M.C.M. Aarden, Rinus

Het gezin
Rinus is geboren op 30 mei 1921 in de Wouw. Al spoedig verhuisde het gezin, eerst, in 1923 naar Kruisland, daarna in 1932 naar Roosendaal, Spoorstraat 216.
Zijn vader, Petrus oftewel Piet, had een boerderij. In 1931, tijdens de crisis, kon hij het hoofd niet meer boven water houden. Hij ging in loondienst werken op de boerderij van Charitas in Roosendaal. Hij bleef er tot 1958. Op de boerderij liepen zo’n 60 ŗ 70 varkens en 9 melkkoeien!
Piet werd lid van de R.K. Landarbeidersbond. Rinus herinnert zich nog dat meneer Haast, Pietje, maandelijks de contributie kwam ophalen.
Zijn moeder, Dymphina Willemen, was huisvrouw. Rinus had vijf zussen en een broer. Zijn broer, christ, ging toen hij 11 was het klooster in. Later gaf hij les in datzelfde klooster, in Oudenbosch. Ook vier van zijn zussen vonden de weg naar het klooster. Eťn van hen, Jo, werd Moeder overste in Seppe. Van de anderen zussen komen Toos en Riet in Mariadal in de Vincentiusstraat en in St. Theresia en Corry in Orn (Limburg). Dat de vijfde zus, Lucie, de religieuze weg niet opging, kwam door gezondheidsproblemen (tbc). Zijn vader liet af en toe blijken, dat hij ook wel eens zijn twijfels had. Zo hoorde je hem wel zeggen: "Zusters van liefde? Zusters van geld!" Hij bedoelde dat een boerendochter met geld makkelijker Moeder Overste werd dan de dochter van een werkman. Ook de aanwezigheid in het klooster van een armenzaal naast een burgerzaal beviel hem niet.

De jeugd
Bij Rinus thuis werd niet over de vakbond gesproken en maar heel weinig over de politiek. Het was Rinus, die zijn vader overreedde om lid te worden van de vakbond.
Zelf begon hij op zijn elfde bij de Jonge Wacht in het Antoniuspatronaat in de Hofstraat. Ze waren daar met 40 ŗ 50 kinderen. Het was de enige ontspanning die er toen was, vooral als je bedenkt dat een voetbalclub te duur was. De contributie van De Jonge Wacht was, denkt hij, rond 10 cent per maand. Daarna komt hij, via de KAJ en de Katholieke Werkman in de KAB, bij St. RaphaŽl, de R.K. Bond van Spoor- en Tramwegpersoneel. Hij weet nog, dat het Piet Hack was die hem bij Van Gent & Loos lid maakte van de bond. Ook de naam van de geestelijk adviseur van de Jonge Werkman denkt hij nog te weten: kapelaan Schouten.
In 1935, na de lagere school, eerst die in Kruisland, dan de Vincentiusschool in Roosendaal, gaat Rinus werken. Hij is dan 14 jaar. Om naar de ambachtsschool te gaan, zou hij naar Bergen op Zoom moeten gaan en dat maakt het veel te duur, zeker voor zo’n groot gezin.

De kerk
In zijn jeugd ging men geregeld naar Seppe, naar de bezinningsdagen. In de Voltastraat hing de bekende thermometer van het Kanunnik van Schaikfonds, waarmee de priesterstudie van arbeiderskinderen bekostigd werd.
Over de kerk zegt Rinus, dat hij er heen gaat als hij er behoefte aan heeft. Niet voor een buurpraatje! Hij houdt van die stilte. Zondags kijkt hij nog wel eens op tv naar een mis. Zijn vrouw was veel kerkser. Ze ging wekelijks naar de Kapelberg, soms met Rinus. Vanuit Kruisland ging hij daar al vroeg heen. Te voet, maar ook wel met het trammeke. (Dat was de tram van Steenbergen via Kruisland naar Roosendaal.) In de meimaand ging men met zo’n 50 ŗ 60 man van St. RaphaŽl naar de Zeg. Of werd die tocht misschien door de KAB, en niet door St. RaphaŽl georganiseerd.
In de jaren 70 ging hij vanuit zijn vakantieverblijf in Groesbeek naar het Duitse bedevaartsoord Kevelaer. Hij zat daar met Jacques Braspenning, die lid was van de Grafische Bond. Die vakanties, veertien dagen, dan hier, dan daar vermeldt hij met genoegen. Hij noemt Gulpen, Ommen, Wijster, Beersel en Hollandsche Rading. De families zullen er heel wat afgewandeld hebben.
Voor de goede doelen staat hij geregeld klaar: het Werelddorp voor Kinderen, het KWF, Pax Christi, Kerk in Nood, de Aids- en de Rheumavereniging, maar de topsalarissen van de bestuurders aldaar noemt hij klinkklare onzin!

