Kampioen baarsvissen

Elisabeth Johanna Heijneman

Mijn moeder kon ons dertig keer uitleggen hoe je nou precies  een "mestpiertje" aan de haak moest slaan. Want zei ze:"als je wurm niet goed aan de haak zit, vang je niks."  Kijk: "Je legt die pier eerst vlak op je hand, zodat je ziet welke kant dat ie op kruipt, als je dan weet wat zijn kop en wat zijn staart is dan sla je hem zo aan de haak." Ze deed dan precies voor hoe het beestje in de lengterichting en met zijn kruiprichting naar voren, aan de haak werd gespiest. "Je moet daarvoor ook altijd mestpiertjes nemen, want die zijn mooi levendig en niet zo erg groot." "Laat je nooit steenwurmen in je handen stoppen, want die kunnen niet goed tegen het water, die worden onder water heel lang en hangen slap aan je haak." "Een baars is een roofvis en die moet een mooi kronkelend wurmpie voor zijn neus hebben, anders bijt ie niet !" Ook over haar dobbertjes kon ze een hele lezing houden. "Je moet altijd zo licht mogelijk vissen, dan zie je elk tikkie en ben je nooit te laat met het aanslaan van de baars."  Ik weet nog goed dat mijn vader een paar dagen voor de twee-wekelijkse viszondag de hengeltjes met snoertjes in orde zat te maken. Voor mijn moeder maakte hij dan altijd een paar snoertjes met dobbertje van "ganzeveren". Hij haalde van een ganzenveer de haartjes af zodat alleen de pen overbleef.  Dan sneed hij de pen in kleine stukjes van ca 0,5 cm, en reeg die daarna  in dezelfde volgorde aan een snoertje, zo'n stuk of acht.

Mijn moeder was nou niet bepaald een vrouw die erg geduldig was, maar voor spelletjes en vissen was ze altijd te porren. Ze had bij spelletjes, of het nou klaverjassen, boerenpotten, één-en-dertigen of jokeren was, een bijna ongeloofwaardige overwinningsdrang. Ook "sjoelen" was een favoriete bezigheid van haar. Ze stond voor dat het spel begon, eerst de sjoelbak een kwartier te poetsen en te wrijven, want "dan glijdt ie lekkerder !" Toch had ze dikwijls succes met al die aktiviteiten, zo ook die bewuste zondag, niet met een spelletje maar met het kampioenschap "baarsvissen" van Amsterdam. Ik zie haar die zondag nog thuiskomen met een blos op haar wangen die ik nog nooit eerder bij haar had gezien. Ze had, na een goede viszondag, wel vaker een stevige blos, maar die zondag leek het wel of ze op beide wangen langdurig gezoend was! Trots liet ze de beker en de bloemen zien die zij had gewonnen. Ze vertelde ons, zo vaak we het wilde horen, hoe zij kampioen bij de vrouwen was geworden en de beker eigenhandig van burgemeester 'd Ailly in ontvangst mocht nemen.  Mijn vader wist het natuurlijk al allemaal, hij had het verhaal reeds op de terugweg in de bus gehoord. Maar hij zal zich gerust ook wel een beetje kampioen hebben gevoeld, tenslotte had hij de dobbertjes voor mijn moeder gemaakt.

 Het hele gezin nog even op de kiek met de beker  Ome Ko links kwam zijn nicht ook feliciteren