Cees Jongeneelen                                             Interview: 5 april 2018, 10.00 uur

Cees is geboren op 2 augustus 1946 in Roosendaal, in de Sophiastraat. Daarna woonde hij in de Nieuwstraat 24 en de Anna Bijnslaan. Nu woont hij in de Geerhoek in Wouw.

Het gezin
Zijn vader, Harry Jongeneelen, geboren 1915 was meubelmaker. Hij begon bij de firma Min,  bij de gasfabriek, waar later de Formido kwam. Hij werd er meteen lid van de Nederlandse R.K. Bond van Houtbewerkers, Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenooten “Sint Antonius van Padua”.
Later ging hij naar de Co÷peratie, die nauw verbonden was met de R.K. Gildenbond / RKWV. Omdat hij in de bakkerij kwam, sloot hij zich aan bij de R.K. Bond van Voedings- en Genotmiddelen “St. Joris”.
Zijn moeder, Elisabeth Nootenboom, geboren 1913 was lerares coupeuse, maar ze zal al haar tijd nodig gehad hebben voor haar gezin. Cees had nog twee zussen en 6 broers, niet echt een klein gezin dus. Al jong moesten de kinderen ook mee aanpakken, in de bakkerij en later bij de kolen.

Cees bezocht de lagere school Ste Marie in de Kloosterstraat, met aansluitend een jaar Berchmans Ulo, om een jaar te overbruggen, voordat hij op de St. Joseph ambachtsschool (voor de jongeren onder ons: zo iets heet nu LTS of misschien wel ROC.) . kon worden toegelaten, gezien zijn leeftijd. Op de St. Joseph volgde Cees  de opleiding werktuigbouwkunde.

De Co÷peratie
Vader Harry was broodbezorger. Met de feestdagen werden de kinderen ingeschakeld met het rondbrengen. In de bakkerij in de Damstraat zal de broer van Cees mee gaan werken naast vader. Ook een oom, Kees van de Riet, was er bij betrokken. Die was uitbater van een kruidenierswinkel en van de bakkerij van de Co÷p. Deze Kees was getrouwd met Anna Nootenboom, een zuster van de moeder van Cees.
Later ging vader Harry naar de afdeling kolen, met een opslag bij het spoor, waar ook de kinderen weer konden worden ingeschakeld.
Harry is jarenlang voorzitter geweest van de Roosendaalse afdeling van de Bond voor voedings- en genotmiddelen St. Joris en van de houtbewerkersbond St. Antonius van Padua.
Later kreeg pa hartklachten en kwam in de WAO.
Vader Harry is in Roosendaal vooral ook bekend, vermaard, omdat hij zich in zijn vrije tijd inspande voor Roosendaalsch Roomsch Tooneel, waarvan hij voorzitter was. Hij was de vaste toneelmeester bij de R.K. Gildenbond, waar hij een zeer geringe vergoeding voor kreeg. Sporadisch heeft hij ook wel eens een (kleine) rol gehad.

In huiselijke kring hield pa Harry er van een vette boom op te zetten over het katholieke geloof. Hij kwam daarbij nog wel eens in botsing met regisseur Piet Thielen, die wat minder orthodox was. De kinderen zijn dan ook allemaal gedoopt, zijn misdienaar geweest, hebben hun H. Communie gedaan en in vormsel- en communiegroepen gezeten.
Ook de vakbond kwam regelmatig aan de orde. Daar hoor je lid van te zijn!
Het is dan ook niet verwonderlijk, dat er thuis nogal gesproken werd over politiek. Een stokpaardje van pa. De keuze bij de verkiezingen was dan ook nooit een probleem: de Katholieke werknemers ( Piet van Haperen, Geerssen) en landelijk de KVP. Ook nu nog zal Cees zonder dralen het vakje van het CDA rood maken.
Huwelijk
Cees is getrouwd met Dimphy Teuns, geboren 25 februari 1951. Ze werkte bij de Rabobank: van haar 17e tot haar 56ste met een onderbreking van ongeveer 16 jaar, vanaf het krijgen van de kinderen tot dat ze naar het voortgezet onderwijs gingen.  Samen kregen Dimphy en Cees twee prachtige dochters, inmiddels ook rond de veertig jaar: Wendy, dramatherapeute en Debby, fysiotherapeute met sport en later vooral ict. Het lijkt niet nodig er nog bij te vermelden
dat Cees supertrots is op zijn beide dochters en zeker op zijn 2 kleindochters waar hij ook regelmatig oppast en er graag mee optrekt.
Het zal niet verbazen dat die beide dochters ook optraden bij Roosendaals (rooms) toneel. De vrouw van Cees, Dimphy, overleed na een ziekte, die in 2007 toesloeg, in 2017.

