De Geheelonthouders Hengelaars Vereeniging

I.O.G.T.

In Onderling Genoegen Tezamen.

Ik kan me herinneren dat er thuis erg veel over de "visclub" werd gesproken, ik moet een klein jongetje van een jaar of acht zijn geweest. Mijn vader en moeder waren lid van de club en eens in de twee weken gingen zij er op uit om de club-wedstrijden te vissen, vrouwen en mannen gescheiden. Wie de meeste baarsjes ving was de winnaar van de dag, en hij of zij die over het gehele jaar het meeste had gevangen werd clubkampioen. Bij elke wedstrijd moet de Surveillant zo eerlijk mogelijk de "stekkies" verdelen en uitmeten. Wanneer er een uur was gevist dan blies hij op zijn koperen hoorn en werd er, langs het viswater, opgeschoven naar de volgende plek die ondertussen in gereedheid was gebracht door de assistent van de Surveillant. De Surveillant had een lastige taak, want hij moest ook beoordelen of de gevangen vis wel degelijk een "baars" was en geen "witje" of een "schele post". Soms waren de partijen het er niet over eens, maar toch had de Surveillant het laatste woord, dat stond nu eenmaal zo in de reglementen. Als mijn vader en moeder hun "viszondag" hadden, paste mijn opoe Gerritje Mulder op het huis en op de kinderen. Zij zorgde ook dat het eten klaar was als de vermoeide vissers thuis kwamen. Aan het gezicht van mijn moeder kon je altijd zien of ze veel gevangen had of niet, bij een goede vangst had zij altijd een felle rode blos op haar wangen die doorliep tot in haar nek. Dat is van de wind, zei ze dan altijd als ze thuis kwam, maar ik heb altijd gedacht dat het door de spanning kwam, ook al hielden mijn moeder en vader vol dat het vissen zo ontspannend was. Eens in de maand werd er vergaderd, niet in een clubgebouw of i.d. maar thuis bij ome Hein en tante Trui in de Borgerstraat. Zij hadden voor deze gelegenheid hun voor- en achterkamer speciaal ingericht met banken en tafels. Vrouwen in de achterkamer ( vlak bij de keuken, want dat was makkelijk met koffie zetten ) en de mannen in de voorkamer. De mannelijke leden bleven lang volharden in deze oude gewoonte, die nog stamt uit de tijd dat de hengelaars-vereniging een aangelegenheid was alleen voor mannen. Mijn vader vertelde mij dat de vereniging was opgericht op 20 augustus 1921 uit pure noodzaak. In die tijd brachten vele mannen hun tijd door in kroegen en cafe's terwijl de vrouwen thuis met hun kroost de eindjes aan elkaar moesten knopen van bittere armoede. Een aantal mensen, waaronder zijn vader Dirk, vond dat er aan deze toestand een eind moest komen en richtte deze Geheelonthouders Hengelaars-vereeniging op. Er werd een vaandel gemaakt en de eerste foto van de leden, getooid met schipperspet en insigne, werd gemaakt op de Noordermarkt. Leden mochten geen druppel alcohol meer aanraken.

Als na een aantal sucesvolle jaren het ledenbestand terugloopt en de vrouwen van mening zijn, dat ook zij wel een keer recht hebben op een verzetje, wordt er besloten om ook vrouwen tot de vereniging toe te laten. Wel op voorwaarde dat de mannelijke en vrouwelijke belangen strikt gescheiden blijven. Zo gebeurt het dat er een vrouwelijke voorzitter ( voor de vrouwen ) en een mannelijke voorzitter ( voor de mannen ) in één-en-dezelfde vereniging de schepter zwaait. Wanneer de vereniging haar jubilea te vieren krijgt ziet men toch wel in, dat deze toestand niet gezellig is en wordt er besloten om bij feesten en bustochten de handen in elkaar te slaan en samen een dergelijk evenement te organiseren. Maar op de vergaderingen blijven de zaken gescheiden. In de periode dat burgervader d'Ailly het ambtsketen draagt, wordt mijn moeder viskampioen van Amsterdam. Verenigingen uit alle delen van de stad hadden ingeschreven, dus ook de I.O.G.T.  Als aan het eind van de dag de balans wordt opgemaakt blijkt dat zij de meeste vissies heeft gevangen. Vol trots komt ze thuis met de beker die haar door de burgemeester zelf is overhandigd.  "Wat een aardige man", was het eerste wat ze zei toen ze de beker op tafel plaatste, "en zo gewoon". De volgende dag loopt ze alle sigarenwinkels af om een krant, waar de officiéle foto van de uitreiking door de burgemeester in staat, te pakken te krijgen. Ze laat de krant aan iedereen, die ook maar iets van vissen afweet, zien. De fotograaf, die de foto's voor zijn krant heeft gemaakt, komt mijn moeder later nog een hele serie foto's brengen. Ze is er erg blij mee. Als Nelis Vogel, die een winkel in Hengelsport artikelen drijft, haar de foto's vraagt om deze in zijn etalage te zetten, stemt zij grif toe. Ze voelt zich een ware kampioene. Als zij na enkele weken de foto's weer terugvraagt blijken ze spoorloos verdwenen te zijn. Nelis weet van niets en kan zich ook niets herinneren. Gelukkig hebben we nog een paar huisfoto's van haar met de beker. Nelis Vogel heeft ze nooit meer aangekeken en de "mestpiertjes" waar je de baarsjes zo lekker mee vangt heeft ze daarna elders gekocht.