Kuilvuur
De oudste manier om keramische voorwerpen te bakken is in een open vuur met hout als brandstof. Het zogeheten kuilvuur geeft het voorwerp mooie kleurschakeringen en vlameffecten die op geen andere wijze van bakken is te bereiken.
Houthakken, zagen, plaggen steken, stoken en als laatste het oppoetsen met was zijn de ingrediënten voor een heerlijke dag kuilvuurstoken.
Het proces
Kommen worden in een van tevoren gegraven kuil opgestapeld. Zodanig dat het vuur er goed bij kan komen. Dan volgt er een laag hout van ruim 30 cm, dit wordt aangestoken en als het goed brandt afgedekt met een laag plaggen. Na drie uur worden de plaggen van het vuur afgeharkt. Het nu ontstane open vuur ongeveer drie uur doorstoken door steeds hout toe te voegen. Zodra de hele berg (ook het keramiek) rood gloeiend is wordt alles met een dikke laag aarde afgedekt. Er mag geen zuurstof meer bij het hout en keramiek kunnen komen.
De volgende dag de laag aarde voorzichtig wegharken en de nog hete keramische voorwerpen uit de kuil halen. Schoonmaken en in de was zetten zijn de laatste handelingen na dit oeroude stookproces.

