(( stories and lyrics



(( just smile


when you’re walking down the street

not looking to the sky

not with your head held high

you could miss a stranger smiling at you

for no reason at all

just because

and you could miss feeling happy

if only for a minute


when you’re walking down the street

not looking to the sky

not with your head held high

you could miss a friend smiling at you

just because he saw you

and you could miss feeling happy

for the rest of the day


when you’re walking down the streets

not looking to the sky

not with your head held high

you could miss that special stranger

smiling at you

just because he likes you

and you could miss feeling happy

for the rest of your life


why don’t you just smile..


((


one of my works in progress,

for those of us who need a little smile sometimes,

inspired by Laura Nyro..



(( Oranje


Het is donderdagmorgen tien uur als de wekker afgaat. Jan wordt wakker, zet de wekker uit, gaat rechtop zitten en kijkt naar buiten. Naast hem begint Bep met ronddraaien. Hij realiseert zich wat hij eigenlijk niet meer wil weten en denkt aan wat hij op deze mooie lentedag zal gaan doen.


'Jan?' 'Ja?' 'Als je zo meteen naar beneden gaat, wil je dan voor mij het nieuwe potje met morfine en de naalden mee willen nemen?'


Jan loopt beneden naar de keuken, zet koffie en rommelt wat in de keukenkastjes.


'Waar zijn die verdomde medicijnen nou weer! Altijd staat die troep in dit kastje maar als ik het nodig heb dan is het weer verplaatst.'


Boven is Bep uit bed geklommen en met veel pijn en moeite strompelt ze naar de badkamer. Daar gaat ze zitten en denkt aan hoe het vroeger was. Jan was bij het leger en daar was hij iemand van aanzien, niet alleen door zijn functie maar ook omdat hij helemaal opging in alles wat met het land en rechtvaardigheid te maken had. Het is voor hem de laatste jaren niet makkelijker geworden. Veel dingen zijn weggevallen toen hij met de VUT ging. Tot zo'n tien jaar daarna hebben ze samen nog veel dingen gedaan maar sinds ze echt ziek geworden is werd het voor Jan ook moeilijker. Jan liep al zoekend te denken aan wat hij vandaag te doen had. Hij moest met Bep naar het ziekenhuis en daarna zouden ze naar de Oranjevereniging gaan. In het ziekenhuis zou hij er weer aan herinnert worden dat het voor Bep niet lang meer zou duren. Een jaar geleden leek alles nog goed te gaan, maar die illusie werd hun ontnomen toen verteld werd dat de uitzaaiingen te veel en te ver doorgezet waren. Op dat moment is hij weggelopen en hij wilde niet weten hoeveel weken dit lijden nog moest duren. Hij wist immers zelf wel dat dit een aflopende zaak was. De kwaaltjes kwamen te veel achter elkaar de laatste tijd vergat ze te veel dingen en al met al zag hij haar snel achteruit gaan. Bep stond voor de spiegel en ze wist dat ze een goede dag zou hebben en dus een dag om actie te ondernemen. Ze had wel eerder zo’n dag gehad alles leek goed te gaan maar de timing klopte dan niet maar vandaag moest alles lukken.


'Bep? Waar liggen de medicijnen?' riep Jan geïrriteerd vanuit de keuken.


'Kijk eens in het kastje in de gang.'


Soms vergat ze weleens dingen, van die stomme dingen zoals het gas uitzetten en met de stofzuiger in de handen staan en niet meer weten hoe dat ding aan moet en wat dat ding eigenlijk moet doen.


'Ja,' dacht ze nog, 'moet ik dan altijd met dat zware ding zeulen? Ik weet niet eens hoe dat kreng aan moet.'


Jan wist dat Bep aan het dementeren was en dat was aan zoveel dingen te merken nu had ze weer de medicijnen op de hoeden plank boven de kapstok gezet en op zich zou dat geen ramp zijn als ze maar zou zeggen wat ze had gedaan. Nee het ging niet goed met haar. Hij vond dat hij in deze periode op de proef werd gesteld en dat hij nu eigenlijk de grens van zijn kunnen wel had bereikt. Het was wel gebleken toen ze voor de zoveelste keer het gas niet uit had gezet onder frituurpan. Ze hadden al een keer een brand gehad en de brandweer had tegen Jan gezegd dat het niet slim was om vet op te warmen tot 600 graden C. Hij liep naar boven met een dienblad koffie en medicijnen langs de badkamer en keek naar binnen.


'Breakfast for Milady.'


Zij: 'Maak de medicijnen sterk.' Ze heeft geen pijn maar geen zin meer.


Hij: 'Weet je dat het erg mooi weer is?' Ontkenning dat dit de laatste dag is.


Zij: 'Waarom moet ik mee, heb geen zin.'


Hij: 'Ik moet de vlag van zolder halen.'


Zij: 'Geef die medicijnen nou!'


Hij weet dat ze geen pijn heeft op dit moment en vermoedt wat ze wil.


Hij komt van de zolder en ziet dat de vlaggenstok onderin verrot is.


Zij legt link tussen vlag, stok en haar.


Hij: 'Ik moet nodig een stukje van de stok af halen ander valt hij naar beneden maar dan is het oranje lint weer te lang.'


Zij: 'Als je mij nu de medicijnen geeft dan stop ik met leven.'


Hij: 'Maar een te lang lint aan een vlag is ook geen gezicht.'


Zij: 'Als je maar weet dat je uit mij geen stukken kan halen.'


Taxi.


Hij zet de afgezaagde vlag in de houder en stapt in de auto op weg naar Oranjevereniging.


