TaijiquanAchtergrondContact |
![]() ![]() Nieuws? Meld je aan voor onze nieuwsbrief. |
Principes Basisstanden Houding en bewegen in 10 punten Vol en leeg Schouder als verbinding Positie hand en elleboog Houding rug Diepte in de taijiquan Verplaatsen van gewicht Bewegen als een parelsnoer Basisstanden Taijiquan kent drie voetposities: wuiji / ruiterstand (50-50), lege stand (100-0)en de boogstand (70-30). Elke stand kenmerkt zich door de gewichtsverdeling en hoe ver de voeten in de breedte en lengte uit elkaar staan. Nu is het niet nodig om al te krampachtig met richtlijnen om te gaan. Uiteindelijk is het belangrijker om te leren voelen wat de eigen lichaamshouding met ontspanning doet. Elk lichaam zit uiteindelijk anders in elkaar. Wuiji / ruiterstand In wuiji staan beide voeten naast elkaar op heupbreedte. De taijivorm start en eindigt met wuiji. In wuiji zijn yin en yang samengesmolten. Wuiji is de moeder van yin en yang. Als vanuit wuiji het gewicht wordt verplaatst, worden yin en yang geboren. In heupbreedte staan de voeten recht onder de heupen. In deze positie wordt de druk van het gewicht van het lichaam recht nar beneden afgeleid. De benen kunnen ontspannen. De verdeling van het gewicht is gelijkmatig over de voet verdeeld. De zijkant van de voet wijst loodrecht naar voren, waardoor de tenen iets naar binnen staan gedraaid. Hierdoor wordt de onderrug licht horizontaal uitgerekt en ming men geopend. Deze positie van de voeten geeft wel extra druk op de knieën. Voorkomen moet worden dat de knieën naar binnen vallen. In de ruiterstand staan de voeten in een bredere stand. Deze stand is in zijwaartse richting enorm stevig. In voorwaartse of achterwaartse richting is de balans daarentegen zeer klein. Lege stand In de lege stand is het gewicht volledig in het standbeen. Het lege been staat ter balans met teen of hiel op de grond en kan in een toepassing gebruik worden voor bijvoorbeeld een trap. Een voorbeeld van deze stand is de kraanvogel of speel de luit. Boogstand De boogstand is een van de meest gebruikte standen in de taijiquan. Vanuit martiaal oogpunt is het een voordelige stand: je staat stabiel en je vitale delen zijn redelijk te beschermen. De uitgangspositie voor de boogstand is een stand met beide voeten naast elkaar op heupbreedte. In de boogstand wordt deze breedte bewaard door recht naar voren uit te stappen. Geen makkelijke opgave als het gewicht voor de stap volledige op standbeen wordt gebracht. De neiging bestaat dan om in de ontspanning het lege been richting het standbeen te schuiven. Stap je vanuit deze positie recht naar voren, dan resulteert dit in een te smalle boogstand. Hetzelfde geldt voor de enkelvoudige zweep. Vanuit de lege stand bestaat de neiging om te smal uit te stappen. Corrigeer dit niet door de achterste voet naar buiten te schuiven. Je leert hiermee het lichaam als het ware een verkeerde reflex aan. Een volgende keer zal het lichaam geneigd zijn weer dezelfde te smalle stap te maken. Wordt vanuit heupbreedte naar voren gestapt en een verticale lijn tussen beide hielen getrokken, dan zien we deze zelfde breedte in de boogstand terug. De voorste voet is in de moderne taijiquan naar voren gericht, de achterste voet 45 graden naar buiten gedraaid. De gewichtsverdeling is 70% voor en 30% achter. De lengte van de boogstand is ongeveer twee vuistbreedtes. Ook hierbij geldt dat de lengte geen vast gegeven is. Beter kan gekeken worden hoe ver uitgestapt kan worden, zonder de ontspanning los te laten. Ook over de gewichtsverdeling over de voet kan het een en ander gezegd worden. Bij het doorgeven of wegleiden van kracht ligt het gewicht meer op de hiel van de voet. Bij het naar voren komen in de boogstand zet de achterste hiel zich af tegen de grond. Het contact van de hiel met de grond wordt bewaard, ook als het gewicht grotendeels in het voorste been is. Kracht van een ander wordt via het achterste been naar de grond geleid. Als het been ontspant, wordt de hiel als het ware tegen de grond geduwd door de inkomende kracht. Dit geeft een enorme stabiliteit. Hoe groter de kracht, hoe steviger de stand. In de boogstand is het grootste deel van het gewicht dus in het voorste been en gelijkmatig