zolang hij leven is. Na de dood van Jan zal dit bedrag gaan naar de kinderen van Marcelis en diens vrouw Anneken. Marcelis is ook gehouden jaarlijks aan Margriet Coopman, de dochter van zijn zus Maria, 1,5 gulden te betalen en als zij mondig wordt 30 gulden uit te keren, zijnde het kapitaal van deze 1,5 gulden. Marcelis zal verder de voornoemde Jacob gedurende zijn verdere leven onderhouden in de kost en drank. De koopsom hiervoor is 220 gulden. Over uitgekookt gesproken! Marcelis laat zijn zieke (stervende?) broer diens (mede?) eigendom van onroerende goederen te Bussel en op de achterste Diesdonck voor 40 gulden, plus 7,5 gulden per jaar zolang Jan nog leeft, aan zijn vrouw en kinderen verkopen. Verder laat hij zijn broer 220 gulden betalen, waarvoor Marcelis zijn broer de rest van zijn leven zal onderhouden in voedsel en drank. Dan moet Marcelis nog wel, tot zij meerderjarig is, elk jaar 1,5 gulden aan Margriet Coopman betalen, plus 30 gulden als deze Margriet meerderjarig wordt. Marcelis, die er niet voor terug deinsde zijn schoonzuster haar legitieme erfenis te betwisten, zette al doende zijn broers en zusters buiten spel!   

 

2-1696: Anneke Huyberts Smits gehuwd met Marcelis Jan Jacob Slaets, (wonende) op den achtersten Diesdonck, verklaart; dat op 3 januari 1696, ’s avonds tussen 7 en 8 uur, Joris van der Laeck, sergiant in het regiment van Heer Tettau, bij hem hebbende Hendrick Hendricx van Vlierden en Claes Tongemans van Hasselt, zijnde soldaten van het voornoemde regiment. Welke voornoemde vier (?) personen int gemoet ofte tegen gecomen zijn op de gemeyne heyde bij Ostappen, Huybert, sone van Marcelis Jan Jacob Slaets ende hebben alsoo de voornoemde Huybert met gewelt aengevat en medegenomen naer het dorp van Zomeren met de dreygende woorden: ‘Huybert, ingevalle ghij nu geenen dienst en neempt, soo sullen wij u dootschieten’. Zettende ondertussen hem de roers op t lijf, de een van voren en de ander van achteren. Zodat Huybert, uit vrees van doodgeschoten te worden, genoodzaakt is geweest om dienst te nemen onder de voornoemde Joris van de Laack en hebben zij Huybert  meegenomern naar Hasselt, alwaar het voornoemde regiment zijn garnizoen heeft.

 

Ongedateerd fragment van een aantekening in het RA van Asten, omstreeks 1711:  Ontvangsten (o.a.)

Verkocht aan Cristina, de dienstmaeght van wijlen Marcelis Jan Jacob Slaets, 6 vat rogge 6 gld.

Aan Sr. (Sr. is Suster; religieuse) de Bevan 60 vat boekweit 36 gld.

Uitgaven (o.a.) aan Cristina de dienstmeyt 8 gld 15 stuiver

Antonis Marcelis Slaets ‘doe hij sieck was van den Rooden Loop’ 4 gld en 19 stuiver. 

Joost van Heughten te Ommel, waar Antony ‘sieckelijk hadde geleghen’ 3 gld en 8 stuiver.  

Catelijn Goorts voor 28 dagen ‘omsien’  naar Antony 10 gld.         

Mr. Gerardt de Graedt, chirurgijn, wegens medicamenten, 10 stuiver.

Aert de Wever voor 24 ellen laken van arbeid , 1 gld  en 16 stuiver.

Hendrick Verhoeyen voor boter, melk, room, brood en anderszins, 3 gld. en 8 oortjes (duiten).

Goort Hoefnagels voor een jaar kostgeld vanwege Heylke Marcelis Slaets, 9 gulden.

Wegens gehaald laken bij Peter Martens te Eyndhoven, 1 gld., 13 stuiver en 8 oortjes.

Reisgeld aan Heylke Marcelis Slaets om naar Rauwsaeken te gaan, 18 stuiver.

Jan Gijsberts voor maakloon van een meyskenscleed, 1 gld en 5 stuiver.

5e generatie

Kinderen van Jan Jan Jacob Slaets en 1e echtgenote, Merike, dochter van Jan Leeuwen:

Caterijn Jan Jan Slaets, 19-2-1676 g.m. Antonius Jan van Ruth. Beide in januari 1706 nog in leven.

Heijlken Jan Jan Slaets, 7-11-1683 g.m. Jan Peter Loomans, hun kinderen Maria- Willem en Peter Jan Loomans

Maria Jan Jan Slaets, ged. 11-1-1643, RK-doopb. 1 fol. 38, overleden voor 1681, g.m. Nicolaes Wijnens ex Weert, hun kinderen; Joannes en Nicolaes.

