Roosendaal, 27 december 2006, 14.00 uur
Hillebrand Antonius Heins, Hille.
Geboren 20.12.1932 te Leeuwarden.

Vader Jacobus Heins, Jaap, 1907. Bakker in loondienst bij de cooperatieve bakkerij De Zelfstandigheid. Hij was lid van de bakkersbond St. Antonius (?) van de RKWV, later de KAB.

Moeder Marijke Huisman, 1906, werkte in een viswinkel, na haar huwelijk was ze huisvrouw.
Hille noemt nog zijn grootvader, die strontschipper was. Hij haalde mest op en bracht dat met zijn skûtsje, de Twee Gebroeders, naar Drenthe, met zijn arme zandgronden. Vandaar nam hij aardappelen mee, in het hopelijk gereinigde skûtsje, naar de aardappelmeelfabrieken in Groningen. Hij deed dat tot in de oorlog toe.

Jeugd
Toen Hille 13 jaar was, zijn ouders waren al een jaar gescheiden, ging hij in de bakkerij werken. Hij had vrijstelling nodig van de Raad van Arbeid omdat hij nog geen veertien was. Zijn moeder stuurt hem meteen naar meneer Lolkema, verzekeringsagent ( waarschijnlijk van de R.K. vakbondsverze-keringsmaatschappij Concordia ), om zich te laten inschrijven in de R.K. Bakkersbond.

Geloof
Als ik Hille vraag naar een reactie op het Bisschoppelijk Mandement dat katholieken verbood lid te zijn van linkse organisaties als de VARA, het NVV of de PvdA, komt hij vanzelf op het geloof. Een persoonlijke ervaring heeft hem het doen relativeren. Toen zijn broer doodging, verklaarde zijn moeder dat het ongetwijfeld de wil van de Heer was. Zijn vader liet zich in zijn boosheid al heel weinig religieus uit. De Kerk verdween uit het gezicht. Toch betrof het hier een goed-katholiek gezin, met een zwager die zelfs generaal-overste was van de paters Asumptionisten. Echt streng was het in het gezin Heins niet echt: de boeken van Emile Zola, zoals De Mijn, uitgegeven door de Arbeiderspers en in Roosendaal praktisch onvindbaar, stonden gewoon in de boekenkast.
Ook de houding van de Kerk ten aanzien van condooms beviel het gezin Heins niet erg: ze hadden genoeg kinderen. Een poging om condooms aan te schaffen bij Timmers bij de Schuiven, leidde alleen maar tot een zeer verontwaardigde afwijzing. Maar hij had een goede relatie met Theo en Jacques Gabriëls, de treinkelners. Ze namen de hulpmiddelen gewoon voor hem mee uit Amsterdam. Overigens zegt hij dat bij mevrouw Rens in de Van Goghlaan een depot was van de NVSH.

Leerlingstelsel

In de fabriek zou hij meer kunnen verdienen, dan de vier gulden in de week, die hij nu kreeg, maar zijn moeder wou dat hij een vak leerde, een vak dat altijd nodig was. Hij werkt er 1 1/2 jaar.
Het stuivende bloem in de bakkerij levert hem astmatische klachten. Hij ruilt de bakkerij voor de keuken van Hotel de Klanderij. Hij is daar één van de eerste leerlingen van het Leerlingstelsel. Hij gaat daarbij één dag per week naar school in Zwolle.
Na een jaar gaat Hille naar het kantoor en vraagt opslag. De reactie was duidelijk: "Je krijgt een tientje, je vreet voor een tientje en je vernielt voor een tientje. Wat kom je eigenlijk doen?" Kort er na ( het is 1948/49) sluiten de vakbonden de eerste (?) CAO in de horeca: zijn loon wordt 25 gulden. Da's wat anders dan een tientje. Hij moet echter zijn loon thuis afdragen, want zijn moeder had alleen maar de steun.

Kaarten

Rond 1951 staat hij op straat. Hij wordt betrapt, kaartend, in de stationsrestauratie in Zwolle. Hij werd op dat moment geacht de saaie ochtendlessen, met de algemene vakken, te volgen. De 'echte' horecalessen 's middags zijn leuk, maar die lessen als aardrijkskunde hoeven niet van hem. En wat doe je dan, als je jong bent? Juist, kaarten. Hille gaat naar Delfzijl en krijgt een monsterboekje voor de kustvaart.
Ook als hij hierna, in 1952, in dienst, sergeantkok wordt gaat zijn salaris naar zijn moeder. Hij dient meer dan twee jaar.
In 1954 werkt hij in Amsterdam in de Overtoom Corner. Vlak voor de herhalingsoefeningen zich aandienen monstert Hille, in 1955 aan bij de Holland Afrika Lijn, de VNS. Hij begint er als derde kok en eindigt als chef-kok. Zijn laatste boot is de Willem Barentz van rederij Vincke. Als Hille, terug van zijn zoveelste vaart, te werkgesteld wordt - een soort opfriscursus - in Hotel de l'Europe in Amsterdam, kan hij op die walvisvaarder werken. Dat was financieel heel interessant, want na een tocht van een maand of zeven kreeg je 5 000 gulden. Het was een goede basis om te trouwen.
Hij trouwt op 3 november 1956 met Gerarda Krijnsen. Ze trekken in bij pa in Den Haag. Ze krijgen drie kinderen, twee jongens en een meisje. (Eén zoon zal later als vakbondsman nog helpen bij het stilleggen van de fabriek van Baartmans!) Het huwelijk begint wat ongelukkig: na drie dagen, op 6 november 1956 vertrekt Hille met de Willem Barentz om het geld te verdienen. In mei 1957 komt hij dan weer aan de wal.