Huwelijk
In de oorlog leerde hij zijn echtgenote, Marrigje Regelink uit Vollenhove, kennen bij zijn werk in de Noordoostpolder. Haar moeder was gestorven bij de geboorte van haar zus, haar vader stierf aan tbc toen ze vijf jaar oud was. Ze werd grootgebracht door haar grootmoeder. Na de lagere school ging ze werken in de huishouding. Later werkte ze bij slagerij Van Oosterhout op de Bloemenmarkt in Roosendaal. Na het bombardement ging ze naar het retraitehuis in Zenderen en vandaar naar Seppe. In beide huizen heeft ze ook gewerkt.
Marrigje, van huis uit hervormd, werd katholiek. In Seppe werd ze gedoopt.
Ze kregen vier kinderen, drie meisjes en een jongen. Ze woonden eerst een half jaar in de Spoorstraat bij zijn ouders. Daarna verhuisden ze naar de Abel Tasmanstraat, de Voltastraat, weer naar de Spoorstraat, de Dolikberg. Na een ongelukkige val van Marrigje,in de kerk, zijn ze verhuist naar een seniorenwoning vlak bij het winkelcentrum van Tolberg. Eind augustus 2006 overleed Marrigje.

Werken!
Rinus begint als tuinknechtje in de Charitastuin. Maar het bakkersvak trekt hem. Hij gaat een half jaar in de leer bij bakker Bogers – Delvaan op de Bloemenmarkt, voor ťťn gulden per week. Hij mag opstappen als blijkt dat een nieuwe leerjongen voor niks wil werken om het vak te leren.
Met zestien jaar gaat hij in Kruisland bij een oom op de boerderij werken, voor een rijksdaalder (f2,50!) per week plus de kost.
Hierna gaat hij in de tuin werken bij Gooyaerts, een groot zaadhandelaar in Essen. Financieel gezien een hele verbetering. Op het laatst verdiende hij er wel tien gulden per week. Hij blijft er tot eind 1941. Inmiddels was hij, bij het uitbreken van de oorlog, twee maanden naar Frankrijk geweest, op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Op de terugweg bezoekt hij het bedevaartsoord Lisieux.
Hij gaat vervolgens, nog in 1941, werken bij de drooglegging van de Noordoostpolder. Voor dat werk wordt hij in 1942 afgekeurd.

Van Gent & Loos
In september 1943 vind hij zijn stek: Van Gent & Loos. Hij wordt loodsarbeider en verdient zo’n 18 gulden per week. Aanvankelijk moet hij wagens lossen, wat nog met een steekkar gebeurde. Het was in die tijd gevaarlijk werk. Hij heeft nogal eens hard moeten lopen voor zijn leven. Hij herinnert zich, dat hij als vliegtuigwacht op het dak zat. Als er geallieerde vliegtuigen aankwamen moest hij hard roepen!
Hij maakte promotie en werd documentsorteerder, waarbij je bestemmingsbrieven op de wagen moest plakken. Na de oorlog kwam hij in de besteldienst. Hij had er geen moeite mee om met paarden om te gaan, gezien zijn boerenafkomst.
Door zijn werk in de "natte hap", de Nationale Reserve, kreeg hij de kans om bij de commando’s zijn militair rijbewijs te halen. Een collega bij van Gent & Loos, die in de oorlog militair was geweest, bracht hem er toe bij ook bij de NatRes te gaan, waarbij het Koreaconflict ongetwijfeld ook een rol heeft gespeeld. Dankzij het militaire rijbewijs kon hij op de vrachtwagens bij Van Gent & Loos komen, ook al deugde dat rijbewijs niet helemaal. Dat bracht wel met zich mee, dat hij met verschillende standplaatsen te maken kreeg: een half jaar ’s Hertogenbosch, een half jaar Eindhoven, anderhalf jaar Breda en in 1949 weer terug naar Roosendaal. Hij wordt er loodsbaas en, na een half jaar, hoofdbesteller.
Als er in 1984 weer een reorganisatie komt, ondervindt hij dat als problematisch. Op 64-jarige leeftijd stopt hij er mee, al heeft hij ook altijd met plezier zijn werk gedaan. Enigszins smalend verhaalt hij, dat een computer met "eenheden" werkt: er gaan er negen in een motorwagen. De praktijk leerde echter wel anders!

