Interview FNV  17 april 2008, 14.00 uur         Terug naar FNV Interviews

Jack van Dorst


FOTO

Het gezin.
Jack is geboren op 2 april 1943 te Roosendaal in de Groenstraat.
Zijn vader, Jan van Dorst, is van 1913 en overleed al jong, in 1965. Hij werkte bij de NS. Waarschijnlijk, zegt Jack, was hij wel lid van St. RaphaŽl.
Zijn moeder, Riet van Moergestel, is ook van 1913. Ze overleed in 2003 en ze werd dus negentig jaar. Ze was huisvrouw. Jan en Riet kregen 8 kinderen: 6 jongens en 2 meisjes. Een goed katholiek gezin, waar weinig over politiek of vakbond gesproken werd.
R.K.
Jack is nog steeds katholiek. In de St. Antoniusparochie heeft hij, tijdens zijn lagere-schoolleeftijd nog in het koor gezongen. Van het rijke Roomse leven herinnert hij zich nog de processies naar de Kapelberg. Hij herinnert zich nog, dat zijn oom, Jan Broumels, de schoenmaker, in de kerk "stokkenslager" was. In een prachtig uniform, met een sjerp met de tekst "Eerbied in Gods huis", moest hij, onder andere, zorgen dat de jeugd zich in de kerk gedeisd hield.
De pauselijke, sociale encycliek Rerum Novarum of de katholieke studieclub in de vakbeweging, Credo Pugno roepen niets bij hem wakker. Hoewel hij zich herinnert dat er thuis zo'n soort thermometer was, waarmee je centen of stuivers kon sparen, weet hij niet dat het geld besteed werd om arbeidersjongens een priesterstudie te kunnen laten volgen. Al kwam hij met een inzameling voor de missie wel een heel eind in de goede richting, wat ook te maken zal hebben met het feit dat zijn oom in de missie werkte.
De tweedeling van rooms en rood heeft hij niet of nauwelijks ervaren. Hij groeide op in de Groenstraat, in een gezellige buurt, die nogal gemengd was, met veel spoorfamilies en waar je eigenlijk met iedereen speelde.
School
Na de school in de Vincentiusstraat, bij de broeders, is hij nog te jong voor de ambachtsschool: hij gaat eerst nog een jaar naar het vglo, op de Bredascheweg. Daarna naar de ambachtsschool, St. Jozef, waar hij de richting timmeren kiest. ( Of de opleiding twee jaar duurde, of toch langer, weet hij niet meer.)
Huwelijk
Hij is getrouwd met Annelies Steil, die een dochter had uit een eerder huwelijk.
Jack had uit zijn eerste huwelijk twee dochters en een zoon, alle drie geboren in de Groenstraat. Alle vier de kinderen zijn goed terecht gekomen, zegt hij met enige tevredenheid. Onderscheid tussen de kinderen maakt hij niet. Met trots zegt hij dat de dochter van Annelies hoofd is geworden van het microbiologisch lab in ziekenhuis Lievensberg; zijn ene dochter heeft een Inktshop in de Molenstraat, de andere is mode-ontwerpster en zijn zoon is vertegenwoordiger in de automatiekbranche.
Huis en tuin
Zijn eerste huis stond pal naast dat van zijn ouwelui, in de Groenstraat dus. Later kocht hij nog een boerderij op de Plantagebaan te Wouw, verkaste naar de Oostelaarsestraat (voorheen Bulkenaarsestraat) om te eindigen in de Camphuisenlaan in de Kroeven.
Op de boerderij had hij echt geen siergeraniums: hij hield er schapen en af en toe ook kalkoenen, bijna een echte boer.
De vakbond
Als lid, sinds 1965, van de R.K. Bouwvakarbeidersbond "St. Jozef", heeft hij nooit deelgenomen aan de processies naar de Kapelberg of Zegge. In Lourdes is hij alleen geweest tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Het was toen zo dichtbij, dat hij er wel heen moest gaan.
Van de mensen in de bond herinnert hij zich nog goed Willem van Tiggelen, de langjarige secretaris en Jan Geerssen, de vakbondsconsulent in het Gildenhuis. (Roosendaal is klein: de ouders van Jan Geerssen woonden in de Hofstraat, naast de familie Broumels, het gezin van zijn eerste echtgenote.)
Net als veel andere vakbondsleden heeft Jack niet veel gemerkt van de fusies: noch van de bouw- en houtbondfusie, noch van die van N.K.V. en N.V.V. Je bleef gewoon dezelfde mensen zien.
Kwaje bui!
Een kwestie van het verzilveren van vakantiebons, die Jan Geerssen slecht oploste, leidde er toe, dat Jack de bond vaarwel zei en een aantal jaren geen lid is geweest. Dat gaat ook makkelijker, aldus Jack, als je de bond niet direct nodig hebt. Overigens ziet hij zijn opwelling als een soort jeugdige uiting, terwijl hij de reactie van Jan Geerssen geneigd is toe te schrijven aan een toevallige kwaje bui. Al moet hij wel vaststellen dat Geerssen zich behoorlijk autoritair opstelde. "Hier ben ik, ik maak de dienst uit!" Wat met al die jongens uit de bouw misschien wel eens nodig was!