Stationsrestauraties

Gedurende zes jaar, tot 1963, werkt hij dan bij de stationsrestauratie van het Staatsspoor. Hij vermeldt nog een interessante klant, die graag wat achteraf in alle rust wilde zitten: dr. Willem Drees.
Na enige onenigheid met zijn baas besluit hij in 1963, met instemming van Gerarda, te verhuizen naar Roosendaal. Hij krijgt een baan in de stationsrestauratie en een nieuw huis in de Jan Vermeerlaan, in de Westrand.
De kok van de Vrouwenhof, Van Pasen, ook een vakbondslid, nodigt Hille uit voor een vergadering in het Gildenhuis. Piet van Haperen was daar voorzitter van de AVG, de Katholieke Bond van Personeel in de Agrarische, Voedings- en Genotmiddelen-, Tabakverwerkende, Horeca- en aanverwante bedrijven, die tot 1968 de Nederlandse Katholieke Bond van Hotel-, Café- en Restaurantgeëmployeerden, St. Antonius heette en die na 1977 de Voedingsbond NKV werd.
(Of was Piet van Haperen eerst toch voorzitter van de Nederlandse Katholieke Bond van Arbeiders (sters) in Voedings- en Genotmiddelenbedrijven, St. Joris?)
Hille zat toen al in het bestuur van de vakgroep de Horeca. Hij hield er zich o.a. bezig met de problemen bij V&D in Bergen op Zoom.

NVV en NKV
De fusie van NVV en NKV speelde nauwelijks of niet in de horeca. NVV Horeca wilde zelfstandig blijven, waar de positie van Arie van Egmont zeker geen ondergeschikte rol bij speelde. In de jaren negentig is er een eind gekomen aan deze situatie en kwam ook de NVV Horeca onder de vleugels van de FNV. In deze contreien was Piet Vermeulen penningmeester van de Roosendaalse Voedingsbond; Koos Sentel was secretaris en penningmeester van de Westbrabantse Horecabond.

Gildenhuis

Problemen ondervond hij ook in het Gildenhuis, waar uitbater Tom van Gastel vond dat niet Hille maar hij in het vakgroepbestuur hoorde te zitten. De oplossing die men vond hield in dat Tom als plaatsvervanger van Hille werd benoemd.
Als zijn vrouw hoe langer hoe meer afkeer krijgt van de ongeregelde diensten, vooral 's avonds, en Hille in hotel Centraal, waar hij inmiddels werkt, hoort dat er een mogelijkheid is om bij V&D Roosendaal aan de slag te gaan, ruilt hij in 1969, zijn baan bij hotel Centraal voor één bij Vroom en Dreesmann. Hij zal er 22 jaar blijven werken, tot zijn prépensioen in 1991.
's Avonds, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, werkt hij in het Gildenhuis, eerst als kok, later als kelner. Harry van Dorst, schilder bij de Liga, was er oberkelner, een functie die later door Hille werd ingenomen.
Maar er waren een paar dingen niet helemaal in orde in het Gildenhuis, die samen de ondergang van het trotse vakbondspaleis zouden betekenen.