Actie(f)
Rinus zat in de O.R. en was voorzitter van het vakgroepbestuur van Van Gent & Loos, van wegvervoer en van de personeelsvereniging. In Driebergen volgde hij een cursus van een week. Bij de nog al eens voorkomende vergaderingen in Utrecht reisde hij samen met Dekkers van de N.S. Hij noemt nog machinist Janus Claessen, die voorzitter was van St. RaphaŽl in Roosendaal, maar ook Harrie Wouters en Arie Notenboom. Over Koos Jooren, ook van St RaphaŽl, zegt hij dat het een echte vakbondsman was, die zijn mond niet hield! Rinus kent hem van vergaderingen, maar ook omdat hij vlakbij woonde, in de Marconistraat. Wel vindt Rinus, dat de N.V.V.-bond mondiger, vechtlustiger was dan St RaphaŽl.
Vergaderd werd op de Boulevard in het gebouw van de Vervoersbond. Het werd dan wel eens laat, zodat hij bij thuiskomst nog wel eens "schelles" had. Zijn gezondheid dwingt hem te stoppen met de O.R. etcetera.
Het woord ‘gezondheid’ brengt hem bij de werkdruk. Vroeger werkte je vijf en een halve dag. Nu is dat vaak vier dagen, waarin hetzelfde of meer gepresteerd moet worden. Het is nooit genoeg. De maatschappij gaat daaraan kapot! Als je het niet meer volhoudt, word je gewoon afgedankt!

400 gulden
Tijdens de algemene staking in verband met de 400 guldenkwestie – hij noemt de rol van Wim Spit, die hij nog in Utrecht heeft meegemaakt – werd er bij Van Gent & Loos creatief gestaakt. De bestemmingsdocumenten op de wagons werden eenvoudig verwisseld, zodat er in feite niets gebeurde. Tijdens de actie kwam Van der Doef nog op het werk in Roosendaal.
Sommige vergaderingen bevielen hem toch niet zo erg: Als machinisten een hele avond zeurden over een stukje zeep en een handdoek, zoals Rinus het uitdrukt, zorg je er voor, dat mensen afhaken op vergaderingen. Hij zeker!

Boulevard
Van problemen tussen rooms en rood heeft hij niet veel gemerkt. Bij de fusie tussen NKV en NVV was wel wat verzet. Maar waarom zou je niet met elkaar werken? Niet alleen rooms/rood ging goed, ook de samenwerking met "Zeeland", op het kantoor op de Boulevard, liep goed.
Hij is veel in het Gildenhuis geweest. Hij herinnert zich het bevrijdingsfeest, waar ook wethouder Moerings kwam, en de Sint Nicolaasfeesten met de kinderen. Dan was het pas druk! Ook ging hij er wel biljarten, met een pilsje na afloop, soms weer gevolgd door die "schelles". Maar het Gildenhuis was een oud gebouw. Een goede exploitatie was eigenlijk niet meer mogelijk. Het blijft jammer dat het gebouw weg is.

Te voet
Behalve dat biljarten heeft Rinus nog een hobby: wandelen. Hij heeft 32 keer de Vierdaagse van Nijmegen gelopen, 14 keer de Elfstedentocht afgelegd. Hij doet dat nu al 48 jaar. Al lopend kun je ook nog nuttig werk verrichten: Al veertien jaar zit hij bij het Sterrenbos in de wandelgroep. Wat hem er toe brengt om eens te mopperen op de onverdraagzaamheid van sommige mensen, als hij bij voorbeeld met zijn groep pupillen in een uitspanning neerstrijkt. Zoals onlangs toen ze met een huifkar er op uittrokken met deze geestelijk en lichamelijk zwaar gehandicapten.
Nu, in 2006, is hij gehuldigd als jubilaris bij de FNV Bondgenoten: hij is 60 jaar lid!

Interview maandag 4 december 2006, 10.00 uur
Sjoerd van der Veen