![]() |
|
Ook zou er een gracht zijn gegraven om het bezit en een wal zijn aangelegd. Het terrein bij Dampegeest werd het Hofland genoemd, wat duidt op een hoge ouderdom. Door een laan onderhield het Huis verbinding met de Heindijk aan de westzijde, terwijl aan de noordoostkant de laan `doodliep` tegen de Dusseldorpervaart. |
| De eerst bekende bezitters van het goed behoorde tot het geslacht Van Tetrode, dat onder de adel in Holland gerekend werd. De eerste, die uit deze familie wordt genoemd, was Hendrik van Tetrode, `schildknaap`. Heel weinig is van hem bekend. Op 30 juli 1371 stichtte hij in de parochiekerk van Limmen een vicarie op het altaar van O.L. Vrouw. |
| Darnpegeest lag ten noordoosten van de tegenwoordige Hervormde Kerk van Limmen, halverwege tussen twee oost-west lopende uit het Die, annex Slikker Die, gekomen vaarten: de Dusseldorpervaart in het noorden - tussen Munnikendam en Heindijk - en de vaart tussen Oudkuil en Heindijkhuizen in het zuiden. De bezittingen hadden op de kaart de vorm van een trapezium, die geheel door een met bomen beplante singel werd omzoomd. Door een laan onderhield het Huis verbinding met de Heindijk in het westen, terwijl aan de noordoostkant de laan doodliep tegen de Dusseldorpervaart. |
Zegel Dirc van Tetrode, schout in Limmen (1382). |
neemt in 1403 het bezit van Dirck van Tetrode in leen. Het landgoed lag tussen het bezit van Dirc van Heemskerck aan de zuidzijde en Dystervenne aan de noodzijde. Opmerkelijk is dat bij een acte van leenbevestiging, op 7 november 1438, Jan Heer van Egmond noemt Heijnrick van Tetrode, zoon van Dirck, "onze swager" noemde. |
Zegel van Dirc van Tetrode Heinricsz. (1398) |
Zegel van Hughe van Tetrode (1463). |