Bevrijding van Eygelshoven door het 119e IR

Eygelshoven werd in september 1944 bevrijd door de 30e Old Hickory Divisie; zoals de mannen de G Company van het 119e Infanterie Regiment. Vanaf 26 september 1944 verbleven ze in Eygelshoven.

In Eygelshoven was het 3e ‘squad’ van het ‘1e platoon’ van de ‘G Company’ van het 119de de eerste groep Amerikaanse soldaten die op dinsdag 26 september 1944 aan de Hoofdstraat 77 (nu Veldhofstraat) bij Mw Beckers-Benoodt kwartier maakten en daar ook bleven. Zo schrijft de ‘squad leader’ John M. Nolan (* 10-4-1923+ 9-6-2019) dat in zijn memoires.
Kapelaan Keybets meldt in zijn dagboek de eerste troepen op 25 september. En dat er vanaf 19 september Amerikaanse verkenningspatrouilles in het dorp kwamen. Sinds die dag lag Eygelshoven in de frontlinie.


Nolan was daar samen met Edward Knocke (Knoche), Ernie King, Cletus Herring, David Hedland, Bill Cline, Frank O'Leary, Vic Kwaitowski (Kwiatkowski) en luitenant Gail Kuhn. Ze kregen daar rust tot dat begin oktober de moeilijke verovering van het Wormdal en Aken begon. Sinds hun aankomst in Normandië op 11 juni hadden ze zo’n 550 km overbrugd; vechtend en veelal te voet.

Cursief de namen zoals vermeld in de manschappen-lijst van het 119de.

Die rusttijd kwam er ook doordat de bevoorrading vanaf de Franse kust via de ‘Red Ball Express’ stokte. Pas eind november 1944 kwam de haven van Antwerpen beschikbaar.

In die periode van rust kregen ze drie maaltijden per dag, werden ze ontluisd en konden zich eens goed wassen of een bad nemen en weer eens echt (uit)slapen en hun kleding op orde brengen. Voor heel wat mannen kon dat een maat of twee kleiner zijn dan de maat waarmee ze in Normandië aan land kwamen.
Verkenningspatrouilles uitvoeren en oefenen voor de aanval op de Duitse bunkers in het Wormdal kwamen daar bij. Zo staat dat te lezen in de ‘Combat history of the 119th Infantry Regiment’ uit 1946.


Nolan vertelt dat ze eerst langs de Groenstraat bivakkeerden, daarna in een huis vlakbij Eygelshoven tot hun commandopost maakten (aan de Rimburgerweg?) en later midden in Eygelshoven ‘inwoonden’.


Aan de Groenstraat zagen ze hoe een als hooimijt gecamoufleerde Duitse bunker (op de kaart ‘pillbox’ #84) in puin werd geschoten door een M12 - een  gemechaniseerd 155 mm artillerie-stuk.

John Nolan maakte het einde van de oorlog in Europa mee in het ‘15th General Hospital’ dat toen in Epinal (F) was gevestigd. Want op 7 april was hij voorbij de Weser-overgang in Duitsland in zijn linker onderarm geraakt en per vliegtuig naar Reims en daarna per trein naar Epinal getransporteerd.
Voor de andere squad-leden van Nolan eindigde de strijd in Europa bij Schönebeck aan de Elbe; dat ligt ten zuiden van het Duitse Maagdenburg.

Er zullen meer Amerikaanse soldaten in Eygelshoven ingekwartierd zijn geweest. Uw verhalen zijn welkom.

In augustus 1995 was John Nolan terug in Eygelshoven samen met zijn vrouw Rosemary.






















Op deze foto van januari 1945, komen sommige namen niet meer voor; overgeplaatst, overleden?


Met zekerheid zijn Hedland en O’ Leary gesneuveld, zo las ik in de manschappenlijst van het 119de. Beiden in ‘Slag om Merzenhausen’.
- David Arnold Hedland sneuvelde op de 20 november 1944 in Freialdenhoven (D) en ligt op Margraten begraven; in perceel L, rij 14, graf 9.
- Frank O’Leary sneuvelde op 23 november 1944 in Merzenhausen (D) en ligt begraven op de Amerikaanse militaire begraafplaats van Margraten in perceel C, rij 6, graf 7.

David Arnold Hedland

Pfc David Arnold Hedland werd op 2-1-1910 geboren als jongste kind van August Hedland en Anette Maria Hedland (geboren Ask). Zij waren beiden van Scandinavische origine en woonden in Pleasant, Cass County, North Dakota.

Volgens de US Amerikaanse bevolkingsstelling (de Census) werkte David eerst op een boerderij en dreef hij vanaf 1939 in Englevale, Ransom County, een café. Zijn laatst bekende woonplaats was Ransom County, North Dakota.

Hij was getrouwd met Bernice E. Hedland (geboren Stevens op 4-6-1914 uit Walcott, ND) en zij kregen vier kinderen: Marlys Annette, Duane Ardell, Robert Dale en Betty Ann. Betty Ann werd maar één jaar oud. Vader David en Betty Ann staan hier samen op de foto.


Begin 1942 ging Hedland naar Los Angeles in Californië om daar in de oorlogsindustrie te gaan werken. Maar op 12 januari 1944 gaat David Arnold Hedland in Fort MacArthur, Los Angeles toch in dienst. Na zijn training tot ‘BAR gunner‘ kwam hij - net als Frank O'Leary - op 6 september 1944 bij de 3e squad van het 1e peloton van de G-compagnie van het 119e Infanterie Regiment - 30e Infanterie Divisie (Old Hickory). De ‘BAR’ was het machinegeweer van de groep.