Petrus Jan Jan Slaets, ged. 21-6-1645, RK-doopb. 1 fol. 61. Doopgetuige is Gertrudis Slaets. Deze Gertrudis (Geertrui) is waarschijnlijk niet verwant aan de hier beschreven familie Slaets.

 

Kinderen van Jan Jan Jacob Slaets en 2e echtgenote Willemke, dochter van Peter van Breij:              

Johannes Jan Jan Slaets, ged. 6-10-1646 en dezelfde dag overleden, RK-doopb. 1 fol. 73.

Jacob Jan Jan Slaets

Margareta Jan Jan Slaets, ged. 19-12-1647, RK-doopb. 1 fol. 84. Op 21-11-1677 g.m. Willem Leendert Joost van Heugten.

Willem Leendert Joost van Heugten was in elk geval in januari 1690 schepen van Asten.

Willem Jan Jan Slaets, december 1689 nog in leven

Hendrik Jan Jan Slaets, g.m. Antoniske, dochter van Peter Hendricx, hun kinderen; Antonius Hendrik overl. circa 1698 en Hendrik Hendrik.

 

Kinderen van Marcelis Jan Jacob Slaets en Anna, dochter van Huijbert Smits:

Hubertus Marcelis Jan Slaets, gedoopt 27-1-1680, RK-doopb. 4 fol 13 r/v:v.

Johannes Marcelis Jan Slaets, gedoopt 24-6-1681, RK-doopb. 4 fol. 17 r/v:v

Anthonius Marcelis Jan Slaets, gedoopt 1-5-1685, RK-doopb. 4 fol. 29 r/v:v, stierf te Ommel als gevolg van ‘Roode Loop’. 

Helena Marcelis Jan Slaets, gedoopt 29-11-1689, RK-doopb. 4 fol. 40 r/v:v, g.m. Peter Jansen van Helden ex Lierop.

Godefridus Marcelis Jan Slaets, gedoopt 3-11-1695, RK-doopb. 4 fol. 55.

 

Kinderen van Aert Jan Jacob Slaets en Margareta Dirckx Teeuws:

Francis Aert Jan Slaets, ged, 9-6-1659, RK-doopb. 2 fol. 68.

Jenneken Aert Jan Slaets, g.m. Hendrick Jacobs ex Stratum.

Anneke Aert Jan Slaets, g.m. Corstiaan …….

Heijlke Aert Jan Slaets, g.m. Philips Fransen.

Maria Aert Jan Slaets g.m. Aert Hendrick Mennen, alias Rommen. Hun  knd. Aert- Willem- en Margareta Aerts Mennen.

Dirk Aert Jan Slaets

Peter Aert Jan Slaets

Antonius Aert Jan Slaets, begr. te Vlierden, 18-10-1694 g.m. Christien Antonis Verhees.                                                                                          

 

Zo vader zo zoon! 27-6-1669: Jan Goossen Michiels getuigt omtrent twee jaar geleden gezien te hebben dat Aert Jan Slaets en Joost Hoefnaegels, president (dat is voorzitter van het corpus, het gemeentebestuur) van Someren, woorden hadden en dat Aert Jan Slaets de president heeft geslaegen met eene bierpot voor sijn voorhooft een buyl. Veel minder een opene wonde boven sijn slincker ooghe.

 

Kinderen van Wilhelmus Jan Jacob Slaets en Johanna Martens:

Maria Wilhelmus Jan Slaets, ged. 26-9-1683, RK-reg. 4 fol. 25

Martinus Wilhelmus Jan Slaets, (*) ged. 8-3-1686, RK-reg. 4 fol. 31 r/v:v. Overleden te Asten op 30-9-1727  ca. 17 uur.

Antonia Wilhelmus Jan Slaets, ged. 16-2-1691, RK-reg. 4 fol. 44, g.m. Hendrik Hendriks

Margareta Wilhelmus Jan Slaets, ged. 29-3-1694, RK-reg. 4 fol. 51 r/v:v

Johanna Wilhelmus Jan Slaets, ged. 10-6-1697, RK-reg. 4 fol. 58 r/v:v. g.m. Willem van Vlockhoven

 

* RA 116 fol. 1.  30-9-1725: Schepenen van Asten zijn ter instantie van het officie geweest ten huize van Marten Willem Slaets en dat op de gerigte dag dat deze gequest zou zijn. Wij hebben hem te bedde zien liggen en hem gesproken, waarbij hij ook zei gequest te zijn. Namens het officie hebben wij hem verschillende reysen (meermaals) gevraagd hoe en waar en door wie hij die questuren had bekomen. En indien hij daarvan zoude te sterven aan wie hij dan de dootslag wijtte’. Waarop hij, in volle verstand, antwoordde: Dat hij inden gepasseerde nagt die had becomen hadde edoch dat hij niet en wist waer of op wat plaetse hij die quetsure, of door wie hij die become hadde. Hij heeft verder niemand benoemd.      