(( end



(( Anne


12-03-02, dossier 02-03-12


In mijn werk verzamel ik rare berichten. Wat mij opviel in een periode was dat er veel mishandeling waren met dieren. Berichten in de krant over mishandeling van paarden koeien pluimvee op kinderboerderijen. Het ging hoofdzakelijk over het onthoofden, brandmerken en verwijderen van ledematen. Dit duurde ongeveer drie kwart jaar. Beelden hiervan waren niet te beschrijven. Over het algemeen vonden deze gebeurtenissen plaats binnen een straal van 30 km.. En veelal in het weekeinde.


Ik naderde het statige huis waar ik een afspraak had met Bep van der Steen. Afdelingshoofd van Huize Weidezicht. Een huis waar alleen maar kinderen zaten met downsyndroom. De reden van mijn bezoek was een bericht dat op mijn andwoordapparaat in gesproken was. Natuurlijk was de afzender niet bekend maar voor mij serieus genoeg om toch een bezoekje te brengen bij Anne. Anne was een meisje van veertien jaar die volgens de tipgever niet op haar plaats zou zijn in Huize Weidezicht. Het huis zoals ik het naderde was groot statig en moet een voormalig overheidsgebouw geweest zijn een klooster of zoiets. De uitstraling die het op mij had was 'streng, en alles gebeurt volgens regels'. De trappen en de dubbele eikenhouten deuren zeker de ruimte daar achter met de tochtdeuren hadden geen vriendelijke uitstraling. Bij de balie, in de ijzig koude ruimte die geheel betegeld was met geel wit gemeleerde tegels waar er al een hoop van beschadigd waren, trof ik mevrouw Van der Steen. Zij was een dame van vijfenvijftig jaar met opgebonden blond haar dat net uitgegroeid was, een mantelpakje dat veel te oud was met daarover een witte ziekenhuis jas die duidelijk ook al veel te oud was. Ik stelde mij voor en vroeg naar Anne.


'Waarvoor wilt u Anne spreken?' vroeg Bep. 'Ze is hier volledig op haar plaats en kan zelfstandig wonen binnen onze organisatie.'


Organsatie? Volgens mij klopte er iets niet. Het huis wordt betaald door de regering en staat te boek als een stichting met als doel het welzijn van geestelijk gehandicapten.


Ik volgde Bep door de lange vleugel van Huize Weidezicht. In de gang, waar ook de kantoren en de behandelkamers aanlagen, hingen jachttrofeeën van zwijnen, herten, fazanten en dergelijke die er duidelijk al sinds de hoogtijdagen van het pand hingen. Beb liep een brede trap op waarvan de treden door de loop der jaren waren afgesleten Hoe hoger ik kwam hoe meer ik een sterke lysolgeur rook die ik me herinnerde van toen ik nog klein was en naar mijn oom ging in het ziekenhuis. Dat moet zeker dertig jaar geleden zijn. Boven aan de trap waren twee gangen een ging recht door ook de richting waar Bep heen ging naar het dagverblijf. Vrolijke geluiden, die op zingen en muziek leken, kwamen uit de kamer. Totdat Bep de deur opende. Stilte. Alle bewoners keken naar Bep, vervolgens naar mij. En stilte, die enge stilte. Grote angstige blikken van mensen. Mensen met down okee, maar waarom die stilte? In een hoek van de ruimte naast het raam zat een meisje van ongeveer vijftien jaar blonde haren met een geelbruin gebreid vest aan dat niet bij haar leeftijd paste en eigenlijk ook nog te groot was. Het viel mij op dat buiten het raam vogels zaten terwijl er geen boom was waar de beesten makkelijk weg konden komen.


'Daar zit Anne. Anne kan soms heel erg in zichzelf zijn en dan reageert ze niet.'


Ik liep op Anne af en probeerde haar aandacht te trekken.


'Goede morgen An. An? Anne??'


'Ik wist het.' zei Bep 'Soms is er geen land mee te bezeilen Je doet alles voor ze maar eigenlijk is het verloren moeite. Maar wat wilt u van Anne ze kan echt niet praten hoor, en dit kan ze dagen volhouden. Eigenlijk kan ik u hier niet met haar alleen laten, we weten niet hoe ze reageert op vreemden.'


'Mevrouw Van der Steen?' vraag ik met verheven stem. 'Misschien is het wat als u even weggaat omdat ze slecht op vreemden reageert?'


'Maar dat kan helemaal niet en wie bent u dan?'


'Ik ben van het ministerie dat u geld geeft om deze mensen te helpen en ik twijfel sterk aan uw mogelijkheden.'


Bep droop af en met een klap sloeg ze de deur dicht. De andere bewoners in de ruimte gingen verder waar ze gestopt waren en de ruimte vulde zich weer met muziek.


'An? Anne??'


Ze draaide haar hoofd om en glimlachte een mooi gezicht met heldere blauwe ogen. Eigenlijk schrok ik er van, had het niet verwacht, ze leek helemaal niet op de andere bewoners die zo'n duidelijke uitstraling hebben.


Wie heeft mij de tip gegeven. Het was een vrouwenstem die vertelde dat ze Anne op vierjarige leeftijd bij het huis had achter gelaten. Ze klonk als een vrouw van 35 maar dat kan ook bedrog geweest zijn. Maar ze wist haar achternaam en een adres en waarom zat ze niet op haar plek? Dit moet iemand geweest zijn die haar mogelijk recent nog bezocht heeft. Ze wist ook dat er, zoals ze zei, rare dingen in het huis gebeurde.


(( wordt vervolgd..


-00-