Emiel Smulders         Art Aware

Home      Publicaties    Exposities   Contact      Links  


Doen

Leren mediteren

Lezen

Meditatie 

Voorschriften

The mind 

Mannen

Kijken

Kunstwerk 1

Kunstwerk 2

Kunstwerk 3 

Schilderijen

 


Voor het laatst bijgewerkt: 

20-03-2010

 

Artikel geplaatst in VORM&LEEGTE van lente 2006

 

De Boeddha in de scanner

Het brein van mediteerders is belangrijk voor de wetenschap

Door Emiel Smulders. © 4-11-2005

 Emiel Smulders voor de scanner.

In een stevige envelop van de universiteit van Amsterdam zitten de instructies voor het fMRI onderzoek waar ik aan ga deelnemen. fMRI staat voor functional Magnetic Resonance Imaging. De MRI-scanner is een grote magneet met een sterkte van 3 Tesla die, in dit onderzoek, rond het hoofd draait en plakjes hersens elektronisch vastlegt. Ik heb me aangemeld omdat ik nieuwsgierig ben naar onderzoeksresultaten van het mediterende brein, ik ben geselecteerd omdat ik meer dan 15 jaar intensieve ervaring heb met Vipassană meditatie.

Uit de envelop komt een CD Rom en een brief met instructie voor het trainingsprogramma dat ik moet volgen. De vraag van onderzoeksleidster Jenneke van Ditzhuijzen is om op de rug te liggen, de ogen open te houden en de volumeknop van mijn cd speler flink open te draaien als ik ga mediteren. Ik strek me uit op de vloer van mijn meditatieruimte. Een oorverdovend lawaai, vergelijkbaar met een hal waar zware machines stalen platen persen, vult de ruimte. Tijdens de eerste meditatie maak ik me zorgen over geluidsoverlast voor de buurt en besluit de tweede keer een koptelefoon te gebruiken. De cd duurt 25 minuten en begint met een hartslagachtig geluid die, als ik eenmaal mijn weerstand tegen het volume heb opgegeven, me het idee geeft dat ik in een geruststellende baarmoeder ben. Daarna volgen harde en snerpende geluiden die ontstaan als de anatomische scans gemaakt gaan worden. Er komen beelden bij mij op van rood licht en alarmbellen op de brug van een atoomonderzeeër. Na een paar sessies went mijn brein aan de geluiden, heb ik een minimum aan response en kan ik rustig mediteren zoals ik gewend ben.

 

Het tweede deel van de trainingsfase is een bezoek aan de Universiteit van Amsterdam voor een oefensessie van een uur waar een simulatie plaatsvindt van de MRI scanner. Ik grijp de gelegenheid aan om met Jenneke van Ditzhuijzen te praten, want ik heb zo mijn scepsis bij dit onderzoek. Wat wordt er eigenlijk onderzocht? Kan je het mediterende brein wel onderzoeken, zeker niet in zulke extreme omstandigheden? Wat gebeurt er met de gegevens? Gaan ze een ‘verlichtingpil’ ontwikkelen? Is het de bedoeling in de voetsporen van de Dalai Lama te treden? Komen er programma’s voor het bestrijden van geweld en agressie of betere meditatietechnieken?

In een paar woorden legt Jenneke uit dat niets van dit alles de bedoeling is. Het onderzoek is explorerend en in opdracht van Dick Bierman, die de leerstoel parapsychologie aan de universiteit van Utrecht bekleed en in Amsterdam universitair docent en onderzoeker is. Ik ben teleurgesteld, meditatie is niet het doel van het onderzoek. Het is de bedoeling om meer van de werking van het bewustzijn te leren, en daar kan ik ook wel warm voor lopen. Maar waarom mediteerders? Jenneke zegt: “We weten al dat mediteerders een coherenter werkend brein hebben ten opzichte van anderen. We willen weten of we überhaupt het brein dat mediteert met fMRI kunnen onderzoeken. Daarnaast willen we weten hoe het mediterende brein reageert op een set van emotionele stimuli in de vorm van plaatjes. De plaatjes zullen neutraal zijn, gewelddadig of erotisch. We hebben acht gezonde ervaren mediteerders met minimaal vijf jaar en maximaal 35 jaar ervaring geselecteerd en een controle groep van acht personen die dezelfde taken moeten uitvoeren”.