Het werk
In 1961ging Cees werken bij de drukkerij Spaarnestad in Etten Leur. De aansporing van zijn vader om lid te worden van de vakbond was hier overbodig: het grafische bedrijf kent de “closed shop”, je wordt lid als je er werkt. Ondertussen volgde hij voortdurend allerlei cursussen in de avond en soms ook zaterdag. Zo was er de cursus VMTO, die voorbereidde op de lerarenopleiding. De verkering met Dimphy gooide daar roet in het eten. Cees werkte er vijf jaar en wilde toen toch wel iets dichterbij. Dat werd in 1966 Mead verpakking, waar hij 42 jaar in dienst bleef, als storingsmonteur, tot de VUT in  2008. Hij volgde nog steeds cursussen, op het gebied van veiligheid en EHBO, bij voorbeeld.
Bij de Mead werd hij lid van de OR voor de RK Grafische Bond en tot zijn vut was hij secretaris van de personeelsvereniging.
Hij zegt nog, dat het bedrijf af en toe een dag dicht ging voor onderhoud; de technische dienst werkte uiteraard dan juist door. Hij verbaast zich er over, dat het kantoorpersoneel niet verplicht georganiseerd was. Het viel blijkbaar onder een andere vakbond. (De toenmalige Dienstenbond)

Acties
Die waren er niet veel bij Mead. Hij denkt dat hij twee keer een staking, landelijk geordonneerd, heeft meegemaakt. Ook zijn vader had hem al gezegd, dat je dan mee moest doen als het voor de goede zaak was. Het hoorde gewoon bij het vakbondslidmaatschap!
Overigens merkte hij wel een heel duidelijk verschil tussen de roomse en protestantse werknemers bij de Mead. De laatste voor een deel ook meegekomen van boven de sloot. Van problemen bij de fusie van NKV en NVV heeft hij eigenlijk niets gemerkt.
Aan acties als die er begin jaren tachtig waren, tegen de kuisraketten, heeft hij niet deelgenomen, en zegt er bij “niet dat ik er niet achterstond hoor!”

Rooms
Gewoontegetrouw vraagt de interviewer nog naar het bekend zijn met allerlei gebruiken en instellingen binnen de katholieke vakbeweging. Dat valt wat tegen. De pauselijke encyclieken, Rerum Novarum en Quadragesimo Anno en de Credo Pugnoclubs liggen blijkbaar toch te ver terug in de tijd.
De vakbondsclub “Eerbied in Gods huis“ kent hij niet, maar de stokslager, achter in dekerk meestal kent hij nog goed. Met enig ontzag spreekt hij nog steeds van Janus Maas, de stokslager in de St. Jan, die de wind er goed onder had bij de jeugd.
Van het Kanunnik van Schaikfonds kent hij nog de “piekenpijp”, de plastic buis waarin je geregeld wat geld deed (voor de priesteropleiding van arbeiderskinderen, Sj) We piekeren nog even over dat “piekenpijp”, waar vast geen piek in ging, een gulden, maar gewoon stuivers!
Bij Herwonnen Levenskracht (voor het uitzenden van mensen met tbc, Sj) herinnert hij zich de toneeluitvoeringen, die gratis waren of heel goedkoop. Waarom begreep hij niet. 
Bij de bedevaart begint Cees met te zeggen dat hij nooit naar Lourdes was geweest. Maar dan blijkt toch dat hij, en vooral zijn vrouw, (“ze was een stuk geloviger dan ik!”) geregeld naar Zegge en vooral naar de Kapelberg gingen. Hij was er zelfs pas nog geweest. In de meimaand gingen ze altijd samen naar de Kapelberg.


De spelers van “De gelaarsde kat”, 1997 Achteraan vlnr Cees Jongeneelen, Debby Jongeneelen, Inge van Rest, Ad Stofmeel, Wendy Jongeneelen en Jeroen Mulders (gastspeler).  Vooraan vlnr Carina van Oers, Cocky van Meer, Harold Jongeneelen en Ad Paantjens (gastspeler). Foto uit 100 jaar Roosendaals(ch) (Roomsch) To(o)neel: collectie Roosendaals Toneel

Rooms toneel en …
Nu is er dan het pensioen. Maar hij heeft genoeg om handen. Vooral met Roosendaals (Rooms) toneel. Dimphy was er jarenlang secretaris / penningmeester en Cees, al eerder penningmeester, heeft het tot nu toe overgenomen. Daarnaast is er dan het huis dat wat opgeknapt moet, is er het biljarten en de wandelclub “’t Kaol geneuk”, waar mensen van boven de sloot mogelijk bijgedachten kunnen hebben.
Binnenkort gaat hij dan ook nog, met zijn twee dochters, voor het eerst naar Rome, mede aangespoord door Dimphy.
Een druk en sympathiek baasje!

Sjoerd, Roosendaal, 10  april 2018

Terug naar Vakbondsoverzicht