Het werk
Als Jack van de ambachtsschool afkomt, in 1958, is heel Nederland in de ban van de bestedingsbeperking! Werk is er niet! Hij wil doorleren voor meubelmaker en machinaal houtbewerker, maar hoe?
Hij vindt een baan bij Bruyninckx, een fabriek voor schoolmeubelen in de Smoorstraat, waar hij in de avonduren naar de LTS kan.
Hij werkt daarna nog bij Suykerbuyk op Burgerhout, een kleine aannemer, die zelf trappen, deuren, enzovoort maakte. Het werk werd niet alleen wat beter betaald, maar het was ook meer op meubels gericht. Hij leerde er veel.
Onderbreking voor het vaderland
Toen moest hij, met achttien jaar, de militaire dienst in, waar hij al na anderhalf jaar uitkon. In de bouw was het toen een hectische tijd. Men schreeuwde om personeel en als je in de bouw ging werken, kon je eerder uit dienst.
Dank zij de bouw
Rond 1963 kwam hij bij een andere aannemer, Adrie Dekkers, waar hij vier jaar werkte. Toen lokte een wat beter betaalde baan: hij kwam terecht bij de firma Colijn en Ippel uit Nieuwendijk. Het bedrijf hield zich bezig met de viaduct - en tunnelbouw. Eerst werkte hij in Roosendaal, bij de aanleg van het fietstunneltje bij de Burgerhoutsestraat en het viaduct bij Wenneker naar de Westrand. Vervolgens verplaatste het werk zich steeds meer westwaarts: van Bergen op Zoom, de A58, naar Zeeland.
Na circa zes jaar was het werk in de buurt klaar en kreeg hij een nieuwe baas: Dubbers aannemers uit Malden. Voor Dubbers werkte hij, ook weer een jaar of zes, aan de spoorwegviaducten te Moerdijk over de Roode Vaart en aan viaducten bij de Van Brienenoordbrug en Hendrik Ido Ambacht.
Toen hij bij Dubbers naar Amsterdam en het noorden van het land moest, het is dan 1980, besluit hij een poging te wagen als zelfstandige. Hij gaat in Roosendaal werken, op de Wouwseweg, samen met Adrie Dekkers. Ze maken winkelinterieurs, eikenhouten meubelen en dergelijke. Hij doet dat 8 jaar lang, maar moet toch vaststellen, dat hij heel lange dagen maakt, waar maar een betrekkelijk lage verdienste tegenover staat.
In 1988 wordt hij aangenomen bij de Domij, een fabriek van systeemplafonds en scheidingswanden, die in het hele land zijn werkterrein heeft. Men levert er onder ander aan Philip Morris. Je moet er ťcht hard werken, flink sjouwen. Nee, te lui om te werken is hij nooit geweest! Hij fungeert er o.a. als leermeester voor jonge monteurs.
Aan een staking heeft hij nooit meegedaan; bij de vraag of hij wel eens demonstreerde, bijvoorbeeld tegen kernenergie of de kruisraketten, vertelde hij dat hij dat ook nooit gedaan had, maar zelfs betrokken is geweest bij de bouw van de bunkers voor die raketten op Woensdrecht.
Leukste werk?
Gevraagd naar waar hij het leukste werk had, zegt Jack dat hij eigenlijk overal met plezier heeft gewerkt. Bij de Domy was het werk leuk tot er een andere directeur kwam, een man, die nooit eens een compliment kon maken. Daarom is hij in 2003, op zijn zestigste, gestopt. Als de oude directeur er nog was geweest, had hij ongetwijfeld nog wel een aantal jaren willen doorgaan. Te meer daar stilzitten niet echt zijn sterkste kant is. Toen Jan Sebregts, van de FNV Bouw, hem vroeg of hij niet wat vrijwilligerswerk wilde doen op de Protestantse Basisschool Kroevendonk, hoefde hij niet lang na te denken. Het bevalt hem en de school uitstekend.
Voorkeur
Als ik hem vraag naar een bouwwerk, dat hij heel bijzonder vindt, heeft hij geen enkele moeite om er zo maar een aantal te noemen; heel mooi vindt hij in Duitsland die oude stadsgedeelten met vakwerkhuizen, Limburg a/d Lahn, Miltenberg Main, Bad Ems.
Als hobby heeft Jack fietsen, tuinieren, postzegels en munten verzamelen. De laatste twee staan nu op een heel laag pitje.
Pas achteraf bedenkt Jack, dat hij een mooi stukje werk vergeten is: hij heeft ook nog meegebouwd aan het winkelcentrum de Rooselaar. Toch niet iets om zo maar even over het hoofd te zien!

Sjoerd van der Veen
Roosendaal, 4 juni 2008