Nieuws? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Qi

Qi (chi) staat voor levensenergie. Qi is overal. Alles om ons heen bestaat uit qi. Het zit in de lucht, in de bomen, de dieren en in de mens. De kanalen waardoor de qi door het lichaam stroomt, worden meridianen genoemd. De Chinese geneeskunde is in essentie simpel: als qi vrij kan stromen ben je gezond, wordt de stroom ergens opgehouden, dan kunnen klachten ontstaan en kun je uiteindelijk ziek worden. Met qigong bouw je energie op en laat je het vrij door het lichaam stromen.

Als je geboren wordt, heb je al een bepaalde hoeveelheid energie, die je van je ouders hebt meegekregen. Bij de ene mens is dat veel, bij de ander minder, afhankelijk van het leefpatroon en de gesteldheid van je ouders. Tijdens je leven wordt deze energie steeds een beetje minder. Als het opgebruikt is, aan het eind van je leven, ga je uiteindelijk dood. Je kunt de hoeveelheid energie aanvullen. Qi neem je op uit de lucht tijdens het ademhalen en je haalt het uit voedsel. Maar ook met qigong kun je de hoeveelheid chi in je lichaam aanvullen. De voorraad qi sla je op als in een reservoir.

Zonder qi kun je niet leven. Alle functies van je lichaam hebben chi nodig om hun taken uit te voeren. Het is dus bealngrijk om voldoende chi te hebben en er zuinig mee om te springen.