Jenneke neemt me mee naar de ruimte aan de andere kant van de ‘one way’ screen. Ik kom in een kamertje dat op de poli van een ziekenhuis lijkt en niets te maken heeft met een veilige warme plek om te mediteren. Aan mijn vingers komen elektroden van een apparaat dat het vocht in mijn huid meet. Op het computerscherm zie ik de golvende bewegingen van mijn enigszins emotionele reactie op het ziekenhuisgebeuren en een zwaardere uitslag als ik me bedenk dat straks iemand in mijn brein kan kijken als ik vieze plaatjes zie. Ik hoop op een beschaafde uitslag, maar ben daar niet zeker van.

Op mijn verzoek krijg ik 5 minuten de tijd om op het bed in meditatie te gaan. Alle nieuwe indrukken maken mijn geest onrustig, maar het lukt me om me binnen de gegeven tijd te concentreren. De tape met de geluiden van de MRI begint te draaien en via een spiegeltje krijg ik plaatjes te zien die door de computer in willekeurige volgorde aangeboden worden. Het gebonk en de sirene van de MRI verdwijnen naar de achtergrond. Het kost me moeite om de plaatjes goed te zien omdat de spiegel iets naar de linkerkant staat. Ik draai mijn hoofd bij en zie een man met een bierbuik en een flesje in zijn hand, rustgevende bomen, blauwe lucht met vogels en een koelkast. Dan verschijnt het eerste erotische beeld, een penis, ik wil geen respons geven, uit trots, maar voel toch een reflectie in mijn hartslag. Dan volgen er weer een aantal neutrale plaatjes en ik voel dat ik weer heftiger reageer als er een blote dame op mijn netvlies geprojecteerd wordt. Mijn trots laat ik los en geef me over aan het experiment. Daardoor voel ik me meer in de vipassană traditie komen: waarnemen, herkennen, benoemen en weer los laten. De computer herhaalt een aantal keren dezelfde plaatjes, waaronder eentje van een vrouw met een doorgesneden keel, veel bloed in elk geval. De eerste keer dat dit plaatje tevoorschijn komt, heb ik een lichamelijke respons, voel walging en medelijden voor deze vrouw, maar na een paar herhalingen interesseren de plaatjes me niet meer. Ik zak weg in een stabiele meditatieve staat. Weliswaar niet diep. Ik heb de neiging om mijn ogen te sluiten maar doe moeite om ze op de plaatjes te richten omdat er anders niks te meten valt. De plaatjes gaan voorbij en de geluiden van de scanner geven aan dat het experiment aan het einde is. Na afloop vraagt Jenneke of ik het gevoel had dat ik ‘in meditatie’ was. Matig vind ik zelf, al kom ik wel in trance uit de sessie. Ik vraag me af of de zweetmeter niet genoeg is voor de doelstellingen van het onderzoek, het fMRI onderzoek is peperduur. Dus ik vraag Jenneke van Ditzhuijzen of er nog ‘verborgen’ onderzoeksdoelen zijn. Die zijn er en Dick Bierman is bereid me er meer over te vertellen.

  Dick Bierman

Dick Bierman is van oorsprong Fysicus en al jaren als psycholoog actief  op het gebied van de parapsychologie. In principe heeft hij scepsis over de realiteit van psi-krachten zoals helderziendheid of andere paranormale waarnemingen. Hij vertelt over het huidige meditatieonderzoek en hoe dat in een breder plaatje van onderzoeken naar het bewustzijn past. “Bewustzijn kan niet rechtstreeks gemeten worden, het is ongrijpbaar, maar we kunnen wel de reacties van het fysieke lichaam en de hersenen meten na de ontvangst van een zintuiglijke prikkel in de vorm van een geluid of plaatje. Een onderzoek als dit is nieuw en nog nooit eerder gedaan, ook niet in Amerika waar enkele onderzoeken met mediteerders zijn geweest. Waar het mij om gaat is een verschijnsel te observeren dat we ‘presentiment’ (voorgevoel) noemen. Als we een proefpersoon een prikkel aanbieden is er een halve seconde later een reactie in het brein. De oorzaak, de prikkel en de fysieke respons moeten duidelijk na elkaar komen, maar metingen laten zien dat sommige personen een reactie hebben voordat de prikkel aangeboden is. En technisch gezien klopt dat niet. De tijd gaat tenslotte vooruit en niet achteruit. Behalve dan in de kwantumfysica waar wiskundige berekeningen hebben aangetoond dat tijd zowel voor- als achteruit kan lopen. Volgens Wheeler en Findman, beidde fysici, is het zo dat als de kosmos in evenwicht (coherent) is er inderdaad sprake kan zijn van die twee richtingen van de tijd. Maar mensen ervaren de tijd niet zo. Waarom niet? Dat bracht mij op het idee om binnen de psychologie te kijken of dit fenomeen waarneembaar is. Uit onderzoek weten we dat het brein van ervaren mediteerders coherenter, dus evenwichtiger is dan dat van niet mediteerders. Een coherent brein is in evenwicht en gedraagt zich als een geheel, als een dansend geheel, zeg maar. Dat is ook meetbaar. Vanuit die gedachte is het meditatieproject ontstaan. Naast de andere onderzoeksdoelen die Jenneke je vertelde, probeer ik te zien of het mediterende brein een voorreactie gaat geven op het aanbieden van de neutrale en emotionele plaatjes. Of ze de emotionele plaatjes als het ware aan voelen komen.”

