Berkel, Franciscus Antonius Marinus Cornelius van, Frans

Het gezin

Frans is geboren op 25.01.1937 in de Besterdstraat in de wijk Den Besterd in Tilburg.

 Vader,   Marinus van Berkel, geboren 8 mei 1904 te Tilburg. Hij was musicus: organist en pianist. Hij bespeelde het orgel in de R.K. kerk en gaf pianolessen aan huis. 
 Moeder, Wilhelmina van Overbeek, geboren 24 februari 1907, ook uit Tilburg, is huisvrouw. Ze hebben 5 kinderen, 4 jongens en 1 meisje. De oudste broer van Frans is eigenlijk de eerste in de familie die voor een technisch beroep kiest: hij wordt elektricien. (Hoe vond met dat in het gezin, pa of ma vooral? Zeker toen ook Frans de techniek in ging!)
Thuis werd praktisch niet over vakbond of politiek gesproken. Men had er ook nauwelijks kritiek op sociale of maatschappelijke kwesties. Alleen Frans’ moeder was niet erg tevreden over de kerk als weer eens bleek, dat het organistensalaris in de vakantie niet doorbetaald werd. Typisch roomse zaken als de pauselijke encycliek Rerum Novarum, Credo Pugno of het Kanunnik van Schaikfonds zeggen Frans dan ook niets. Ook het bekende kruis aan de muur ontbreekt. Wel nam hij op 1 mei, het begin van de Mariamaand, rond zijn veertiende, deel aan een voettocht, samen met honderden jongelui, van Tilburg naar ’s-Hertogenbosch.

Jeugd.
Na de lagere school gaat Frans naar de ambachtsschool, de latere LTS. Hij leert er voor machinebankwerker. Als hij 16 jaar is, gaat hij in een machinefabriek werken en wisselt een tweetal keren van baan. Na het behalen van zijn diploma volgt Frans nog, in het kader van het leerlingstelsel, de avondschool, met een cursus technisch tekenen.  

Huwelijk

Frans is getrouwd met Mia Emmen uit Tilburg, geboren in 1944. Ze hebben twee dochters. De oudste, Monique, ging na de MAVO naar de kappersschool, deed een cursus sociaal pedagogisch werk en volgt nu een HBO-opleiding. De jongste, Edith, deed na haar LHNO een opleiding honden trimmen en heeft nu twee trimsalons.
Mia volgde na de lagere school de huishoudschool. Rond 1985 ging deze huisvrouw bij FTS Frantour werken als hostess in Roosendaal, met af en toe een trip naar Parijs en verder. Ook Jeanne, de vrouw van Frans’ collega Toon Michielsen, werkte toen bij Frantour.

Werk
In 1961 gaat Frans werken bij de Spoorwegen als machinist. Er zijn dan drie mogelijke standplaatsen, Rotterdam, Eindhoven of Roosendaal, maar NS beslist dat het Roosendaal wordt. Hij komt er na een poosje te wonen in de Christiaan Huygensstraat, als zijn directe chef, Harry Stammes, van daar naar de Westrand verhuist.
Hij hield van reizen ( veel over bergbeklimmen gepraat met Harry!) en hij had een grote drang naar kennis, wat er toe leidde, dat hij in zijn vrije tijd zijn MAVO- en HAVO-diploma haalde. Hij kreeg hierbij volop medewerking van zijn baas, die zijn roosters aanpaste bij zijn studie-eisen.
Toen de kinderen eenmaal groot waren, hij was inmiddels al 24 jaar machinist, verminderde zijn zin in nachtwerk en onregelmatige diensten: hij solliciteerde naar een andere baan bij NS. Gevolg was dat hij, na de benodigde cursus gevolgd te hebben, groepschef werd. Gedurende vijf jaar beheerde hij de plaatskaartenkantoren in de regio en de twee reisbureaus (Roosendaal en Breda). Daarna werd hij accountmanager, met de zorg voor het grootgebruik. In 1997 gaat Frans in de VUT.

