J.J. Dingemans, Sjaak.

Het gezin
Sjaak is geboren op 2 juli 1931 in Ossendrecht op het Calfsven. In 1984 verhuisde hij naar de Frans Broosstraat in de Westrand in Roosendaal. In 1998 betrok hij een seniorenwoning in de Dr. Schaepmanlaan.
Zijn vader, Cees, (1892- 1981) werkte het grootste deel van zijn werkzaam leven in de ijzergieterij van Asselbergs, Bergen op Zoom. Hij zat in Ossendrecht in het bestuur (voorzitter?) van de vakbond, waarvan hij 63 jaar lid was. Sjaak weet niet, of dat de R.K. Metaalbewerkersbond St. Eloy was of de overkoepelende R.K.W.V. Als je een probleem had, vroeg je het aan de bode (Suykerbuyk?), die de zegels regelde.
Het lidmaatschap van Sjaak ging dan ook bijna vanzelfsprekend: pa Cees regelde alles. In 1946 maakte hij hem lid van de bond, zodat hij inmiddels jubilaris is, met 60 jaar bondslidmaatschap.
Sjaaks moeder was Paulina Konings (1893 – 1981), huisvrouw van beroep. Ze kregen twaalf kinderen, acht meisjes en vier jongens.
De kerk
Vooral ma, die natuurlijk voor het hele huishouden opdraaide en zonder meer de baas was, was zeer gelovig. In de vastentijd ging men twee maal per dag naar de kerk. Het dorp had een pastoor en twee kapelaans en eens in de twee maanden kwam er toch wel één van hen over de vloer. Om te kijken, geheel overbodig in dit geval, of er wel genoeg kinders kwamen. In die tijd ging, als er een varken geslacht werd, wel een stuk ervan naar de pastoor.
Geregeld nam men ook deel, op 8 september, aan de bedevaart, te voet, naar Berendrecht. Sjaak herinnert zich nog het feest in 1983: 250 jaar bedevaart naar Berendrecht.
Herwonnen Levenskracht, het vakbondsfonds dat steun verleende in geval van tbc, was thuis bekend.
Sjaaks eerste vrouw overlijdt jong. Ze kregen 3 kinderen, van wie er één overleed. Hij hertrouwt. Zijn tweede vrouw heeft al drie kinderen. Ze overlijdt na vijf jaar. In ’82 trouwt Sjaak opnieuw. Zijn derde vrouw, Wilhelmina van Wortel uit Stampersgat, brengt vijf kinderen mee. Totaal zijn er dus tien kinderen.

De jeugd
Bij Sjaak thuis werd zeker over de vakbond gesproken en maar heel weinig over de politiek. De vakbond kwam bijna automatisch aan de orde. Het was een slechte tijd met veel mensen in de steun. Geregeld kwamen er vakbondsleden aan de deur met hun problemen.
De lagere schooltijd verliep problematisch. Het was oorlog en de school werd op een gegeven moment gevorderd door de bezetter. De kinderen moesten geregeld uitwijken naar de nonnekensschool, waar ze halve dagen terecht konden, naar het patronaatsgebouw of zelfs naar een café. Soms konden de kinderen naar huis omdat er geen kolen waren. In 1945 "mocht" de hoogste klas van school af: er was eenvoudig geen plek voor ze.
De ambachtsschool is in Bergen op Zoom, maar er is geen fiets en er rijdt nauwelijks een bus. De bussen die reden, liepen op een gasgenerator. Soms kwam hij zelfs de helling niet op! Ongetwijfeld speelde de kosten ook een grote rol, dat Sjaak na de lagere school maar ging werken. Er komt dan geen geld binnen, maar er moet wel geld komen voor eten, kleren en schoolspullen.