Hij was een van de mannen die op 26 september 1944 in Eygelshoven binnenkwamen en er bleven tot ze Duitsland in trokken. David Arnold Hedland stierf op 20 november 1944 in Freialdenhoven; dat ligt tussen Ubach Palenberg en Jülich in Duitsland.


Na zijn overlijden werd op 7 januari 1945 voor hem in de Norman Lutheran Church een herdenkingsdienst gehouden; dat is in Cass County North Dakota. Mrs Karen Kruse hielp me contact te leggen met de familie Hedland en Mr Robert Hedland bezorgde me de foto van zijn vader.
De buurvrouw van Mrs Kruse bespeelde de orgel tijdens de herdenkingsdienst voor Mr Hedland. Deze organiste zat toen in de laatste klas van de High School.

David Arnold Hedland ligt begraven op de Amerikaanse militaire begraafplaats van Margraten perceel L, rij 14, graf 8.


Frank O’Leary

Sgt Frank O'Leary (* 23-3-1917) werd geboren en woonde in North Providence, Providence County, Rhode Island voordat hij op 10 december 1943 in Providence, Rhode Island in dienst ging.

Vóór de oorlog ging hij naar de Hope High School en werkte hij daarna als machinist/monteur bij Brown & Sharpe Manufacturing Company. Een bedrijf dat gereedschapsmachines en precisie-instrumenten maakt(e).
Naast zijn werk bij de brandweer van Geneva - waar hij vice-president en luitenant was - was hij lid van de North Providence Democratic Town Committee. Hij hielp ook met het organiseren van de North Providence Boy Scouts.

Na zijn indiensttreding en training kwam Frank O'Leary op 6 september 1944 bij de 3e squad van het 1e peloton van de G-compagnie van het 119e Infanterie Regiment - 30e Infanterie Divisie (Old Hickory).

Op 26 september 1944 waren hij en zijn team de eerste Amerikaanse soldaten die het Eygelshoven binnenkwamen en er een tijd verbleven.

Frank O'Leary sneuvelde op 23 november 1944. in de hoofdstraat van Merzenhausen bij Jülich, Duitsland. In de dagen daarvoor was hij vaker lichtgewond geraakt en na behandeling steeds weer de strijd in gestuurd.


Uit de verslagen over deze ‘slag om Merzenhausen’ die van 20 tot 26 november 1944 duurde:

‘The 3rd Squad lead the American advance down main street Merzenhausen... basically the only street. As they stepped into the street and turned to walk down it, a German Panther, (machine guns blazing away) with supporting infantry was coming right at them. O'Leary was killed in the street but King and Herrig quickly ducked into an open door and down the basement... both of the men were wounded.

Nolan and the rest ran south between houses. Nolan located a bazooka team and set it up in an opening between two house, facing the street. The opening was about 4 foot wide and the patiently waited for the German tank to move by the opening. German tanks were notoriously quiet... hard to hear in all the noise of battle. It was about a 20/30 ft. shot. But as the tanked passed the bazooka would not fire. Apparently the battery was dead. There is no question on Nolan's mind that one shot would have made the tank a burning inferno. So they had to hightailed it out of there.’

Sgt Frank O'Leary ligt begraven op de Amerikaanse militaire begraafplaats van Margraten in perceel C, rij 6, graf 7. Hij wordt ook genoemd op een plaquette voor het stadhuis van North Providence City.

Roosevelt's SS-troepen
In totaal was de Old Hickory Division 282 dagen actief aan het West-Europese front. Al snel kregen ze - vanwege hun enorme gevechtskracht - van de Duitsers de bijnaam “Roosevelt's SS-troepen".
In een boek met de titel ‘The Fighting 30th Division: They Called Them Roosevelt's SS’ komt ook John Nolan aan het woord over zijn aandeel in de Slag in de Ardennen bij La Gleize (B).

Ze vochten zich een weg vanuit Normandië via Noord-Frankrijk, onze regio's, het Rijnland, de Ardennen en de Elzas naar Maagdenburg, waar ze in mei 1945 de Russen ontmoetten.
Er is ook dit uitgeschreven interview met Nolan.
Hun verliezen waren zwaar: 3.003 Amerikaanse jongens stierven in de strijd, 906 raakten er vermist en 13.376 raakten gewond, waarvan er 506 later stierven.

Ze ontvingen 6 Medals of Honor, 5 Major Battle Stars en ongeveer 20.000 Purple Hearts voor hun bijdrage aan de strijd om West-Europa. Ook voor onze vrijheid.


De bevrijding van Zuid-Limburg; september 1944 - januari 1945


























Dagboek kapelaan Keybets

Keybets schrijft: ‘’s Avonds 25 september tegen zeven uur trokken de eerste zware Amerikaanse tanks, voorafgegaan door enige tientallen voortrekkers, Eygelshoven binnen. Ze werden langs de straten opgesteld.’
Toelichting: Op 25 september 1944 werd Eygelshoven definitief bezet door de Amerikanen. Vanuit de richting Nieuwenhagen kwamen zeven tanks die op verschillende plekken in Eygelshoven positie kozen.

Ook 22 september 1944 wordt genoemd als de dag van de bevrijding in 1944. Op die dag ging de burgemeester Boyens weer aan de slag.


Terug naar de start