over de voet verdeeld. Een aandachtspunt bij de boogstand is de stand van de knieën. Om de knie boven de voet te laten wijzen, wordt de achterste knie iets naar buiten gedrukt. Doe je dit niet, dan valt de knie makkelijk iets naar binnen, waardoor het gewicht op een deel van het kniegewricht komt te liggen. De interne structuur en worteling wordt verbroken en de balans verstoord. terug naar boven Houding en bewegen in 10 punten Yang Cheng Fu is een van de grote taijimeesters. Hij is de kleinzoon van Yang Lu Chan, de grondlegger van de Yangstijl taijiquan. Yang Cheng Fu is van grote invloed geweest op de toegankelijkheid en daarmee op de verspreiding van de taijiquan. Hieronder tien aandachtpunten voor voor houding en bewegen in de taijiquan door Yang Cheng Fu. Houd het hoofd rechtop Maak de nek lang, zonder hiervoor teveel spierkracht te gebruiken. Het is alsof de kruin aan een touwtje omhoog getrokken wordt. Een ontspannen en opgericht hoofd laat de shen (geest) stijgen. Ontspan de borst en open de schouderbladen Door hoog te ademen, brengen we spanning in de borst en schouders. De adem naar de buik te brengen brengt hierin verlichting. Door actief de borstkas verder te ontspannen, kunnen de schouderbladen geopend worden. Dan kun je kracht ontladen via de ruggengraat. Ontspan het midden Het midden stuurt alle bewegingen. Wanneer het midden ontspannen is, zijn de benen gevuld en kan kracht vanuit de benen doorgegeven worden aan de armen. Onderscheid vol en leeg Verplaats het gewicht steeds van het ene naar het andere been. Als je vol en leeg kunt onderscheiden is een stap licht en moeiteloos en ben je moeilijk uit evenwicht te brengen. Laat schouders en ellebogen zakken Pas wanneer schouders en ellebogen ontspannen zijn, kan er daadwerkelijk kracht in de benen ontwikkeld worden. Een verkramping in het bovenlichaam laat de chi stijgen. Ellebogen zijn laag en geven daarmee de schouders de ruimte om te ontspannen. Gebruik geestkracht en geen spierkracht Het lichaam is ontspannen. Gebruik niet meer spanning dan nodig is om het lichaam overeind te houden. Dan ben je flexibel en wendbaar. De taiji-klassieken zeggen: “Wanneer je volstrekt zacht bent, zul je volstrekt hard worden.” Ontspanning geeft de ruimte om het lichaam met chi te vullen. De geest stuurt de chi door de aandacht naar een specifiek deel van het lichaam te sturen. Boven en beneden volgen elkaar Het lichaam beweegt als één geheel. Zoals een parelsnoer: elk deel van het snoer zet de volgende parel in beweging. Elke beweging start in de benen, wordt doorgegeven door het midden en komt tot uitdrukking in de armen. Binnen en buiten stemmen overeen De geest (binnen) stuurt het lichaam (buiten). Een alerte, open geest, maakt dat bewegingen soepel zijn. Bewegingen zijn verbonden en ononderbroken Taijiquan is als één lange beweging, zonder onderbrekingen. Elke houding gaat naadloos over in de volgende. Zoek kalmte in beweging Gebruik kalmte van de geest om bewegingen te controleren. De inademing en uitademing zijn lang en diep en de chi zinkt omlaag (in het onderste dantien). Er wordt spaarzaam omgegaan met het energieverbruik. terug naar boven Vol en leeg Onderscheid maken tussen vol en leeg, is een één van de manieren om uitdrukking te geven aan yin en yang. Vol staat voor yang en yin voor leeg. De taijiquanvorm is een continue afwisseling van vol en leeg. Zoals water in een rivier blijft doorstromen, zo ook blijft de vorm in beweging, zonder onderbrekingen. Vol betekent vol met aandacht. Vol betekent ook vol met gewicht. In de vorm verplaats je steeds het gewicht van het ene naar het andere been en daarmee je aandacht meenemend. Door je been niet alleen met je gewicht maar ook met aandacht te vullen, wordt je je bewust van het gewicht van je lichaam dat op de aarde drukt. Je voelt het contact dat je voeten met de grond maken. De aarde is yin en geeft stevigheid. In de taijiquan leer je deze stevigheid te gebuiken. terug naar boven Schouderblad als verbinding Het schouderblad speelt een belangrijke rol bij de verbinding tussen de armen en de romp. Het schouderblad kan naar buiten en binnen gedraaid worden. Draai je bij een duw de schouderbladen naar buiten, dan merk je