Mijn Opa en de Tweede Wereldoorlog.

(door Denise)

Mijn opa is in het jaar 1937 in Amsterdam geboren, dus kort voor de tweede wereldoorlog begon (1940 - 1945). Hij was bijna 8 jaar toen er eindelijk weer vrede kwam. Opa was eigenlijk nog maar een kleine jongen die zich deze oorlogstijd maar deels kan herinneren. Toch zijn vooral de laatste jaren van deze verschrikkelijke oorlog hem altijd bijgebleven. Zo weet hij zich vooral de "hongerwinter" bijzonder goed te herinneren, een winter die vele mensen tot het randje van de afgrond bracht. Zijn ouders waren eigenlijk elke dag bezig om het gezin, dat bestond uit vader, moeder,dochter en twee zoons, van het nodige voedsel te voorzien en dat viel niet mee. Maar ook de ijzige kou baarde elke dag de nodige zorgen. De altijd brandende potkachel moest dagelijks van brandstof worden voorzien en toen deze middelen niet meer te verkrijgen waren, werd er al gauw een stoel, tafel of een kast in de altijd gulzige potkachel verstookt. Later werden zelfs deuren en houten panelen uit de woning gesloopt en aan deze zo belangrijke warmtebron geofferd. Als de vader van mijn opa een poos "de Salamander" , want zo heette de potkachel, aan het opstoken was, zag hij altijd tot achter zijn oren zwart van de walm en rook. Dat zorgde natuurlijk altijd voor veel hilariteit, vooral tegen Sinterklaas. Mijn opa vertelde dat de potkachel, binnen het gezin een belangrijke rol had in de oorlog. Hij zorgde natuurlijk voor warmte maar ook werden de verschillende ge´mproviseerde maaltijden er op bereid. Gelukkig was de vader van mijn opa een bijzonder goede suikerbakker, die van suikerbieten en mollebonen allerlei eetbare maaltijden kon bereiden. De mollebonen werden vermalen in de koffiemolen en van dit meel dat met water werd vermengd bakte de moeder van mijn opa wafels op de potkachel. Ook wist hij van suikerbieten een stroop te bereiden die op de gebakken wafels werd gesmeerd en zo een lekkernij vormden. Tevens maakte hij van deze stroop een soort limonadesiroop die vermengd met koud water heerlijk smaakte.Mijn opa kan zich nog goed herinneren dat hij met zijn moeder mee moest naar de Raadhuisstraat in een soort kinderwagen. Daar werden geteerde houtblokjes die tussen de tramrailsen waren gemonteerd, los gepeuterd en in de kinderwagen gestapeld. Opa werd bovenop de stapel gezet en de terugweg naar huis werd weer ondernomen. De gulzige potkachel kon weer een paar dagen branden.

Mijn opa weet zich nog goed te herinneren dat kleding, versnaperingen en voedingsmiddelen op de bon waren. Dikwijls stond hij samen met zijn moeder uren en uren in de rij bij de bakker,slager, groenteman of kruidenier. Wachtende mensen vielen uitgeput van honger en kou op straat neer, vaak kwam het voor dat de uitgeputte mensen niet over een geldige bon beschikte wanneer ze aan de beurt waren, zodat zij onverrichterzake naar huis terug moesten keren. Maandelijks werden de zogenaamde distributiekaarten aan de gezinnen uitgereikt, het aantal hing af van het aantal leden waaruit het gezin bestond. De geldige genummerde bonnen werden kort voor de verkoop van de desbetreffende artikelen in de krant of op een aanplakbiljet bij de winkel bekend gemaakt. Het kwam regelmatig voor dat de mensen wel de geldige bonnen hadden maar geen geld  om het artikel te kopen. Het omgekeerde kwam ook dikwijls voor, zodat er al zeer snel een omvangrijke zwarte handel ontstond. Anderen probeerden bedelend aan hun dagelijks portie eten te komen.                               

Eens in de week kreeg mijn opa van school een bonnetje, waarmee hij op de Elandsgracht een maaltijd ter plaatse ( in een andere school ) kon nuttigen. De maaltijd bestond meestal uit een waterige soep van aardappelschillen die was vermengd met wat groente en gemalen bonen. Samen met zijn moeder ging hij eens per week naar het Bellamyplein waar hij bij de tramremise die tijdelijk ingericht was als een soort " voedselbank " een pannetje eten halen. Daar speelden zich dezelfde taferelen af als bij de voedselvoorziening bij de winkels, mensen die op straat in elkaar zakten van de honger. De geledigde gamellen werden gretig uitgelepeld door de hongerige kinderen uit de omgeving. Thuisgekomen met het pannetje eten, probeerde mijn opa's moeder de kleine hoeveelheid voedsel zo eerlijk mogelijk te verdelen in vijf gelijke porties en haalde mijn opa's vader het potje zout uit de keuken om het altijd flauwe voedsel wat meer smaak te geven. De vindingrijke vader van mijn opa had van pekelzout een goed bruikbare tafelzout weten te maken.

Mijn opa heinnert zich ook de grote saamhorigheid onder de mensen bij hem in de buurt, zij kwamen dikwijls bij elkaar om zich te warmen, maar ook om wat voedsel te ruilen of te brengen. Ook de laatste berichten over het verloop van de oorlog en de oprukkende bevrijders werden breedvoerig besproken. De meeste gezinnen beschikten niet meer over een radio, zij hadden die op last van de bezetter moeten inleveren. Soms konden de mensen hun entousiasme bij het horen van de op handen zijnde bevrijding niet onder controle houden en moesten dat bekopen met hun leven. Mijn opa mocht in die periode niet zo veel op straat spelen van zijn ouders, er deden zich veel vreemde geruchten de ronde over in burger vermomde kerels die absoluut niet te vertrouwen waren en je probeerde uit te horen !

De oorlog was na de bevrijding voor veel mensen nog niet afgelopen, veel mensen bezweken alsnog aan ondervoeding of andere ernstige gevolgen van de oorlog. Voedsel bleef nog lang op de bon, kleding was schaars en duur. Langzaam kwamen de meeste gezinnen er weer bovenop en kon men aan de wederopbouw beginnen van ons zwaar beschadigde land.

De overvliegende bommenwerpers die 's nachts over Amsterdam richting Duitsland vlogen vergeet mijn opa nooit. Als kind was hij erg bang voor het aanhoudende gezoem van de enorme hoeveelheden zware kisten die de daken van de huizen en de grond deden schudden. Veel vriendelijker klonken de vliegtuigen van het Rode Kruis die later hun voedselpakketten op de omliggende landerijen dropten. In de straat waar mijn opa woonde werd het voedsel dan verdeeld door Canadese militairen die tevens aan de rondhangende kinderen chocoladerepen uitdeelden. Opa probeerde af en toe een extra reep te bemachtigen, door nog een keer in de rij te gaan staan. Soms lukte dat. Het uitgedeelde Zweeds witbrood is opa altijd bijgebleven, het smaakte als een bijzondere lekkere cake zoals hij die later nooit meer heeft geproefd

(Denise)