De vakbond

Bij de NS werd hij lid van St. RaphaŽl, onderafdeling van het N.K.V., afdeling Roosendaal,
Op het bedrijf wedijverden Koos Jooren (NKV) en Arie Notenboom (NVV) om als eerste de nieuwe mensen lid te maken van hun bond. Bij Frans was het Koos die won.
Koos was een heel gedreven vakbondsman, met, zoals Frans het uitdrukt, NKV-oogkleppen. De verhouding tussen Koos en Arie kun je het beste omschrijven als water en vuur. Het was de actievere opstelling van Arie die er toe leidde, dat Frans overstapte van NKV naar NVV. Door de wat slappere houding van het NKV voelde hij zich er al gauw minder thuis. Ook het optreden van Arie Groeneveld, in de Industriebond NVV, sprak hem aan. Hij voegt er aan toe, dat hij, in het Overleg in Roosendaal, veel samenwerkte met Koos, wat probleemloos verliep.
Rond 1980 werd Frans voorzitter van de Vervoersbond FNV, afdeling Roosendaal, op de Boulevard.
Terugdenkend vindt hij dat het bestuur uit een stel leuke mensen bestond. Hij noemt nog Ad Vriens en een rangeerder, van wie hij zich alleen de voornaam, Jan, herinnert. Hij ergert zich nog zichtbaar aan het slechte vergaderbezoek.
Doordat de afdelingen van de vervoersbond NVV en NKV heel geleidelijk naar elkaar toegroeiden, ging het samengaan van de katholieke en de socialistische bond in Roosendaal vrij probleemloos. Al had Koos Jooren, opgegroeid met de tegenstelling van rooms en rood, het er erg moeilijk mee.
Moeilijk heeft Frans het ook met de mentaliteitsomslag in de bond, zoals hij die voelt: vroeger hield men rekening met de mensen van de bond, tegenwoordig tref je overal van die jongelui, die denken dat de leden niet meer nodig zijn. (Daar moeten ze op het hoofdkantoor maar eens over nadenken! Sj.)

In de bond

Als tweede voorzitter – Arie was met vacantie – had Frans te maken met de eerste staking na de oorlog. Je wist niet precies waar je aan toe was, wat je moest doen. Hij neemt contact op met Utrecht, waar men hem verzekert, dat er beslist geen persoonlijke consequenties zullen zijn voor de stakers.
’s Morgens om vijf uur kwamen alle machinisten bijeen op de Boulevard  165. Het moet eind jaren ’70 geweest zijn.
Begin jaren ’80 is zijn tweede staking. Hij is dan inmiddels accountmanager. Als je dan ergens een contract moet vernieuwen of afsluiten, is zo’n staking niet bevorderlijk. “We moeten de trein nemen, maar die staakt ….”
Er waren weinig problemen met de leiding. Het was zaak om ruzie te vermijden met werkwilligen. Ook was het niet zo eenvoudig om de mensen te overtuigen om mee te doen.
Een chef gaf zonder meer toe, dat alles goed verlopen was en er zeker niemand van de stakers op zou worden afgerekend. Daarbij heeft vast ook meegespeeld, dat de stakers bereid waren om een paar keer per dag een trein te laten rijden voor gestrande buitenlanders.

Met de muziek mee.

Nu hij met pensioen is, heeft Frans weer tijd voor reizen: Lange reizen, van drie maanden, samen met Mia, maakte hij naar AziŽ (India, Nepal en Thailand), China, Rusland, (Zuid-) Amerika en een zevental landen in Afrika. Maar ook in Roosendaal zit hij niet stil. Naast zijn werk in het Platform  Kroeven en de Huurdersvereniging gaat hij nog driemaal in de week biljarten bij de NS, speelt hij jeu de boule en maakt ook nog eens drie keer een boswandeling.
Voorwaar, stilzitten is er niet bij!  

16 november 2007
Naschrift: In de overlijdensadvertente van 6 maart 2012 lezen we: "Bewonderenswaardig was zijn levenskracht. Sterk was hij in de strijd tegen zijn ziekte."
De crematie vond plaats op 9 maart 2012 in Zegestede.