dat de bovenrug iets ronder wordt en de ellebogen licht omhoog komen. De armen nemen automatisch de positie in waarin de structuur het krachtigst is. Ook spiralen je armen licht naar buiten, waardoor de druk het lichaam in penetreert. Bij een afweer, met de handpalmen naar je toe, werkt dit ook, maar dan andersom. De schouderbladen draaien naar binnen, de ellebogen zakken licht en de armen spiralen ook naar buiten. Hierbij komen de schouders door de spiraal iets naar voren wat leidt tot een lichte bolling in de bovenrug (minder sterk als bij de druk). Je zult merken dat wanneer je meer aandacht in de schouderbladen legt, de borst ruimte heeft om te ontspannen. terug naar boven Positie van hand en elleboog Elke beweging van het lichaam wordt vanuit de voeten door het midden aan de armen doorgegeven. Zijn de armen ontspannen, dan kan de beweging zich als een golf door het lichaam verplaatsen. Zo werkt taiji ook als krijgskunst. Zoals een golf in de branding over het strand rolt, zo overspoelt de kracht die in de benen is opgebouwd via de armen de tegenstander. “Het lichaam is als een drijvende wolk. Bij het duwen-met-de-handen zijn handen niet nodig. Het hele lichaam is een hand en de hand is geen hand.” (Cheng Man Ching) De positie van de hand is tussen het schouderblad en het borstbeen, dicht bij de centrale as van het lichaam. Denk bijvoorbeeld aan borstel de knie en duw of de enkelvoudige zweep. Wordt de hand naast het lichaam geplaatst, voorbij de schouder, dan gaat in de eerste plaats de interne structuur verloren. Het resultaat is dat kracht die door de hand wordt opgevangen niet goed weggeleid kan worden, wat tot instabiliteit leidt. Ook kan in het geval van bijvoorbeeld een duw de kracht vanuit de benen niet aan de hand doorgegeven worden, waardoor de duw minder krachtig is en er spierkracht nodig is. Vanuit martiaal oogpunt is het ook niet wenslijk om de handen teveel buiten de centrale as van het lichaam te plaatsen. Handen die op deze lijn worden geplaatst beschermen de vitale delen van het lichaam. Zijn de handen voorbij de schouders geplaatst, dan zal bij een afweer altijd spierkracht nodig zijn om de afstand tot de aanvallende arm te overbruggen. De aanval zal namelijk wel op een van de vitale delen gericht zijn. Met alleen een beweging van het midden komt de afwerende arm niet ver genoeg naar het midden. De elleboog heeft een minimale hoek van 90º. Bij een kleinere hoek wordt de interne structuur van de arm doorbroken wat tot krachtverlies leidt. Ook over de hoogte van de elleboog kan iets gezegd worden. Is de handpalm naar het lichaam toegedraaid, zoals in het geval van de afweer links of rechts, dan wordt de elleboog omhoog gebracht. Maar nooit hoger dan de hand. Hoe hoger de elleboog, hoe moeilijker het is om de schouder te ontspannen. De arm behoudt de structuur en de verbinding met de romp. Is de handpalm daarentegen van het lichaam af gedraaid, zoals bij de duw, dan is de elleboog lager, maar wel met een hoek van 90º. terug naar boven Houding rug De klassieken zijn duidelijk over de positie van de rug: die is recht. Maar over de interpretatie bestaan verschillende meningen en niet elke taijistijl hanteert een kaarsrechte rug. In de oude Yangstijl bijvoorbeeld is de bovenrug juist een beetje bol. Dus wat is recht? Recht kun je ook zien als ‘uitgerekt’. Ten opzichte van de natuurlijke kromming van de wervelkolom, ontstaat een rechte onderrugrug door het staartbeentje naar beneden te laten wijzen. Door de kruin tegelijk omhoog te brengen worden nek en wervelkolom licht uitgerekt en daarmee de rug iets rechter. “Wanneer het stuitbeen recht gehouden wordt, dringt de geest (shen) door tot de kruin. Houd de kruin alsof hij is opgehangen aan een draad, om het hele lichaam licht en bewegelijk te houden.” (uit: Het Lied van de Dertien Houdingen) Via de ontspannen en uitgerekte nek en wervelkolom kan het gewicht van het hoofd door de zwaartekracht naar de grond geleid worden. Het hoofd wordt licht en wil omhoog stijgen (yang). Het yang ontstaat dus uit het yin van het zinken. Hetzelfde geldt voor de armen. Door te ontspannen en het gewicht van de schouders via de (onder)rug naar de grond te leiden, stijgen de