Werken!
Hij is 14 jaar als hij gaat werken bij de boer. Het leverde behalve f 10,- per week ook nogal eens wat graan op, dat in de periode na de bevrijding een luxe was. Voor die tien gulden moest hij wel in de winter ook in het weekend halve dagen werken. In de zomer was er alleen op zaterdag een halve dag. Er gold een 55 – urige werkweek!
Na twee jaar gaat hij in de polder werken. Men werkte in ploegen. Juin krauwen (=rooien) en vlas trekken. Dat laatste is gemeen, zwaar werk. Niet voor niets moet je na elk kwartier werken tien minuten rusten. Bij aardappelen rooien bijvoorbeeld, stukwerk, kreeg je twee kwartjes per zak. Het leverde, als het niet regende ten minste, zo’n 15 à 20 gulden per week op.
Kraanmachinist
Als er in 1953 een tekort is aan machinisten, veroorzaakt door de Watersnood, gaat hij als smeerjongen naar Den Helder om het vak te leren. Hoewel hij in 1954 aan een maagzweer geopereerd is, kan hij toch met een kraan aan de slag. In Zierikzee bij de Schelfhoek. Hij gaat er na twee jaar weg, omdat door het schokken van de kraan zijn maag opspeelt.
Van 1956 tot ’58 werkt hij in de steenfabriek in Hoogerheide. Als hij net drie dagen getrouwd is, krijgt hij er zijn ontslag. Sociaal beleid!
Na een week of zes in de WW gaat hij weer aan de slag. Ditmaal bij de ijzergieterij Holland, onderdeel van Stork, in Bergen op Zoom.
In 1965 neemt hij, na zeven jaar dus, ontslag. Een zekere rol daarbij speelde het feit, dat bij het periodieke opslag – één cent per uur! – sommige mensen er meer bij kregen, hoewel ze lichter werk deden. Sjaak vond dat onrechtvaardig.
Je moest voor ontslag ook toestemming krijgen van de arbeidsbeurs. Die gaf dat als je kon aantonen, dat je een betere baan kon krijgen. Dat werd dus de koekfabriek van Baartmans in Ossendrecht.
Vanaf 1967 werkt Sjaak afwisselend op de betonvlechterij van Basto in Oudenbosch en bij Nefs Beton in Ossendrecht. In 1973 is het Nefs. Als Nefs gaat reorganiseren en het werk uitbesteedt, gaat hij in ’78 weer naar Basto en in ’82 is het weer Nefs.
Na het faillissement van Nefs Beton neemt OBI in ’85 het bedrijf over en werkt Sjaak voor OBI.
Ziektewet
Hij krijgt een ongeluk en is tien weken thuis. Dan moet hij weer gaan werken van de dokter. Om half acht is hij weer paraat op het werk, maar om acht uur al hoort hij dat hij ontslagen is. Hij gaat terug de ziektewet in! De vakbond maakt er werk van! Er blijkt dat hij niet als laatste is aangenomen en hij moet weer aangenomen worden. Met een hernia wordt hij uiteindelijk in 1988 afgekeurd. Tot zijn pensioen zit hij in de WAO. Wat een pensioen dan inhoudt zal duidelijk zijn. Na de oorlog was er een rentekaart, met zegels van een dubbeltje of een kwartje. Dat wordt geen vetpot!

Kinderbijslag
Zijn blinde zoon Ron (geboren 1962) moest al gauw naar een blindeninstituut. Daar was nogal wat geld mee gemoeid. Een maatschappelijk werkster hielp bij het invullen van het juiste formulier voor het aanvragen van dubbele kinderbijslag. Sjaak gaf daarbij gewoon de bedragen op, die hij met zijn weinige geld had kunnen opbrengen. Het gevolg was, dat de aanvraag werd afgewezen! Daarop ging hij naar de vakbond. Daar liet men hem eenvoudig de bedragen invullen, die voor dit soort gevallen als normaal beschouwd werden. Het geld kwam er. De bond wees hem ook nog op mogelijkheden om bijdragen te krijgen van het Wit Gele Kruis en de Zonnebloem. Uiteindelijk betaalde de bond ook nog het resterende bedrag, alle kosten die Sjaak moest maken voor de opname in de Krabbebossen!

Actie …
Aan stakingen heeft Sjaak nooit deelgenomen, maar hij herinnert zich als de dag van gisteren de indrukwekkende demonstratie in 2004 op het Museumplein. Hij heeft er zelf, vol overtuiging, in meegelopen. Hij vindt het ook niets meer dan terecht, dat er gedemonstreerd wordt, nu vooral de mensen met de lagere inkomens zo vreselijk gepakt worden. We praatten nog over de armenwinkel, waar de mensen uit Stampersgat vroeger met bonnen konden "inkopen". We vergeleken het met de al die mensen die tegenwoordig, vaak in de rij staand, hun voedselpakket kwamen afhalen in de Fatimakerk. Mensonwaardig in deze tijd met zoveel rijkdom!
… en rust
Inmiddels genieten Sjaak en Wilhelmina in hun comfortabele woning van hun "oude dag". Sjaak is druk met zijn gordelgrasvinken en kanaries. Niet alleen heeft hij een hele lading bekers en prijzen, maar hij heeft zelfs, hij vermeldt het met enige trots, al twee keer het bondskruis gekregen! In 1962 werd hij al bondskampioen in de Ahoyhallen in Rotterdam. Wilhelmina geniet geregeld van het kleden van haar, op de rommelmarkt gekochte en mede door Sjaak opgelapte, poppen. In vitrines staan tientallen prachtexemplaren. Goed voor een tentoonstelling!

Woensdag 6 december 2006, 14.00 uur
Sjoerd van der Veen