De zanger Albertus Heijneman.

                

Albertus Heijneman werd geboren op  8 october 1892  te Amsterdam als zoon van de meubelmaker Hendrik Cornelis Heijneman en de goedaardige Elizabeth Klaassen. Hij was de jongste uit een gezin dat bestond uit drie dochters en vier zoons. De Heijnemans waren in Amsterdam en daar buiten bekend om hun prachtige meubels die zij maakten en elke Heijneman was er ook, zo het leek, voor in de wieg gelegd om meubelmaker te worden. Opgroeiende in de Tuinstraat, het hartje van de Amsterdamse Jordaan, moet de liefde voor de schone zangkunst bij Albert ontloken zijn. Het is bekend dat de doorsnee Amsterdammer en zeker de Jordanees een verwoed opera-liefhebber is en dikwijls zelf menige aria voor het open raam ten gehore brengt ! Dus voor Albert was de hamer en bijtel niet het juiste gereedschap en planken vond hij alleen mooi als hij er zelf op mocht staan. Toch was het de avontuurlijke aard in Albert die hem aanvankelijk naar het buitenland deed verlangen, zo reisde hij naar Zuid Amerika en was daar tabaksplanter vandaar reisde hij als handelsman naar Denemarken. Hij keerde terug naar Holland, kwam onder leiding van de befaamde zangpeadagoge, Cateau Esser, en maakte bij Louis Bouwmeester zij debuut in de kunstwereld. Daarna maakte hij zijn opmars door vrijwel alle grote steden van onze naburige landen. Van het Kurhaus in Wiesbaden naar het Staatstheater te Schwering, Dusseldorf, Heidel- berg, maar ook bij de Koninklijke Vlaamsche Opera te Antwerpen. Hij zong de hoofdpartijen in de Troubadour, Cavaleria Rusticana, Paljas, Klokken van Corneville, De Rastelbinder en wat al niet meer ! In Holland zong hij verschillende hoofdpartijen in o.a "t Lied der Woestijn" (The dessert song). Maar ook het serieuse Hol landse lied was Albert op het lijf geschreven. Albert moest het in zijn beste jaren opnemen tegen de aller- grootste uit die tijd, en dat waren er heel veel ! En zeker in Holland was er voor hem weinig te verdienen. Toch heeft Albert in Nederland dikwijls in Operette-Revues gezongen zoals " Hallo Parijs " en " 'n Geel bandje....meneer " , met Heintje Davids, Sylvian Poons en Harry Boda.  Verdriet, door een stukgelopen huwelijk, heeft Albert naar het buitenland gedreven, hij schrijft dan regelmatig zijn moeder waar hij zielsveel van hield. Terug in Holland zingt hij niet veel meer, of het moet zijn over Amsterdam en zijn Jordaan, want hoe avontuurlijk Albert ook was hij hield veel van zijn moeder maar ook van die prachtige Amsterdamse Jordaan met als middelpunt de Westertoren met zijn Gouden Keizerskroon. Als zijn nicht Elisabeth Johanna Heijneman en haar man Dirk Antonie Möllenkamp twaalf-en-een-half  jaar getrouwd zijn (1948), zingt hij op hun bruiloft voor hen " Moederzegen " onder doodse stilte van de bruiloftgangers en de vrouwen een traantje wegpinken !

            


 

 

Foto's  

 

 

                   Moeder