Knelpunten
Om te beginnen werd er wel eens wat te veel voor eigen rekening gewerkt, waardoor de inkomsten van het pand lager waren dan je kon verwachten.
Het bestuur van het Gildenhuis bestond toen o.a. uit Piet van Haperen, Jan Jongeneelen en Geert Vos. Volgens Hille was er één bestuurslid, die door had wat er gebeurde en die Tom er ook gek mee maakte. Maar of het hielp?
Een tweede knelpunt was, dat de winst gedeeld werd tussen de uitbaters, Tom en Toos, en de Stichting. Maar in het bestuur werd dat geld door de penningmeester, Geert Vos, en ongetwijfeld met volledige goedkeuring van de andere bestuursleden, voor een belangrijk deel gegeven aan de verschillende gebruikers van het pand, zoals de Gildezonen. Geld reserveren voor een defecte verwarming of ander onderhoud gebeurde in ieder geval veel te weinig. Op een gegeven moment moet de grote zaal met een warmtekanon op temperatuur gehouden worden.
Een derde punt is de scheiding van Tom en Toos, met een zekere rol voor de Olympische Spelen in Moskou, waarbij Toos het beheer overneemt van het Gildenhuis. Dat beheren was haar wel toevertrouwd, maar de acquisitie, het sterke punt van Tom, bleef achterwege. Met alle gevolgen voor de financiële positie.
Het was in die steeds verslechterende situatie dat niemand van het bestuur ingreep, niemand Toos durfde aan te pakken. Tot Toos op een gegeven moment geconfronteerd werd met een krantenadvertentie: "Beheerdersechtpaar gevraagd". Toos belt de vakbondsman van de Horeca, H.Heins. Maar wat kan hij nog doen?

Piet van Haperen
Voor Piet van Haperen is de maat vol. Hij had voor deze affaire al te maken gehad met het geval Charitas. De VARA besteedde uitvoerig aandacht aan het feit dat één meneer zowel wethouder van sociale zaken in Roosendaal was als regent van Charitas: Piet van Haperen. Belangenverstrengeling dus. Piet stopt als voorzitter van de bond; Hille wordt de nieuwe voorzitter.
Onder de opvolger van Toos, Jan, gaan de inkomsten nog verder achteruit. Het pand wordt verkocht. Het betreurenswaardige einde van een pand dat tientallen jaren het hart had gevormd van het Roomse vakbondsleven in Roosendaal.
Hille zegt nog, dat de directeur van de woningstichting St. Joseph, Piet Bakx, de touwtjes in handen had in het Gildenhuis, en spreekt over de drie musketiers in het bestuur van de woningstichting: Jan Geerssen, Geert Vos en Brouwers. Hijzelf, Hille, zat in het bestuur als commissaris van de huurdersraad.
Als er een conflict ontstaat tussen René Konings, van het bewonerscomité in de Raad van Beheer van de WSJ, met de Raad van Commissarissen, wordt de raad van Beheer opgeheven en verkast Hille naar de Raad van Commissarissen. Hij zal er acht jaar lang blijven, tot in de periode Aramis.
Als voorzitter van een vakbond zat hij natuurlijk ook in het bestuur van de plaatselijke FNV.

Letty Huigens
Inmiddels kwam Letty Huigens in zijn leven. Ze is in 1947 geboren in Bandung, Indonesië. Als ze vier jaar is komt ze naar Nederland, Goes. In 1983 komt ze naar Roosendaal, waar ze bij Van den Brink in de Zwaanhoefstraat gaat werken. Na een poosje wordt ze lid van de Voedingsbond FNV. Al gauw zit ze in het bestuur van de plaatselijke afdeling, eerst als bestuurslid, later als vice-voorzitter. Letty zat bij de Voedingsbond in de sectorraad Koek en ook in de landelijke werkgroep Suiker. Ze werkte 15 jaar bij Van den Brink Sprits in Roosendaal, waar ze contactpersoon voor de bond was en 5 jaar bij Baartmans in Rucphen. Ze zat er, je zou bijna zeggen vanzelfsprekend, in de O.R.
Een vrouw die dus ook in het landelijk bestuur zat. Wanneer Geert Elsten in 1991 opstapt als voorzitter van de FNV Roosendaal, wordt ze zijn opvolger, totdat ze het niet meer met haar werk kon verenigen. Ze werd opgevolgd door Wim Hartmans, van de I.B. en de UGO-groep. Toen Hille terugkwam uit Moçambique vroeg Wim hem het voorzitterschap van de plaatselijke FNV over te nemen.
Als de vakbond de Unie een belabberde CAO afsluit met de werkgevers, zijn Hille en Letty present bij de demonstraties in 2005 in Rotterdam en Den Haag.

Derde Wereld

Na zijn pensioen werkte Hille, die het woord stilzitten niet geleerd had, in ontwikkelingslanden. Hij gaf er scholingscursussen in de horeca: Tunesië, Moçambique, Thailand, Oezbekistan, Litouwen en Suriname. Het ging dan om periodes van twee weken tot 3 maanden. Het voordeel van de wat langere periodes was, dat Letty, een deel van de tijd, mee kon.
Maar toen hij 70 jaar werd, in 2002, mocht het niet meer. Tezelfdertijd moest hij, na 25 jaar, ook stoppen met het scheidsrechteren bij de KNVB. Hij zit nu nog steeds in de jubilarissencommissie van de Horecabond.
In september 2006 werd Hille Heins gehuldigd voor zijn 60 jaar bondslidmaatschap.

Roosendaal, 22 januari 2007
Sjoerd van der Veen
http://home.wanadoo.nl/deesveen (voorlopig!)