Jan A. Bruijns
Geboren 15 juli 1930 te Melick Herckenbosch, Limburg.
Zijn vader werkte bij het spoor, zijn moeder was 'gewoon'  huisvrouw. Al gauw moest pa kiezen: Rotterdam of Roosendaal. Het werd Roosendaal: 27 februari 1940, de Spoorstraat. Voor spoormensen werden in de Waterstraat huizen gebouwd. Een jaar later verhuisde Jan daar naar toe, nr. 40. In het gezin waren 6 jongens en 5 meisjes. Broer Toon werd, na zijn militaire dienst in IndonesiŽ, districtsbestuurder bij de KABO.
Thuis werd eigenlijk nooit over de bond, of de politiek, gepraat, hoewel pa lid was van St. RaphaŽl, de spoorwegbond.

Het Rijke Roomsche Leven
Jan was misdienaar van zijn zesde tot zijn 17e jaar. Later heeft hij nog eens een reŁnie georganiseerd van oud-misdienaars, bij rector Van Dongen in Mariadal aan de Vincentiusstraat, waar  Zuster Fructuosa kosteres was. Ja, hij schudt de namen nog zo uit zijn mouw!  De Katholieke Arbeiders Jeugd in Kalsdonk was bijna een familiebedrijfje, in 1945: Jan was penningmeester, broer Louis voorzitter en broer Adriaan secretaris. In het cafť van Van As kwam de club samen met geestelijk adviseur kapelaan V.d. Heiden. Daar leerde Jan het Kanunnik van Schaikfonds kennen. Met het geld van dat fonds konden kinderen van arbeiders een priesteropleiding volgen. Men zette thermometers uit ('een glazen buisje', zoals Jan's vrouw zei), waarin men stuivers kon sparen, die dan geregeld werden opgehaald.Het was het Rijke Roomsche leven.

Opvallend is, dat een encycliek als Rerum Novarum hem eigenlijk weinig zegt: hij weet, zegt hij vriendelijk, dat die encycliek er geweest is. Ook Credo Pugno zegt hem weinig, al vermoedt hij dat zijn vader er wel lid van was.

De school
Jan ging naar de ambachtschool in de Charitasstraat, naar de afdeling timmeren op de hoek van de juten balenfabriek. Hij kreeg er les van meneer Oomes en later van Van Es, die naar Boxtel vertrok. Van Es schakelde nog wel even zijn leerlingen in om allerlei klusjes voor Boxtel te klaren. Na twee jaar dag- en twee jaar avondschool kwam het werk.

Het werk
Hij begon bij Schoonen Hertoghs, die eerst in de Wilhelminastraat zat en daarna in de Emmastraat. Dat duurde tot 1954, het jaar dat hij trouwde.
Na een paar jaar bij Van Oosterhout Mol in Breda werd hij uitvoerder, elf jaar lang, bij Piet Bakker. In 1970 ging hij naar Bakker Bennebroek, nu de BVR-groep, tot aan zijn pensioen in 1988. Hij was toen met zijn 41 dienstjaren toch pas 57 Ĺ jaar jong. Inmiddels woonde hij al sinds 1981 in Wouwse Plantage, waar hij, dankzij zijn beroep, een bescheiden woning in een paleisje omtoverde.



Jan Bruijns, staand 2e van rechts


De bond
In de vakbond heeft hij zich ook goed geroerd. Hij was voorzitter van de Roosendaalse afdeling van de bouwvakarbeidersbond St. Jozef vanaf 19 april 1955 tot 1971, zoals te lezen valt in de jaarverslagen van Willem van Tiggelen. Hij was de opvolger van C.van Ham. (Hoewel hij de nodige tijd in de bond heeft doorgebracht, kan hij toch niets zinnigs zeggen over de oprichtingsdatum.)
Van 1962 tot 1966 is C. Hopstaken voorzitter, met aan het eind C. Mol als waarnemend voorzitter, omdat Jan Bruijns dan ander werk heeft: hij is tussentijds benoemd als gemeenteraadslid in de rijen van de Katholieke Werknemers. Door een ongeluk op het station moest spoorman Frans Peters zijn werk in de raad beŽindigen en nam Jan de plaatsvan Frans in. Hij zat er in de commissies voor stadsontwikkeling en sport. (  Ik constateer en passant dat Gorisse, in "Bestuurders bouwen", een fout heeft gemaakt: in de lijst met gemeenteraadsleden is hij Jan Bruijns gewoon vergeten!)
Naast zijn voorzitterschap was hij ook nog bestuurslid van de woningstichting St. Jozef en van de Stichting Het Gildenhuis.