armen moeiteloos, zonder al te veel inspanning. Alsof de armen aan touwtjes naar boven getrokken worden. De onderrug, en ook het middendeel van de rug zijn dus recht. De bovenrug heeft in een aantal taijistijlen juist een lichte bolling. terug naar boven Diepte in de taijiquan Met de diepte van een stand wordt bedoeld, hoe ver je de romp horizontaal richting de grond brengt. De Yangstijl kent weinig echt diepe standen. Slang kruipt naar de grond en geef een lage stoot zijn twee voorbeelden waarbij in de Yangstijl een diepe stand nodig is. De Chenstijl kent veel meer diepe standen. Diepe standen vragen een enorme beheersing van de spieren en soepelheid van de onderrug en het heupgewricht. Anders gaan deze standen al gauw met veel spanning in het lichaam gepaard. En ook al is het visueel aantrekkelijk, je kunt deze standen beter op ontspannen wijze hoger uitvoeren dan met veel spanning laag. Het is onmogelijk om volledig ontspannen in een diepe stand te staan. Waar in wuiji het gewicht van het lichaam via ontspannen benen naar beneden geleid wordt, drukt deze kracht nu recht naar beneden en trekt als het ware aan de been spieren. Helemaal ontspannen is dus niet mogelijk, maar het wel degelijk mogelijk om een stuk ontspanning te ervaren en het midden soepel te houden. Belemmerende factoren voor een diepe stand, zijn enkels en kuiten. Niet iedereen heeft van nature soepele enkels en kuiten. Als je op je hurken kan zitten, met de voeten parallel aan elkaar en plat op de grond, dan zijn enkels en kuiten redelijk soepel. Kun je vervolgens ook nog je rug rechtop brengen, zodat de borstkas vrijkomt van de bovenbenen, dan is of de kuitspier te kort of zijn de enkelbanden te strak. terug naar boven Verplaatsen van gewicht Het verplaatsen van gewicht begint bij het verschuiven van het gewicht naar de hak van het standbeen. Het verschilt per stijl of de nadruk ligt op het draaien vanuit het volle standbeen of dat eerst het gewicht verplaatst wordt naar het lege been en dan pas ingedraaid wordt. Vanuit martiaal oogpunt is het eerste te prefereren omdat de reactietijd het kortst is. Het standbeen wordt zwaar (yin). Vanuit de zwaarte ontstaat yang. Het lege been is licht en kan moeiteloos op de juiste positie gezet worden. Door te zinken in het standbeen schuift de lege voet bijna automatisch opzij in handen wuiven als wolken. Het is een uitdaging om het gewicht in het midden van de voet van het standbeen te houden en niet naar de buitenrand van de voet te verplaatsen. Hetzelfde geldt voor een stap naar voren. Ook dan beweegt de voet naar voren door te zinken in het standbeen en wordt zo min mogelijk spierspanning gebruikt. Soms wordt het gewicht verplaatst zonder de voeten te verzetten. Denk bijvoorbeeld aan de rol terug. Bij deze beweging wordt de interne structuur makkelijk geweld aan gedaan: de heup wordt naar buiten geduwd, de voorste knie valt naar binnen en het gewicht van de voorste voet wordt naar de buitenrand verplaatst. Om de heup in lijn met de knie en teen van het achterste been te houden, is flexibiliteit in het heupgewricht nodig en soepelheid in de lies. Dezelfde flexibiliteit en soepelheid zijn nodig om vanuit het standbeen de lege voet open te draaien, bijvoorbeeld vlak voor de afweer links (pak een bal met rechtsboven). terug naar boven Bewegen als een parelsnoer In taijiquan beweeg je als eenheid. Alle onderdelen van het lichaam zijn met elkaar verbonden en bewegen onafzonderlijk van elkaar. Armen of romp bewegen niet uit zichzelf, maar komen alleen in beweging doordat ze door een ander lichaamsdeel in beweging zijn gekomen. Zoals in een parelsnoer elke parel de volgende parel in beweging zet, zo geven ook in ons lichaam lichaamsdelen bewegingen aan elkaar door. Een beweging start in de benen, wordt doorgegeven door het midden komt tot uitdrukking in de vingers. Zo plant elke beweging zich als een golf door het lichaam voort. Elke beweging start in de benen, maar eindigt ook als de beweging van de benen stopt. In de afweer links bijvoorbeeld, stopt de beweging van de armen zodra het gewicht van het achterste naar het voorste been is gegaan. Bewegen de armen door, dan is het parelsnoer onderbroken. terug naar boven |
|
|