De Boeddha in de scanner, dus. Dick Bierman pakt een print met daarop een uitdraai van de hersenen van een mediteerder en wijst verschillende gebieden in en rode kleur aan. “Ik kan nog niet zien of bij deze van een voorgevoel sprake is”, zegt Dick, “maar wat we uit eerder onderzoek al zien, is dat de ‘habituatie’, de aanpassing van een congruent brein op een prikkel sneller gaat dan bij anderen”. Ik ben benieuwd of dat hetzelfde is als hetgeen Boeddhisten met ‘onthechting’ bedoelen en ‘coherentie’ dezelfde betekenis heeft als verlichting. Maar daar gaat Bierman niet op in. Uit de verschillende gesprekken die Jenneke met proefpersonen heeft gevoerd is gebleken dat er een groot verschil in het gebruik van de Boeddhistische begrippen is en de beleving ervan nog verschillender. Dick houdt zich liever bij wetenschappelijk waarnemingen.

Tenslotte ben ik benieuwd of zijn onderzoek het hele wereldbeeld van de Boeddhist kan onderuithalen. Dick Bierman is nuchter. “Daar ben ik niet bang voor, ons onderzoek laat echter wel zien dat in ieder geval één idee uit de Boeddhistische wereld niet opgaat. Je mag verwachten dat iemand die concentratie meditatie doet geen reacties heeft op de impulsen die we geven, maar dat is niet zo. Maar wat zegt dat, meditatie is een van oudsher beproefde methode om van binnenuit het brein en al zijn reacties te onderzoeken. Dat is waardevol en heel anders dan wetenschappelijke analyse. Misschien dat sommige Boeddhisten bang zijn voor de resultaten zoals sommige wetenschappers weer bang zijn voor Boeddhisten. Ik vind dat kinderachtig.”

 

Maar genoeg gepraat het is tijd voor de scanner. Ik ben benieuwd of mijn zelfbeeld, dat ik onder alle omstandigheden kan mediteren, overeind blijft staan. Een andere proefpersoon ligt in de scanner en op de monitor van de controlekamer in het AMC te Amsterdam kan ik de omtrekken en de inhoud van haar brein zien. Een medewerker legt me al de werking van de fMRI uit. Dan ga ik de ruimte in terwijl ik alle ijzerwaren aan mijn lijf en kleren achter moet laten. De ruimte is met een rozerode gloed verlicht dat me prettig stemt. Ik krijg oordopjes in, een koptelefoon op en een noodknop in mijn handen. Met een zacht gezoem schuif ik het open gat van de scanner in, mijn hoofd is stevig op een steun vastgebonden. De geluiden van de scanner zijn niet zo heftig als ik op mijn eigen speler had gesimuleerd en ze zijn inmiddels voor mij tot een normale achtergrond geworden. De lichten van de scannerruimte gaan uit, het is aardedonker, ik concentreer me op mijn ademhalen.. De scanner bonkt en knerpt en ik voel trillingen die het apparaat maakt. Al snel gewaar ik me in een meditatieve staat. Dan komen de plaatjes zoals in de oefensessie maar dit keer scherp en helder. Het kost me moeite om er aandacht aan te besteden; zowel de gewelddadige als de erotische plaatjes doen me niet veel, ik zie ze, ik herken ze en laat ze weer los. Op een plaatje na, een uitgemergeld donker kindje waar ik een wolk vliegjes omheen kan bedenken, dit houdt me langer vast maar haalt me niet uit mijn meditatieve staat. Het gebonk van de scanner stopt, de lichten gaan weer aan en met een licht gezoem glijd ik de scanner weer uit. De banden om mijn hoofd worden losgemaakt en het experiment is voor mij voorbij. Ik heb mijn bijdrage aan de wetenschap geleverd en hoop dat hiermee meer duidelijk wordt over het fenomeen bewustzijn, meditatie en verlichtte bewustzijnsstaten waar alle mensen van kunnen profiteren.

Emiel Smulders

31-10-2005

Dedemsvaart.