 

RA 116 folio 1 vo. 30-9-1725. Schepenen van Asten zijn ter instantie van Pieter de Cort, drost, samen met Johan de Grootenacker, med. doctor te Helmont, en Hendrik Halbersmit, chirurgijn, geweest t.h.v. Marten Willem Slaets, om het dode lichaam van Marten Willem Slaets te schouwen. De wonde was bestaande ‘in een steeck aende regtersijde bij de navel doorgaende, waerdoor de meeste dunne darmen waeren buyten hangende’. En ook bevonden ‘dat den darm colon door twee doorgaende wonden was geledeert’. De voors. wonde was ‘een halff vinger breet’ en de oorzaak van de opgevolgde dood, ’s middags ca. 5 uur. Marten Willem Slaets is op 21-5-1724 (SCH-register 15 folio 186) gehuwd met Anna Geef Paulus. Hun zoontje Willem werd 4-6-1725 gedoopt (RK-doopboek 5 folio 27) en was dus 3 maanden oud toen zijn vader dodelijk werd verwond. Marten Willem Slaets was van  St. Jan 1715 tot St. Jan 1716 borghemeester (collecteur van s’lands– en gemeentelijke belastingen) te Asten. Voor het borgemeesterschap werd men voor de duur van één jaar (van St. Jan tot St. Jan) aangewezen. Leuk was dat kennelijk niet, want er werd vrijstelling verleend als iemand een broer had die borgemeester was geweest. Ook maakte men er geen vrienden mee en is Marten mogelijk slachtoffer geworden van zijn borgemeesterschap. Borgemeesters (en bij hun overlijden zelfs hun nabestaanden) draaiden op voor ongeïnde aanslagen. Anna Geef Paulus hertrouwde op 18-10-1733 te Asten met Willem Joost Joosten (SCH-register 15 folio 297)     

 

De tweeklank ae werd vanaf circa 1706  steeds minder gebruikt. Na 1740 wordt de familienaam Slaets (in Nederland) vrijwel algemeen met 2 a’s geschreven, en werd het dus Slaats.

   

HET TESTAMENT VAN MARGRIET CELE.

Op heden 26 augustus 1636 compareerde voor mij:

Margriet Cele, kranck wesende van de contagieuse sieckte, maar haar verstand en vijf zinnen wel hebbende.

Zij wil geen afscheid nemen van deze wereld zonder wettelijke dispositie van haar tijdelijke goederen. ‘So begeert Margriet, testatrice, overdenkende de grote schade ende ongeluck de welcke Paulus Colen int verbranden sijns huys, schuer en schop is geschiet mede oock int verbranden van sijn siecke dochters lichaem twelck van maendach tot saterdach naercomende onbegraven onder den blauwen hemel heeft gelegen den gehele locht rontomme heeft door sijnen stanck gevuelts.

Heeft begeert van haer moeder ende erfgenamen, is begeerende ende vereysschende mits deser dat aen Paulus  Colen alle de schade, ruym ende incomoda gedaen, geschiet sullen voltcommentlijck ten danck, volle en haren belieften voldaen, betaelt ende naercomen worden, verbindende hiervoor alle haer goederen mobilia  et immobilia.

Getuigen: Peter Janssen, Jan Peters, Jan de Snijer, Jenneken Coecken e.a.

Getekend: Joes (Peren) , pastor in Asten.

HET TESTAMENT VAN JAN THIJSSEN.

Op heden 11 mei 1634 compareerde voor mij, Henricus Vervoordeldonck, pastoor in Asten;

samen met zijn vrouw Maria, Jan Thijssen, lijdende aan een ‘vekernente en periculose (gevaarlijke) siekte’, nochtans zijn verstand en memorie zeer wel hebbende. Hij maakt zijn testament.

Aan de kerk van Asten 20 gulden.

Aan de armen van Asten een malder rogge.

Aan zijn broeders en zusters of hun kinderen 50 gulden ieder.

Aan Hendrick Hendricx of zijn kinderen 62 gulden.

Al zijn andere goederen, roerend en onroerend gaan naar Mari, zijn vrouw, om daarmee te handelen naar vrije wil. Na haar dood gaan de goederen naar Margriet haar kind, ‘wesende sijne behoude (aangehuwde?) dochter’. De testateur kan ‘doer sijne groete kranckheyt en geswollen ooghen’ niet met zijn kruisje tekenen.

Getuigen: Heer en Meester Peter Balthis, Meeus Thonis Houben en Jan Goorts.

 

Met dank aan wijlen de heer  Frits Slaats, die een transcriptie maakte van het Astense Rechterlijke Archief (de schepenboeken) waaraan het merendeel van het bovenstaande kon worden ontleend, en met dank aan de Astense Heemkundekring De Vonder, die deze informatie makkelijk toegankelijk heeft gemaakt. Dit overzicht heeft niet de pretentie geheel foutloos, noch geheel volledig te zijn. Op- en aanmerkingen, aanvullingen en ook alle andersoortige reacties, zijn dan ook van harte welkom op: stamb.sla@kpnmail.nl                

 

26 september 2010.