
![]() |
Directeur Frank Bijdendijk van woningbouwcorporatie
Het Oosten verbaast iedereen wanneer hij in de roerige jaren `80 de Rode
Tetter, zoals het 11.000 vierkante meter grote Tetterodepand wordt genoemd,
binnen stapt en met de krakers een akkoord sluit over de toekomst van het
fabrieksgebouw in Oud West. Amsterdam heeft de primeur. De krakers eisen
woon- en werkruimtes. En voor de eerste keer wordt daarop ingegaan.
Tetterode wordt een groot succes.
Bijdendijk overtuigt met zijn enthousiasme het gemeentebestuur van Amsterdam.
Het Oosten betaalt het onderhoud aan het casco en de krakers richten het
gebouw in. Door deze constructie blijven de huren laag. Tetterode
kent vandaag de dag een lange wachtlijsten met kandidaat-huurders.
|
| Complex
Tetterode
Bilderdijkstraat 157a-165 en Da Costakade 152-156 (158, 160 - 164?) Er wonen ongeveer 50 bewoners. Er zijn 25 bedrijven, 30 ateliers, een theater, een disco en een kinderdagverblijf: De Tettertjes. Maatschappelijke werkplaatsen en atelier voor de schoenindustrie. Belangenorganisaties: Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam en een belangenorganisatie voor uitkeringsgerechtigden Bijstandsbond: Da Costakade 158 Houtwerkplaats Vormvrij Culturele werkplaats muziekblad salsa, soul Detailhandel Trekkemaan (tweedehands kleding) Keramiekatelier Tetterode Da Costakade 148 (naast Tetterode) (bron: gemeente Amsterdam) (bron foto: Vrije ruimte) |
![]() |
| De Historie
Het gebouw tussen de Bilderdijkstraat en de Da Costakade is ontstaan tussen 1901 en 1950. Er groeide een complex van verschillende bouwstijlen: aan de Bilderdijkstraat een Jugendstilpand van architect J.W.F. Hartkamp. Deze man bouwde aan de Da Costakade in de jaren 1912-1914 een veel hogere vleugel in de stijl van de Delftse School. Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is begonnen met een uitbreiding aan de Da Costakade. Pas in 1947 is de bouw voortgezet onder leiding van de architecten Merkelbach en Karsten. De laatste uitbreiding kreeg een gevel van glas en staal en is in Amsterdam een van de weinige voorbeelden van het Nieuwe Bouwen. Merkelbach werd in 1961 stadsarchitect van Amsterdam en de architectuurprijs van de stad Amsterdam is naar hem vernoemd. |
De firma Bührmann-Tetterode
verkocht het complex in de zomer van 1981 aan de Bataafsche Aannemingsmaatschappij
(BAM), die van plan was het pand op de gevel aan de Bilderdijkstraat na
te slopen en in samenwerking met het pensioenfonds PGGM te vervangen door
een complex koopwoningen, kantoren, winkels en een parkeergarage. Realisering
van dit plan zou ondermeer mogelijk zijn doordat een geldig bestemmingsplan
voor de Da Costabuurt ontbrak.
De kraak van het pand op 17 oktober 1981 was een protest tegen deze plannen vanuit enkele buurtorganisaties, waaronder met name het Wijkopbouworgaan Oud West en een aantal kraakgroepen. Kort daarop trok de BAM zich terug uit het project en verkocht het pand voor ca. 7,5 miljoen gulden aan het pensioenfonds PGGM, die verder ging met het ontwikkelen van de nieuwbouwplannen. |
| In 1983 verzocht het PGGM aan woningbouwvereniging
Het Oosten om te participeren in een project, dat ook enige sociale woningbouw
zou omvatten. In dezelfde tijd werd de directeur van Het Oosten, F. Ph.
Bijdendijk, door de krakers uitgenodigd voor een open dag.
Inmiddels had in het voorjaar van 1982 een nieuwe groep bewoners zijn intrek in het pand genomen, nadat de eerste bewoners door de kou waren verdreven. Onder de nieuwe groep waren veel kunstenaars, die hoopten een atelier in de hoge lichte ruimten van het Merkelbachgebouw te kunnen inrichten. In april 1982 hadden buurtorganisaties, twee architecten en de bewoners/gebruikers van het complex een plan opgesteld voor een meer buurtgericht gebruik van het pand. |
| Bij zijn bezoek aan het pand in
februari 1983 was Bijdendijk onder de indruk van hetgeen werd opgebouwd.
Vanaf die tijd dateren de contacten tussen de bewoners/gebruikers en Het
Oosten.
Begin 1984 zag het PGGM zich genoodzaakt het pand voor minder dan vijf ton te verkopen. Via enkele tussenpersonen kwam het complex terecht bij projectontwikkelaar G.W. Bakker, die plannen maakte het complex te slopen om er koopappartementen, winkels en een parkeergarage neer te zetten. Bakker had bij de kraakbeweging een slechte naam als speculant. |
De samenwerking tussen bewoners
en woningbouwvereniging verliep aanvankelijk moeizaam en beide partijen
hadden veel tijd nodig aan elkaar te wennen. De bewoners/gebruikers zagen
echter in dat zij niet in staat waren het pand op de lange duur zelf te
beheren en te onderhouden.
Het Oosten meende dat het beheer van een woon-werkpand goed in de doelstellingen van de woningbouwvereniging paste. Uiteindelijk resulteerde samenwerking in een aantal haalbaarheidsonderzoeken in 1984 en 1985 en een speciaal op maat gemaakt casco-huurcontract dat op 27 februari 1986 werd ondertekend. |