Vakantie bonnen
Hij merkte heel goed, dat bij de fusie van bouwvakarbeiders en houtbewerkers er een verschil was: de bouw had vakantiebonnen. Het leidde tot de nodige problemen.
Jarenlang zat hij iedere maandag en vrijdag in het Gildenhuis, samen met Jan Geerssen. De vakbond betaalde er een paar honderd gulden in de week, schat Jan. Geerssen was penningmeester, zowel van de Bouwvakarbeidersbond St. Jozef als van de Woningstichting. Bovendien was hij de Plaatselijke Vertegenwoordiger van de Bouwbond.
Jan Bruijns volgde Geerssen op als penningmeester bij de woningstichting.
Toen directeur Backx van de Woningstichting vond, dat er commissarissen benoemd moesten worden in het bestuur, waardoor de invloed van de vakbond zou verdwijnen, stapten de drie bestuurders, voorzitter Renť Konings, Adr. Theunisse, de zoon van de legendarische Leen en Jan Bruijns op.
Jan betreurt nog steeds dat het Gildenhuis niet bewaard kon worden. Al heeft hij zo zijn vraagtekens bij de manier waarop met het geld omgesprongen werd. Vooral de inkomsten van de bar werden volgens hem niet al te precies verantwoord door beheerder Ton.
 
Rioolvink
Jan blijkt een echte katholieke bestuurder: gestaakt heb ik nooit! Wel geeft hij toe dat hij bij de grote demonstratie op het Malieveld in Den Haag is geweest. De uitroep Rioolvink, als koosnaam voor minister Bauke Roolvink, is hem goed bijgebleven. Ik denk alleen wel, dat Jan dan toch een dagje niet op zijn werk is verschenen!
(Harmsen vertelt nog een leuk incident over de jeugdige Roolvink: eind jaren '40 is er een staking in een vatenfabriek in Koog aan de Zaan. Samen met Piet Brussel gaat CNV-man Roolvink "de belangen van een handjevol werkwilligen in de rode Zaanstreek behartigen." Het "piepjonge vakbondsduo wordt in een smal steegje ingesloten. 'Ze waren helemaal over hun toeren, de stakers …' Het incident zit oud-minister Roolvink net zo diep in de ziel gekerfd. Hij verhaalt van de smadelijke aftocht, die beide stakingsbrekers werd bereid:" (Har,149)

De Kerk
Ook na  zijn pensioen is hij nog steeds actief in de kerk: hij is acoliet, zodat hij bijvoorbeeld bij begrafenissen helpt en hij zingt, evenals zijn vrouw, in het kerkkoor. Bovendien zorgt hij voor de financiŽn bij de jaarlijkse bedevaart naar Kevelaer. Hij is er inmiddels al zeventien (17!) keer geweest. Ter vergelijking: naar Lourdes ging Jan met zijn vrouw ook al drie keer.  Maar dat is dan ook een heel stuk verder. En duurder!
Over het huidige kabinetsbeleid is hij kort maar duidelijk:"Hopeloos". Daarbij benadrukt hij nog de enorme kostenstijging, en de onzekerheid er over, bij de ziektekostenverzekering. Als je in het VGZ zit  betaal je al gauw 500 euro meer per jaar!


NAAR de WERKpagina OF naar FNV Bouw OF naar Bouwstaking71